Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 september 2026
Valsheid in geschrifte is strafbaar gesteld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Wie een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk het als echt en onvervalst te gebruiken, riskeert ten hoogste zes jaren gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Hetzelfde geldt voor wie zo een geschrift opzettelijk gebruikt.
Inhoudsopgave
Wat is valsheid in geschrifte volgens artikel 225 Sr?
De bepaling staat in Titel XII van Boek Twee van het Wetboek van Strafrecht, die gaat over valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken. Het eerste lid van artikel 225 Sr strafbaar stelt het maken of veranderen van het valse stuk. Het tweede lid richt zich op degene die het valse stuk gebruikt alsof het echt is, en kent dezelfde strafbedreiging. Die twee varianten worden in de praktijk vaak samen ten laste gelegd, bijvoorbeeld wanneer iemand een loonstrook zelf aanpast en die vervolgens bij een hypotheekaanvraag indient.
Het onderscheid tussen valselijk opmaken en vervalsen is klein maar bestaat wel. Van valselijk opmaken is sprake wanneer het geschrift van meet af aan een onjuiste inhoud krijgt of onder een valse naam wordt opgesteld. Van vervalsen is sprake wanneer een bestaand, op zichzelf echt stuk achteraf wordt gewijzigd, bijvoorbeeld doordat een bedrag of een datum wordt aangepast. Beide varianten vallen onder dezelfde strafbepaling.
Het delict komt in de praktijk in herkenbare vormen voor. Een handtekening die door een ander wordt gezet onder een overeenkomst. Een werkgeversverklaring met een inkomen dat niet klopt. Een aangepaste factuur in een subsidiedossier. Een diploma dat nooit is behaald. Een urenregistratie die achteraf wordt bijgewerkt om een declaratie te onderbouwen. Wat die gevallen bindt, is dat een ander op het stuk moest afgaan. Ons artikel over liegen over uw diploma laat zien hoe snel zoiets in het arbeidsrecht en het strafrecht tegelijk terechtkomt.
Wanneer is een geschrift bestemd om tot bewijs te dienen?
Dit is het element waarop de meeste zaken draaien. Niet elk papier of bestand is een geschrift met bewijsbestemming. Beslissend is of het stuk in het maatschappelijk verkeer een bewijsfunctie vervult, dus of anderen erop plegen af te gaan bij het nemen van een beslissing. Een arbeidsovereenkomst, een factuur, een jaarrekening, een bankafschrift, een loonstrook, een taxatierapport en een diploma hebben die functie zonder meer.
Aan de andere kant van de streep liggen stukken zonder die functie: een persoonlijke aantekening, een kladversie, een interne memo die nergens buiten wordt gebruikt, of een tekst die naar zijn aard vrijblijvend is. Een geschrift hoeft overigens niet op papier te staan; een digitaal bestand, een e-mail of een pdf valt er evengoed onder, en juist bij digitale stukken speelt de vraag naar de bewijsbestemming vaak scherp.
Belangrijk is verder dat het niet nodig is dat er daadwerkelijk schade is ontstaan. Voldoende is dat het stuk anderen kon misleiden. Ook is niet vereist dat het valse stuk daadwerkelijk is gebruikt: het valselijk opmaken met het bijbehorende oogmerk is op zichzelf al strafbaar. Dat maakt het delict ruimer dan veel verdachten verwachten.
Welke rol speelt het opzet en het oogmerk?
Artikel 225 Sr eist meer dan een onjuist document. Het eerste lid verlangt het oogmerk om het geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken. Het tweede lid verlangt opzet op het gebruik van een stuk waarvan de verdachte weet dat het vals is. Een administratieve vergissing, een verkeerd overgenomen bedrag of een slordig bijgehouden urenstaat levert daarom geen valsheid in geschrifte op, hoe vervelend de gevolgen ook zijn.
Het Openbaar Ministerie moet dat opzet bewijzen, en dat gebeurt zelden met een bekentenis. In de praktijk wordt het opzet afgeleid uit de omstandigheden: is er persoonlijk of financieel voordeel behaald, is het patroon herhaald, was de onjuistheid zo evident dat de verdachte die moet hebben gezien, en is er moeite gedaan om de wijziging te verhullen. Die redenering is aanvechtbaar, en juist daar ligt vaak de ruimte voor de verdediging. Toestemming van alle betrokkenen kan bovendien betekenen dat het misleidingselement ontbreekt, al is dat geen automatische vrijbrief wanneer een derde, zoals een bank of een uitkeringsinstantie, op het stuk moest afgaan.
Welke straf staat op valsheid in geschrifte?
Het wettelijk maximum is zes jaren gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. De boetecategorieen staan in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht; de vijfde categorie bedraagt sinds 1 januari 2026 ten hoogste 110.000 euro. Dat maximum wordt vrijwel nooit opgelegd. Het is bedoeld voor de zwaarste gevallen, zoals stelselmatige fraude met een groot aantal documenten of vervalsing binnen een crimineel samenwerkingsverband.
Bij een enkel vervalst stuk, een beperkt nadeel en een blanco justitiele documentatie eindigt een zaak in de praktijk doorgaans met een taakstraf, een geldboete of een voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd. Naarmate het nadeel oploopt, het aantal documenten toeneemt of de vervalsing beroepsmatig is opgezet, wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf reeel. Strafverzwarend werken verder het misbruik van een vertrouwenspositie, bijvoorbeeld door een boekhouder of een notarisklerk, en het risico dat door de vervalsing is ontstaan: een vervalst medisch diploma weegt zwaarder dan een vervalst deelnamecertificaat.
Naast de hoofdstraf kan de rechter het wederrechtelijk verkregen voordeel ontnemen en de vordering van een benadeelde partij toewijzen. Ook een beroepsverbod is mogelijk wanneer het feit in de uitoefening van een beroep is gepleegd. Over de bredere gevolgen schreven wij in ons artikel over de gevolgen van een strafblad.
Wanneer geldt een bijzondere bepaling in plaats van artikel 225 Sr?
Artikel 225 Sr is de algemene bepaling. Voor bepaalde soorten documenten kent de wet een bijzondere strafbepaling die voorgaat. De belangrijkste is artikel 231 Sr, dat gaat over reisdocumenten en identiteitsbewijzen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 9 november 2021 uitgemaakt dat artikel 231 Sr in die gevallen als bijzondere bepaling voorgaat op artikel 225 Sr (ECLI:NL:HR:2021:1627). In dezelfde uitspraak verwierp de Hoge Raad de opvatting dat een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs alleen een identiteitsbewijs is als de houder in Nederland woont.
De strafbedreiging van beide artikelen is gelijk, maar voor de tenlastelegging maakt het verschil. Een verdediging die aanvoert dat het verkeerde artikel is gekozen, kan daarmee soms een vrijspraak bereiken. Daarnaast bestaan er bijzondere bepalingen voor valsheid in authentieke akten en voor valse opgaven die in een authentieke akte worden opgenomen; ook daar geldt dat de juiste kwalificatie ertoe doet.
Valsheid in geschrifte staat bovendien zelden alleen. Het delict duikt op naast oplichting, verduistering, faillissementsfraude, belastingfraude en witwassen, omdat een vervalst document meestal het middel is en niet het doel. Ons artikel over een onjuiste belastingaangifte laat zien waar de grens ligt tussen een fiscale correctie en een strafzaak, en ons artikel over de straf bij identiteitsfraude behandelt de aanpalende bepalingen.
Hoe wordt valsheid in geschrifte bewezen?
Het bewijs valt uiteen in twee delen: dat het stuk vals is, en dat de verdachte daar opzet op had. Het eerste deel is doorgaans technisch. Bij papieren stukken onderzoekt een documentdeskundige papiersoort, inkt, druktechniek en of er sporen van wijziging zijn. Bij handtekeningen vergelijkt een schriftdeskundige het betwiste exemplaar met onbetwist vergelijkingsmateriaal. Bij digitale stukken gaat het om metadata, versiegeschiedenis, logbestanden en de vraag vanaf welk account een bestand is bewerkt.
Het tweede deel is bijna altijd indirect bewijs: verklaringen van medewerkers, e-mailverkeer waarin over de aanpassing wordt gesproken, en de vraag wie voordeel had bij de wijziging. Voor de verdediging is dit het interessantste deel van het dossier, omdat een deskundigenrapport dat de valsheid overtuigend aantoont nog niets zegt over de vraag wie het stuk heeft vervalst. In ons artikel over bewijs verzamelen in strafzaken gaan wij in op de grenzen die daarbij gelden.
Wordt u door een bedrijf beschuldigd op basis van een intern onderzoek, let dan op de wijze waarop dat onderzoek is uitgevoerd. Een rapport dat berust op eenzijdig geselecteerde stukken, op een gesprek zonder dat u wist dat u als verdachte werd gehoord, of op onrechtmatig ingezien e-mailverkeer, verliest aan waarde zodra de zaak bij het Openbaar Ministerie belandt.
Welke verweren zijn mogelijk?
De verdediging volgt de bestanddelen van de delictsomschrijving. Het eerste verweer betreft de bewijsbestemming: had het stuk in het maatschappelijk verkeer werkelijk een bewijsfunctie, of ging het om een concept, een interne notitie of een vrijblijvende opgave? Het tweede verweer betreft de valsheid zelf: is de inhoud objectief onjuist, of gaat het om een verdedigbare uitleg, een schatting of een boeking die achteraf anders wordt gewaardeerd?
Het derde verweer is het opzet en het oogmerk. Wie kan onderbouwen dat hij afging op informatie van een ander, dat een medewerker buiten zijn medeweten handelde, of dat de wijziging met instemming van alle betrokkenen is aangebracht, ondergraaft het opzetbewijs. Daarnaast loont het te onderzoeken of het juiste artikel is ten laste gelegd, of het onderzoek vormvrij is verlopen en of de redelijke termijn is overschreden. Levert dat geen vrijspraak op, dan is er nog de strafmaat, en soms een afdoening zonder rechter; ons artikel over een strafblad voorkomen beschrijft die routes.
Wat betekent valsheid in geschrifte voor een onderneming?
Vervalsing gebeurt zelden in een vacuum. Wordt binnen een onderneming een factuur, een urenstaat of een subsidieverantwoording aangepast, dan komt niet alleen de betrokken medewerker in beeld. Artikel 51 Sr maakt het mogelijk de rechtspersoon zelf te vervolgen wanneer de gedraging in de sfeer van de rechtspersoon heeft plaatsgevonden, en daarnaast degenen die tot het feit opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven. Een bestuurder die signalen negeerde en niet ingreep terwijl hij daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden was, kan langs die weg persoonlijk verdachte worden.
De gevolgen reiken bovendien verder dan de strafzaak. Een lopend onderzoek raakt de financiering en de verzekerbaarheid, en bij aanbestedingen kan een onherroepelijke veroordeling tot uitsluiting leiden. Toezichthouders kunnen langs bestuursrechtelijke weg optreden, en de Belastingdienst kan een fiscale correctie met een vergrijpboete opleggen naast de strafzaak. Voor een onderneming is de vraag daarom zelden alleen of iemand veroordeeld wordt, maar vooral hoe de organisatie zelf buiten de tenlastelegging blijft.
Wie op een misstand stuit, doet er verstandig aan het interne onderzoek van meet af aan juridisch te laten begeleiden. Bewaar de originele stukken en de digitale sporen ongewijzigd, leg vast wie wanneer toegang had, en hoor betrokkenen pas nadat duidelijk is in welke hoedanigheid zij worden gehoord. Overweeg daarnaast of aangifte in het belang van de onderneming is: een eigen melding wordt door het Openbaar Ministerie doorgaans anders gewogen dan een zaak die door een externe melding aan het rollen komt. Een goed opgezet onderzoek voorkomt bovendien dat het bewijs later onbruikbaar blijkt.
Veelgestelde vragen
Wat valt precies onder valsheid in geschrifte?
Het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk het als echt en onvervalst te gebruiken (artikel 225 lid 1 Sr). Ook het opzettelijk gebruikmaken van zo een geschrift is strafbaar (artikel 225 lid 2 Sr), met dezelfde strafbedreiging.
Welke straf staat op valsheid in geschrifte?
Ten hoogste zes jaren gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie, per 1 januari 2026 maximaal 110.000 euro. Dat zijn wettelijke maxima; in de praktijk legt de rechter bij een enkel vervalst document en een blanco strafblad doorgaans een taakstraf of een geldboete op, eventueel met een voorwaardelijk deel.
Is een vergissing in een document strafbaar?
Nee. Artikel 225 Sr eist opzet en bovendien het oogmerk om het geschrift als echt en onvervalst te gebruiken. Een invoerfout, een verkeerd overgenomen bedrag of een slordige administratie levert daarom geen valsheid in geschrifte op. Het Openbaar Ministerie moet het opzet bewijzen; twijfel daarover komt de verdachte ten goede.
Geldt artikel 225 Sr ook voor een vals rijbewijs of paspoort?
Nee, daarvoor geldt artikel 231 Sr als bijzondere bepaling voor reisdocumenten en identiteitsbewijzen. De Hoge Raad heeft bevestigd dat die bepaling voorgaat op artikel 225 Sr. De strafbedreiging is dezelfde, maar de tenlastelegging moet wel op het juiste artikel worden gebaseerd.
Wanneer is een geschrift bestemd om tot bewijs te dienen?
Als het in het maatschappelijk verkeer een bewijsfunctie vervult, dus als anderen erop plegen af te gaan. Contracten, facturen, loonstroken, jaarrekeningen, werkgeversverklaringen en diploma s vallen daaronder. Een persoonlijke aantekening, een klad of een duidelijk vrijblijvende notitie in beginsel niet.
Wat kan ik doen als ik ergens van word beschuldigd?
Zeg bij het politieverhoor niets voordat u met een advocaat hebt gesproken en laat het dossier beoordelen. De verdediging richt zich meestal op de bewijsbestemming van het geschrift, op het ontbreken van opzet of oogmerk, en op de vraag of het document werkelijk in strijd met de waarheid is opgemaakt. Ook een sepot of een afdoening buiten de rechter is soms haalbaar.
Bijstand bij een verdenking van valsheid in geschrifte
Valsheid in geschrifte lijkt een papieren delict, maar het raakt vrijwel altijd meer dan het dossier alleen: een veroordeling werkt door in een verklaring omtrent het gedrag, in beroepsuitoefening en in lopende civiele procedures. Wordt u uitgenodigd voor een verhoor of ontvangt u een dagvaarding, laat het dossier dan beoordelen voordat u verklaart. Law & More staat verdachten bij in fraude- en valsheidszaken vanuit Eindhoven en Amsterdam; onze strafrechtadvocaten beoordelen graag uw positie. Een uitgebreidere behandeling van het delict vindt u ook in ons artikel over de betekenis en gevolgen van valsheid in geschrifte.