Gepubliceerd op 5 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Duurzaamheid is voor elke onderneming al een juridische verplichting via onder meer de energiebesparingsplicht en het verbod op misleidende milieuclaims; de uitgebreide rapportage- en ketenplichten van de CSRD en de CSDDD gelden na de Europese vereenvoudiging (Omnibus I) alleen nog voor de grootste ondernemingen. Kleinere bedrijven krijgen er vooral indirect mee te maken, omdat grote afnemers en banken duurzaamheidsinformatie en contractuele garanties vragen.
Hieronder leest u welke plichten nu gelden, voor wie de CSRD en de CSDDD na Omnibus I nog gelden, en welke aansprakelijkheidsrisico’s er zijn. Meer achtergrond vindt u bij duurzaam ondernemen.
Inhoudsopgave
Welke regels gelden voor wie, en vanaf wanneer?
De tabel geeft de stand per 29 oktober 2026, op basis van de informatie van RVO en Ondernemersplein.
| Regeling | Voor wie | Geldt vanaf |
|---|---|---|
| Energiebesparingsplicht en informatieplicht (Omgevingswet) | Bedrijven en instellingen vanaf een bepaald energiegebruik per locatie | Geldt nu; rapporteren eens per vier jaar |
| Verbod op misleidende duurzaamheidsclaims (art. 6:193c BW, Richtlijn 2024/825) | Elke onderneming die zich tot consumenten richt | Strengere regels sinds 27 september 2026 |
| CSRD-rapportageplicht na Omnibus I | Meer dan 1.000 werknemers en meer dan € 450 miljoen netto-omzet | Boekjaren vanaf 2027 |
| CSDDD-zorgplicht in de keten na Omnibus I | Meer dan 5.000 werknemers en meer dan € 1,5 miljard omzet | 26 juli 2029 |
| Ongeschreven zorgvuldigheidsnorm (art. 6:162 BW) | Elke onderneming | Geldt nu |
Welke duurzaamheidsplichten gelden voor elke onderneming?
Ook zonder rapportageplicht gelden er duurzaamheidsregels. De belangrijkste gaan over energie, milieuclaims en de vergunningen voor uw bedrijfsactiviteiten.
Energiebesparingsplicht en onderzoeksplicht
Onder de Omgevingswet moeten bedrijven en instellingen vanaf een bepaald energiegebruik per locatie energiebesparende maatregelen nemen. Zij moeten eens per vier jaar aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) rapporteren welke maatregelen zij hebben genomen; de vorige ronde moest uiterlijk 1 december 2023 binnen zijn. Voor bepaalde sectoren geldt daarnaast een onderzoeksplicht vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m³ aardgas(equivalent) per jaar per locatie (bron: RVO, energiebesparingsplicht, gecontroleerd op 4 september 2026). Omgevingsdiensten en het bevoegd gezag kunnen de rapportages inzien.
Geen misleidende duurzaamheidsclaims
Een milieuclaim die u niet kunt onderbouwen, kan een misleidende handelspraktijk zijn (artikel 6:193c BW). De Autoriteit Consument & Markt (ACM) handhaaft dat. Richtlijn (EU) 2024/825 verbiedt bovendien algemene claims als “milieuvriendelijk” of “klimaatneutraal” zonder erkende onderbouwing. Volgens de ACM gelden die strengere regels sinds 27 september 2026.
Vergunningen en milieuregels
Voor milieubelastende activiteiten gelden de regels van de Omgevingswet en de daarbij horende besluiten, zoals voorschriften over emissies, afval en geluid. Grote uitstoters vallen daarnaast onder het Europese emissiehandelssysteem, met toezicht door de Nederlandse Emissieautoriteit.
Voor wie geldt de CSRD-rapportageplicht?
Na Omnibus I geldt de verplichte duurzaamheidsrapportage vanaf boekjaar 2027 alleen voor ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers en een netto-omzet van meer dan € 450 miljoen (bron: Ondernemersplein). Andere ondernemingen mogen vrijwillig rapporteren volgens de VSME-standaard voor het mkb.
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht ondernemingen in het bestuursverslag te rapporteren volgens de Europese rapportagestandaarden (ESRS), met controle door een accountant. Oorspronkelijk zou de plicht in fasen gelden voor alle grote ondernemingen en beursgenoteerde mkb-bedrijven. De stop-the-clockrichtlijn (EU) 2025/794, definitief aangenomen op 14 april 2025, gaf grote ondernemingen twee jaar uitstel; daarna heeft Omnibus I de drempels fors verhoogd.
Ook ondernemingen met een moeder buiten de EU kunnen eronder vallen als de groep in de EU meer dan € 450 miljoen omzet. De regels komen in titel 9 van Boek 2 BW. Nederland verwerkt de wijzigingen in het wetsvoorstel Wet implementatie richtlijn duurzaamheidsrapportering (Kamerstukken 36678); Ondernemersplein noemt 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum en meldt dat nog niet alle Nederlandse regels en data bekend zijn. Meer over ESG in het algemeen leest u in wat is ESG.
Wat is dubbele materialiteit?
Een rapportageplichtige onderneming rapporteert over een onderwerp als het materieel is vanuit een van twee invalshoeken. Impactmaterialiteit gaat over de gevolgen van de onderneming voor mens en milieu; financiële materialiteit over de gevolgen van duurzaamheidsrisico’s voor de onderneming zelf, zoals klimaatrisico’s.
Wanneer geldt de CSDDD-zorgplicht in de keten?
De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) geldt na Omnibus I alleen voor ondernemingen met meer dan 5.000 werknemers en meer dan € 1,5 miljard omzet. Zij moeten vanaf 26 juli 2029 voldoen (bron: RVO, Omnibus I, stand 15 april 2026).
Deze ondernemingen moeten negatieve gevolgen voor mensenrechten en milieu in hun ketens opsporen, voorkomen en beperken. Voor ondernemingen van buiten de EU geldt de richtlijn als zij in de EU meer dan € 1,5 miljard omzetten. Lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk 26 juli 2028 omzetten; Nederland doet dat met het wetsvoorstel Internationaal Verantwoord Ondernemen (WIVO).
Bij een overname maakt dit deel uit van de due diligence: de koper onderzoekt welke duurzaamheidsverplichtingen en -risico’s de doelonderneming heeft.
Kan een onderneming aansprakelijk zijn zonder specifieke wettelijke plicht?
Ja. Ook buiten de CSRD en CSDDD kan een onderneming worden aangesproken op de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW.
In de zaak Milieudefensie tegen Shell oordeelde het Gerechtshof Den Haag op 12 november 2024 dat op Shell een verplichting rust om gevaarlijke klimaatverandering tegen te gaan. Het hof wees de vordering om Shell een reductie van 45% in 2030 op te leggen wel af, omdat de burgerlijke rechter niet kan vaststellen dat Shell haar uitstoot met 45% of een ander percentage moet verminderen (ECLI:NL:GHDHA:2024:2099).
Eerder oordeelde de Hoge Raad op 20 december 2019 in de Urgenda-zaak dat de Staat de uitstoot van broeikasgassen eind 2020 met ten minste 25% moest hebben verminderd ten opzichte van 1990, op grond van artikel 2 en 8 EVRM (ECLI:NL:HR:2019:2007). Die zaak ging over de Staat, niet over een onderneming, maar laat zien dat de rechter klimaatverplichtingen inhoudelijk toetst.
Daarnaast kan onjuiste duurzaamheidsinformatie in jaarverslagen of prospectussen leiden tot claims van beleggers, en in uitzonderlijke gevallen tot bestuurdersaansprakelijkheid.
Hoe raakt dit kleinere ondernemingen?
Vooral via contracten. Grote afnemers die zelf moeten rapporteren of ketenplichten hebben, nemen duurzaamheidseisen, informatieplichten en auditrechten op in hun inkoopvoorwaarden en gedragscodes voor leveranciers.
Omnibus I beperkt daarnaast hoeveel informatie rapportageplichtige ondernemingen bij kleinere partners in de keten mogen opvragen. Banken vragen voor financiering ook steeds vaker duurzaamheidsgegevens. RVO wijst erop dat bedrijven die niet rapportageplichtig zijn, wel vragen kunnen krijgen van klanten of andere bedrijven in hun keten.
Wat controleert u als grote onderneming?
- Toets aan de nieuwe drempels of u vanaf boekjaar 2027 onder de CSRD valt.
- Ga na of u vanaf 26 juli 2029 onder de CSDDD valt en richt uw ketenonderzoek tijdig in.
- Laat duurzaamheidsclaims in uw communicatie toetsen aan artikel 6:193c BW en Richtlijn 2024/825.
- Vraag van leveranciers niet meer informatie dan de regels toestaan.
Wat controleert u als mkb-onderneming of leverancier?
- Controleer of u onder de energiebesparingsplicht valt en of uw rapportage aan RVO actueel is.
- Lees duurzaamheidsclausules in inkoopvoorwaarden kritisch: wat garandeert u en wat zijn de gevolgen van een tekortkoming?
- Gebruik alleen milieuclaims die u met stukken kunt onderbouwen.
- Overweeg vrijwillige rapportage volgens de VSME-standaard als afnemers of banken daarom vragen.
Wat wij doen bij duurzaamheidsverplichtingen
- Beoordelen of uw onderneming onder de CSRD, de CSDDD of de energiebesparingsplicht valt.
- Duurzaamheidsclausules in inkoop- en leveringscontracten beoordelen en erover onderhandelen.
- Uw duurzaamheidsclaims toetsen voordat u ze publiceert.
- Het bestuur adviseren over aansprakelijkheidsrisico’s en governance, als uw advocaat ondernemingsrecht.
- U bijstaan in een geschil met een afnemer, toezichthouder of belangenorganisatie.
Veelgestelde vragen
Bestaat er een Nederlandse duurzaamheidswet?
Er is geen algemene duurzaamheidswet. De regels staan verspreid over onder meer de Klimaatwet, de Omgevingswet, Boek 2 en Boek 6 BW en Europese richtlijnen en verordeningen.
Kan een leverancier aansprakelijk zijn voor duurzaamheidsgaranties?
Ja. Geeft u in een contract een garantie of verplichting over duurzaamheid en komt u die niet na, dan kan uw afnemer nakoming, ontbinding of schadevergoeding vorderen (artikel 6:74 en 6:265 BW).