Gepubliceerd op 28 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Een pro forma zitting is een strafzitting waarop de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Zij is nodig omdat een verdachte in voorlopige hechtenis binnen 104 dagen na het begin van de bewaring voor de rechter moet verschijnen; is het onderzoek dan niet klaar, dan schorst de rechtbank de zaak en beslist zij of het voorarrest voortduurt.
Op die zitting wordt de verdachte niet over de feiten ondervraagd en worden geen getuigen gehoord. Wel beslist de rechtbank over de voorlopige hechtenis en over verzoeken van de verdediging. Voor een verdachte en zijn advocaat is het daarom geen formaliteit: uit onderzoek van het WODC bleek dat de voorlopige hechtenis na een pro forma zitting in hoger beroep in 24 procent van de zaken werd opgeheven.
Inhoudsopgave
Waarom een pro forma zitting nodig is
Een pro forma zitting vindt plaats als de wettelijke termijn van de voorlopige hechtenis dreigt te verlopen terwijl het opsporingsonderzoek nog loopt. Zonder zitting zou de verdachte moeten worden vrijgelaten, hoe ernstig de verdenking ook is. De Rechtspraak omschrijft het als een zitting die nodig is omdat de zaak binnen een bepaalde termijn op zitting moet zijn geweest, terwijl het voor een inhoudelijke behandeling nog te vroeg is.
Met de zitting blijft de rechter aan zet. Hij toetst steeds opnieuw of de vrijheidsbeneming nog gerechtvaardigd is en of het onderzoek genoeg voortgang maakt. In de praktijk komt de pro forma zitting vooral voor in zaken die veel onderzoekstijd vragen, zoals zware geweldsmisdrijven, Opiumwet- en wapenzaken, fraude en zaken met rechtshulpverzoeken aan het buitenland.
Hoe vaak het voorkomt: de cijfers uit het WODC-onderzoek
Op 7 oktober 2015 publiceerde de Rechtspraak de uitkomsten van een WODC-onderzoek naar pro forma zittingen. De onderzoekers concludeerden dat duidelijkere spelregels nodig zijn voor de overgang van de rechter-commissaris naar de zittingsrechter. Het zijn de meest recente landelijke cijfers die de Rechtspraak hierover heeft gepubliceerd.
| Uitkomst WODC-onderzoek (gepubliceerd 7 oktober 2015) | Percentage |
|---|---|
| Aandeel pro forma zittingen in alle strafzittingen | 3% |
| Aandeel bij de meervoudige kamer in eerste aanleg | 17,5% |
| Aandeel in hoger beroep | 28% |
| Voorlopige hechtenis opgeheven na pro forma zitting, eerste aanleg | 5% |
| Voorlopige hechtenis opgeheven na pro forma zitting, hoger beroep | 24% |
Uit hetzelfde onderzoek bleek dat op de pro forma zitting vaak andere rechters zitten dan bij de inhoudelijke behandeling. Respondenten noemden de werkwijze daardoor inefficiënt, maar vonden de openbaarheid van deze zittingen belangrijk.
De termijnen van het voorarrest: van 3 naar 104 dagen
Het voorarrest bestaat uit inverzekeringstelling, bewaring en gevangenhouding. Bewaring en gevangenhouding samen duren maximaal 104 dagen; binnen die tijd moet de zaak op zitting komen. De artikelen staan in het Wetboek van Strafvordering.
| Fase | Wie beslist | Maximale duur | Wetsartikel |
|---|---|---|---|
| Inverzekeringstelling | Officier van justitie | 3 dagen, bij dringende noodzaak eenmaal 3 dagen verlenging | Art. 58 Sv |
| Bewaring | Rechter-commissaris | 14 dagen | Art. 64 Sv |
| Gevangenhouding | Raadkamer van de rechtbank | 90 dagen, inclusief verlengingen | Art. 66 Sv |
| Schorsing van het onderzoek ter zitting | Zittingsrechter | In de regel 1 maand, bij klemmende redenen tot 3 maanden | Art. 282 Sv |
Veertien dagen bewaring plus negentig dagen gevangenhouding levert de termijn van 104 dagen op. Soms wordt 110 dagen genoemd; dan zijn de dagen van inverzekeringstelling meegeteld, die juridisch aan de voorlopige hechtenis voorafgaan.
De voorlopige hechtenis mag alleen voortduren zolang er ernstige bezwaren zijn en een grond uit artikel 67a Sv: ernstig vluchtgevaar of een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid. Voorbeelden van zo’n reden zijn een ernstig geschokte rechtsorde bij een feit waarop twaalf jaar of meer staat, herhalingsgevaar en het belang van de waarheidsvinding. Volgens artikel 67a lid 3 Sv is voorlopige hechtenis niet toegestaan als ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf volgt, of dat het voorarrest langer duurt dan de te verwachten straf. Het hele stelsel leest u in ons artikel over de duur van de voorlopige hechtenis.
Hoe lang de rechtbank het onderzoek mag schorsen
Zit de verdachte in voorlopige hechtenis, dan schorst de rechtbank het onderzoek in de regel voor ten hoogste een maand (artikel 282 Sv). Alleen om klemmende redenen mag zij een langere termijn bepalen, en nooit langer dan drie maanden. Schorst de rechtbank voor onbepaalde tijd, dan stelt zij met dezelfde maatstaf een uiterste termijn vast. Dat verklaart het ritme: elke maand tot elk kwartaal een nieuwe zitting, telkens met een nieuwe beslissing over het voorarrest.
De schorsing laat het onderzoek op de zitting niet opnieuw beginnen. Wordt het binnen de termijn hervat, dan gaat het verder waar het was gebleven. Verstrijkt de termijn, dan moet het onderzoek opnieuw beginnen. Dat heeft gevolgen, bijvoorbeeld voor de samenstelling van de rechtbank.
Het verloop van een pro forma zitting
De zitting volgt een vast patroon en duurt meestal kort, van ongeveer tien minuten tot een paar uur in grote zaken.
- De voorzitter opent het onderzoek, stelt de identiteit van de verdachte vast en constateert dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
- De officier van justitie geeft een stand van zaken: welke onderzoekshandelingen zijn verricht en wat loopt er nog, zoals het uitwerken van tapgesprekken, digitaal onderzoek of een rechtshulpverzoek.
- De verdediging dient onderzoekswensen in, vraagt opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis en maakt zo nodig bezwaar tegen uitblijvende voortgang.
- De rechtbank beslist over het voorarrest en de verzoeken, en bepaalt wanneer het onderzoek wordt hervat (artikel 282 Sv).
Uit de motivering van de beslissing over het voorarrest en de onderzoekswensen valt vaak af te leiden welke onderdelen van het dossier de rechtbank sterk of juist zwak vindt.
Openbaarheid en de positie van het slachtoffer
Artikel 269 Sv bepaalt dat het onderzoek op de terechtzitting openbaar is; dat geldt ook voor een pro forma zitting. De rechtbank kan de deuren geheel of gedeeltelijk sluiten, bijvoorbeeld ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Zaken tegen minderjarige verdachten worden in beginsel achter gesloten deuren behandeld (artikel 495b Sv).
Het slachtoffer of een nabestaande mag de zitting bijwonen, maar hoeft niet te komen. Het Openbaar Ministerie informeert het slachtoffer per brief. Het spreekrecht komt pas aan bod bij de inhoudelijke behandeling. Wel kan het slachtoffer zich als benadeelde partij voegen en een schriftelijke slachtofferverklaring aan het dossier laten toevoegen.
Pro forma zitting, regiezitting en inhoudelijke behandeling
| Zitting | Doel | Wat gebeurt er niet? |
|---|---|---|
| Pro forma zitting | Termijn van het voorarrest bewaken, beslissen over voortduren | Geen ondervraging over de feiten, geen getuigen |
| Regiezitting | Verdere onderzoek plannen: getuigen, deskundigen, zittingsdagen | Geen beoordeling van het bewijs |
| Inhoudelijke behandeling | Bewijs bespreken, requisitoir, pleidooi, spreekrecht slachtoffer | – |
In de praktijk lopen de pro forma zitting en de regiezitting vaak in elkaar over. Rechtbanken behandelen onderzoekswensen regelmatig al op een pro forma zitting, zodat de zaak geen tijd verliest. Juist die vermenging was aanleiding voor de oproep tot duidelijkere spelregels. Wat een regiezitting precies inhoudt, beschrijven wij in een apart artikel.
Wat de verdediging op een pro forma zitting kan bereiken
Opheffing of schorsing van het voorarrest
De advocaat kan opheffing vragen als de ernstige bezwaren of de grond uit artikel 67a Sv zijn weggevallen. Hij kan ook schorsing vragen onder voorwaarden, zoals een meldplicht, een contactverbod of elektronisch toezicht (artikel 80 Sv). Hoe langer het voorarrest duurt en hoe onduidelijker de einddatum van het onderzoek, hoe sterker dat argument wordt. Welke voorwaarden gebruikelijk zijn, leest u bij de schorsing van de voorlopige hechtenis.
Getuigen: het moment van het verzoek bepaalt de maatstaf
De Hoge Raad zette de regels voor getuigenverzoeken op een rij in zijn overzichtsarrest van 1 juli 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1496). Getuigen die de verdediging vóór de zitting heeft opgegeven (artikel 263 en 264 Sv), toetst de rechter aan het verdedigingsbelang. Verzoeken die pas op een zitting na schorsing worden gedaan, toetst hij aan het strengere noodzakelijkheidscriterium. Dat criterium geeft de rechter volgens de Hoge Raad meer ruimte om af te wijzen.
Hetzelfde arrest bevat een regel die juist op pro forma en regiezittingen telt. Heeft de rechter te weinig gegevens om op een getuigenverzoek te beslissen, dan moet hij de beslissing aanhouden en mag hij het verzoek niet “in voorlopige zin” afwijzen. Hoe onderzoekswensen worden opgebouwd, bespreken wij bij onderzoeksvragen in het strafrecht.
Uitblijvende voortgang laten vastleggen
Blijft het dossier maand na maand op dezelfde plaats staan, dan is dat een zelfstandig argument voor opheffing van het voorarrest. Bij de einduitspraak kan het leiden tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM. Een overschrijding leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. In omvangrijke zaken kan het verder aanleiding zijn om met het Openbaar Ministerie te spreken over procesafspraken.
Het nieuwe Wetboek van Strafvordering en de pro forma zitting
Stand per 29 oktober 2026: het nieuwe Wetboek van Strafvordering is aangenomen, maar treedt pas in werking op een datum die bij koninklijk besluit wordt bepaald; de streefdatum is 2029. Tot die tijd gelden de huidige artikelnummers. Verwijzingen naar artikel 66, 67a en 282 Sv zijn dus actueel. De nieuwe regeling wil het voorbereidend onderzoek stroomlijnen en de rolverdeling tussen rechter-commissaris en zittingsrechter scherper maken. Of dat het aantal pro forma zittingen vermindert, moet de praktijk uitwijzen.
Onze rol op een pro forma zitting
- Wij bestuderen het dossier en bespreken vooraf met u wat de officier van justitie over de stand van het onderzoek zal zeggen.
- Wij vragen opheffing van de voorlopige hechtenis, of schorsing onder voorwaarden (artikel 80 Sv).
- Wij geven getuigen tijdig op (artikel 263 en 264 Sv), zodat het verdedigingsbelang de maatstaf is.
- Wij laten uitblijvende voortgang vastleggen en bewaken de termijnen van artikel 66 en 282 Sv.
Veelgestelde vragen
Hoe lang kunt u door pro forma zittingen in voorarrest blijven?
De wet stelt geen maximum aan het aantal pro forma zittingen. Wel moet de rechtbank op elke zitting opnieuw beoordelen of er nog ernstige bezwaren en een grond uit artikel 67a Sv zijn, en of het voorarrest niet langer duurt dan de te verwachten straf.
Wat kost een pro forma zitting de verdachte?
In strafzaken wordt geen griffierecht geheven. De kosten zitten in de rechtsbijstand. Wie in voorlopige hechtenis zit, krijgt een advocaat toegevoegd via de Raad voor Rechtsbijstand. Eindigt de zaak zonder straf of maatregel, dan kunt u binnen drie maanden een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand vragen (artikel 591a Sv).
Wat gebeurt er na de laatste pro forma zitting?
Zodra het onderzoek is afgerond, wordt de zaak inhoudelijk behandeld, vaak na een regiezitting. De rechtbank doet daarna uitspraak, in de regel binnen veertien dagen na sluiting van het onderzoek (artikel 345 Sv).
Wanneer bijstand nodig is, leest u bij wanneer u een strafrechtadvocaat nodig hebt; meer over onze werkwijze staat op de pagina strafrecht.