Gepubliceerd op 27 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Een strafbeschikking is een straf die de officier van justitie zelf oplegt, zonder tussenkomst van de rechter, op grond van artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering. Het Openbaar Ministerie kan die uitvaardigen voor overtredingen en voor misdrijven waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat. U kunt binnen veertien dagen verzet doen; doet u niets, dan wordt de straf onherroepelijk.
Inhoudsopgave
Wat is een strafbeschikking en waar staat die in de wet?
De strafbeschikking is een daad van vervolging, geen aanbod. Dat is het wezenlijke verschil met de oude transactie: bij een transactie kocht u strafvervolging af, bij een strafbeschikking is de straf al opgelegd. De officier van justitie stelt daarbij zelf vast dat u schuldig bent aan het feit. Wilt u dat oordeel niet accepteren, dan moet u zelf in actie komen. Het onderscheid met andere afdoeningsvormen zetten wij uiteen in ons artikel over OM-transactie, strafbeschikking en dagvaarding.
De grondslag ligt in titel IVa van het tweede boek van het Wetboek van Strafvordering, de artikelen 257a tot en met 257h. Die titel is ingevoerd met de Wet OM-afdoening (Staatsblad 2006, 330) en is vanaf 2008 gefaseerd in werking getreden. Het doel was tweeledig: de rechter ontlasten en veelvoorkomende zaken sneller afdoen. Voor u betekent het dat de zaak wordt afgedaan zonder zitting, tenzij u die zitting zelf afdwingt.
Verwar de strafbeschikking niet met een bestuurlijke boete. Een bestuurlijke boete wordt opgelegd door een bestuursorgaan op grond van bestuursrecht, met bezwaar en beroep bij de bestuursrechter. Een strafbeschikking is strafrecht: zij leidt bij een misdrijf tot een aantekening in de justitiële documentatie en de rechtsgang loopt via verzet naar de strafrechter. Ook de Mulder-boete voor een lichte verkeersovertreding is iets anders; die valt onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en levert geen strafblad op.
Voor welke feiten mag het OM een strafbeschikking uitvaardigen?
Artikel 257a Sv trekt de grens bij de wettelijke maximumstraf: overtredingen en misdrijven waarop niet meer dan zes jaar gevangenisstraf is gesteld. In de praktijk gaat het om winkeldiefstal, eenvoudige mishandeling, bedreiging, vernieling, openbare dronkenschap en rijden onder invloed. Dat de wettelijke bovengrens zes jaar is, betekent niet dat het OM zware zaken zo afdoet: bij een complex dossier, een betwiste schuldvraag of een kwetsbare verdachte kiest het Openbaar Ministerie voor een dagvaarding, zodat de rechter oordeelt.
Belangrijk is wat het OM niet mag. Een gevangenisstraf kan nooit bij strafbeschikking worden opgelegd; vrijheidsbeneming blijft voorbehouden aan de rechter. Blijkt uit het dossier dat een onvoorwaardelijke celstraf passend is, dan hoort de zaak op zitting thuis. Ontvangt u een oproep om uw zaak bij het OM zelf toe te lichten, lees dan eerst wat er tijdens zo een OM-zitting over de strafbeschikking gebeurt.
Welke straffen kan het Openbaar Ministerie opleggen?
De sancties die het OM zelf kan opleggen, zijn limitatief opgesomd in artikel 257a Sv. Het gaat om een geldboete, een taakstraf van ten hoogste honderdtachtig uur, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van ten hoogste zes maanden, een onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen en de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer. Daarnaast kan het OM aanwijzingen opleggen waaraan u zich moet houden, zoals een gebiedsverbod, een contactverbod of deelname aan een behandeling.
Die aanwijzingen zijn geen bijzaak. Zij gelden gedurende een proeftijd en houdt u zich er niet aan, dan kan de zaak alsnog voor de rechter komen. Wordt u een taakstraf opgelegd, dan gelden dezelfde uitvoeringsregels als bij een door de rechter opgelegde taakstraf; hoe die uitvoering verloopt, leest u in ons artikel over het Nederlandse systeem van taakstraffen. Weigert u de taakstraf uit te voeren, dan volgt vervangende hechtenis.
De schadevergoedingsmaatregel verdient aparte aandacht, omdat die niet aan de staat maar aan het slachtoffer ten goede komt. Het Centraal Justitieel Incassobureau int het bedrag en keert het uit. Accepteert u de strafbeschikking, dan staat daarmee ook de civiele schade in beginsel vast; betwist u de hoogte daarvan, dan is dat een zelfstandige reden om verzet te overwegen in plaats van te betalen.
Wie mag een strafbeschikking opleggen?
De officier van justitie is de hoofdregel. Daarnaast kent de wet twee afgeleide bevoegdheden. Artikel 257b Sv geeft aangewezen opsporingsambtenaren de bevoegdheid om voor bepaalde, eenvoudig vast te stellen feiten zelf een strafbeschikking met een geldboete uit te vaardigen. Artikel 257ba Sv regelt de bestuurlijke strafbeschikking, waarmee daartoe aangewezen lichamen en personen met een publieke taak, zoals gemeenten en omgevingsdiensten, overlast- en milieufeiten kunnen afdoen.
Dat onderscheid heeft praktische betekenis. Ook een strafbeschikking van een buitengewoon opsporingsambtenaar of van een gemeente is strafrecht en dus vatbaar voor verzet bij de strafrechter, niet voor bezwaar bij het bestuursorgaan. Wie het verkeerde rechtsmiddel kiest, verliest tijd die hij bij een fatale termijn van veertien dagen niet heeft.
Moet het OM u eerst horen?
Niet altijd, maar vaker dan mensen denken. Artikel 257c Sv verplicht het Openbaar Ministerie de verdachte te horen voordat bepaalde sancties worden opgelegd. Bij een taakstraf, een ontzegging van de rijbevoegdheid of een gedragsaanwijzing moet het OM nagaan of u die sanctie kunt en wilt vervullen; dat vergt een gesprek. Bij een geldboete speelt de vraag of u die kunt betalen. Tijdens dat horen mag u zich laten bijstaan door een advocaat, en dat is verstandig zodra er meer op het spel staat dan een boete.
Het horen is bovendien het moment waarop u de schuldvaststelling ter discussie kunt stellen voordat zij op papier staat. Betwist u de feiten, dan is dat gesprek de goedkoopste plek om dat te doen. Wordt u niet gehoord terwijl de wet dat wel voorschrijft, dan is dat een zelfstandig argument in het verzet.
Hoe stelt u verzet in en welke termijn geldt?
De hoofdregel van artikel 257e Sv is streng: u kunt verzet doen binnen veertien dagen nadat de strafbeschikking in persoon aan u is uitgereikt, of nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit blijkt dat u met de strafbeschikking bekend bent. Voor overtredingen die per post zijn afgedaan geldt een ruimere regeling: dan kunt u tot uiterlijk zes weken na toezending verzet doen, mits de opgelegde geldboete niet hoger is dan driehonderdveertig euro, de strafbeschikking binnen vier maanden na het feit is verzonden en naar het juiste adres is gestuurd.
Het verzet dient u in bij het parket van de officier van justitie, niet bij de rechtbank en niet bij het CJIB. Zet erin waarom u het niet eens bent met de beschikking en onderbouw dat met stukken. Betaal in de tussentijd niet: betaling geldt als aanvaarding van de straf en maakt de beschikking onherroepelijk. Twijfelt u over de afweging, dan helpt ons artikel over het wel of niet accepteren van een strafbeschikking u op weg.
Wat gebeurt er nadat u verzet heeft ingesteld?
Na ontvangst van het verzet heeft de officier van justitie twee mogelijkheden. Hij kan de strafbeschikking intrekken of wijzigen, bijvoorbeeld omdat uw stukken hem overtuigen of omdat er een fout in de omschrijving van het feit staat. Doet hij dat niet, dan brengt hij de zaak alsnog voor de strafrechter en ontvangt u een dagvaarding met een zittingsdatum.
Op die zitting wordt de zaak volledig opnieuw beoordeeld. De rechter is niet gebonden aan het oordeel van de officier: hij kan vrijspreken, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren, een lagere straf opleggen, maar ook een hogere. Dat laatste risico moet u meewegen. Verzet alleen omdat u de boete hoog vindt, zonder argument over de feiten, de bewijsvraag of de evenredigheid, is zelden een goed plan. Verzet op grond van een aantoonbaar onjuiste feitomschrijving, een geschonden hoorplicht of ontbrekend bewijs is dat wel.
Wat betekent een strafbeschikking voor uw strafblad en uw VOG?
Een strafbeschikking wegens een misdrijf leidt tot een aantekening in de justitiële documentatie. De Rijksoverheid formuleert het onvoorwaardelijk: bij een misdrijf krijgt u een strafblad als u ten tijde van het feit twaalf jaar of ouder was. Bij overtredingen hangt registratie af van het soort feit en van de opgelegde straf. Wat er precies wordt vastgelegd en hoe lang, beschrijven wij in ons artikel over strafblad en justitiële documentatie.
Die aantekening speelt op bij de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag. Justis beoordeelt of het feit relevant is voor de functie waarvoor u de verklaring nodig heeft; een vermogensdelict weegt zwaar bij een functie met financiële verantwoordelijkheid, een geweldsdelict bij werken met kinderen. Voor wie een VOG nodig heeft voor zijn werk, kan een strafbeschikking van enkele honderden euro een veel groter probleem zijn dan het bedrag doet vermoeden. Wat dat concreet betekent, leest u in ons artikel over een strafblad bij werk en sollicitatie.
Wat gebeurt er als u niet betaalt en geen verzet doet?
Dan wordt de strafbeschikking onherroepelijk en gaat het Centraal Justitieel Incassobureau over tot tenuitvoerlegging. Eerst volgen aanmaningen met verhogingen, daarna kan het CJIB verhaal nemen op uw inkomen of bezittingen. Uiteindelijk kan de officier van justitie gijzeling vorderen bij de kantonrechter. Gijzeling is geen straf maar een pressiemiddel: de vordering blijft na afloop gewoon openstaan. Wat er stap voor stap gebeurt, zetten wij uiteen in ons artikel over het niet betalen van een strafbeschikking.
Kunt u het bedrag niet in een keer opbrengen, vraag dan tijdig een betalingsregeling aan bij het CJIB in plaats van de brieven te laten liggen. Betalingsonmacht is geen grond voor verzet, maar wel een reden om het gesprek over de executie aan te gaan.
Wat u zelf kunt doen bij een strafbeschikking
Begin bij de beschikking zelf. Controleer de omschrijving van het feit, de datum, de plaats en de opgelegde sanctie, en vergelijk dat met wat er volgens u is gebeurd. Noteer de uiterste verzetdatum meteen. Vraag daarna de processtukken op bij het parket, zodat u weet waarop de schuldvaststelling berust. Pas als u dat dossier heeft gezien, kunt u beoordelen of verzet kans maakt.
Weeg vervolgens twee dingen tegen elkaar af: het risico dat de rechter hoger straft, en het belang van een schone justitiële documentatie. Gaat het om een misdrijf en heeft u een VOG nodig, dan weegt dat tweede belang meestal zwaarder dan het boetebedrag. De regels zelf kunt u nalezen in het Wetboek van Strafvordering, in de Aanwijzing OM-strafbeschikking van het Openbaar Ministerie en op de pagina van de Rijksoverheid over de vraag wanneer u een strafblad krijgt.
Law & More beoordeelt uw strafbeschikking, de onderliggende stukken en de termijn, en zegt u eerlijk of verzet in uw geval verstandig is. U bereikt ons kantoor in Eindhoven op +31 40 369 06 80.
Veelgestelde vragen over de strafbeschikking
Hoeveel tijd heb ik om verzet te doen tegen een strafbeschikking?
Veertien dagen nadat de strafbeschikking in persoon aan u is uitgereikt of nadat blijkt dat u ermee bekend bent (artikel 257e Sv). Is een overtreding per post afgedaan met een geldboete van niet meer dan driehonderdveertig euro, dan loopt de termijn tot uiterlijk zes weken na toezending.
Kan het OM mij via een strafbeschikking gevangenisstraf opleggen?
Nee. Artikel 257a Sv laat een geldboete, een taakstraf van ten hoogste honderdtachtig uur, een ontzegging van de rijbevoegdheid van ten hoogste zes maanden, onttrekking aan het verkeer, de schadevergoedingsmaatregel en aanwijzingen toe. Vrijheidsbeneming blijft voorbehouden aan de rechter.
Krijg ik een strafblad door een strafbeschikking?
Bij een misdrijf wel: volgens de Rijksoverheid krijgt u een strafblad als u ten tijde van het feit twaalf jaar of ouder was. Bij overtredingen hangt registratie af van het feit en de opgelegde straf. Die aantekening kan meewegen bij de beoordeling van een VOG-aanvraag door Justis.
Kan ik nog verzet doen als ik de boete al heb betaald?
In beginsel niet. Betaling geldt als aanvaarding van de strafbeschikking en maakt haar onherroepelijk. Wilt u verzet doen, betaal dan niet zolang de verzettermijn loopt, ook niet om verhogingen te voorkomen.
Kan de rechter na verzet een hogere straf opleggen?
Ja. De strafrechter beoordeelt de zaak volledig opnieuw en is niet gebonden aan het oordeel van de officier van justitie. Vrijspraak is mogelijk, maar een hogere straf ook. Weeg dat risico af tegen het belang van een schone justitiële documentatie.
Wat gebeurt er als ik niets doe en niet betaal?
De strafbeschikking wordt onherroepelijk en het CJIB gaat tot tenuitvoerlegging over: aanmaningen met verhogingen, daarna verhaal op inkomen of bezittingen. Als sluitstuk kan de officier van justitie gijzeling vorderen. Gijzeling is een drukmiddel; de vordering blijft daarna openstaan.
Mag een gemeente of een boa ook een strafbeschikking opleggen?
Ja. Artikel 257b Sv geeft aangewezen opsporingsambtenaren die bevoegdheid voor bepaalde feiten, en artikel 257ba Sv regelt de bestuurlijke strafbeschikking voor onder meer overlast- en milieufeiten. Ook daartegen staat verzet open bij de strafrechter, niet bezwaar bij het bestuursorgaan.