Gepubliceerd op 5 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Een werkgever mag loon alleen inhouden als de wet dat voorschrijft, zoals bij loonheffingen, of als de werknemer daarvoor een specifieke schriftelijke volmacht heeft gegeven. Daarnaast geldt een harde ondergrens: op het wettelijk minimumloon mag in beginsel niets worden ingehouden of verrekend (artikel 13 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag).
Verrekenen met een eigen vordering, zoals een voorschot of te veel betaald loon, mag alleen in de gevallen van artikel 7:632 BW. Hieronder leest u welke regels gelden, welke bedragen per 2026 van toepassing zijn en hoe een kantonrechter in maart 2026 een verrekening van te veel betaalde vakantiedagen afwees.
Inhoudsopgave
Inhouden of verrekenen: twee verschillende regimes
De begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, terwijl er verschillende regels gelden. Het verschil in een overzicht:
| Inhouden | Verrekenen | |
|---|---|---|
| Wat gebeurt er? | De werkgever haalt een bedrag van het loon af en betaalt het namens de werknemer aan een derde | De werkgever streept een eigen vordering op de werknemer weg tegen het loon |
| Voorbeelden | Loonheffingen, pensioenpremie, huur, zorgpremie | Voorschot, te veel betaald loon, schadevergoeding, boete |
| Grondslag | Wettelijke plicht of schriftelijke volmacht | Alleen de gevallen van artikel 7:632 BW |
| Grens | Niet op het minimumloon, behalve twee uitzonderingen | Alleen het deel van het loon dat vatbaar is voor beslag |
Het uitgangspunt van de wet is terughoudendheid. Artikel 7:631 BW verbiedt bedingen waarmee de werkgever zeggenschap krijgt over de besteding van het loon. Loon hoort in beginsel volledig en in geld bij de werknemer terecht te komen. Alles wat daarvan afwijkt, moet berusten op een wettelijke grondslag of op een uitdrukkelijke, schriftelijke machtiging.
Welke inhoudingen zijn zonder toestemming toegestaan?
Zonder toestemming van de werknemer mag een werkgever alleen inhouden wat de wet hem opdraagt. Dat zijn in de eerste plaats de loonheffingen: de loonbelasting en de premies volksverzekeringen die de werkgever als inhoudingsplichtige afdraagt aan de Belastingdienst, en de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Deze inhoudingen volgen rechtstreeks uit de fiscale en socialezekerheidswetgeving en vragen geen instemming.
De werknemersbijdrage aan de pensioenregeling ligt genuanceerder. Die inhouding berust niet op een wettelijke inhoudingsplicht maar op de pensioenovereenkomst, meestal via de arbeidsovereenkomst, de pensioenregeling of een verplichtstelling in een bedrijfstakpensioenfonds. Zij is toegestaan omdat en voor zover die regeling daarin voorziet.
Verder kan een toepasselijke cao inhoudingen voorschrijven of juist verder beperken dan de wet. Controleer daarom altijd eerst de cao voordat u een inhouding invoert. Hoe een cao doorwerkt in de individuele arbeidsovereenkomst leest u in ons artikel over de collectieve arbeidsovereenkomst.
Wat moet er in een schriftelijke volmacht staan?
Voor iedere niet-wettelijke inhouding is een schriftelijke volmacht van de werknemer nodig. Die volmacht moet specifiek zijn: zij noemt het doel van de inhouding, het bedrag of de manier waarop het bedrag wordt bepaald, en de periode. Een algemene bepaling in de arbeidsovereenkomst dat de werkgever bedragen mag inhouden, is daarvoor niet genoeg.
De volmacht moet bovendien vrijwillig zijn gegeven. Een machtiging die de werknemer bij indiensttreding tussen een stapel andere stukken tekent zonder keuze, is kwetsbaar. Wilt u de inhouding later wijzigen of uitbreiden, dan heeft u een nieuwe volmacht nodig. Ook moet duidelijk zijn onder welke voorwaarden de werknemer de machtiging kan intrekken.
Leg daarom per inhouding een apart, ondertekend document aan en bewaar het. Ontstaat later discussie, dan draagt de partij die zich op de inhouding beroept het bewijsrisico (artikel 150 Rv). Hoe snel dat misgaat bij mondelinge afspraken, beschrijven wij in onze bijdrage over bewijsproblemen bij mondelinge afspraken over loon.
Inhouden op het minimumloon: de twee uitzonderingen en hun bedragen
Artikel 13 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bepaalt dat op het wettelijk minimumloon in beginsel niet mag worden ingehouden en dat daarmee niet mag worden verrekend. De werknemer moet het minimumloon in geld ontvangen; per 1 juli 2026 is dat voor werknemers vanaf 21 jaar € 14,99 bruto per uur (Rijksoverheid). Er bestaan twee uitzonderingen, allebei alleen met een schriftelijke volmacht van de werknemer.
| Uitzondering | Maximum | Voorwaarden |
|---|---|---|
| Huisvestingskosten | 25 procent van het bruto minimumloon | Woning van een woningcorporatie of woonruimte die voldoet aan de kwaliteitseisen uit de cao, bij een gecertificeerde verhuurder; volmacht noemt bedrag en kosten |
| Premie zorgverzekering | € 2.098,80 over 2026 (€ 2.054,80 over 2025) | Schriftelijke volmacht van de werknemer |
Bron van de tabel: Rijksoverheid, kosten voor huur en zorgverzekering inhouden op minimumloon (geraadpleegd 29 oktober 2026). Het bedrag voor de zorgverzekering wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. Voor de huisvesting moet de volmacht vermelden welk bedrag wordt ingehouden en waarvoor, zoals huur, servicekosten en verbruik van nutsvoorzieningen.
In welke gevallen mag de werkgever verrekenen?
Artikel 7:632 BW staat verrekening met het loon alleen toe voor een beperkt aantal vorderingen: schadevergoeding die de werknemer aan de werkgever verschuldigd is, boetes uit een geldig boetebeding, de huur- of kostprijs van door de werkgever verstrekte zaken, schriftelijk vastgelegde voorschotten in geld en te veel betaald loon. Buiten die gevallen mag de werkgever niet eenzijdig verrekenen.
Daarnaast geldt een grens in geld: verrekening is alleen toegestaan tot het deel van het loon dat vatbaar is voor beslag. Wat daarboven ligt, moet de werkgever gewoon uitbetalen, ook als de vordering vaststaat. Een groot bedrag aan te veel betaald loon wordt daardoor in de praktijk over meerdere loonperioden gespreid.
Twee misverstanden komen vaak voor. Ten eerste kan een boete alleen worden verrekend als er een geldig boetebeding is dat voldoet aan artikel 7:650 BW: schriftelijk, met omschrijving van de overtreding, het bedrag en de bestemming. Wij werkten dit uit in ons artikel over het boetebeding in de arbeidsovereenkomst. Ten tweede is de werknemer voor schade die hij bij zijn werk aan de werkgever toebrengt alleen aansprakelijk bij opzet of bewuste roekeloosheid (artikel 7:661 BW). Een deuk in de bedrijfsauto is dus zelden verrekenbaar.
Uit de rechtspraak: een boekhoudfout komt voor rekening van de werkgever
De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland besliste op 6 maart 2026 (ECLI:NL:RBNHO:2026:2033) over een werkgever die bij het einde van het dienstverband het laatste loon wilde verrekenen met vakantiedagen die door een boekhoudfout te veel waren uitbetaald. De arbeidsovereenkomst zei niets over een all-in loon en de salarisstroken alleen maakten de werknemer niet duidelijk dat nog zou worden verrekend.
De kantonrechter wees het beroep op verrekening af. Goed werkgeverschap verzet zich ertegen dat de werknemer de financiële gevolgen van een fout van de werkgever draagt. Het loon over de laatste drie weken en de transitievergoeding werden toegewezen, met wettelijke rente. De les: wie wil verrekenen, moet de afspraak vooraf duidelijk en schriftelijk vastleggen en niet pas bij de eindafrekening.
Loon bij verzuim en ziekte: niet verschuldigd, opschorten of stopzetten
Bij ongeoorloofde afwezigheid gaat het strikt genomen niet om een inhouding, maar om loon dat niet verschuldigd is. Op grond van artikel 7:628 BW behoudt de werknemer zijn recht op loon als hij niet werkt, tenzij dat voor zijn rekening komt. Blijft een werknemer zonder geldige reden weg, dan is over die uren geen loon verschuldigd. Leg de afwezigheid en de correspondentie vast, want de werkgever moet dit kunnen stellen en bewijzen.
Bij ziekte geldt de loondoorbetalingsplicht van artikel 7:629 BW. Houdt de werknemer zich niet aan redelijke controlevoorschriften, bijvoorbeeld door niet op het spreekuur van de bedrijfsarts te verschijnen, dan mag de werkgever de loonbetaling opschorten tot hij dat alsnog doet (artikel 7:629 lid 6 BW). Opschorting is uitstel: voldoet de werknemer alsnog, dan wordt het loon nabetaald.
Weigert de werknemer zonder deugdelijke grond passende arbeid of mee te werken aan zijn re-integratie, dan vervalt het recht op loon over die periode (artikel 7:629 lid 3 BW). De werkgever moet de werknemer wel onverwijld laten weten dat hij het loon stopzet of opschort, zodra hij de grond daarvoor kent of had kunnen kennen (artikel 7:629 lid 7 BW). Doet hij dat niet, dan kan hij zich er niet op beroepen. Wij bespreken deze loonsancties in ons artikel over de verplichtingen van de werknemer bij re-integratie.
Loonbeslag: de werkgever voert uit, maar beslist niet
Legt een schuldeiser beslag op het loon onder de werkgever, dan is dat geen inhouding waarover de werkgever zelf beslist. Als derde-beslagene moet hij een verklaring afleggen over wat hij aan de werknemer verschuldigd is (artikel 476a Rv) en het beslagen deel aan de deurwaarder afdragen in plaats van aan de werknemer.
De deurwaarder stelt de beslagvrije voet vast: het deel van het inkomen dat de werknemer overhoudt voor zijn levensonderhoud (artikel 475da Rv). De maximumbedragen per 1 juli 2026 staan hieronder; de werkelijke voet hangt af van inkomen en situatie.
| Huishouden | Maximale beslagvrije voet per maand per 1 juli 2026 |
|---|---|
| Alleenstaand zonder kinderen | € 2.208,48 |
| Alleenstaande ouder | € 2.543,75 |
| Gehuwd of samenwonend zonder kinderen | € 2.905,79 |
| Gehuwd of samenwonend met kinderen | € 3.179,68 |
Bron: Rijksoverheid, beslagvrije voet controleren. Meent de werknemer dat de voet onjuist is vastgesteld, dan wendt hij zich tot de deurwaarder of de rechter; de werkgever mag er niet zelf van afwijken. Bij meerdere beslagen volgt de werkgever de instructies van de deurwaarders. Een werkgever die ten onrechte aan de werknemer uitbetaalt in plaats van aan de beslaglegger, kan dat bedrag alsnog aan de beslaglegger moeten voldoen.
Een onterechte inhouding terugvorderen in drie stappen
- Vraag een specificatie. De werkgever moet bij elke loonbetaling een loonstrook verstrekken waarop de samenstelling van het loon en de inhoudingen staan (artikel 7:626 BW). Een inhouding die daar niet herkenbaar op staat, is een eerste aanwijzing dat er iets niet klopt.
- Stel de werkgever schriftelijk in gebreke als de inhouding niet op een wettelijke plicht of geldige volmacht berust, en vorder betaling binnen een concrete termijn.
- Blijft betaling uit, stel dan een loonvordering in bij de kantonrechter, met de wettelijke verhoging van ten hoogste 50 procent (artikel 7:625 BW) en de wettelijke rente. Hoe dat verloopt, leest u in ons artikel over het indienen van een loonvordering.
Voor de werkgever is de les dat een onterechte inhouding zelden bij het bedrag alleen blijft. Naast terugbetaling volgen wettelijke verhoging en rente, en een structurele praktijk botst al snel met goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW). Daarover schreven wij in de grens van goed werkgeverschap.
Hoe wij helpen bij looninhoudingen en verrekening
- Wij toetsen inhoudingen en verrekeningen aan de artikelen 7:631 en 7:632 BW en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
- Wij stellen specifieke volmachten en verrekeningsafspraken op.
- Wij beoordelen een loonsanctie bij ziekte (artikel 7:629 BW).
- Wij vorderen onterecht ingehouden loon terug, met wettelijke verhoging en rente.
- Wij staan werkgevers bij die als derde-beslagene met loonbeslag te maken krijgen.
In het kort
- Zonder toestemming mag alleen worden ingehouden wat de wet voorschrijft; andere inhoudingen vragen een specifieke schriftelijke volmacht.
- Op het minimumloon mag in beginsel niets worden ingehouden, behalve huisvesting (max. 25 procent) en zorgpremie (max. € 2.098,80 over 2026).
- Verrekenen kan alleen in de gevallen van artikel 7:632 BW en tot het deel van het loon dat vatbaar is voor beslag.
- Een fout van de werkgever komt niet zonder duidelijke afspraak voor rekening van de werknemer, zoals de kantonrechter in maart 2026 oordeelde.
Veelgestelde vragen
Mag de werkgever studiekosten verrekenen met het eindloon?
Alleen als er een geldig studiekostenbeding is. Voor scholing die de werkgever op grond van de wet of de cao verplicht moet aanbieden, mogen de kosten niet op de werknemer worden afgewenteld (artikel 7:611a BW). Volgens het Juridisch Loket mag de werkgever na het einde van het contract meestal ruimer verrekenen via de eindafrekening dan tijdens het dienstverband.
Mag de werkgever loon inhouden bij een vermoeden van fraude?
Nee. Een vermoeden is geen vaststaande vordering en geeft geen grond voor verrekening. De werkgever onderzoekt de zaak, hoort de werknemer en neemt zo nodig een arbeidsrechtelijke maatregel. Staat de schade vast, dan kan verrekening alleen binnen artikel 7:632 BW, en aansprakelijkheid vraagt opzet of bewuste roekeloosheid (artikel 7:661 BW).
Over loongeschillen leest u meer bij de arbeidsrechtadvocaten van Law & More.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.