Gepubliceerd op 16 mei 2017 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Een betalingsbelofte is de toezegging van een schuldenaar dat hij een openstaande schuld zal voldoen. Juridisch geldt dat als een erkenning van de schuld, en artikel 3:318 BW bepaalt dat erkenning van het recht de verjaring van de rechtsvordering stuit. Een e-mail, een deelbetaling of een voorstel voor een betalingsregeling kan een vordering die op het punt staat te verjaren daardoor opnieuw jaren levend houden; alleen bij een overeenkomst onder buitenlands recht kunnen andere regels gelden.
Inhoudsopgave
Wat is een betalingsbelofte juridisch gezien?
De wet kent de term betalingsbelofte niet als zelfstandig begrip. In de praktijk gebruikt men hem voor elke uiting waarmee een schuldenaar te kennen geeft dat hij de schuld erkent en zal betalen. Dat kan uitdrukkelijk, bijvoorbeeld in een schulderkenning of een vaststellingsovereenkomst (artikel 7:900 BW), maar ook stilzwijgend: door te handelen op een manier die alleen te verklaren is als de schuld bestaat.
Het juridische belang zit niet in de belofte zelf. U kunt een vordering uit de oorspronkelijke overeenkomst ook zonder die belofte innen. Het belang zit in het effect op de verjaring: zolang de schuldenaar de schuld blijft erkennen, verstrijkt de termijn waarbinnen u naar de rechter kunt stappen niet. Ons overzicht over wat een vordering inhoudt geeft de bredere context.
Welke verjaringstermijn geldt voor een geldvordering?
Voor de gewone geldvordering uit een overeenkomst geldt artikel 3:307 BW: de rechtsvordering tot nakoming verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Bij een geldlening met een afgesproken aflosdatum begint de termijn dus op de dag na die datum. Is er geen opeisbaarheidsmoment afgesproken, dan gelden aparte regels en komt de lange termijn van twintig jaar van artikel 3:306 BW in beeld.
Naast deze hoofdregel kent titel 11 van Boek 3 BW kortere termijnen voor bijzondere vorderingen, bijvoorbeeld voor rente en andere periodieke betalingen (artikel 3:308 BW). In ons artikel over verjaring van vorderingen staan de termijnen en aanvangsmomenten uitgebreider uitgewerkt.
Hoe stuit een erkenning de verjaring?
Artikel 3:318 BW is kort: erkenning van het recht stuit de verjaring van de rechtsvordering tegen degene die het recht erkent. Er is geen vormvereiste. De erkenning hoeft niet schriftelijk te zijn, hoeft niet in een bepaalde vorm aan de schuldeiser te zijn gericht en hoeft de schuld niet in cijfers te benoemen. Beslissend is of de schuldenaar zich zo heeft gedragen dat u daaruit redelijkerwijs mocht afleiden dat hij de schuld erkende.
Een schuldenaar die om uitstel vraagt, over verlaging van de rente onderhandelt of een aflossingsvoorstel doet, bevestigt daarmee dat er iets te betalen valt. Dat hij de hoogte betwist, doet aan de erkenning van het bestaan van de schuld niet af.
Welke gedragingen gelden meestal als erkenning?
- Correspondentie: een e-mail of brief waarin de schuldenaar aangeeft te zullen betalen, om uitstel vraagt of een regeling voorstelt.
- Een deelbetaling: die erkent doorgaans het geheel, tenzij de schuldenaar er uitdrukkelijk bij zegt dat hij alleen dat deel verschuldigd acht.
- Het stellen van zekerheid, bijvoorbeeld een pandrecht of een borgstelling voor de schuld.
Een voorbehoud van de schuldenaar maakt de erkenning niet automatisch krachteloos. Wie schrijft dat hij zal aflossen zodra zijn financiële situatie het toelaat, houdt het tijdstip open, maar zegt tegelijk dat de schuld bestaat. Hoe vager de uiting, hoe meer bewijs u nodig heeft. Bewaar daarom de volledige e-mailwisseling met datum en afzender. Zijn de afspraken alleen mondeling gemaakt, dan loopt u tegen dezelfde bewijsproblemen aan als bij mondelinge afspraken.
Welke termijn gaat na de stuiting lopen?
Stuiting zet de teller niet stil, maar op nul. Artikel 3:319 BW bepaalt dat de nieuwe termijn gelijk is aan de oorspronkelijke, maar niet langer dan vijf jaren. De verjaring treedt in geen geval eerder in dan het moment waarop de oorspronkelijke termijn zonder stuiting zou zijn verstreken.
Voor een gewone geldvordering betekent dat: na elke erkenning heeft u opnieuw vijf jaar. Blijft de schuldenaar met tussenpozen betalen of bevestigen dat hij zal betalen, dan kan een vordering van lang geleden nog afdwingbaar zijn.
Hoe stuit u zelf, zonder medewerking van de schuldenaar?
U bent niet afhankelijk van uw wederpartij. De tabel zet de stuitingsmiddelen van titel 11 Boek 3 BW naast elkaar.
| Stuitingsmiddel | Artikel | Wie handelt | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Erkenning door de schuldenaar | 3:318 BW | Schuldenaar | Vormvrij, maar u moet haar kunnen bewijzen |
| Schriftelijke aanmaning of mededeling met ondubbelzinnig voorbehoud van het recht op nakoming | 3:317 lid 1 BW | Schuldeiser | Een vage herinnering met een verzoek om contact volstaat niet |
| Instellen van een eis of andere daad van rechtsvervolging | 3:316 BW | Schuldeiser | Wordt de eis ingetrokken of afgewezen, dan moet binnen zes maanden een nieuwe eis volgen (lid 2) |
Ondubbelzinnig betekent dat de schuldenaar uit de brief moet kunnen opmaken dat u de vordering handhaaft en zich het recht voorbehoudt om nakoming af te dwingen. Stuur de brief aangetekend en bewaar het verzendbewijs. Een stuitingsbrief is iets anders dan een ingebrekestelling en iets anders dan de veertiendagenbrief die nodig is om buitengerechtelijke kosten in rekening te brengen (artikel 6:96 lid 6 BW). Hoe dat laatste werkt, leest u in onze uitleg over het berekenen van incassokosten.
Een betalingsbelofte per e-mail: de zaak bij het gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam deed op 16 mei 2017 uitspraak over een geldlening die op 31 december 2001 had moeten zijn terugbetaald (ECLI:NL:GHAMS:2017:1875). Dat gebeurde niet. Partijen bleven jarenlang corresponderen, en de lener deed tussen september 2006 en december 2007 een reeks deelbetalingen. Op 1 mei 2013 stelde de advocaat van de uitlener hem in gebreke.
De lener voerde aan dat de vordering was verjaard. Het hof oordeelde dat de verjaring was gestuit. Het leidde de betalingsbeloftes af uit e-mails waarin de lener stellig aangaf de lening te zullen aflossen, en uit de deelbetalingen. Dat hij een slag om de arm hield over het moment van aflossen, maakte dat niet anders. Ook het verweer dat partijen in 2011 een lagere slotbetaling waren overeengekomen, ging niet op: dat de lener dat bedrag had voorgesteld, betekende niet dat de uitlener ermee had ingestemd.
Let op: het hof paste in deze zaak niet artikel 3:318 BW toe, maar het recht van de Amerikaanse staat Massachusetts, dat de partijen in de schuldbekentenis hadden gekozen. De uitspraak laat zien hoe een rechter e-mails en deelbetalingen waardeert, maar de Nederlandse termijnen en stuitingsregels volgen uit Boek 3 BW.
Wat als op de overeenkomst buitenlands recht van toepassing is?
Verjaring wordt beheerst door het recht dat op de overeenkomst zelf van toepassing is, en dat recht kan sterk afwijken van het Nederlandse. Termijnen, de vraag of een deelbetaling stuit en de eisen aan een stuitingsbrief verschillen per rechtsstelsel. In de Amsterdamse zaak gold onder het recht van Massachusetts een termijn van zes jaar.
Welk recht geldt, volgt bij grensoverschrijdende contracten uit de Rome I-verordening, Verordening (EG) nr. 593/2008. Partijen mogen zelf een rechtskeuze maken; ontbreekt die, dan wijst de verordening het toepasselijke recht aan. Voor overeenkomsten van vóór 17 december 2009 kan nog het daaraan voorafgaande verdragsregime gelden. Gaat het om inning binnen de Europese Unie, dan kan de Europese betalingsbevelprocedure een snelle route zijn; zie ons artikel over internationale incasso.
Wat doet u met een oude vordering, als schuldeiser of als schuldenaar?
Leg als schuldeiser per vordering vast wanneer die opeisbaar werd en welke termijn daarop van toepassing is. Stuur ruim voor het einde van die termijn een stuitingsmededeling die voldoet aan artikel 3:317 BW. Bevestig een telefonisch toegezegde betalingsregeling per e-mail en vraag om een korte schriftelijke bevestiging.
Loopt de vordering al jaren, ga dan niet af op de datum van de laatste factuur, maar reconstrueer de hele contactgeschiedenis. Een deelbetaling of een terloopse e-mail van jaren geleden kan de vordering hebben gered.
Bent u als schuldenaar aangesproken op een oude schuld, controleer dan of ondertussen werkelijk is gestuit voordat u betaalt. De rechter past verjaring niet uit zichzelf toe: u moet er een beroep op doen (artikel 3:322 lid 1 BW). Wie betaalt op een verjaarde vordering, kan dat bedrag doorgaans niet als onverschuldigd terugvorderen. Betwist u een deel van de schuld, zeg dat dan uitdrukkelijk bij een deelbetaling.
Hoe wij u helpen bij verjaring en een betalingsbelofte
Verjaring en stuiting van vorderingen behandelen wij binnen ons werk in het civiel recht.
- per vordering berekenen wanneer de verjaring intreedt en of die is gestuit (artikelen 3:307 en 3:316 tot en met 3:319 BW);
- een stuitingsbrief opstellen die voldoet aan artikel 3:317 BW;
- beoordelen of e-mails, deelbetalingen of een betalingsregeling als erkenning gelden;
- bij een buitenlands element vaststellen welk recht de verjaring beheerst;
- tijdig dagvaarden, of namens de schuldenaar het verjaringsverweer voeren.
In het kort
- Een betalingsbelofte is een erkenning van de schuld en stuit de verjaring (artikel 3:318 BW).
- Na stuiting loopt een nieuwe termijn van maximaal vijf jaar (artikel 3:319 BW).
- U kunt ook zelf stuiten met een schriftelijke mededeling met ondubbelzinnig voorbehoud (artikel 3:317 BW).
- Bij een overeenkomst onder buitenlands recht kan dat recht de verjaring beheersen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen stuiten en verlengen van de verjaring?
Stuiting laat een geheel nieuwe termijn beginnen. Verlenging schuift het einde van de lopende termijn op zonder dat er een nieuwe begint. Dat komt alleen voor in de gevallen die de wet noemt (artikel 3:320 en 3:321 BW), zoals tussen echtgenoten.
Kan ik na verjaring nog iets doen?
De vordering zelf blijft bestaan als natuurlijke verbintenis, maar u kunt nakoming niet meer afdwingen bij de rechter. Betaalt de schuldenaar alsnog vrijwillig, dan is die betaling geldig. Soms is verrekening nog mogelijk (artikel 6:131 BW); dat vergt beoordeling per dossier.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.