Online bedreiging en haatzaaien: wanneer is het strafbaar?

Telefoon met het scherm naar beneden op een donkere tafel onder een lamp

Gepubliceerd op 15 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

Een bericht op social media is strafbaar als bedreiging zodra u iemand dreigt met bijvoorbeeld de dood, zware mishandeling, brandstichting of seksueel geweld, op een manier die bij de ander in redelijkheid vrees kan wekken (artikel 285 Sr). Vage of boze uitlatingen zijn meestal niet strafbaar, tenzij ze aanzetten tot haat of geweld tegen een groep (artikel 137d Sr) of steeds terugkomen en dan als belaging gelden (artikel 285b Sr).

Een diverse groep mensen kijkt bezorgd naar hun telefoons en laptops, met digitale social media-iconen op de achtergrond die online bedreigingen en haatzaaien symboliseren.

De wet maakt geen verschil tussen een online bedreiging en een bedreiging op straat. In dit artikel leest u welke uitingen strafbaar zijn, hoe rechters de grens trekken, welke straffen gelden en wat u als slachtoffer kunt doen.

Welke online uitingen zijn strafbaar, en onder welk artikel?

Een groep jonge volwassenen zit in een moderne werkomgeving met laptops en smartphones, ze kijken bezorgd en geconcentreerd terwijl ze sociale media gebruiken.

Online bedreiging en haatzaaien vallen onder verschillende artikelen van het Wetboek van Strafrecht. Welk artikel van toepassing is, bepaalt ook de maximale straf.

GedragingWetsartikelMaximale strafKlacht nodig?
Bedreiging met onder meer een levensdelict, zware mishandeling, brandstichting of verkrachtingArt. 285 lid 1 Sr2 jaar of geldboete vierde categorieNee
Schriftelijke bedreiging onder een voorwaarde (“betaal, anders …”)Art. 285 lid 2 Sr4 jaarNee
Belaging (stalking)Art. 285b Sr3 jaarJa
Doxing: persoonsgegevens verspreiden om angst of ernstige overlast te veroorzakenArt. 285d Sr2 jaarNee
Groepsbelediging vanwege ras, godsdienst, seksuele gerichtheid of handicapArt. 137c Sr1 jaarNee
Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegen zo’n groepArt. 137d Sr1 jaar; 2 jaar bij een beroep of gewoonteNee
Opruiing: in het openbaar oproepen tot een strafbaar feit of geweldArt. 131 Sr5 jaarNee
Afdreiging: dreigen met onthulling om geld of iets anders te krijgenArt. 318 Sr3 jaarNee
Afpersing: dwingen met geweld of bedreiging met geweldArt. 317 Sr9 jaarNee

Stand wetten.overheid.nl, oktober 2026. Voor bepaalde vormen gelden hogere maxima, bijvoorbeeld bij bedreiging met een terroristisch misdrijf. Meer over de algemene regels leest u in cybercrime: wat is strafbaar online gedrag en wanneer bent u strafbaar bij online gedrag.

Wanneer is een dreigbericht een strafbare bedreiging?

Een advocaat bespreekt juridische criteria met een persoon bij een laptop met social media-iconen in een kantooromgeving.

Voor een veroordeling op grond van artikel 285 Sr moeten drie dingen vaststaan:

  1. Het bericht heeft de bedreigde bereikt. Een dreigement dat de ander nooit ziet, is geen voltooide bedreiging.
  2. Redelijke vrees. De uiting moet van zodanige aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn gedaan dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat het misdrijf zou worden gepleegd. Die toets is grotendeels objectief: of het slachtoffer echt bang was, is niet doorslaggevend.
  3. Opzet. De afzender moet opzet hebben op de bedreiging. Voorwaardelijk opzet is genoeg: wie bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn bericht de ander bereikt en angst aanjaagt, heeft opzet.

Rechters kijken daarbij naar de hele context: de relatie tussen afzender en ontvanger, eerdere conflicten, hoe concreet het dreigement is, hoe vaak berichten zijn gestuurd en of de afzender details noemt over tijd, plaats of methode. Een sarcastische opmerking tussen vrienden is iets anders dan een bericht aan een onbekende met diens huisadres erbij.

Een uitspraak: een Facebook-video over een volkstribunaal

Het gerechtshof Den Haag oordeelde op 15 september 2025 over een vrouw die op haar openbare Facebook-account met ruim 7.900 volgers een live-video had geplaatst. Ze zei dat agenten die bijdroegen aan een waterkanon-optreden een volkstribunaal verdienden en dat zij de doodstraf passend vond. Het hof vond bedreiging van politieambtenaren met een misdrijf tegen het leven bewezen.

Het hof achtte voorwaardelijk opzet voldoende, gezien het grote bereik van het account. Het beroep op de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) slaagde niet: de vrouw nam als burger deel aan het debat en kreeg niet de ruimere bescherming van journalisten of politici. Het hof legde wel geen straf op, vanwege de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en haar medische omstandigheden.

Waar ligt de grens tussen intimidatie en bedreiging?

Meestal geen bedreiging in de zin van art. 285 SrKan wel een bedreiging zijn
“Ik kom je nog wel tegen” zonder verdere context“Ik ga je vermoorden”
Algemene scheldpartijen en boze reacties“Ik steek je huis in brand”
“Iemand zou jou eens moeten …” (geen eigen dreigement)“Ik weet waar je woont” in combinatie met een concreet dreigement of foto van de woning

Ook wat geen bedreiging is, kan strafbaar zijn. Herhaalde intimiderende berichten kunnen belaging zijn, scheldwoorden belediging (artikel 266 Sr) en een oproep aan anderen om iemand iets aan te doen opruiing (artikel 131 Sr).

Wanneer wordt haatzaaien strafbaar?

Kritiek op ideeën, religies of beleid valt onder de vrijheid van meningsuiting, ook als die kritiek kwetsend is. Strafbaar wordt het als iemand een groep mensen beledigt vanwege hun ras, godsdienst of levensovertuiging, seksuele gerichtheid of handicap (artikel 137c Sr), of als iemand openlijk aanzet tot haat, discriminatie of geweld tegen zo’n groep (artikel 137d Sr). De rechter weegt daarbij of de uiting bijdraagt aan het publieke debat en of zij onnodig grievend is.

Ook wie zulke content deelt of verder verspreidt, kan strafbaar zijn: artikel 137e Sr stelt het openbaar maken en verspreiden van discriminerende uitingen apart strafbaar. Platforms hanteren daarnaast eigen regels en kunnen berichten verwijderen of accounts blokkeren, los van het strafrecht. Meer over de juridische gevolgen van online reputatieschade en de rol van sociale media in strafonderzoeken leest u in aparte artikelen.

Chantage, doxing en stalking: de andere vormen

Online chantage en sextortion

Dreigt iemand privéberichten of naaktbeelden te verspreiden als u niet betaalt of meer beelden stuurt, dan is dat afdreiging (artikel 318 Sr, maximaal drie jaar). Gebruikt of dreigt de dader met geweld, dan is het afpersing (artikel 317 Sr, maximaal negen jaar). Betaal niet: betalen leidt vaak tot nieuwe eisen. Meer hierover leest u bij sextortion en online afpersing.

Doxing

Sinds 1 januari 2024 is doxing een zelfstandig misdrijf (artikel 285d Sr). Strafbaar is het verzamelen of verspreiden van persoonlijke gegevens van een ander, zoals een huisadres, telefoonnummer of werkplek, met het oogmerk die persoon angst aan te jagen, ernstige overlast te bezorgen of ernstig te hinderen in zijn beroep. Daarop staat maximaal twee jaar gevangenisstraf.

Online stalking

Online stalking valt onder belaging (artikel 285b Sr): wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer, met het oogmerk die persoon te dwingen of vrees aan te jagen. Denk aan steeds nieuwe nepaccounts, berichten via meerdere platforms of het volgen van iemands locatie. Belaging is een klachtdelict: de officier van justitie vervolgt alleen als het slachtoffer een klacht indient. Zie ook belaging en stalking.

Welke straf legt de rechter in de praktijk op?

Bij een eerste online bedreiging zonder verdere escalatie leggen rechters vaak een taakstraf of een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf op. Daarnaast komen voor:

  • een contact- of gebiedsverbod als vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr);
  • een schadevergoedingsmaatregel ten gunste van het slachtoffer (artikel 36f Sr);
  • bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke straf, zoals een verbod op social media-contact met het slachtoffer.

Een veroordeling komt op het strafblad. Dat kan langdurige gevolgen hebben, bijvoorbeeld bij een aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) of een visum. Lees ook over de juridische schaduwkant van social media.

Wat doet u als u online wordt bedreigd?

  1. Leg bewijs vast. Maak screenshots van de volledige conversatie, met datum, tijd en gebruikersnaam. Bewaar ook de URL van het bericht en het profiel van de afzender. Verwijder het origineel niet.
  2. Bij acuut gevaar: bel 112. Dreigt iemand concreet met geweld op korte termijn, wacht dan niet.
  3. Doe aangifte. Dat kan op het politiebureau en voor een deel van de delicten online. Meer daarover leest u in aangifte doen bij de politie. Bij belaging of belediging dient u een klacht in.
  4. Meld het bij het platform. Vraag om verwijdering en blokkeer de afzender. Bewaar de bevestiging van de melding.
  5. Zoek steun. Slachtofferhulp Nederland biedt kosteloze begeleiding. Bij discriminatie kunt u ook terecht bij een antidiscriminatievoorziening in uw gemeente.

Komt de strafzaak er, dan kunt u zich voegen als benadeelde partij en schadevergoeding vorderen (artikel 51f Sv). Los van het strafrecht kan de civiele rechter in kort geding een contactverbod opleggen of de dader bevelen berichten te verwijderen.

Hoe helpen wij bij online bedreiging of haatzaaien?

Wij staan slachtoffers en verdachten bij in zaken over online bedreiging, stalking en haatzaaien. Meer over onze werkwijze leest u op de pagina strafrecht advocaat.

  • Wij beoordelen of de berichten vallen onder bedreiging, belaging, doxing of haatzaaien.
  • Wij helpen het bewijs vast te leggen en de aangifte voor te bereiden.
  • Wij stellen de vordering als benadeelde partij op (artikel 51f Sv).
  • Wij vragen in kort geding een contactverbod of verwijdering van berichten.
  • Wij staan u als verdachte bij tijdens het politieverhoor en op de zitting.

Veelgestelde vragen

Is een bedreiging in een besloten groepschat ook strafbaar?

Ja, als het bericht de bedreigde persoon bereikt. Dat hoeft niet rechtstreeks: ook als een groepslid het doorstuurt en de afzender daar rekening mee moest houden, kan opzet worden aangenomen. Voor haatzaaien en opruiing is wel nodig dat de uiting in het openbaar is gedaan.

Kan de politie een anonieme afzender achterhalen?

Vaak wel. Via de officier van justitie kan de politie bij een platform of provider gebruikers- en verkeersgegevens vorderen, zoals een IP-adres of gekoppeld telefoonnummer (artikelen 126na en 126n Sv). Bij buitenlandse platforms verloopt dat soms via een rechtshulpverzoek en duurt het langer.

Mag ik zelf de naam van de afzender online zetten?

Dat is riskant. Wie persoonsgegevens van een ander verspreidt om die persoon angst aan te jagen of overlast te bezorgen, kan zelf onder doxing (artikel 285d Sr) vallen. Een beschuldiging die niet te bewijzen is, kan smaad of laster opleveren. Laat het opsporen over aan de politie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.