Voorarrest: betekenis, gronden en termijnen

voorarrest betekenis consult advocaat

Gepubliceerd op 25 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Voorarrest is de verzamelnaam voor de vrijheidsbeneming van een verdachte voordat de strafrechter over de zaak heeft beslist. Het omvat de ophouding voor onderzoek, de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis. Het Wetboek van Strafvordering laat voorarrest alleen toe bij de misdrijven van artikel 67 Sv en alleen op een van de gronden van artikel 67a Sv, en de duur ervan is nauw begrensd.

Wat voorarrest precies inhoudt

Voorarrest is geen straf. Het is een dwangmiddel dat het onderzoek en de rechtsgang moet beschermen, en het wordt bij een latere veroordeling van de opgelegde straf afgetrokken op grond van artikel 27 Sr. Wie in voorarrest zit, geldt nog altijd als onschuldig; de onschuldpresumptie van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens blijft onverkort gelden.

De vrijheidsbeneming verloopt in stappen die elk hun eigen beslisser en hun eigen termijn hebben. Na de aanhouding wordt de verdachte voorgeleid aan de hulpofficier van justitie en kan hij worden opgehouden voor onderzoek. Daarna kan de officier van justitie of de hulpofficier de inverzekeringstelling bevelen. Wil het Openbaar Ministerie de verdachte langer vasthouden, dan moet de rechter-commissaris eraan te pas komen: eerst voor de bewaring, daarna beslist de raadkamer van de rechtbank over de gevangenhouding.

Belangrijk voor de leesbaarheid van elk advies over dit onderwerp: het nieuwe Wetboek van Strafvordering is in maart 2026 in het Staatsblad geplaatst, maar treedt per boek en bij koninklijk besluit in werking, met 1 april 2029 als streefdatum. De hierna genoemde artikelnummers zijn dus de nummers die vandaag gelden.

In welke gevallen voorlopige hechtenis is toegestaan

Voorlopige hechtenis mag niet bij ieder strafbaar feit. Artikel 67 Sv somt de gevallen limitatief op. De hoofdregel is dat het moet gaan om een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Daarnaast noemt het artikel een reeks specifieke misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis ook mogelijk is terwijl het strafmaximum lager ligt, bijvoorbeeld bepaalde vormen van bedreiging, mishandeling en verduistering.

Er is een aanvullende ingang voor verdachten zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Bij hen kan voorlopige hechtenis ook worden toegepast bij misdrijven waarop een lagere straf staat, omdat het risico bestaat dat zij niet bij de zitting verschijnen. In de praktijk verklaart dat waarom een verdachte zonder inschrijving in de basisregistratie eerder wordt vastgehouden dan een verdachte met een vast adres.

Naast een geval uit artikel 67 Sv zijn ernstige bezwaren nodig: de verdenking moet stevig zijn en meer inhouden dan het redelijke vermoeden van schuld dat voor een aanhouding volstaat. Ontbreken die ernstige bezwaren, dan kan de rechter-commissaris de vordering tot bewaring afwijzen, hoe zwaar het feit ook is.

Op welke gronden de rechter beslist

Artikel 67a Sv geeft de gronden. De eerste is vluchtgevaar: er moet uit bepaalde gedragingen of persoonlijke omstandigheden blijken dat de verdachte zich aan de vervolging of de tenuitvoerlegging zal onttrekken. De tweede categorie bestaat uit gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid. Daaronder vallen onder meer de zogenoemde twaalfjaarsgrond, waarbij het gaat om een misdrijf met een strafmaximum van twaalf jaren of meer dat de rechtsorde ernstig heeft geschokt, het gevaar voor herhaling van bepaalde misdrijven, en de recidivegrond bij vermogensdelicten.

De derde grond is de onderzoeksgrond: de hechtenis is nodig om de waarheid aan het licht te brengen anders dan door verklaringen van de verdachte zelf. Die grond ziet op het risico dat de verdachte getuigen beinvloedt of bewijsmateriaal laat verdwijnen, en zij vervalt zodra het onderzoek op dat punt is afgerond. Een raadsman zal daarop bij iedere volgende raadkamerzitting wijzen.

Artikel 67a Sv bevat bovendien een belangrijke rem, het anticipatiegebod: er wordt geen bevel tot voorlopige hechtenis gegeven wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte een kortere vrijheidsstraf zal worden opgelegd dan de duur van de hechtenis. Het voorarrest mag dus niet langer duren dan de straf die redelijkerwijs te verwachten is.

De termijnen op een rij

Na de aanhouding kan de verdachte worden opgehouden voor onderzoek. Vervolgens kan een inverzekeringstelling worden bevolen die ten hoogste drie dagen duurt en die bij dringende noodzakelijkheid eenmaal met ten hoogste drie dagen kan worden verlengd (artikel 57 en 58 Sv). Binnen die periode moet de verdachte worden voorgeleid aan de rechter-commissaris, die toetst of de inverzekeringstelling rechtmatig is (artikel 59a Sv).

Wil het Openbaar Ministerie de verdachte daarna vasthouden, dan vordert het bewaring bij de rechter-commissaris. De bewaring duurt volgens de Rechtspraak maximaal veertien dagen. Daarna beslist de raadkamer van de rechtbank over de gevangenhouding. Die kan in totaal oplopen tot negentig dagen, waarbij de rechtbank de verlenging in tranches beoordeelt. Is die termijn van negentig dagen vol, dan moet de zaak op zitting worden gebracht en beslist de zittingsrechter steeds opnieuw over voortzetting van de hechtenis.

De veelgehoorde stelling dat het voorarrest elke vier weken opnieuw wordt getoetst, klopt dus niet. Het ritme wordt bepaald door de wettelijke fasen: eerst de toets van de rechter-commissaris, dan de bewaring, dan de gevangenhouding en de verlengingen daarvan, en ten slotte de zitting. Wel kan de verdediging op elk moment om opheffing of schorsing vragen, zodat een tussentijdse beoordeling altijd mogelijk is. Hoe lang het geheel kan duren, werkten wij uit in ons artikel over de duur van de voorlopige hechtenis.

Schorsing en opheffing van het voorarrest

Opheffing en schorsing zijn twee verschillende dingen. Opheffing betekent dat de grond voor de hechtenis is weggevallen, bijvoorbeeld omdat het onderzoek is afgerond of omdat de ernstige bezwaren zijn verzwakt. Schorsing betekent dat de hechtenis in stand blijft maar tijdelijk niet wordt uitgevoerd, onder voorwaarden. De basis daarvoor is artikel 80 Sv; de Rechtspraak licht de procedure voor opheffing of schorsing toe.

De rechter verbindt aan een schorsing altijd algemene voorwaarden: de verdachte verschijnt op iedere zitting waar zijn aanwezigheid is vereist, hij onttrekt zich niet aan de tenuitvoerlegging van een eventuele straf en hij werkt mee aan zijn identificatie. Daarnaast kunnen bijzondere voorwaarden worden opgelegd, zoals een contactverbod, een gebiedsverbod, een meldplicht bij de politie, elektronisch toezicht met een enkelband, een behandelverplichting of het stellen van zekerheid. Welke voorwaarden in de praktijk worden gesteld, beschrijven wij in ons artikel over de voorwaarden voor schorsing van de voorlopige hechtenis.

Een schorsingsverzoek staat of valt met het alternatief dat u aanbiedt. Een verdachte met een vast adres, werk of een opleiding, een hulpverleningstraject dat al is opgestart en een familie die zich borg stelt, geeft de rechter concrete redenen om het risico aanvaardbaar te achten. Een verzoek dat alleen op de persoonlijke omstandigheden wijst zonder waarborgen te bieden, slaagt zelden.

Uw rechten tijdens het voorarrest

De verdachte heeft recht op bijstand van een raadsman, ook voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor. Bij misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, wordt een raadsman toegevoegd zodra de inverzekeringstelling is bevolen. Maak van dat recht gebruik voordat u verklaart: wat in de eerste uren wordt gezegd, bepaalt vaak de rest van het dossier. Wij schreven daarover in ons artikel over het politieverhoor.

Daarnaast geldt het zwijgrecht. De verdachte is niet verplicht te antwoorden en moet daarop voor het verhoor worden gewezen. Zwijgen mag niet als bewijs tegen u worden gebruikt, al kan een blijvend zwijgen bij een dossier dat om uitleg vraagt wel meewegen in de bewijswaardering. Wanneer zwijgen verstandig is en wanneer juist niet, bespreken wij in ons artikel over het zwijgrecht.

Verder heeft de verdachte recht op kennisneming van de processtukken, op bijstand van een tolk, op medische zorg en op het informeren van een familielid over zijn detentie. In sommige zaken legt de officier van justitie beperkingen op, waardoor contact met de buitenwereld tijdelijk alleen via de advocaat mogelijk is. Die beperkingen zijn ingrijpend en de verdediging kan daartegen opkomen; zij leiden bovendien tot een hogere schadevergoeding als de zaak later zonder straf eindigt.

Aftrek en schadevergoeding na afloop

Volgt een veroordeling tot een vrijheidsstraf, dan wordt de tijd die in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht daarvan afgetrokken (artikel 27 Sr). Eindigt de zaak zonder oplegging van straf of maatregel, bijvoorbeeld door vrijspraak of een sepot, dan kan de gewezen verdachte om vergoeding vragen van de schade die hij door de vrijheidsbeneming heeft geleden. De grondslag daarvoor is artikel 533 Sv; voor de kosten van de raadsman en de reiskosten bestaat een aparte regeling in artikel 530 Sv.

De Rechtspraak hanteert daarbij standaardbedragen per dag: 160 euro voor een dag op het politiebureau, 120 euro voor een dag in een huis van bewaring en 35 euro extra per dag waarop beperkingen golden. Voor uitleveringsdetentie en klinische observatie geldt eveneens 120 euro per dag. Die bedragen zijn forfaitair; de rechter kan daarvan afwijken wanneer de omstandigheden dat rechtvaardigen.

Let op de termijn. Een verzoek op grond van artikel 533 of 530 Sv moet binnen negentig dagen na het eindigen van de zaak worden ingediend. Dat is een korte termijn die in de praktijk regelmatig wordt gemist. Meer daarover leest u in ons artikel over schadevergoeding na vrijspraak. Toewijzing is overigens niet vanzelfsprekend: de rechter kent een vergoeding toe voor zover daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Veelgestelde vragen

Wat betekent voorarrest?

Voorarrest is de vrijheidsbeneming van een verdachte voordat de rechter over zijn zaak heeft beslist. Het omvat de ophouding voor onderzoek, de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis in de vorm van bewaring en gevangenhouding. Het is een dwangmiddel en geen straf, en het wordt bij een veroordeling van de opgelegde straf afgetrokken.

Hoe lang mag iemand in voorarrest blijven?

De inverzekeringstelling duurt ten hoogste drie dagen en kan eenmaal met ten hoogste drie dagen worden verlengd. De bewaring duurt daarna maximaal veertien dagen. De gevangenhouding kan in totaal oplopen tot negentig dagen, waarna de zaak op zitting moet komen en de rechter telkens opnieuw over voortzetting beslist. Het anticipatiegebod van artikel 67a Sv stelt daarbij een bovengrens: het voorarrest mag niet langer duren dan de te verwachten straf.

Wanneer mag voorlopige hechtenis worden toegepast?

Alleen in de gevallen van artikel 67 Sv, in beginsel bij misdrijven waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat, aangevuld met een limitatieve lijst van specifieke misdrijven en met een aparte regeling voor verdachten zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Daarnaast zijn ernstige bezwaren nodig en moet een van de gronden van artikel 67a Sv aanwezig zijn.

Kan het voorarrest tussentijds worden beeindigd?

Ja. De verdediging kan opheffing vragen wanneer de gronden zijn weggevallen, of schorsing onder voorwaarden op grond van artikel 80 Sv. Bij een schorsing blijft het bevel bestaan maar wordt het niet uitgevoerd, bijvoorbeeld tegen een meldplicht, elektronisch toezicht, een contactverbod of zekerheidstelling. Bij overtreding van de voorwaarden kan de schorsing worden opgeheven.

Krijg ik een vergoeding als ik word vrijgesproken?

Dat kan. Eindigt de zaak zonder oplegging van straf of maatregel, dan kunt u op grond van artikel 533 Sv om vergoeding van de schade door de vrijheidsbeneming vragen, en op grond van artikel 530 Sv om vergoeding van kosten. De Rechtspraak hanteert forfaitaire dagbedragen van 160 euro voor het politiebureau en 120 euro voor het huis van bewaring, met 35 euro extra per dag met beperkingen. Dien het verzoek in binnen negentig dagen na het eindigen van de zaak.

Bijstand tijdens voorarrest

De eerste dagen van een voorarrest bepalen vaak de loop van de hele zaak: wat er wordt verklaard, of er beperkingen komen en of een schorsingsverzoek meteen kansrijk kan worden gemaakt. De strafrechtadvocaten van Law and More staan verdachten bij vanaf het politieverhoor, voeren verweer bij de rechter-commissaris en de raadkamer, bereiden schorsingsverzoeken voor met concrete waarborgen en dienen na afloop tijdig het verzoek om schadevergoeding in. Meer over onze werkwijze leest u op onze pagina over een strafrechtadvocaat inschakelen.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.