Gepubliceerd op 29 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
De straf voor een zedendelict loopt uiteen van een geldboete tot achttien jaar gevangenisstraf, afhankelijk van het delict, de leeftijd van het slachtoffer en het gebruik van dwang of geweld. Voor ernstige zedenmisdrijven mag de rechter geen losse taakstraf opleggen, alleen een taakstraf naast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf (artikel 22b Wetboek van Strafrecht).
De belangrijkste uitzondering zit in de pleegdatum. Sinds 1 juli 2024 geldt de Wet seksuele misdrijven, met nieuwe delicten en hogere strafmaxima. Die regels gelden alleen voor feiten die op of na 1 juli 2024 zijn gepleegd; voor oudere feiten oordeelt de rechter nog naar het oude recht. Hieronder leest u welke maxima gelden, welke straffen en maatregelen de rechter kan opleggen en hoe dat in recente uitspraken uitpakt.
Inhoudsopgave
Wat valt juridisch onder een zedendelict?
Een zedendelict is een strafbaar feit dat de seksuele integriteit van een ander schendt. De meeste zedendelicten staan in Titel XIV van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 239 tot en met 254 Sr.
De Wet seksuele misdrijven legt de nadruk op de wil van de ander. Voor aanranding en verkrachting is niet langer vereist dat er dwang, geweld of bedreiging was. Strafbaar is wie seksuele handelingen verricht terwijl hij weet (opzet) of ernstige reden heeft om te vermoeden (schuld) dat de ander dat niet wil. Dwang, geweld of bedreiging maakt het delict zwaarder.
Juridisch is een misdrijf de zwaardere categorie strafbare feiten, tegenover de overtreding. Bijna alle zedendelicten zijn misdrijven. Een uitzondering is seksuele intimidatie in het openbaar of online (artikel 429ter Sr): dat is een overtreding. Meer over de grenzen van wat strafbaar is, leest u in ons artikel over seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Strafmaxima voor aanranding en verkrachting sinds 1 juli 2024
Het maximum hangt af van drie vragen: wist de dader dat de ander niet wilde of had hij dat moeten vermoeden, was er dwang, geweld of bedreiging, en hoe oud was het slachtoffer? Aanranding gaat over seksuele handelingen zonder seksueel binnendringen, verkrachting over handelingen die (mede) bestaan uit seksueel binnendringen van het lichaam.
| Delict (feiten vanaf 1 juli 2024) | Slachtoffer 16 jaar of ouder | 12 tot 16 jaar | Jonger dan 12 jaar |
|---|---|---|---|
| Schuldaanranding | 2 jaar | n.v.t. | n.v.t. |
| Opzetaanranding | 6 jaar | 8 jaar | 10 jaar |
| Gekwalificeerde opzetaanranding (dwang, geweld, bedreiging) | 8 jaar | 10 jaar en 8 maanden | 13 jaar en 4 maanden |
| Schuldverkrachting | 4 jaar | n.v.t. | n.v.t. |
| Opzetverkrachting | 9 jaar | 12 jaar | 15 jaar |
| Gekwalificeerde opzetverkrachting | 12 jaar | 15 jaar | 18 jaar |
Bron: Rijksoverheid, Wet seksuele misdrijven (geraadpleegd 29 oktober 2026). Het gaat om maximale gevangenisstraffen. Bij slachtoffers jonger dan zestien noemt de Rijksoverheid geen apart maximum voor de schuldvariant.
Het maximum is een bovengrens: de rechter bepaalt in elke zaak zelf welke straf past. In zaken met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ligt de opgelegde straf in de praktijk ruim onder het maximum. Verkrachting binnen het huwelijk is sinds 1991 strafbaar.
Oud of nieuw recht: wat recente uitspraken laten zien
De rechtbank Amsterdam veroordeelde op 30 september 2025 een verdachte voor onder meer verkrachting en aanranding (ECLI:NL:RBAMS:2025:7203). Omdat de feiten voor 1 juli 2024 waren gepleegd, paste de rechtbank de oude artikelen 242 en 246 Sr toe, waarvoor dwang nog een vereiste was. Voor één feit volgde vrijspraak bij gebrek aan steunbewijs. De straf was vier jaar gevangenisstraf met tbs met dwangverpleging.
Onder het nieuwe recht veroordeelde de rechtbank Noord-Holland op 13 januari 2026 een 21-jarige voor meermalen gepleegde gekwalificeerde opzetverkrachting (artikel 243 Sr; ECLI:NL:RBNHO:2026:1571). De rechtbank paste het adolescentenstrafrecht toe (artikel 77c Sr) en legde veertien maanden jeugddetentie op, waarvan vier voorwaardelijk, met onder meer een contactverbod en een locatieverbod. Daarnaast moest de verdachte een schadevergoeding betalen.
Welke straf staat op online zedendelicten?
Digitale zedendelicten worden streng bestraft. Het maximum voor afbeeldingen van seksueel kindermisbruik is per 1 juli 2024 verhoogd van vier naar zes jaar gevangenisstraf.
Afbeeldingen van seksueel kindermisbruik
Het maken, verspreiden, bezitten of zich toegang verschaffen tot afbeeldingen van seksueel kindermisbruik is strafbaar volgens artikel 252 Sr. Het maximum is zes jaar gevangenisstraf; maakt iemand er een beroep of gewoonte van, dan is het negen jaar (artikel 254 Sr). Het Openbaar Ministerie beschrijft zijn vervolgingsbeleid in de Aanwijzing kinderpornografie (2024A006), die per 1 juli 2024 geldt. Bij digitale zaken speelt forensisch onderzoek naar telefoons en computers een grote rol in het bewijs.
Grooming en sexchatting
Grooming is het online benaderen van een kind onder de zestien met het doel het te ontmoeten voor seksuele handelingen. Sexchatting is het seksueel benaderen van een kind onder de zestien, bijvoorbeeld via berichten. Beide zijn strafbaar gesteld in artikel 251 Sr. Bij grooming is niet vereist dat er een ontmoeting heeft plaatsgevonden: een voorstel tot een ontmoeting en een handeling die daarop is gericht, kunnen al genoeg zijn.
Seksuele intimidatie in het openbaar of online
Wie een ander in het openbaar of online seksueel intimideert, bijvoorbeeld met opmerkingen, gebaren of geluiden die vreesaanjagend, vernederend of onterend zijn, pleegt een overtreding van artikel 429ter Sr. In de praktijk volgt meestal een geldboete of taakstraf.
Welke straffen kan de rechter opleggen?
De rechter kiest uit drie hoofdstraffen: gevangenisstraf, taakstraf en geldboete. Hij kan die combineren en een deel voorwaardelijk opleggen.
Gevangenisstraf
Bij ernstige zedendelicten volgt meestal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, soms met een voorwaardelijk deel. De straf valt zwaarder uit bij geweld of bedreiging, een minderjarig slachtoffer, meerdere slachtoffers en misbruik dat lang heeft geduurd. Wat een onvoorwaardelijke straf betekent, leest u in ons aparte artikel.
Taakstraf: waar artikel 22b Sr de grens trekt
Een taakstraf bestaat uit een werkstraf, een leerstraf of een combinatie daarvan, met een maximum van 240 uur (artikel 22c Sr). Hoe dat systeem werkt, leest u in ons artikel over taakstraffen.
Artikel 22b lid 1 Sr verbiedt een losse taakstraf bij een misdrijf met een strafmaximum van zes jaar of meer dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer heeft gemaakt. Hetzelfde geldt voor de misdrijven van de artikelen 181, 252 en 253 Sr, waaronder afbeeldingen van seksueel kindermisbruik. Volgens lid 3 kan de rechter in die gevallen alleen een taakstraf opleggen naast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. Bij lichtere feiten, zoals seksuele intimidatie in het openbaar, komt een taakstraf wel regelmatig voor.
Voor verdachten die bij het feit jonger dan achttien waren, geldt het jeugdstrafrecht, en ook jongvolwassenen tot 23 jaar kunnen daaronder vallen (artikel 77c Sr). Dan zijn jeugddetentie, een werkstraf en pedagogische voorwaarden de gebruikelijke instrumenten.
Voorwaardelijke straf met proeftijd
Een voorwaardelijke straf hoeft de veroordeelde niet direct uit te zitten, mits hij zich tijdens een proeftijd aan voorwaarden houdt. De proeftijd is volgens artikel 14b Sr in beginsel ten hoogste drie jaar; bij bepaalde zeden- en geweldsmisdrijven kan de rechter een proeftijd van ten hoogste tien jaar opleggen.
Veelgebruikte bijzondere voorwaarden in zedenzaken zijn een contactverbod met het slachtoffer, een locatieverbod, een meldplicht bij de reclassering en een verplichte behandeling. Houdt de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden, dan kan de rechter bevelen dat hij het voorwaardelijke deel alsnog moet uitzitten.
Geldboete
Een geldboete kan naast of in plaats van een andere straf worden opgelegd. Het Wetboek van Strafrecht kent zes boetecategorieën (artikel 23 Sr); voor elk delict geldt een maximale categorie. Bij ernstige zedendelicten is een geldboete zelden de enige straf. Betaalt de veroordeelde niet, dan kan vervangende hechtenis volgen.
Moet de dader de schade van het slachtoffer vergoeden?
Ja, als het slachtoffer schade heeft geleden en die vordert. Het slachtoffer kan zich in het strafproces voegen als benadeelde partij (artikel 51f Sv) en vergoeding vragen van materiële en immateriële schade.
Wijst de rechter de vordering toe, dan legt hij meestal ook de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op. Het Centraal Justitieel Incassobureau int het bedrag dan bij de veroordeelde. Het gaat bijvoorbeeld om kosten van behandeling, gemist inkomen en smartengeld. De schadevergoedingsmaatregel is geen straf, maar een maatregel.
Waar let de rechter op bij de strafmaat in een zedenzaak?
De rechter kijkt naar de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte (artikel 350 Sv). Binnen het wettelijk maximum bepaalt hij de straf per zaak.
Omstandigheden van het feit
Van belang zijn onder meer dwang of geweld, de duur van het misbruik, de vraag of het feit was gepland en de gevolgen voor het slachtoffer. Een bekentenis of oprecht getoonde spijt kan in het voordeel van de verdachte meewegen. Het slachtoffer kan de gevolgen toelichten in een schriftelijke slachtofferverklaring of via het spreekrecht op de zitting.
Leeftijd van het slachtoffer en afhankelijkheid
Hoe jonger het slachtoffer, hoe hoger het wettelijk maximum en meestal ook de straf. Misbruik van een afhankelijkheidsrelatie, bijvoorbeeld door een leraar, trainer, hulpverlener of familielid, weegt zwaar. Seksuele handelingen met misbruik van een afhankelijkheidsrelatie of een kwetsbare positie zijn bovendien zelfstandig strafbaar.
Eerdere veroordelingen en herhalingsrisico
Eerdere veroordelingen voor zedendelicten leiden tot een zwaardere straf. De rechter laat zich in zedenzaken vaak voorlichten door de reclassering en soms door een psycholoog of psychiater. Hun rapport gaat onder meer over het risico op herhaling en over de vraag of behandeling nodig is. Meer over die afweging leest u in ons artikel over tbs of straf.
Welke maatregelen zijn er naast de straf?
Naast een straf kan de rechter maatregelen opleggen die gericht zijn op behandeling, toezicht en het voorkomen van herhaling.
Tbs
Tbs kan worden opgelegd als de verdachte tijdens het feit een psychische stoornis had, het feit een misdrijf is met een strafmaximum van vier jaar of meer, en de veiligheid van anderen de maatregel eist (artikel 37a Sr). Er zijn twee vormen: tbs met voorwaarden en tbs met dwangverpleging in een tbs-kliniek.
Tbs wordt opgelegd voor twee jaar en kan daarna steeds met één of twee jaar worden verlengd. Bij tbs met dwangverpleging voor een geweldsmisdrijf tegen personen, waaronder ernstige zedenmisdrijven, is de totale duur niet begrensd (artikel 38e Sr). De rechter beslist bij elke verlenging opnieuw of de maatregel nog nodig is.
Reclasseringstoezicht
De reclassering houdt toezicht op de naleving van bijzondere voorwaarden, zoals een contactverbod of een behandelverplichting. Zij rapporteert aan het Openbaar Ministerie als het misgaat. Wat de reclassering verder doet, leest u in ons aparte artikel.
Toezicht na afloop van de straf
Bij zeden- en geweldsmisdrijven kan de rechter de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38z Sr opleggen. Die gaat in na afloop van de gevangenisstraf of tbs. Zo kan de veroordeelde ook na zijn straf nog aan voorwaarden worden gebonden, zoals een locatieverbod, een contactverbod of behandeling.
Gevolgen voor de VOG
Een veroordeling voor een zedendelict komt in de justitiële documentatie. Voor werk met kinderen, in de zorg of in het onderwijs is vaak een VOG nodig. Justis beoordeelt de aanvraag aan de hand van de gegevens die relevant zijn voor de functie; voor werk met kinderen of kwetsbare personen wordt een VOG na een zedendelict in de regel geweigerd. Voor zedendelicten gelden bovendien langere terugkijktermijnen. Meer leest u in ons artikel over strafblad en justitiële documentatie.
Hoe verloopt een strafzaak over een zedendelict?
- Informatief gesprek: het slachtoffer hoort bij de zedenpolitie wat een aangifte inhoudt en wat de gevolgen zijn.
- Aangifte en onderzoek: de politie legt de aangifte vast in een proces-verbaal en onderzoekt het bewijs, zoals berichten, sporen en getuigenverklaringen. Bij een DNA-spoor zonder bekende dader kan het OM met machtiging van de rechter-commissaris DNA-verwantschapsonderzoek laten doen.
- Verhoor van de verdachte, met recht op consultatie van een advocaat vooraf (artikel 28c Sv).
- Beslissing van het OM over vervolging.
- Zitting: bewijsbeoordeling, spreekrecht van het slachtoffer en de straftoemeting.
Een aantal zedenmisdrijven tegen minderjarigen verjaart niet (artikel 70 lid 2 Sr), waaronder verkrachting en afbeeldingen van seksueel kindermisbruik. Ook als een feit lang geleden is gebeurd, kan vervolging dus nog mogelijk zijn. Of een feit verjaard is, hangt af van het delict, de pleegdatum en de wet die toen gold.
Rechten van de verdachte
Een verdachte heeft het recht om te zwijgen (artikel 29 Sv). Hij mag voor het eerste verhoor een advocaat raadplegen en zich tijdens het verhoor laten bijstaan; is hij aangehouden, dan is die bijstand bij het eerste verhoor kosteloos. Wat u in die fase wel en niet moet zeggen, leest u in ons artikel over arrestatie en verhoor.
In zedenzaken staat vaak verklaring tegenover verklaring. Een bewezenverklaring mag niet uitsluitend steunen op de verklaring van één getuige (artikel 342 lid 2 Sv). De vraag of er voldoende steunbewijs is, is dan beslissend; in de Amsterdamse zaak hierboven leidde het ontbreken daarvan voor één feit tot vrijspraak.
Rechten van het slachtoffer
Slachtoffers van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven kunnen kosteloos worden bijgestaan door een gespecialiseerde advocaat, ongeacht hun inkomen. Die wordt toegevoegd via de Raad voor Rechtsbijstand. Meer daarover leest u in ons artikel over de slachtofferadvocaat.
Het slachtoffer heeft spreekrecht op de zitting (artikel 51e Sv). Wie daarvan gebruik wil maken, meldt dat vooraf bij het Openbaar Ministerie.
Wat regelt u als verdachte in de eerste weken?
- Leg geen verklaring af voordat u een advocaat heeft geraadpleegd; dat recht heeft u voor het eerste verhoor (artikel 28c Sv).
- Bewaar berichten, chatgeschiedenis en andere gegevens die uw lezing ondersteunen, en verwijder niets.
- Houd u strikt aan een opgelegd contactverbod of locatieverbod.
- Ga na of de feiten voor of na 1 juli 2024 zijn gepleegd; dat bepaalt welk strafmaximum en welke delictsomschrijving gelden.
- Laat beoordelen wat een veroordeling betekent voor uw VOG en uw werk.
Wat regelt u als slachtoffer?
- Neem bij een recent feit zo snel mogelijk contact op met het Centrum Seksueel Geweld, zodat sporen kunnen worden veiliggesteld.
- Vraag eerst een informatief gesprek met de zedenpolitie voordat u aangifte doet.
- Bewaar berichten, foto’s en namen van getuigen die het gebeurde kunnen bevestigen.
- Vraag via de Raad voor Rechtsbijstand een kosteloze advocaat als het om een ernstig zedenmisdrijf gaat.
- Meld vooraf bij het Openbaar Ministerie als u op de zitting spreekrecht wilt gebruiken.
Onze rol in een zedenzaak
- Bijstand aan de verdachte voor en tijdens het eerste politieverhoor (artikel 28c Sv).
- Het dossier toetsen op steunbewijs naast één verklaring (artikel 342 lid 2 Sv).
- Onderzoekswensen indienen, zoals het horen van getuigen of deskundigenonderzoek naar digitale gegevens.
- Beoordelen of het oude recht of de Wet seksuele misdrijven van toepassing is.
- Op de zitting een passende straf bepleiten, met aandacht voor een voorwaardelijk deel, bijzondere voorwaarden en het reclasseringsadvies.
Meer over onze werkwijze leest u op de pagina strafrecht.
Straffen voor zedendelicten in vijf punten
- De pleegdatum beslist: voor feiten vanaf 1 juli 2024 gelden de Wet seksuele misdrijven en de hogere maxima, voor oudere feiten het oude recht.
- De maximale gevangenisstraf loopt van 2 jaar voor schuldaanranding tot 18 jaar voor gekwalificeerde verkrachting van een kind onder de twaalf.
- Een losse taakstraf is uitgesloten bij ernstige zedenmisdrijven en bij de artikelen 181, 252 en 253 Sr (artikel 22b Sr).
- Naast straf zijn tbs, de schadevergoedingsmaatregel en langdurig toezicht (artikel 38z Sr) mogelijk.
- Bij jonge verdachten tot 23 jaar kan de rechter het jeugdstrafrecht toepassen.