Racisme: wanneer het strafbaar is en welke rechten u hebt

Wat is racisme en hoe pakt u het aan in Nederland

Gepubliceerd op 2 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Racisme is juridisch discriminatie op grond van ras, en ras omvat in het Nederlandse recht ook huidskleur, afkomst en nationale of etnische afstamming. Discriminatie is verboden volgens artikel 1 van de Grondwet, maar niet elke kwetsende opmerking is strafbaar: het strafrecht grijpt pas in bij bijvoorbeeld groepsbelediging, aanzetten tot haat of discriminatie in beroep of bedrijf (artikelen 137c tot en met 137g Sr).

Wordt u op uw werk, bij het zoeken naar een woning of bij een winkel of dienstverlener anders behandeld vanwege uw afkomst of huidskleur? Dan kunt u zich daarnaast beroepen op de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB), met een voor u gunstige bewijslastregel in artikel 10. Hieronder leest u wanneer racisme strafbaar is, welke rechten u hebt, welke termijnen gelden en waar u terechtkunt.

Wat is racisme in juridische zin?

Racisme is het ongelijk behandelen, kwetsen of achterstellen van mensen vanwege hun vermeende ras, huidskleur of afkomst. Het kan gaan om één persoon die iets zegt, maar ook om regels of werkwijzen van organisaties die bepaalde groepen stelselmatig benadelen. Juristen en onderzoekers onderscheiden vaak drie lagen:

  • Alledaags racisme: discriminerende opmerkingen, “grapjes” over iemands afkomst of iemand negeren vanwege zijn huidskleur. Dit speelt zich af tussen personen.
  • Institutioneel racisme: regels, procedures of systemen van een organisatie die bepaalde groepen benadelen, bedoeld of onbedoeld. Denk aan etnisch profileren of een selectieprocedure die mensen met een migratieachtergrond vaker afwijst.
  • Geïnternaliseerd racisme: mensen uit een groep die wordt gediscrimineerd, gaan de negatieve beeldvorming over hun eigen groep geloven.

De wet sluit bij dat onderscheid aan. De AWGB kent direct en indirect onderscheid. Direct onderscheid is een rechtstreeks verschil in behandeling vanwege ras. Indirect onderscheid is een ogenschijnlijk neutrale regel die in de praktijk vooral mensen van een bepaalde afkomst treft. Volgens artikel 2 AWGB is indirect onderscheid alleen toegestaan als daar een objectieve rechtvaardiging voor is. Ook onbedoelde benadeling kan dus in strijd zijn met de wet.

Hoe definieert het Wetboek van Strafrecht discriminatie?

Artikel 90quater Sr omschrijft discriminatie als elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur die tot doel of gevolg heeft dat iemand zijn rechten en vrijheden niet op voet van gelijkheid kan uitoefenen. Het gaat dus om het effect, niet alleen om de bedoeling.

Het begrip ras wordt ruim uitgelegd. Nederland volgt daarbij het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie uit 1966. Daarom valt ook onderscheid naar huidskleur, afkomst en nationale of etnische afstamming onder het verbod. In de rechtspraak is bijvoorbeeld aangenomen dat Nederlanders van Marokkaanse afkomst een groep vormen die door het begrip ras wordt beschermd.

De historische wortels van racisme in Nederland

Waarom kent de wet ook regels voor organisaties?

Veel racistische denkbeelden gaan terug op het koloniale verleden en de trans-Atlantische slavernij, waarin Nederland een grote rol speelde. De slavernij in Suriname en op de Antillen werd pas in 1863 afgeschaft. Om uitbuiting en dwangarbeid te rechtvaardigen, ontstonden theorieën die mensen indeelden in rassen met een hogere en lagere waarde. Met de afschaffing verdwenen die ideeën niet vanzelf.

Ook in de twintigste eeuw kende Nederland spanningen rond nieuwkomers, zoals Indische en Molukse Nederlanders, arbeidsmigranten uit Turkije en Marokko en Surinamers. Zulke incidenten werden vaak als losstaand afgedaan. Die geschiedenis verklaart waarom de wetgever discriminatie niet alleen als individueel gedrag benadert, maar met de AWGB uit 1994 ook regels stelt voor werkgevers, verhuurders en aanbieders van goederen en diensten.

Hoe de Nederlandse wet racisme aanpakt

Welke juridische routes zijn er tegen racisme?

De bescherming rust op de Grondwet, het strafrecht, de gelijkebehandelingswetgeving en het burgerlijk recht. Welke route u kiest, hangt af van wat er is gebeurd en wat u wilt bereiken.

RouteWanneerWat het oplevertTermijn
Aangifte (art. 137c-137g Sr, 266 Sr)Strafbare uiting of gedragingMogelijke vervolging door het OMBij persoonlijke belediging: klacht binnen drie maanden (art. 66 Sr)
Klacht over overheidsinstantie (art. 9:1 Awb)Behandeling door politie of andere overheidKlachtbehandeling, daarna eventueel de Nationale ombudsmanBinnen een jaar (art. 9:8 Awb)
Oordeel College voor de Rechten van de MensOngelijke behandeling bij werk, onderwijs, wonen, dienstenNiet-bindend oordeel met veel gezagDien het verzoek zo snel mogelijk in
Vernietiging opzegging (art. 7:681 BW)Ontslag in strijd met art. 8 AWGBHerstel arbeidsovereenkomst of billijke vergoedingTwee maanden (art. 7:686a lid 4 BW)
Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)Schade door discriminatieSchadevergoeding, ook immateriële schade (art. 6:106 BW)Verjaring na vijf jaar (art. 3:310 BW)

Het startpunt is artikel 1 van de Grondwet, dat discriminatie wegens ras of op welke grond dan ook verbiedt. Dit artikel bindt vooral de overheid. Tussen burgers en bedrijven onderling werkt het door via de Algemene wet gelijke behandeling, het strafrecht en het burgerlijk recht.

Wat als de overheid zelf onderscheid maakt?

Voor de overheid gelden de strengste regels. Onderscheid naar ras of etniciteit door een overheidsinstantie is alleen toegestaan met zeer zwaarwegende redenen, en die zijn er vrijwel nooit.

Dat bleek in de zaak over etnisch profileren door de Koninklijke Marechaussee. Het gerechtshof Den Haag oordeelde op 14 februari 2023 dat de Marechaussee bij grenscontroles (de zogeheten MTV-controles) geen selectiebeslissingen mag nemen die mede op ras zijn gebaseerd, ook niet als ras één factor naast andere is. Het hof verbood de Staat dat en noemde zo’n selectie in strijd met het discriminatieverbod uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (ECLI:NL:GHDHA:2023:173).

Denkt u dat u door de politie of een andere overheidsinstantie bent gecontroleerd of behandeld vanwege uw afkomst? Dien dan een klacht in bij die instantie, binnen een jaar na de gebeurtenis; daarna hoeft zij de klacht volgens artikel 9:8 Awb niet meer te behandelen. Bent u het niet eens met de afhandeling, dan kunt u naar de Nationale ombudsman. Gaat het om een besluit, zoals een weigering of een boete, dan loopt de route via bezwaar en beroep, met een bezwaartermijn van zes weken. Onze bestuursrechtadvocaten kunnen beoordelen welke route in uw situatie past.

Wanneer is een racistische uiting strafbaar?

Een uiting is strafbaar als zij een groep mensen opzettelijk beledigt vanwege hun ras, aanzet tot haat, discriminatie of geweld, of als iemand in zijn beroep of bedrijf opzettelijk discrimineert. Een racistisch scheldwoord tegen één persoon kan daarnaast strafbaar zijn als eenvoudige belediging (artikel 266 Sr).

ArtikelStrafbare gedragingMaximumstraf (basis)
137c SrGroepsbelediging: in het openbaar opzettelijk beledigend uitlaten over een groep vanwege onder meer rasEen jaar gevangenisstraf of geldboete derde categorie
137d SrIn het openbaar aanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegen een groep vanwege rasEen jaar gevangenisstraf of geldboete derde categorie
137e SrZulke uitlatingen openbaar maken of verspreiden, bijvoorbeeld online of op flyersZes maanden gevangenisstraf of geldboete derde categorie
137g SrOpzettelijk discrimineren bij de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf, zoals een portier die mensen weert om hun huidskleurZes maanden gevangenisstraf of geldboete derde categorie

Doet iemand dit van beroep of gewoonte, of samen met anderen, dan gelden hogere maxima: bij groepsbelediging bijvoorbeeld twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. De volledige tekst leest u in artikel 137c Sr en de artikelen die daarop volgen.

Daarnaast bevat het Wetboek van Strafrecht in artikel 44bis Sr een strafverzwaring. Wordt een strafbaar feit gepleegd met een discriminatoir oogmerk, of gaat het gepaard met uitingen van haat of discriminatie vanwege onder meer ras? Dan kan de maximale gevangenisstraf met een derde worden verhoogd. Dat geldt voor alle delicten, dus ook voor mishandeling, bedreiging of vernieling met een racistisch motief.

Waar ligt de grens met de vrijheid van meningsuiting?

De vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM) beschermt ook uitingen die schokken of kwetsen. De grens ligt waar een uiting een groep in haar waardigheid aantast zonder bij te dragen aan het publieke debat. De rechter kijkt daarbij naar de bewoordingen, de context en de vraag of de uiting onnodig grievend is.

Op 6 juli 2021 verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep van een politicus tegen zijn veroordeling voor groepsbelediging. Hij had in 2014 een zaal gevraagd of die meer of minder Marokkanen wilde. Volgens de Hoge Raad was de veroordeling niet in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Er werd geen straf opgelegd, maar de veroordeling bleef staan (ECLI:NL:HR:2021:1036).

Een lompe opmerking is dus vervelend, maar niet altijd strafbaar. Een uiting die stelselmatig een groep als crimineel of minderwaardig wegzet, kan dat wel zijn, zeker als zij in het openbaar wordt gedaan.

Wat als u persoonlijk racistisch wordt uitgescholden?

Dan gaat het meestal om eenvoudige belediging (artikel 266 Sr). Dat is een klachtdelict. Het OM kan alleen vervolgen als u zelf een klacht indient, en daarvoor hebt u volgens artikel 66 Sr drie maanden vanaf het moment dat u van het feit op de hoogte raakte. Groepsbelediging en aanzetten tot haat zijn geen klachtdelicten; daar kan het OM ook zonder uw klacht vervolgen.

Gebeurde het online, dan kunt u naast een strafrechtelijke melding ook civielrechtelijk vragen om verwijdering of rectificatie op grond van artikel 6:162 BW. Hoe dat werkt, leest u in ons artikel over een onrechtmatige uitlating op social media.

Welke rechten hebt u bij discriminatie op werk, bij huisvesting of in een winkel?

De AWGB verbiedt onderscheid op grond van ras bij werving, selectie, arbeidsvoorwaarden, ontslag, onderwijs, huisvesting en het aanbieden van goederen en diensten. U kunt een oordeel vragen aan het College voor de Rechten van de Mens, en u kunt naar de rechter. Het College hoort beide partijen en geeft daarna een oordeel. Dat oordeel is niet bindend, maar werkgevers en verhuurders volgen het vaak op, en een rechter neemt het serieus mee.

Belangrijk is de verdeling van de bewijslast. Volgens artikel 10 AWGB hoeft u niet volledig te bewijzen dat u bent gediscrimineerd. Het is genoeg dat u feiten aanvoert die discriminatie kunnen doen vermoeden. De andere partij moet dan aantonen dat zij niet in strijd met de wet heeft gehandeld. Artikel 9 AWGB verbiedt bovendien benadeling omdat u een beroep hebt gedaan op de wet, bijvoorbeeld door een klacht in te dienen.

Wat als u wordt ontslagen vanwege uw afkomst?

Een opzegging die in strijd is met artikel 8 AWGB, kan de kantonrechter vernietigen (artikel 7:681 BW). U moet dat verzoek binnen twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst indienen (artikel 7:686a lid 4 BW). In plaats van vernietiging kunt u ook een billijke vergoeding vragen. Na die twee maanden is die route in beginsel afgesloten. Speelt het conflict nog terwijl u in dienst bent, lees dan ook wat u kunt doen bij een arbeidsconflict.

Racisme herkennen in alledaagse situaties

Wanneer worden alledaagse opmerkingen juridisch relevant?

Racisme is lang niet altijd een scheldpartij. Vaker gaat het om kleine opmerkingen of beslissingen die op zichzelf onschuldig lijken, maar bij herhaling iemand uitsluiten. Zulke uitingen heten ook wel micro-agressies. De zender noemt het vaak een grapje of compliment; wie er voortdurend mee te maken krijgt, ervaart het als uitsluiting.

Racisme op de werkvloer en de zorgplicht van de werkgever

Op het werk gaat het zelden om openlijke discriminatie, en vaker om onbewuste vooroordelen in vergaderingen, sollicitatiegesprekken en de omgang tussen collega’s. Denk aan deze situaties:

  • Een collega die verbaasd zegt dat iemand “zo goed Nederlands spreekt”, terwijl die persoon hier is geboren en opgegroeid.
  • Twee collega’s van kleur die steeds door elkaar worden gehaald omdat ze “op elkaar lijken”.
  • Iemand die op basis van afkomst bepaalde kwaliteiten of interesses krijgt toegedicht in plaats van op basis van zijn werk.

Voor één opmerking stapt u niet naar de rechter. Juridisch wordt het wel relevant als het gedrag stelselmatig is, als leidinggevenden het laten gebeuren of als het doorwerkt in beoordelingen, promoties of een ontslag. De werkgever moet volgens artikel 3 lid 2 Arbeidsomstandighedenwet beleid voeren om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of te beperken. Onder dat begrip valt volgens artikel 1.1 Arbeidsomstandighedenbesluit ook direct en indirect onderscheid. Een werkgever die meldingen van racisme niet serieus neemt, schiet daarom tekort in zijn zorgplicht.

Leg voorvallen vast met datum, tijd, betrokkenen en de letterlijke woorden. Bespreek ze met uw leidinggevende, de vertrouwenspersoon of HR. Levert dat niets op, dan kunt u zich wenden tot een antidiscriminatievoorziening, het College voor de Rechten van de Mens of de rechter. Onze arbeidsrechtadvocaten helpen werknemers en werkgevers daarbij.

Uitsluiting in het onderwijs en op de woningmarkt

De AWGB geldt ook voor onderwijsinstellingen, verhuurders, makelaars en andere aanbieders van goederen en diensten. In het onderwijs kan het gaan om een lager schooladvies dat niet door prestaties wordt verklaard, maar door beeldvorming over de achtergrond van een leerling. Op de woningmarkt uit het zich bijvoorbeeld zo:

  • een verhuurder die zegt dat de woning “net verhuurd” is zodra hij een niet-Nederlands klinkende naam hoort;
  • een makelaar die woningzoekenden op basis van hun afkomst bepaalde wijken wel of niet aanraadt.

Zulke uitsluiting is moeilijk te bewijzen, maar niet onmogelijk. Berichten, advertenties die opnieuw online komen en een vergelijking met hoe anderen zijn behandeld, kunnen feiten opleveren die discriminatie doen vermoeden. Dan gaat de bewijslast volgens artikel 10 AWGB naar de verhuurder of makelaar.

Praktische stappen als u racisme wilt melden

Waar kunt u racisme melden?

Welke instantie past, hangt af van wat u wilt bereiken. Een melding heeft ook waarde als er geen strafzaak volgt: meldingen worden geregistreerd en geven inzicht in de omvang van het probleem.

  • Antidiscriminatievoorziening (ADV): volgens de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen moet elke gemeente zo’n voorziening hebben. U kunt er kosteloos terecht voor advies, registratie en bemiddeling. Meldingen kunnen ook via discriminatie.nl.
  • Politie: bij een strafbaar feit, zoals groepsbelediging, bedreiging, mishandeling of vernieling met een racistisch motief, doet u aangifte. Alleen zo kan het OM vervolgen. Lees vooraf hoe u aangifte doet bij de politie.
  • College voor de Rechten van de Mens: voor ongelijke behandeling op het werk, in het onderwijs, bij huisvesting of bij dienstverlening.
  • Uw werkgever of opleiding: via de leidinggevende, de vertrouwenspersoon of de klachtenregeling.

Zoekt u vooral advies en een oplossing, dan is een antidiscriminatievoorziening een goede eerste stap. Wilt u dat de dader strafrechtelijk wordt vervolgd, dan is aangifte de enige weg. Meer achtergrond vindt u in ons artikel over discriminatie.

Wat legt u vast voor een melding of aangifte?

  • Wat er gebeurde: datum, tijd en plaats, de letterlijke woorden en wat er werd gedaan.
  • De betrokkenen: namen en functies als u die kent, anders een beschrijving.
  • Getuigen: vraag of u hun contactgegevens mag noteren.
  • Bewijs: screenshots van berichten met datum en afzender, e-mails, foto’s of video’s. Bewaar online berichten voordat ze worden verwijderd.

Wat gebeurt er na een aangifte of een verzoek aan het College?

Na een aangifte onderzoekt de politie de zaak. Is er genoeg bewijs, dan kan het OM de verdachte vervolgen. Dat kan eindigen in een geldboete, een taakstraf of een gevangenisstraf. Besluit het OM niet te vervolgen, dan kunt u daarover klagen bij het gerechtshof. Die artikel 12-procedure moet u volgens artikel 12k Sv binnen drie maanden instellen nadat u bericht kreeg dat er niet wordt vervolgd. Hoort u niets over uw aangifte, lees dan waarom een aangifte soms blijft liggen.

Het College voor de Rechten van de Mens hoort beide partijen en geeft een oordeel of er sprake was van verboden onderscheid. Dat oordeel kunt u gebruiken in een gesprek met de werkgever of verhuurder, of bij de rechter om schadevergoeding te vorderen. Bij discriminatie kan ook immateriële schade worden vergoed (artikel 6:106 BW).

Wat kunnen omstanders en werkgevers zelf doen?

Als omstander spreekt u vooral de persoon aan die wordt lastiggevallen en vraagt u of alles in orde is. Een directe confrontatie met de dader is niet altijd de veiligste keuze. Bent u getuige van een strafbaar feit, dan kunt u zelf aangifte doen of een getuigenverklaring afleggen; aangifte doen kan volgens artikel 161 Sv iedereen die kennis draagt van een strafbaar feit.

Een werkgever verkleint het risico op discriminatie door selectie en beoordeling op objectieve criteria te baseren, meldingen serieus te onderzoeken en een vertrouwenspersoon aan te stellen. Dat helpt ook juridisch: een werkgever die kan laten zien dat hij zijn zorgplicht uit de Arbeidsomstandighedenwet serieus neemt, staat sterker als er toch een klacht komt.

Onze bijstand bij racisme en discriminatie

  • Beoordelen of een uiting of behandeling strafbaar is (artikelen 137c tot en met 137g Sr) of in strijd met de AWGB.
  • Een aangifte voorbereiden en een klacht bij het gerechtshof opstellen als het OM niet vervolgt (artikel 12 Sv).
  • Een verzoek aan het College voor de Rechten van de Mens opstellen en de feiten onderbouwen die discriminatie doen vermoeden (artikel 10 AWGB).
  • Bij een discriminerend ontslag vernietiging van de opzegging of een billijke vergoeding vragen bij de kantonrechter (artikel 7:686a lid 4 BW).
  • Schadevergoeding vorderen, ook voor immateriële schade (artikelen 6:162 en 6:106 BW).

In het kort

  • Groepsbelediging en aanzetten tot haat vervolgt het OM zonder klacht; bij persoonlijke belediging moet u binnen drie maanden zelf een klacht indienen.
  • Ook de overheid mag niet mede op ras selecteren, zoals het gerechtshof Den Haag op 14 februari 2023 oordeelde over de Marechaussee.
  • Onder de AWGB volstaan feiten die discriminatie doen vermoeden; de wederpartij moet dan het tegendeel aantonen.
  • Tegen een discriminerend ontslag hebt u twee maanden om naar de kantonrechter te gaan.

Veelgestelde vragen

Kunnen witte mensen ook racisme ervaren?

Juridisch geldt het verbod op discriminatie wegens ras voor iedereen, ongeacht huidskleur of afkomst. Ook een witte werknemer of huurder die vanwege zijn afkomst anders wordt behandeld, kan zich dus op de AWGB en het strafrecht beroepen.

In het maatschappelijk debat gebruiken sommigen het woord racisme alleen voor stelselmatige benadeling van groepen die historisch in een zwakkere positie zitten. Voor uw rechtspositie maakt dat onderscheid geen verschil.

U hebt onbedoeld iets racistisch gezegd: wat nu?

Luister naar de persoon die u hebt gekwetst en erken het effect van uw woorden, ook als uw bedoeling goed was. Een excuus zonder “maar zo bedoelde ik het niet” komt het best over.

Juridisch is één onbedoelde opmerking zelden strafbaar, maar herhaling op het werk kan wel gevolgen hebben voor uw arbeidsrelatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.