Gepubliceerd op 9 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026
Een mondelinge afspraak is in Nederland in beginsel net zo bindend als een schriftelijke overeenkomst: zodra u het over de hoofdzaken eens bent, is er een overeenkomst. De belangrijkste uitzondering zijn afspraken waarvoor de wet een schriftelijke vorm of een notariële akte eist, zoals de koop van een woning door een particulier of een concurrentiebeding.
Het echte verschil met een schriftelijk contract zit in het bewijs. Ontkent de ander dat er iets is afgesproken, dan moet u aantonen wat er is gezegd. Hieronder leest u wanneer een mondelinge afspraak bindend is, hoe u die bewijst en hoe u haar afdwingt als de ander zich er niet aan houdt.
Inhoudsopgave
Wat is een mondelinge afspraak?
Een mondelinge afspraak is een overeenkomst die tot stand komt zonder dat iets op papier wordt gezet. Juridisch heeft zij dezelfde kracht als een schriftelijk contract.
Het Nederlandse recht kent vormvrijheid. Volgens artikel 3:37 BW kan een verklaring in iedere vorm worden gedaan, tenzij de wet anders bepaalt. Een overeenkomst kan dus ontstaan in een gesprek, aan de telefoon, met een handdruk of zelfs door gedrag, zoals het betalen van een afgesproken bedrag. Het verbintenissenrecht maakt daarbij geen onderscheid tussen mondeling en schriftelijk.
Een voorbeeld: iemand biedt zijn fiets te koop aan voor 200 euro. De koper zegt “akkoord” en ze geven elkaar een hand. Er is dan een geldige koopovereenkomst. De verkoper moet de fiets leveren en de koper moet betalen.
Wat is het verschil met een schriftelijke overeenkomst?
Juridisch is er geen verschil in bindende kracht. Het verschil zit in de bewijsbaarheid en in de details die mondeling vaak onbesproken blijven.
Een schriftelijk contract legt vast wat partijen afspreken over prijs, termijnen, aansprakelijkheid en wat er gebeurt als het misgaat. Bij een mondelinge afspraak blijven die punten vaak vaag. De ander kan ontkennen dat er iets is afgesproken, of het zich anders herinneren. Dan staat uw woord tegen het zijne.
Een ondertekende schriftelijke overeenkomst levert in een procedure bovendien sterk bewijs op. Volgens artikel 157 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft een onderhandse akte tussen partijen dwingende bewijskracht voor wat daarin is verklaard, tenzij tegenbewijs slaagt. Bij een mondelinge afspraak mist u dat voordeel.
Wanneer is een mondelinge afspraak juridisch bindend?
Een mondelinge afspraak is bindend als er een aanbod is dat de ander aanvaardt, beide partijen dat werkelijk willen en handelingsbekwaam zijn, en de inhoud niet in strijd is met de wet. Dat zijn dezelfde eisen als voor een schriftelijk contract.
Ten eerste moeten wil en verklaring overeenstemmen (artikel 3:33 BW). Wie iets zegt, moet dat ook bedoelen, of de ander moet daar redelijkerwijs op mogen vertrouwen (artikel 3:35 BW). Een grap of een losse opmerking tijdens een verjaardag levert meestal geen overeenkomst op.
Ten tweede moeten beide partijen handelingsbekwaam zijn. Volgens artikel 1:234 BW heeft een minderjarige in beginsel toestemming van zijn ouders nodig. Voor aankopen die bij zijn leeftijd gebruikelijk zijn, wordt die toestemming verondersteld. Ten derde mag de inhoud niet in strijd zijn met de wet, de openbare orde of de goede zeden (artikel 3:40 BW). Ook moet duidelijk genoeg zijn wat partijen van elkaar moeten doen (artikel 6:227 BW).
Hoe werken aanbod en aanvaarding bij een mondelinge afspraak?
Een overeenkomst ontstaat door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:217 BW). Een mondeling aanbod vervalt als de ander het niet direct aanvaardt.
Dat laatste staat in artikel 6:221 lid 1 BW. Zegt iemand in een gesprek “u kunt de auto voor 5.000 euro krijgen” en u reageert pas een week later, dan is het aanbod in beginsel vervallen. Een schriftelijk aanbod vervalt pas als het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard. De aanbieder kan ook zelf een termijn noemen.
Een aanbod moet zo concreet zijn dat een eenvoudig “ja” genoeg is om de overeenkomst te sluiten. U kunt aanvaarden met woorden, maar ook door gedrag, bijvoorbeeld door te betalen of met het werk te beginnen. Wijkt uw antwoord af van het aanbod, dan geldt het volgens artikel 6:225 BW als een nieuw aanbod. Gaat het alleen om ondergeschikte punten, dan komt de overeenkomst toch tot stand, tenzij de aanbieder direct bezwaar maakt.
Wanneer is een mondelinge afspraak niet genoeg?
Voor een aantal afspraken eist de wet een geschrift of een notariële akte. Zonder die vorm is de afspraak niet geldig of kunt u haar niet inroepen.
De bekendste voorbeelden in het vastgoed zijn deze. Koopt een particulier een woning, dan moet de koopovereenkomst schriftelijk worden aangegaan (artikel 7:2 BW). Na ondertekening heeft de koper dan drie dagen bedenktijd. De eigendomsoverdracht zelf en een hypotheekrecht vereisen een notariële akte (artikelen 3:89 en 3:260 BW). Een huurovereenkomst is daarentegen vormvrij en kan ook mondeling tot stand komen.
In het arbeidsrecht is de arbeidsovereenkomst zelf vormvrij. Wel moeten een proeftijd en een concurrentiebeding schriftelijk worden overeengekomen (artikelen 7:652 en 7:653 BW). Een mondeling afgesproken concurrentiebeding is dus niet geldig. Hetzelfde geldt voor een uitzendbeding (artikel 7:691 BW).
Verder vereisen onder meer een testament en huwelijkse voorwaarden een notariële akte. Bij een borgtocht door een particulier eist artikel 7:859 BW dat de borgtocht door een door de borg ondertekend geschrift wordt bewezen. De wet eist hier een vorm om partijen te beschermen tegen overhaaste beslissingen met grote gevolgen.
Wie moet een mondelinge afspraak bewijzen?
Wie zich op een afspraak beroept, moet haar bewijzen. Dat volgt uit artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Omdat er niets op papier staat, is dat vaak lastig. Mensen herinneren zich hetzelfde gesprek verschillend, en details over prijs of termijn raken snel uit beeld. Zonder getuigen of berichten staat al gauw uw woord tegen dat van de ander. Hoe u verder komt als u gelijk heeft maar weinig bewijs, leest u in ons artikel over gelijk hebben zonder bewijs.
Een rechter mag het bewijs vrij waarderen (artikel 152 Rv). Uw eigen verklaring als partij levert volgens artikel 164 lid 2 Rv echter geen bewijs in uw voordeel op, tenzij er al ander, onvolledig bewijs ligt dat zij aanvult. U hebt dus steun nodig van iets of iemand anders.
Met welk bewijs kunt u een mondelinge afspraak aantonen?
Alle bewijsmiddelen zijn toegestaan: getuigen, berichten, e-mails, betalingen en geluidsopnames. Hoe meer bronnen hetzelfde verhaal vertellen, hoe sterker u staat.
Getuigen die bij het gesprek waren, kunnen bevestigen wat er is gezegd. Digitale berichten zijn vaak nog sterker. Denk aan een WhatsApp-bericht waarin de ander de prijs bevestigt, of een e-mail waarin u op het gesprek terugkomt zonder dat de ander tegenspreekt.
Ook gedrag na de afspraak telt. Heeft de ander een voorschot betaald, materialen geleverd of met het werk begonnen, dan wijst dat op een overeenkomst. Verder kunt u een geluidsopname van het gesprek gebruiken. Een gesprek waaraan u zelf deelneemt, mag u in Nederland opnemen zonder dat te melden; strafbaar is alleen het heimelijk opnemen van een gesprek waaraan u niet deelneemt (artikel 139a Sr). Het verspreiden van zo’n opname ligt wel gevoeliger.
Hoe legt u bewijs vast tijdens en na de afspraak?
Stuur direct na het gesprek een bericht waarin u de afspraken samenvat en vraag om bevestiging. Zo geeft u de ander de kans om te corrigeren, en heeft u later bewijs.
Zet in dat bericht de datum van het gesprek, wie erbij waren, wat er is afgesproken en welke bedragen en termijnen gelden. Reageert de ander niet of bevestigt hij, dan versterkt dat uw positie. Nodig bij belangrijke gesprekken een getuige uit.
Bewaar alle berichten en documenten, bijvoorbeeld door schermafbeeldingen van WhatsApp te maken en e-mails op te slaan. Gaat het om grotere bedragen of een langere samenwerking, laat de afspraak dan vastleggen in een contract. U kunt een concept ook laten controleren voordat u tekent, zodat duidelijk is wat u precies aangaat.
Hoe dwingt u een mondelinge afspraak af?
U kunt nakoming eisen, net als bij een schriftelijk contract. Meestal begint dat met een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn.
In een ingebrekestelling beschrijft u wat er is afgesproken, waarin de ander tekortschiet en binnen welke termijn hij alsnog moet nakomen. Vaak is dat een termijn van één tot twee weken, afhankelijk van wat er moet gebeuren. Blijft nakoming daarna uit, dan is de ander in verzuim (artikelen 6:81 en 6:82 BW). Is nakoming al onmogelijk geworden, of heeft de ander laten weten niet te zullen nakomen, dan is een ingebrekestelling niet nodig (artikel 6:83 BW).
Bij verzuim kunt u schadevergoeding vorderen of de overeenkomst ontbinden (artikel 6:265 BW). Komt het tot een procedure, dan moet u als eiser het bestaan en de inhoud van de afspraak bewijzen. Uw berichten, getuigen en betalingen zijn dan het fundament van uw zaak. Wat u kunt doen als een leverancier zich niet aan afspraken houdt, leest u in ons artikel over een leverancier die zijn afspraken niet nakomt.
Welke schade kunt u vorderen als de ander niet nakomt?
U kunt de schade vorderen die het gevolg is van de tekortkoming en die de ander redelijkerwijs kan worden toegerekend. Dat kunnen directe kosten zijn, maar ook gevolgschade zoals gederfde winst.
Volgens artikel 6:74 BW moet de schuldenaar de schade vergoeden die de schuldeiser door de tekortkoming lijdt, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Directe schade is bijvoorbeeld een voorschot dat u al betaalde of materialen die u voor niets kocht. Gevolgschade is bijvoorbeeld omzet die u misliep doordat de prestatie uitbleef.
De rechter kijkt volgens artikel 6:98 BW of de schade zo nauw met de tekortkoming samenhangt dat zij de ander kan worden toegerekend. Of de schade voorzienbaar was, speelt daarbij een rol, maar is niet het enige criterium. Een beroep op overmacht (artikel 6:75 BW) kan de aansprakelijkheid uitsluiten, maar degene die zich daarop beroept, moet dat onderbouwen. Meer over de grenzen van aansprakelijkheid leest u in ons artikel over aansprakelijkheid voor schade.
Waarom is schriftelijk vastleggen toch verstandig?
Een schriftelijke overeenkomst maakt de afspraak niet sterker, maar wel bewijsbaar. Bovendien dwingt het opschrijven u om na te denken over punten die mondeling vaak blijven liggen.
Denk aan de betalingstermijn, wat er gebeurt bij vertraging, wie aansprakelijk is voor schade en hoe de samenwerking eindigt. Juist over die punten ontstaat later ruzie. Een rechter ziet bij een schriftelijk contract direct wat partijen bedoelden. Bij een mondelinge afspraak draait alles om getuigen en indirect bewijs.
Een ondernemer die veel met mondelinge afspraken werkt, doet er goed aan elke afspraak per e-mail te bevestigen. Zo voorkomt u dat een meningsverschil uitgroeit tot een zakelijk geschil.
Wat doet u als er een geschil ontstaat over een mondelinge afspraak?
Verzamel eerst al het bewijs en laat daarna uw positie beoordelen voordat u de ander aanschrijft. Een zorgvuldige eerste brief bepaalt vaak het verdere verloop.
Zet op een rij welke berichten, betalingen en getuigen er zijn. Een advocaat beoordeelt vervolgens of dat bewijs voldoende is en welke vordering u kunt instellen. Vaak volgt dan een sommatie of ingebrekestelling, en daarna overleg over een regeling. Een schikking bespaart tijd en kosten, en u houdt zelf invloed op de uitkomst.
Lukt dat niet, dan kunt u een procedure starten. Tot 25.000 euro gaat dat bij de kantonrechter, waar u zich niet door een advocaat hoeft te laten vertegenwoordigen. Bij hogere bedragen is procederen bij de rechtbank met een advocaat verplicht. Tijdens de mondelinge behandeling kan de rechter partijen en getuigen horen over wat er precies is gezegd.
Wat kunnen wij voor u doen bij een geschil over een mondelinge afspraak?
Bij een mondelinge afspraak draait bijna alles om bewijs. Wij helpen u daarbij als volgt.
- Wij beoordelen of er een overeenkomst tot stand is gekomen en of de wet voor deze afspraak een geschrift of notariële akte eist.
- Wij zetten uw bewijs op een rij, zoals berichten, betalingen, getuigen en opnames, en beoordelen of dat voldoende is (artikel 150 Rv).
- Wij stellen een ingebrekestelling op met een redelijke termijn, zodat de ander in verzuim raakt (artikelen 6:81 en 6:82 BW).
- Wij brengen uw schade in kaart en vorderen schadevergoeding of ontbinding (artikelen 6:74 en 6:265 BW).
- Wij voeren overleg over een schikking en leggen de uitkomst schriftelijk vast.
- Wij procederen zo nodig bij de kantonrechter of de rechtbank en vragen daar een getuigenverhoor aan.
Samengevat
- Een mondelinge afspraak is in beginsel net zo bindend als een schriftelijk contract.
- Voor onder meer woningkoop door een particulier, een concurrentiebeding, een proeftijd en een testament eist de wet een geschrift of notariële akte.
- Wie zich op een afspraak beroept, moet haar bewijzen; berichten, getuigen en betalingen zijn daarbij het belangrijkst.
- Bevestig een mondelinge afspraak direct per e-mail of bericht en vraag om een reactie.
- Komt de ander niet na, stel hem dan schriftelijk in gebreke voordat u schadevergoeding of ontbinding vordert.
Veelgestelde vragen
Zijn mondelinge overeenkomsten rechtsgeldig in Nederland?
Ja. Een mondelinge overeenkomst is in beginsel net zo bindend als een schriftelijke, omdat het Nederlandse recht vormvrijheid kent (artikel 3:37 BW).
Er zijn uitzonderingen. Voor onder meer de koop van een woning door een particulier, een concurrentiebeding en een testament eist de wet een geschrift of een notariële akte.
Wat is nodig om een mondelinge overeenkomst bindend te maken?
Er moet een aanbod zijn dat de ander aanvaardt. Een mondeling aanbod vervalt als het niet direct wordt aanvaard (artikel 6:221 BW).
Verder moeten beide partijen handelingsbekwaam zijn, moet de wil overeenstemmen met wat is gezegd en mag de inhoud niet in strijd zijn met de wet, de openbare orde of de goede zeden.
Hoe bewijst u een mondelinge afspraak in een geschil?
Met getuigen die bij het gesprek waren, met berichten en e-mails waarin de afspraak wordt bevestigd, en met betalingen of andere handelingen waaruit blijkt dat de afspraak is uitgevoerd.
Ook een geluidsopname van een gesprek waaraan u zelf deelnam, kan als bewijs dienen. Uw eigen verklaring alleen is meestal niet genoeg.
Wat zijn de risico’s van een mondelinge afspraak?
Het grootste risico is het bewijs: ontkent de ander de afspraak, dan moet u aantonen wat er is gezegd.
Daarnaast blijven punten als betalingstermijn, aansprakelijkheid en beëindiging mondeling vaak onbesproken. Juist daarover ontstaat later een geschil.
Wanneer is een mondelinge overeenkomst nietig of vernietigbaar?
Een overeenkomst die in strijd is met de wet, de openbare orde of de goede zeden, is nietig (artikel 3:40 BW). Dat geldt ook als een wettelijk vereiste vorm, zoals een geschrift, ontbreekt.
Is iemand door bedreiging, bedrog of dwaling tot de afspraak gekomen, dan is de overeenkomst vernietigbaar (artikelen 3:44 en 6:228 BW). Zij blijft dan geldig totdat zij wordt vernietigd.
Hoe krijgt u meer zekerheid dan met een mondelinge afspraak?
Leg de afspraak vast in een schriftelijk contract dat beide partijen ondertekenen. Dat geeft de meeste zekerheid.
Is dat niet haalbaar, stuur dan direct na het gesprek een e-mail waarin u de afspraken samenvat en vraag de ander om bevestiging.
Law & More adviseert ondernemers en particulieren over contracten en procedeert bij geschillen over de nakoming ervan; meer over onze aanpak leest u op onze pagina over civiel recht. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.