Gepubliceerd op 9 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2026
Strafrechtelijke vervolging in Nederland begint op het moment dat het Openbaar Ministerie uw zaak aan de strafrechter voorlegt of zelf afdoet met een strafbeschikking. De officier van justitie is daartoe niet verplicht: volgens artikel 167 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan hij van vervolging afzien op gronden die aan het algemeen belang zijn ontleend.
Aan de vervolging gaat een opsporingsonderzoek vooraf. Dat start zodra er een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestaat. Hieronder leest u stap voor stap hoe het traject verloopt, van verdenking tot vonnis, welke rechten u hebt en welke termijnen u niet mag missen.
Inhoudsopgave
Wanneer bent u verdachte en wanneer begint de vervolging?
U bent verdachte zodra uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Vervolging begint pas later, als het Openbaar Ministerie de zaak aan de rechter voorlegt of zelf een strafbeschikking oplegt.
De maatstaf voor het verdachte-zijn staat in artikel 27 Sv. Vanaf dat moment gelden de waarborgen van het strafproces. U hoeft niet mee te werken aan uw eigen veroordeling. U hebt recht op bijstand van een advocaat. En u moet worden gewezen op uw zwijgrecht.
Verdachte zijn is dus nog geen vervolging. Vervolging begint doorgaans met een dagvaarding, of met een strafbeschikking die de officier zelf uitvaardigt. In de periode daarvoor doen politie en officier van justitie onderzoek. Zij verhoren u en getuigen, vorderen gegevens, laten sporen onderzoeken en zetten waar nodig dwangmiddelen in.
Welke delicten kunnen alleen na een klacht worden vervolgd?
Bij klachtdelicten mag het Openbaar Ministerie alleen vervolgen als het slachtoffer een klacht indient. Voorbeelden zijn belediging, belaging (artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht, Sr) en bepaalde vermogensdelicten binnen de familiekring.
Een klacht is iets anders dan een aangifte. Bij een klachtdelict is de uitdrukkelijke wens van het slachtoffer dat vervolging wordt ingesteld een voorwaarde voor de vervolging zelf. Degene die de klacht heeft gedaan, kan die volgens artikel 67 Sr binnen acht dagen na indiening weer intrekken. Bij alle andere delicten kan het Openbaar Ministerie ook zonder aangifte vervolgen. Bedreiging en mishandeling zijn dus geen klachtdelicten.
Kan een strafbaar feit verjaren?
Ja. Is een feit verjaard, dan kan het niet meer worden vervolgd. Artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht koppelt de lengte van de verjaringstermijn aan de strafbedreiging.
Voor misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf of een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat, verjaart het recht tot strafvordering niet. De termijnen per categorie zetten wij uiteen in ons artikel over de verjaringstermijnen in het strafrecht.
Hoe beslist het Openbaar Ministerie over vervolging?
Het Openbaar Ministerie weegt eerst of er genoeg bewijs is en daarna of vervolging opportuun is. Er bestaat geen recht op vervolging, ook niet voor het slachtoffer.
Nederland kent het opportuniteitsbeginsel. Volgens artikel 167 Sv gaat de officier van justitie tot vervolging over als het onderzoek daartoe aanleiding geeft. Hij kan van vervolging afzien op gronden die aan het algemeen belang zijn ontleend.
Wat is het verschil tussen een technisch sepot en een beleidssepot?
De officier kijkt eerst of er voldoende wettig bewijs is om een veroordeling te verwachten. Ontbreekt dat bewijs, dan volgt een technisch sepot.
Is er wel genoeg bewijs, maar is vervolging niet opportuun, dan volgt een beleidssepot. Redenen kunnen zijn: de geringe ernst van het feit, de ouderdom van de zaak, uw persoonlijke omstandigheden of een schaderegeling die al is getroffen. Een sepot kan ook voorwaardelijk zijn. Dan gelden gedurende een proeftijd voorwaarden, zoals het betalen van schadevergoeding, het volgen van een gedragsinterventie of een contactverbod.
Wat kunt u doen als het Openbaar Ministerie niet vervolgt?
Bent u als aangever of belanghebbende het niet eens met een beslissing om niet te vervolgen, dan kunt u klagen bij het gerechtshof. Die beklagprocedure staat in artikel 12 Sv. Het hof kan het Openbaar Ministerie bevelen alsnog te vervolgen. Hoe die procedure verloopt, leest u in ons artikel over de artikel 12-procedure.
Wanneer legt de officier zelf een straf op?
Vervolgt het Openbaar Ministerie wel, dan is de rechter niet de enige route. Voor overtredingen en voor misdrijven waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat, kan de officier volgens artikel 257a Sv zelf een straf opleggen met een strafbeschikking.
Die strafbeschikking kan bestaan uit een geldboete, een taakstraf van ten hoogste 180 uur, een ontzegging van de rijbevoegdheid van ten hoogste zes maanden of een aanwijzing. Bent u het daarmee oneens, dan moet u binnen veertien dagen verzet doen. Laat u die termijn verlopen, dan wordt de strafbeschikking onherroepelijk en kan zij worden tenuitvoergelegd. Het verschil met een dagvaarding en met de transactie bespreken wij in ons artikel over de strafbeschikking en de dagvaarding.
Hoe lang mag u worden vastgehouden?
Na aanhouding mag u maximaal negen uur worden opgehouden voor onderzoek. Daarna kan inverzekeringstelling, bewaring en gevangenhouding volgen, in totaal tot honderdtien dagen voordat uw zaak inhoudelijk op zitting komt.
Hoe lang duren ophouden voor onderzoek en inverzekeringstelling?
De termijn van negen uur staat in artikel 56a Sv. De uren tussen middernacht en negen uur in de ochtend tellen niet mee. Binnen die periode wordt u verhoord en beslist de (hulp)officier van justitie of u langer moet blijven.
Volgt inverzekeringstelling, dan duurt die volgens artikel 57 Sv maximaal drie dagen. Bij dringende noodzaak kan die termijn eenmaal met drie dagen worden verlengd. Tijdens de inverzekeringstelling wordt u voorgeleid aan de rechter-commissaris, die toetst of de vrijheidsbeneming rechtmatig is.
Hoe lang duren bewaring en gevangenhouding?
De rechter-commissaris kan de inbewaringstelling bevelen voor maximaal veertien dagen. Daarna beslist de raadkamer van de rechtbank, bestaande uit drie rechters, over gevangenhouding voor maximaal negentig dagen.
Het voorarrest kan zo oplopen tot honderdtien dagen voordat de zaak inhoudelijk op zitting komt. De Rechtspraak licht dat schema toe. De tijd die u in voorarrest doorbrengt, wordt later in mindering gebracht op een eventuele straf.
Bij welke feiten is voorlopige hechtenis toegestaan?
Voorlopige hechtenis is niet bij elk feit toegestaan. Artikel 67 Sv beperkt haar tot misdrijven waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat en tot een vaste lijst van andere feiten.
Daarnaast moeten er ernstige bezwaren tegen u bestaan. En er moet ten minste één grond uit artikel 67a Sv aanwezig zijn: vluchtgevaar, gevaar voor herhaling, een ernstig geschokte rechtsorde bij zeer zware feiten, of de noodzaak het onderzoek niet te belemmeren. Wat u in die fase kunt doen, leest u in ons artikel over voorlopige hechtenis.
Welke rechten hebt u als verdachte?
Uw belangrijkste rechten zijn het zwijgrecht en het recht op een advocaat, ook tijdens het politieverhoor. Daarnaast hebt u recht op inzage in de stukken en op een tolk.
Hoe werkt het zwijgrecht?
Volgens artikel 29 Sv bent u niet verplicht tot antwoorden. De politie moet u daar vóór het verhoor op wijzen; die mededeling heet de cautie. Wordt de cautie niet gegeven, dan kan de rechter uw verklaring van het bewijs uitsluiten.
U bent evenmin verplicht om eerlijk of volledig te verklaren. Het strafproces kent, anders dan het civiele proces, geen waarheidsplicht voor de verdachte. Wel is het onverstandig aantoonbaar onjuiste verklaringen af te leggen. De rechter mag dat bij zijn oordeel over het bewijs betrekken.
Wanneer hebt u recht op een advocaat?
Artikel 28 Sv geeft u recht op bijstand van een advocaat. Sinds 1 maart 2017, bij de invoering van Richtlijn 2013/48/EU, geldt dat recht ook tijdens het politieverhoor zelf.
Bent u aangehouden, dan wordt een piketadvocaat opgeroepen voordat het eerste inhoudelijke verhoor begint. Bij verdenking van een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, is die bijstand kosteloos. Wordt u schriftelijk uitgenodigd voor een verhoor, dan moet u zelf een advocaat regelen. Wat daarbij verstandig is, leest u in ons artikel over een uitnodiging voor een politieverhoor.
Welke andere rechten en plichten hebt u?
U hebt recht op kennisneming van de processtukken. Beheerst u het Nederlands niet, dan hebt u recht op een tolk en op vertaling van essentiële stukken. U mag getuigen en deskundigen opgeven en de rechter-commissaris om onderzoekshandelingen vragen. De onschuldpresumptie van artikel 6 EVRM betekent dat het Openbaar Ministerie het bewijs moet leveren. U hoeft uw onschuld niet aan te tonen.
Tegenover die rechten staan enkele plichten. U moet gehoor geven aan een dagvaarding of oproeping en meewerken aan uw identificatie. Ook moet u dwangmiddelen dulden waarvoor de wet een grondslag geeft, zoals doorzoeking, inbeslagneming, de afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek en het onderzoek van gegevensdragers. Dulden is iets anders dan actief meewerken. U kunt in beginsel niet worden verplicht zelf een toegangscode af te geven.
Hoe verloopt de zitting en waarover beslist de rechter?
De rechter beoordeelt alleen wat in de tenlastelegging staat. Hij beantwoordt eerst formele vragen over de zaak en daarna de vraag of het feit bewezen is en welke straf passend is.
Wat staat er in de dagvaarding?
De zaak begint met de dagvaarding. Daarin staat de tenlastelegging: de precieze omschrijving van wat u volgens het Openbaar Ministerie hebt gedaan, met datum, plaats en wettelijke bepalingen. De rechter is aan die tenlastelegging gebonden. Feiten die er niet in staan, kunnen niet bewezen worden verklaard.
Welke vragen beantwoordt de rechter?
Op zitting werkt de rechter twee reeksen vragen af. Artikel 348 Sv bevat de formele vragen: is de dagvaarding geldig, is de rechter bevoegd, is het Openbaar Ministerie ontvankelijk en is er een reden om de vervolging te schorsen?
Artikel 350 Sv bevat de materiële vragen: is het feit bewezen, levert het een strafbaar feit op, is de verdachte strafbaar en welke straf of maatregel moet volgen?
Wanneer is een feit bewezen?
Voor het bewijs geldt een dubbele eis. Volgens artikel 338 Sv moet de rechter uit wettige bewijsmiddelen de overtuiging hebben gekregen dat u het feit hebt begaan.
Daarnaast gelden bewijsminimumregels. Een bewezenverklaring mag niet uitsluitend steunen op de verklaring van één getuige (artikel 342 lid 2 Sv). Ook mag zij niet alleen steunen op uw eigen verklaring (artikel 341 lid 4 Sv). Ontbreekt steunbewijs, dan volgt vrijspraak, ook als de rechter de aangever gelooft.
Welke straffen kan de rechter opleggen?
Bij een veroordeling kiest de rechter uit de hoofdstraffen van artikel 9 Sr: gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete. Die kunnen geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk zijn, met een proeftijd en bijzondere voorwaarden.
Daarnaast kunnen bijkomende straffen en maatregelen volgen. Denk aan ontzegging van de rijbevoegdheid, verbeurdverklaring, onttrekking aan het verkeer, een schadevergoedingsmaatregel voor het slachtoffer of tbs. Voor een aantal ernstige zeden- en geweldsmisdrijven sluit artikel 22b Sr een taakstraf zonder andere straf uit.
Welke rechtsmiddelen staan open?
Tegen een vonnis van de rechtbank kunt u binnen veertien dagen hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Tegen het arrest van het hof staat daarna binnen veertien dagen cassatie open bij de Hoge Raad.
Hoe werkt hoger beroep bij het gerechtshof?
De termijn van veertien dagen loopt in beginsel vanaf de uitspraak. Was u niet op de zitting en is de dagvaarding niet aan u in persoon uitgereikt, dan gaat de termijn pas lopen nadat u met het vonnis bekend bent geworden. Het hof behandelt de zaak opnieuw. Het kan tot een andere bewezenverklaring en een andere straf komen, ook een hogere.
Bij lichte zaken is hoger beroep beperkt. Bij een lage geldboete van ten hoogste € 500 is verlof van de voorzitter van het hof nodig (artikel 410a Sv). Ook het Openbaar Ministerie kan hoger beroep instellen.
Wat zijn cassatie en herziening?
De Hoge Raad beoordeelt de feiten niet opnieuw. Hij toetst of het recht juist is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd.
Is een zaak onherroepelijk geworden, dan resteert alleen de buitengewone weg van herziening ten voordele van de veroordeelde. Daarvoor is een novum nodig: een gegeven dat de rechter niet kende en dat tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Die drempel is hoog. Daarom moet uw verdediging in eerste aanleg en in hoger beroep zo sterk mogelijk zijn.
Wat verandert er met het nieuwe Wetboek van Strafvordering?
Voor lopende zaken verandert er voorlopig niets. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering is in maart 2026 in het Staatsblad gepubliceerd, maar treedt naar verwachting pas op 1 april 2029 in werking.
De datum van inwerkingtreding wordt bij koninklijk besluit vastgesteld. Tot dat moment gelden de huidige artikelnummers en procedureregels volledig.
De nieuwe wet deelt het strafproces opnieuw in, in acht boeken, en legt meer nadruk op de fase vóór de zitting. Het opsporingsonderzoek en de rol van de rechter-commissaris worden opnieuw geregeld. De regeling van dwangmiddelen wordt overzichtelijker en de positie van het slachtoffer wordt op onderdelen versterkt. In de praktijk betekent dat vooral dat artikelnummers veranderen. Laat u dus niet in verwarring brengen door verwijzingen naar toekomstige nummers in andere bronnen.
Wie vandaag wordt gedagvaard, wordt beoordeeld naar het geldende recht. Bij langlopende dossiers is het wel verstandig rekening te houden met overgangsrecht zodra het nieuwe wetboek in werking treedt.
Wat kunt u zelf doen als u wordt vervolgd?
Doe eerst niets wat u niet meer kunt terugdraaien. Verklaar niet zonder overleg en accepteer geen strafbeschikking voordat u de gevolgen kent.
Denk aan de gevolgen op langere termijn
Teken geen afstandsverklaring voor inbeslaggenomen goederen zonder overleg. Een strafbeschikking of veroordeling komt in de justitiële documentatie terecht. Dat kan de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) in de weg staan. Voor uw werk kan dat zwaarder wegen dan de straf zelf.
Vraag het dossier op
Uw advocaat krijgt inzage in de processtukken. Hij kan beoordelen of het bewijs de tenlastelegging draagt en of er vormfouten zijn gemaakt bij de aanhouding, de doorzoeking of het verhoor. Ook kan hij inschatten of onderzoekswensen bij de rechter-commissaris zinvol zijn. Getuigen laten horen moet u tijdig vragen. Wie wacht tot de zitting, loopt het risico dat het verzoek wordt afgewezen.
Bereid de persoonlijke kant voor
Een reclasseringsrapport, bewijs van werk of studie, een behandeltraject of een schaderegeling met het slachtoffer wegen mee bij de straftoemeting. Zij kunnen het verschil maken tussen een voorwaardelijke en een onvoorwaardelijke straf. Voor de vraag wanneer bijstand echt nodig is, zie ons artikel over wanneer u een strafrechtadvocaat nodig hebt.
Strafrechtelijke vervolging kent korte termijnen en momenten die u niet kunt overdoen: de veertien dagen voor verzet tegen een strafbeschikking, de veertien dagen voor hoger beroep en het eerste verhoor, waarin een verklaring wordt vastgelegd die de rest van de zaak kan bepalen. Wie die momenten goed benut, staat sterker dan wie afwacht.
Wat kunnen wij voor u doen als u wordt vervolgd?
Wij staan verdachten bij vanaf het eerste verhoor tot en met hoger beroep en cassatie, en adviseren bestuurders en ondernemingen bij een strafrechtelijk onderzoek. Daarbij doen wij onder meer het volgende:
- Wij staan u bij tijdens het politieverhoor en bespreken vooraf of u verklaart of zwijgt (artikel 28 en 29 Sv).
- Wij beoordelen een strafbeschikking en doen zo nodig binnen veertien dagen verzet.
- Wij vragen het dossier op, controleren het op vormfouten en dienen tijdig onderzoekswensen in bij de rechter-commissaris.
- Wij voeren verweer op de zitting, op de formele en materiële vragen van de artikelen 348 en 350 Sv.
- Wij stellen binnen veertien dagen hoger beroep in en begeleiden zo nodig een cassatieprocedure.
Samengevat
- U bent verdachte bij een redelijk vermoeden van schuld (artikel 27 Sv); vervolging begint pas met een dagvaarding of strafbeschikking.
- Het Openbaar Ministerie mag van vervolging afzien (artikel 167 Sv); tegen een sepot kunt u klagen bij het hof (artikel 12 Sv).
- Tegen een strafbeschikking doet u binnen veertien dagen verzet; tegen een vonnis stelt u binnen veertien dagen hoger beroep in.
- U hebt een zwijgrecht (artikel 29 Sv) en recht op een advocaat, ook tijdens het politieverhoor.
- Het voorarrest kan oplopen tot honderdtien dagen; het nieuwe Wetboek van Strafvordering geldt naar verwachting pas vanaf 1 april 2029.
Veelgestelde vragen
Wanneer begint strafrechtelijke vervolging in Nederland?
De vervolging begint op het moment dat het Openbaar Ministerie de zaak aan de rechter voorlegt met een dagvaarding of zelf een strafbeschikking uitvaardigt. Daarvóór bent u verdachte in de zin van artikel 27 Sv. Er bestaat dan een redelijk vermoeden van schuld en de waarborgen van het strafproces gelden, maar er is nog geen beslissing over vervolging genomen.
Kan het Openbaar Ministerie besluiten niet te vervolgen?
Ja. Volgens het opportuniteitsbeginsel van artikel 167 Sv kan de officier van justitie van vervolging afzien op gronden die aan het algemeen belang zijn ontleend. Dat kan een technisch sepot zijn bij onvoldoende bewijs of een beleidssepot, eventueel onder voorwaarden. Belanghebbenden kunnen tegen een sepot klagen bij het gerechtshof via de procedure van artikel 12 Sv.
Moet ik antwoorden tijdens een politieverhoor?
Nee. Artikel 29 Sv bepaalt dat u niet verplicht bent tot antwoorden, en de politie moet u daar vóór het verhoor op wijzen. U hebt bovendien recht op een advocaat vóór en tijdens het verhoor. Bent u aangehouden voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, dan is die bijstand kosteloos via de piketregeling.
Hoe lang kan het voorarrest duren?
Na aanhouding mag u negen uur worden opgehouden voor onderzoek, waarbij de uren tussen middernacht en negen uur niet meetellen. Daarna volgt eventueel inverzekeringstelling van drie dagen, eenmaal met drie dagen te verlengen. Dan kunnen bewaring van veertien dagen en gevangenhouding van maximaal negentig dagen volgen. In totaal kan het voorarrest oplopen tot honderdtien dagen.
Welke termijn geldt voor hoger beroep in een strafzaak?
In beginsel veertien dagen na de uitspraak. Was u niet ter zitting aanwezig en is de dagvaarding niet aan u in persoon uitgereikt, dan begint de termijn pas te lopen zodra u met het vonnis bekend bent geworden. Voor beroep in cassatie bij de Hoge Raad geldt eveneens een termijn van veertien dagen.
Wat is het verschil tussen een aangifte en een klacht?
Een aangifte is een melding van een strafbaar feit; het Openbaar Ministerie beslist daarna zelf of het vervolgt. Een klacht is een uitdrukkelijk verzoek tot vervolging en is bij klachtdelicten, zoals belediging en belaging, een voorwaarde om te mogen vervolgen. Een klacht kan binnen acht dagen na indiening worden ingetrokken.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.