Gepubliceerd op 15 juni 2020 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Gaat u scheiden met kinderen, dan maakt u eerst samen een ouderschapsplan. Dat is verplicht voor gehuwden en geregistreerd partners (art. 815 Rv) en voor samenwonende ouders met gezamenlijk gezag (art. 1:247a BW). Alleen als een gezamenlijk plan echt niet lukt, kunt u dat in het verzoekschrift uitleggen.
Zonder ouderschapsplan neemt de rechtbank een echtscheidingsverzoek in beginsel niet in behandeling. In het plan legt u vast hoe u de zorg verdeelt, hoe u elkaar informeert en wat de kinderen kosten. Hieronder leest u wat er in het plan moet staan, hoe de zorgregeling en de kinderalimentatie werken en wat er geldt bij co-ouderschap.
Inhoudsopgave
Wat moet er in het ouderschapsplan staan?
De wet schrijft drie onderwerpen voor: de verdeling van de zorg of de omgang, de manier waarop u elkaar informeert en raadpleegt, en de kosten van de kinderen (art. 815 Rv). Daarnaast vermeldt u hoe u de kinderen bij het opstellen van het plan heeft betrokken.
Verder bent u vrij. Veel conflicten voorkomt u door meer vast te leggen dan het minimum. Spreek bijvoorbeeld af wie welke schoolkosten en contributies betaalt, hoe u vakanties en feestdagen verdeelt en wie beslist bij medische spoed. Leg ook vast hoe u omgaat met een verhuizing, met een nieuwe partner en met contact met de families van beide kanten.
Het ouderschapsplan is geen eeuwig document. Kinderen worden ouder, banen en woonplaatsen veranderen. Spreek daarom een vaste evaluatie af, bijvoorbeeld elke twee jaar. Hoe u een verouderd plan aanpast, leest u in ons artikel over het ouderschapsplan jaren later aanpassen.
Kunt u scheiden zonder ouderschapsplan?
Alleen bij uitzondering. Zonder ouderschapsplan verklaart de rechtbank het verzoek in beginsel niet-ontvankelijk (art. 815 Rv). Kunt u door omstandigheden geen gezamenlijk plan opstellen, dan onderbouwt u dat in het verzoekschrift en geeft u aan hoe u de kinderen wilt betrekken. De rechter kan dan zelf een regeling vaststellen.
Zorgregeling of omgangsregeling: wat is het verschil?
Hebben beide ouders gezag, dan verdeelt u de zorg in een zorgregeling. Heeft maar één ouder gezag, dan krijgt de andere ouder een omgangsregeling.
Het gezamenlijk gezag loopt na de scheiding gewoon door (art. 1:251 lid 2 BW). U blijft dus samen beslissen over school, medische behandelingen, verhuizing en paspoort. Heeft slechts één ouder het gezag, dan houdt de andere ouder recht op omgang met het kind (art. 1:377a BW).
Dat recht op omgang is stevig verankerd. De rechter ontzegt het alleen op een van de gronden die de wet noemt, bijvoorbeeld als omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind. Naast de omgang bestaat een informatie- en consultatieplicht: de ouder met gezag houdt de andere ouder op de hoogte van belangrijke zaken en raadpleegt hem of haar daarover (art. 1:377b BW).
Wat doet u als u het samen niet eens wordt?
Dan kan iedere ouder met gezag het geschil aan de rechtbank voorleggen (art. 1:253a BW). De rechter beslist wat in het belang van het kind is, bijvoorbeeld over de hoofdverblijfplaats of de zorgregeling.
Ook een verhuizing met de kinderen valt daaronder. Heeft u samen het gezag, dan mag uw ex niet zonder uw toestemming verhuizen als dat de zorgregeling raakt. De rechter weegt alle belangen af, waaronder de noodzaak van de verhuizing en de gevolgen voor het contact met de andere ouder. Wordt een vastgestelde regeling niet nageleefd, lees dan ons artikel over het niet naleven van de omgangsregeling.
Welke stem heeft uw kind?
Een kind van twaalf jaar of ouder wordt door de rechter gehoord in zaken over gezag, hoofdverblijf, omgang en het ouderschapsplan (art. 809 Rv). Horen is niet hetzelfde als beslissen: de mening van het kind weegt mee, maar is niet doorslaggevend.
Dat gebeurt in een apart kindgesprek, zonder de ouders erbij. Ook jongere kinderen kan de rechter horen als hij dat nodig vindt. Leg uw kind uit dat het mag zeggen wat het vindt, maar niet hoeft te kiezen. Wat de wens van het kind betekent, werken wij uit in ons artikel over de wensen van het kind bij omgangsregelingen.
Hoe wordt kinderalimentatie berekend?
Beide ouders betalen naar draagkracht mee aan de kosten van hun minderjarige kinderen (art. 1:404 BW). Woont het kind vooral bij de andere ouder, dan betaalt u een bijdrage: de kinderalimentatie. Die plicht staat los van het huwelijk en van het gezag.
De berekening verloopt in twee stappen. Eerst wordt de behoefte van het kind vastgesteld aan de hand van het gezinsinkomen toen u nog samen was. Daarna wordt gekeken welke draagkracht elke ouder heeft, en wordt de behoefte naar verhouding over beide ouders verdeeld.
Rechters gebruiken hiervoor het rapport van de Expertgroep Alimentatienormen, in de praktijk de Tremanormen. Dat rapport is geen wet, maar rechters volgen het vrijwel altijd. De versie van januari 2026 geldt vanaf 1 januari 2026.
| Rekenregel Tremanormen (versie januari 2026) | Waarde |
|---|---|
| Inkomensgrens minimumdraagkracht (netto besteedbaar inkomen plus kindgebonden budget) | € 1.950 per maand of minder |
| Minimumdraagkracht bij die inkomensgrens | € 25 voor één kind, € 50 voor twee of meer kinderen samen |
| Zorgkorting bij minder dan 1 dag zorg per week | 5% |
| Zorgkorting bij gemiddeld 1 dag per week | 15% |
| Zorgkorting bij gemiddeld 2 dagen per week | 25% |
| Zorgkorting bij gemiddeld 3 dagen per week | 35% |
Bron: rapport alimentatienormen, versie januari 2026, gepubliceerd op de site van de Rechtspraak. Er is geen wettelijk maximum, maar de bijdrage is nooit hoger dan de behoefte van het kind. Hoe de berekening in uw situatie uitpakt, leest u bij kinderalimentatie berekenen.
Telt de kinderbijslag mee?
Ja, op twee manieren. Met de kinderbijslag is rekening gehouden in de tabel waarmee het eigen aandeel in de kosten wordt bepaald. Het kindgebonden budget dat een ouder na de scheiding ontvangt, telt mee bij diens draagkracht.
Hoe werkt kinderalimentatie bij co-ouderschap?
Bij co-ouderschap verdeelt u de zorg- en opvoedingstaken ongeveer gelijk en woont het kind afwisselend bij beide ouders. Het begrip staat niet in de wet. Drie dagen bij de ene ouder en vier bij de andere geldt in de praktijk als co-ouderschap.
Dat u bij co-ouderschap geen alimentatie betaalt, is een hardnekkig misverstand. Verdient de ene ouder duidelijk meer dan de andere, dan blijft er vaak toch een bijdrage over. Rechters splitsen de kosten dan vaak in verblijfskosten, die elke ouder draagt in de tijd dat het kind bij hem of haar is, en verblijfsoverstijgende kosten, zoals kleding en contributies.
Een voorbeeld uit de rechtspraak: de rechtbank Midden-Nederland (7 juli 2026) stelde de behoefte van de kinderen op € 1.805 per maand. Van de verblijfskosten droeg elke ouder de helft, vanwege het co-ouderschap. De vrouw had een veel hogere draagkracht dan de man en moest hem daarom voorlopig € 446 per maand betalen, ook al stond het hoofdverblijf bij haar.
Maak vooraf afspraken over de kosten. Een gezamenlijke kinderrekening waarop beide ouders naar verhouding storten, samen met de kinderbijslag, voorkomt veel discussie. Meer leest u in ons artikel over kinderalimentatie en co-ouderschap.
Co-ouderschap vraagt veel van ouders. U moet regelmatig en zakelijk kunnen overleggen, en de woningen moeten praktisch bereikbaar zijn vanaf school en de sportclub.
Gaat de alimentatie elk jaar omhoog?
Ja. De alimentatie wordt elk jaar per 1 januari automatisch verhoogd met het indexeringspercentage dat de minister vaststelt (art. 1:402a BW). U hoeft daarvoor niets te doen en er is geen beslissing van de rechter voor nodig.
De betalende ouder moet de verhoging zelf toepassen. Gebeurt dat niet, dan kunt u het verschil vorderen. Houd wel rekening met de verjaringstermijn van vijf jaar voor alimentatietermijnen (art. 3:308 BW). Blijft betaling helemaal uit, dan kunt u de inning kosteloos overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO), dat verdergaande bevoegdheden heeft dan u zelf.
Hoe lang loopt de alimentatie na het achttiende jaar?
Tot het kind eenentwintig jaar is. Ouders betalen tot die leeftijd mee aan de kosten van levensonderhoud en studie (art. 1:395a BW).
Vanaf achttien jaar is de bijdrage verschuldigd aan het kind zelf. Het kind kan de bijdrage ook zelfstandig bij de rechter vragen. Stopt het kind met school, dan eindigt de verplichting niet vanzelf; eigen inkomsten of een afgebroken opleiding kunnen wel een reden zijn om de bijdrage te laten wijzigen. Stop niet op eigen houtje met betalen, want dan bouwt u een achterstand op die alsnog kan worden geïnd.
Kinderalimentatie gaat vóór partneralimentatie. Partneralimentatie duurt sinds 1 januari 2020 in beginsel de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar en enkele uitzonderingen (art. 1:157 BW).
Wanneer kunt u de alimentatie laten wijzigen?
Als de bijdrage door gewijzigde omstandigheden niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet (art. 1:401 BW). Ook een afspraak die vanaf het begin op onjuiste of onvolledige gegevens berustte, kan worden herzien.
Denk aan het verlies van werk, een veel hoger of lager inkomen, de geboorte van een kind in een nieuw gezin, een andere zorgverdeling of een verhuizing waardoor de reiskosten sterk veranderen.
Een wijziging werkt niet vanzelf. Zolang de oude beschikking of overeenkomst geldt, blijft u het oude bedrag verschuldigd. Leg een nieuwe afspraak schriftelijk vast, of dien een verzoek tot wijziging in bij de rechtbank; daarvoor heeft u een advocaat nodig. Laat een nieuwe afspraak zo nodig door de rechter vastleggen, zodat u een executoriale titel houdt.
Wat doet u als de communicatie met uw ex-partner stroef loopt?
Houd de communicatie zakelijk en beperkt tot het kind. Stuur korte berichten over praktische zaken, gebruik één kanaal en voer geen discussies over het verleden via de app. Een mediator kan nieuwe afspraken vastleggen in een aanvulling op het ouderschapsplan, die u door de rechter kunt laten vastleggen.
Blijft overleg onmogelijk, dan is parallel ouderschap een reële tussenoplossing. Beide ouders voeren hun eigen huishouden zonder afstemming over de dagelijkse gang van zaken. Er zijn alleen vaste overdrachtsmomenten en u wisselt informatie schriftelijk uit.
Escaleert het verder en wordt het contact met een van de ouders geblokkeerd, dan komt de rechter in beeld. Alleen in uitzonderlijke gevallen kent de rechter het gezag dan aan één ouder toe (art. 1:251a BW). Zie ook ons artikel over ouderverstoting en loyaliteitsconflicten.
Waar vindt u de regels?
De wettelijke kaders staan in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rekenregels staan in het rapport van de Expertgroep Alimentatienormen. Een breder overzicht geven wij in ons artikel over kinderen en scheiden.
Wat kunnen wij doen bij scheiden met kinderen?
- Het ouderschapsplan met u opstellen en controleren of het de verplichte onderdelen bevat (art. 815 Rv).
- De kinderalimentatie berekenen volgens de Tremanormen, inclusief zorgkorting of co-ouderschapsberekening.
- Een geschil over de zorgregeling, het hoofdverblijf of een verhuizing aan de rechtbank voorleggen (art. 1:253a BW).
- Beoordelen of een bestaande bijdrage door gewijzigde omstandigheden kan worden aangepast (art. 1:401 BW).
In het kort
- Een ouderschapsplan is verplicht bij scheiding van gehuwden en geregistreerd partners, en bij samenwonende ouders met gezamenlijk gezag.
- Kinderen van twaalf jaar en ouder worden door de rechter gehoord, maar beslissen niet.
- Kinderalimentatie volgt de Tremanormen; bij een laag inkomen geldt in 2026 een minimumdraagkracht van € 25 per maand voor één kind.
- Ook bij co-ouderschap kan alimentatie verschuldigd zijn als de inkomens verschillen.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina scheidingsadvocaat.
