Gepubliceerd op 18 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Wanneer is bedreiging strafbaar? Alleen als iemand opzettelijk dreigt met een van de misdrijven die artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht limitatief opsomt, en de uiting van dien aard is dat bij de bedreigde redelijke vrees kon ontstaan dat dat misdrijf daadwerkelijk zou worden gepleegd. Op bedreiging staat een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Inhoudsopgave
Wat is bedreiging volgens artikel 285 Sr?
Bedreiging is in het Nederlandse strafrecht geen algemeen begrip maar een nauw omschreven delict. Artikel 285 Sr stelt strafbaar het opzettelijk bedreigen van een ander met een van de daar genoemde misdrijven. Wie roept dat hij iemand zal slaan, dreigt weliswaar met geweld, maar gewone mishandeling staat niet in de opsomming. Wie dreigt de ander te vermoorden of in elkaar te trappen tot hij invalide is, dreigt wel met een misdrijf uit de lijst.
Die keuze van de wetgever verklaart waarom veel gedrag dat als bedreigend wordt ervaren, buiten artikel 285 Sr valt. Dat betekent niet dat er niets tegen te doen is: dwang, belaging, smaad, opruiing, discriminatie en doxing zijn afzonderlijk strafbaar gesteld, en daarnaast staat de civiele weg open. Voor de vraag of het openbaar ministerie op grond van artikel 285 Sr kan vervolgen, is de opsomming echter beslissend.
Een tweede eigenschap van het delict is dat het niet vereist dat de dreiger zijn woorden ook wil uitvoeren. Strafbaar is het teweegbrengen van de vrees, niet het voornemen. Iemand die uit frustratie doodsbedreigingen stuurt zonder ook maar de bedoeling te hebben ze waar te maken, pleegt daarmee toch het misdrijf van artikel 285 Sr.
Wanneer is bedreiging strafbaar: de vier voorwaarden
De rechter toetst vier dingen. Er moet zijn gedreigd met een misdrijf dat in artikel 285 Sr staat. De bedreiging moet de bedreigde hebben bereikt, want zonder kennisneming kan er geen vrees ontstaan. De uiting moet naar aard en omstandigheden redelijke vrees kunnen wekken dat dat misdrijf zou worden gepleegd. En de verdachte moet opzet hebben gehad op het bedreigende karakter van zijn uiting.
Die vier voorwaarden gelden naast elkaar. Ontbreekt er een, dan volgt vrijspraak, ook als de uiting op iedereen onaangenaam overkomt. Dat verklaart waarom aangiften van bedreiging betrekkelijk vaak worden geseponeerd: de woorden waren te vaag, ze zijn nooit bij het slachtoffer terechtgekomen, of ze verwezen naar een misdrijf dat niet in de opsomming staat.
De toets is bovendien geobjectiveerd. Niet uw eigen angstgevoel is beslissend, maar de vraag of in de gegeven omstandigheden redelijke vrees kon ontstaan. Een uitzonderlijk angstig slachtoffer maakt een loze opmerking niet strafbaar, en een stoere reactie van het slachtoffer maakt een serieuze doodsbedreiging niet ongedaan.
Met welke misdrijven moet zijn gedreigd?
Artikel 285 Sr noemt onder meer bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, met geweld tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, met verkrachting, met aanranding, met enig misdrijf tegen het leven gericht, met gijzeling, met zware mishandeling en met brandstichting.
Een misdrijf tegen het leven gericht is de meest voorkomende variant: doodsbedreigingen. Voor het onderscheid tussen de achterliggende levensdelicten is ons artikel over doodslag en het verschil met moord verhelderend. Zware mishandeling is de tweede veelvoorkomende variant, waarbij de dreiging gericht moet zijn op letsel dat verder gaat dan een blauw oog: blijvend letsel, botbreuken of iets van vergelijkbare ernst.
Bedreiging met diefstal, met vernieling van een fiets of met het verspreiden van roddels valt buiten artikel 285 Sr. Dreigt iemand met openbaarmaking van gevoelige informatie om iets af te dwingen, dan komt eerder afpersing of dwang in beeld. Dreigt iemand met een aanslag of met het in brand steken van een pand, dan zit u wel in de opsomming, ook als het bij woorden blijft.
Wat betekent redelijke vrees in de rechtspraak?
De Hoge Raad hanteert als maatstaf dat de bedreiging van dien aard moet zijn en onder zodanige omstandigheden moet zijn gedaan, dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd zou worden gepleegd. Dat is een contextuele toets, waarin de woorden zelf slechts een van de factoren zijn.
Meegewogen worden de plaats en het moment, de relatie tussen de betrokkenen, eerdere incidenten, de aanwezigheid van een wapen, het aantal betrokkenen aan de kant van de dreiger en de wijze waarop de uiting is gedaan. Dezelfde zin kan in een verhitte discussie tussen bekenden onvoldoende zijn en in een gerichte reeks nachtelijke berichten aan een onbekende wel strafbaar.
Voor uitingen die niet rechtstreeks aan een persoon zijn gericht, is de eis dat de bedreiging het slachtoffer heeft bereikt of dat de dreiger de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat zou gebeuren. Een dreigement dat alleen aan derden is verteld en dat het slachtoffer nooit onder ogen kreeg, levert doorgaans geen voltooide bedreiging op.
Is opzet vereist, en telt voorwaardelijk opzet mee?
Opzet is vereist, maar in verzwakte vorm. Voldoende is dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uiting bij de ander redelijke vrees zou wekken. Dat is voorwaardelijk opzet, en het is in bedreigingszaken de gebruikelijke grondslag. De verdachte hoeft dus niet te hebben gewild dat het slachtoffer bang werd; het is genoeg dat hij die kans op de koop toe nam.
Het verweer dat het maar een grap was, of dat de woorden in dronkenschap zijn gevallen, strandt daarom vaak. Alcohol- of drugsgebruik sluit opzet in beginsel niet uit; het kan hooguit meewegen bij de strafoplegging. Alleen bij een aantoonbare stoornis die iedere wilsvorming uitsloot, komt ontbreken van opzet of ontoerekenbaarheid in beeld.
Wel kan de context de opzet ontkrachten. Een uitgesproken hyperbool in een duidelijk schertsende omgeving, of een citaat uit een liedtekst, kan zo worden uitgelegd dat de verdachte redelijkerwijs niet hoefde te verwachten dat dit als serieuze dreiging zou worden opgevat. De rechter beoordeelt dat aan de hand van alles wat rond de uiting is gebeurd.
Wat is het verschil tussen bedreiging, belaging en intimidatie?
Intimidatie is geen strafrechtelijk begrip. Wat in het spraakgebruik intimidatie heet, valt juridisch uiteen in verschillende delicten. Bedreiging vraagt om een dreiging met een van de misdrijven van artikel 285 Sr. Belaging, geregeld in artikel 285b Sr, vraagt juist om stelselmatigheid: het wederrechtelijk, stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen of vrees aan te jagen.
Dat verschil heeft praktische gevolgen. Bedreiging kan uit een enkele uiting bestaan en het openbaar ministerie kan ambtshalve vervolgen. Belaging is een klachtdelict: zonder klacht van het slachtoffer volgt geen vervolging. Die klacht moet op grond van artikel 66 Sr worden ingediend binnen drie maanden nadat de gerechtigde van het feit kennis heeft genomen. Op belaging staat een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie. Meer daarover leest u in ons artikel over stalking en doxing.
Kwetsende of beschuldigende uitlatingen vallen weer onder een derde spoor: belediging, smaad en laster, ook alle klachtdelicten. De grens daartussen is niet altijd scherp, en dezelfde gedraging kan meerdere delicten opleveren. Ons overzicht van belediging, smaad en laster zet de vereisten naast elkaar. Sinds 1 januari 2024 is bovendien doxing zelfstandig strafbaar gesteld in artikel 285d Sr.
Is bedreiging via WhatsApp of sociale media ook strafbaar?
Ja. Artikel 285 Sr stelt geen eisen aan het medium. Een spraakbericht, een direct bericht, een reactie onder een bericht, een e-mail of een brief kan een bedreiging opleveren, zolang aan de vier voorwaarden is voldaan. Het schriftelijke karakter kan de zaak zelfs zwaarder maken: een schriftelijke bedreiging onder een bepaalde voorwaarde, dus in de vorm van een eis, kent een strafmaximum van vier jaren.
Digitale bedreigingen hebben bewijstechnisch een voordeel: zij laten sporen na. Bewaar berichten in hun oorspronkelijke vorm, met tijdstempel en afzender, en maak schermafdrukken waarop het profiel zichtbaar is. Verwijder niets, ook niet als het pijnlijk is om terug te lezen. De politie kan gegevens bij een aanbieder vorderen, maar bewaartermijnen zijn beperkt, dus snelheid helpt.
Anonimiteit biedt minder bescherming dan daders denken; account- en verkeersgegevens zijn in een strafrechtelijk onderzoek vorderbaar. Bij uitingen die zich richten tegen een groep komt daarnaast opruiing of het aanzetten tot haat in beeld. De samenloop van die delicten met bedreiging bespreken wij in ons artikel over online bedreiging en haatzaaien via sociale media.
Welke straf staat op bedreiging?
Op de basisvariant van artikel 285 Sr staat een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vijfde categorie, sinds 1 januari 2026 ten hoogste 110.000 euro. Voor een schriftelijke bedreiging onder een bepaalde voorwaarde geldt ten hoogste vier jaren. Bedreiging met een terroristisch misdrijf kent een maximum van zes jaren. Richt de bedreiging zich tegen bepaalde functionarissen, waaronder bewindspersonen, burgemeesters, rechters, journalisten en opsporingsambtenaren, dan wordt de gevangenisstraf met een derde verhoogd.
Die maxima zeggen weinig over wat een rechter daadwerkelijk oplegt. In veruit de meeste zaken blijft het bij een taakstraf, een geldboete of een korte, deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden zoals een contactverbod of een behandelverplichting. Het openbaar ministerie werkt met een richtlijn voor strafvordering die uitgaat van de ernst van de dreiging, het gebruik van een wapen en eerdere veroordelingen. Hoe de rechter tussen strafsoorten kiest, leest u in ons artikel over taakstraf, geldboete of gevangenisstraf.
Omdat bedreiging een misdrijf is met een strafmaximum van drie jaren, verjaart het recht op strafvervolging na zes jaren, gerekend vanaf de dag na het feit. Een veroordeling wordt opgenomen in de justitiele documentatie en kan doorwerken bij een aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag.
Omdat op bedreiging een strafmaximum van vier jaren of meer kan staan in de verzwaarde varianten, is voorlopige hechtenis in die gevallen mogelijk. Bij de kale basisvariant blijft de verdachte meestal op vrije voeten en volgt een dagvaarding of een oproeping voor een zitting bij de politierechter. Een strafbeschikking van het openbaar ministerie komt eveneens voor; daartegen kunt u binnen veertien dagen verzet doen, waarna de zaak alsnog aan de rechter wordt voorgelegd.
Hoe doet u aangifte en wat gebeurt er daarna?
Aangifte doet u bij de politie, mondeling of schriftelijk. Neem alles mee wat de bedreiging vastlegt: berichten, opnamen, gegevens van getuigen, en een eigen tijdlijn van wat er wanneer is gebeurd. Beschrijf niet alleen de woorden, maar ook de omstandigheden waaronder ze vielen; juist die context bepaalt of van redelijke vrees sprake kon zijn. Wat u van het proces mag verwachten, staat in ons artikel over aangifte doen bij de politie.
Na de aangifte beslist de officier van justitie over vervolging. Dat kan uitmonden in een dagvaarding, een strafbeschikking of een sepot. Bent u het met een sepot oneens, dan kunt u daarover op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering beklag doen bij het gerechtshof, dat de officier alsnog tot vervolging kan bevelen. Die klacht is aan een termijn gebonden, dus wacht er niet mee.
Loopt er dreiging op korte termijn, dan hoeft u de strafzaak niet af te wachten. Het openbaar ministerie kan een gedragsaanwijzing opleggen, bijvoorbeeld een contact- of gebiedsverbod, en de civiele rechter kan in kort geding een straatverbod met dwangsom opleggen. Als slachtoffer hebt u in de strafzaak spreekrecht en kunt u zich als benadeelde partij voegen om schade te vorderen.
Welke verweren voert een verdachte?
De verdediging zet doorgaans in op de vier voorwaarden. Was er wel gedreigd met een misdrijf uit de opsomming, of ging het om vage of algemene taal? Heeft de uiting het slachtoffer bereikt? Kon in deze context redelijke vrees ontstaan, of ging het om een uit de hand gelopen ruzie tussen bekenden waarin over en weer stevige taal viel? En was er opzet, ook in voorwaardelijke vorm?
Daarnaast speelt het bewijs. Bedreiging is vaak een zaak van een verklaring tegenover een verklaring. Een enkele aangifte is onvoldoende: de rechter heeft steunbewijs nodig. Berichten, camerabeelden of getuigen die de uiting hebben gehoord, geven de doorslag. Bent u verdachte, dan is het verstandig eerst met een advocaat te overleggen voordat u een verklaring aflegt; u hebt het recht om te zwijgen en het recht op bijstand tijdens het verhoor.
Veelgestelde vragen
Moet de dreiging echt uitgevoerd kunnen worden?
Nee. Beslissend is of redelijke vrees kon ontstaan, niet of de dreiger de bedreiging kon of wilde waarmaken. Een lege dreiging valt dus gewoon onder artikel 285 Sr, mits zij aan de overige voorwaarden voldoet.
Is een dreigement zonder concrete woorden strafbaar?
Dat kan. Een gebaar met een wapen of een snijdende beweging langs de keel kan een bedreiging met een misdrijf tegen het leven opleveren. De uiting hoeft niet uit woorden te bestaan, zolang de betekenis ervan duidelijk is.
Kan ik aangifte doen namens iemand anders?
Aangifte van een misdrijf mag iedereen doen die er kennis van draagt. Bij klachtdelicten zoals belaging, smaad en laster is dat anders: daar is een klacht nodig van degene tegen wie het feit is gepleegd.
Wat als de bedreiging binnen een relatie plaatsvindt?
Bedreiging in de huiselijke sfeer is even strafbaar en wordt in de praktijk zwaarder gewogen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid van een tijdelijk huisverbod en van civiele maatregelen als een contactverbod met dwangsom.
Hoe lang kan ik nog aangifte doen?
Het recht op strafvervolging voor bedreiging verjaart na zes jaren. Wacht daar niet op: hoe verser het bewijs, hoe groter de kans dat de zaak rond komt. Bij klachtdelicten geldt bovendien de kortere klachttermijn van drie maanden.
Telt een bedreiging tegen mijn gezin ook mee?
Een dreigement dat zich richt tegen uw partner of kinderen is een bedreiging van hen. Zij zijn dan zelf de bedreigde partij en kunnen aangifte doen. Bereikt zo een uiting u en niet hen, dan kan zij afhankelijk van de omstandigheden nog steeds als bedreiging van u worden gezien.
Krijg ik schadevergoeding?
U kunt zich als benadeelde partij voegen in het strafproces en vergoeding vorderen van schade die rechtstreeks door het feit is geleden, waaronder immateriele schade. Is de vordering te ingewikkeld voor de strafrechter, dan verwijst die u naar de civiele rechter.
Advies bij een aangifte of verdenking van bedreiging
De tekst van de aangehaalde bepalingen vindt u in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering; een algemene toelichting op de strafprocedure staat bij de Rechtspraak. Of een uiting de drempel van artikel 285 Sr haalt, hangt af van details die in het dossier moeten worden vastgelegd. De strafrechtadvocaten van Law & More staan zowel slachtoffers als verdachten bij, van de aangifte of het eerste verhoor tot de zitting.