Gepubliceerd op 19 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Wraking is het verzoek van een procespartij om een rechter van de zaak te halen, omdat feiten of omstandigheden zijn onpartijdigheid kunnen aantasten (art. 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). U moet het verzoek doen zodra u die feiten kent. Onvrede over een beslissing of over de manier waarop de rechter de zitting leidt, is op zichzelf geen grond.
Over het verzoek beslist een wrakingskamer van drie andere rechters van hetzelfde gerecht. Tegen die beslissing staat geen hoger beroep of cassatie open; ook niet op zogenoemde doorbrekingsgronden, zo oordeelde de Hoge Raad in 2024.
Inhoudsopgave
Waar staan de regels over wraking?
| Rechtsgebied | Wraking | Verschoning |
|---|---|---|
| Civiele zaken (ook familie, kanton, kort geding) | Art. 36-39 Rv | Art. 40-41 Rv |
| Strafzaken | Art. 512-518 Sv | Art. 517 Sv |
| Bestuurszaken | Art. 8:15-8:21 Awb | Art. 8:19 Awb |
De regels lijken in alle drie de wetboeken sterk op elkaar: de grond, het moment en de wrakingskamer zijn vergelijkbaar geregeld. Iedere partij kan wraken, ook het Openbaar Ministerie in een strafzaak. Dat geldt voor iedere rechter die in uw zaak beslist: de kantonrechter, de voorzieningenrechter in kort geding, de rechter-commissaris en raadsheren in hoger beroep. Bij een meervoudige kamer kunt u één rechter wraken of alle drie.
Wat is het verschil tussen wraking en verschoning?
Bij wraking neemt een partij het initiatief. Bij verschoning vraagt de rechter zelf om zich terug te trekken, bijvoorbeeld als hij ontdekt dat hij een partij privé kent (art. 40 Rv). Verschoning voorkomt veel wrakingszaken. Het resultaat is hetzelfde: een andere rechter neemt de zaak over.
Hoe toetst de wrakingskamer onpartijdigheid?
Het recht op een onpartijdige rechter staat in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Uitgangspunt is dat een rechter onpartijdig is, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn. Die moeten een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat de rechter vooringenomen is, of dat uw vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
Daarbij gelden twee toetsen. De subjectieve toets vraagt of deze rechter persoonlijk vooringenomen is; dat is moeilijk te bewijzen. De objectieve toets vraagt of er feiten zijn die bij een redelijk denkende partij gerechtvaardigde twijfel wekken. Ook de schijn telt, maar dan een schijn die objectief te rechtvaardigen is. Uw gevoel dat de rechter u niet mag, is niet genoeg.
Wanneer maakt een wrakingsverzoek kans?
- De rechter is familie of een vriend van een partij, een getuige of een advocaat.
- De rechter heeft een zakelijke relatie met een partij of een financieel belang bij de uitkomst.
- De rechter was eerder in een andere rol bij dezelfde zaak betrokken, bijvoorbeeld als advocaat van een partij.
- De rechter heeft een nevenfunctie bij een organisatie die in de zaak een rol speelt.
- De rechter laat op de zitting merken dat zijn oordeel al vaststaat, of laat zich in de media uit over de lopende zaak.
Eerdere betrokkenheid is niet altijd een probleem. Een rechter die in dezelfde zaak een tussenbeslissing nam, mag in de regel verder. Dat is anders als hij zich toen zo uitliet dat de uitkomst vast lijkt te liggen. Ook kritische vragen en een voorlopig oordeel om een schikking te bevorderen, zijn geen vooringenomenheid. Het wordt anders als de rechter zo stellig is dat een partij redelijkerwijs mag vrezen dat haar standpunt niet meer serieus wordt gewogen.
Een voorbeeld ter illustratie: een ondernemer ontdekt op de zitting dat de rechter jaren geleden bestuurder was van een branchevereniging waarvan de wederpartij lid is. Dat alleen is meestal te ver weg. Blijkt de rechter ook persoonlijk betrokken bij een eerder conflict met de ondernemer, dan ligt het anders. Het gaat steeds om de concrete feiten.
Wat is geen grond voor wraking?
Onvrede over een beslissing, de zittingsleiding of de strengheid van de rechter is geen grond. Procesbeslissingen, zoals het afwijzen van een getuigenverhoor, vecht u aan in hoger beroep. Ook leeftijd, geslacht of achtergrond van de rechter zijn geen grond, net zo min als het feit dat dezelfde rechter u in een andere zaak ongelijk gaf. Een verzoek dat vooral bedoeld is om te vertragen, wordt afgewezen. Bij misbruik kan de wrakingskamer bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen (art. 39 Rv). Het grootste deel van de wrakingsverzoeken wordt afgewezen; de drempel is hoog.
Hoe dient u een wrakingsverzoek in?
- Direct handelen. U doet het verzoek zodra de feiten u bekend zijn (art. 37 Rv). Kende u ze al langer, dan verklaart de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk. Wie wacht tot de uitkomst tegenvalt, is te laat.
- Vorm. Vóór de zitting doet u het verzoek schriftelijk en gemotiveerd. Tijdens de zitting kan het mondeling; de griffier legt het vast in het proces-verbaal. Is procesvertegenwoordiging verplicht, dan doet uw advocaat het verzoek.
- Alle feiten tegelijk. U voert alle feiten en omstandigheden die u kent in één keer aan (art. 37 Rv). Een later verzoek op feiten die u al kende, wordt niet behandeld. Vraag op de zitting daarom eerst om een korte schorsing om het verzoek goed te formuleren.
- Schorsing van de hoofdzaak. Zodra het verzoek is gedaan, ligt de behandeling van uw zaak stil tot de wrakingskamer heeft beslist.
- Berusting of behandeling. De gewraakte rechter kan in de wraking berusten; dan treedt hij terug en hoeft de wrakingskamer niet te beslissen (art. 38 Rv). Berust hij niet, dan behandelt een meervoudige kamer zonder de gewraakte rechter het verzoek zo spoedig mogelijk en hoort zij de verzoeker en de rechter (art. 39 Rv).
De wrakingskamer beslist met redenen, meestal na een korte zitting. Hoe zo’n zitting verloopt, leest u in ons artikel over de mondelinge behandeling. Ook de leden van de wrakingskamer kunnen in theorie worden gewraakt; dan beslist een andere samenstelling.
Wat betekent de beslissing van de wrakingskamer voor uw zaak?
Wordt het verzoek toegewezen, dan krijgt de zaak een andere rechter. Eerdere beslissingen blijven in beginsel gelden en de nieuwe rechter pakt de zaak op waar zij was gebleven. Soms moet een zitting over, en dat kost tijd. Wordt het verzoek afgewezen, dan gaat de gewraakte rechter verder. Dat vraagt een zakelijke houding van beide kanten; weeg daarom vooraf af of een verzoek de verhouding onnodig belast. Ook een nieuwe rechter kunt u wraken, maar alleen op grond van nieuwe feiten.
Kunt u in beroep tegen de wrakingsbeslissing?
Nee. De wet sluit elk rechtsmiddel uit (art. 39 Rv, art. 8:18 Awb en art. 515 Sv). Lange tijd liet de rechtspraak een uitzondering toe bij fundamentele vormfouten, de zogenoemde doorbrekingsgronden. De Hoge Raad heeft die leer op 21 juni 2024 losgelaten (ECLI:NL:HR:2024:918). Tegen een beslissing op een wrakingsverzoek staat ook op doorbrekingsgronden geen hoger beroep of cassatie meer open, omdat de onpartijdigheid aan de orde kan komen in het rechtsmiddel tegen de einduitspraak in de hoofdzaak.
Wat is anders bij wraking in strafzaken en bestuurszaken?
In strafzaken trekt een wrakingsverzoek vaker aandacht, zeker als het tijdens een openbare zitting wordt gedaan. Zowel de verdachte als de officier van justitie kan een rechter wraken (art. 512 Sv). Ook de rechter-commissaris die in het vooronderzoek beslissingen neemt, kan worden gewraakt. De wrakingskamer beslist ook hier zonder dat daartegen een rechtsmiddel openstaat (art. 515 Sv).
In bestuurszaken, zoals een geschil over een vergunning of uitkering, gelden artikel 8:15 en volgende Awb. Bij de bestuursrechter is procesvertegenwoordiging niet verplicht, dus u kunt het verzoek zelf doen. Ook dan geldt: direct na het bekend worden van de feiten, met alle feiten tegelijk.
Wat doet u als u pas na de uitspraak iets ontdekt?
Na de einduitspraak kunt u niet meer wraken. U kunt wel hoger beroep instellen. Daarin beoordelen andere rechters de zaak opnieuw in volle omvang, en u kunt aanvoeren dat uw recht op een eerlijk proces uit artikel 6 EVRM is geschonden. Let op de termijn: in civiele dagvaardingszaken drie maanden na de uitspraak (art. 339 Rv), in strafzaken veertien dagen (art. 408 Sv).
Kende u de feiten al tijdens de procedure, maar zweeg u tot na de uitspraak? Dan kijkt de hogere rechter daar kritisch naar. Wie een wrakingsgrond kent, moet die direct aanvoeren. Hoe een procedure in eerste aanleg verder verloopt, leest u bij het starten van een civiele procedure, en voor zaken tegen de overheid bij bestuursrechtelijke procedures. Meer achtergrond geeft ons artikel over rechterlijke onpartijdigheid en wraking in de praktijk.
Wat kunnen wij doen bij wraking van een rechter?
- Beoordelen of de feiten een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren, of dat het om onvrede over een beslissing gaat.
- Het verzoek opstellen of ter zitting mondeling doen, met alle bekende feiten in één keer (art. 37 Rv).
- Op de zitting om een korte schorsing vragen, zodat het verzoek direct en onderbouwd wordt gedaan.
- Voor u optreden bij de wrakingskamer.
- Na de einduitspraak beoordelen of hoger beroep zinvol is en de termijn bewaken.
Wraking in vijf punten
- Wraking is een verzoek om een rechter te vervangen omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan zijn (art. 36 Rv, 512 Sv, 8:15 Awb).
- De schijn van partijdigheid kan genoeg zijn, mits die objectief gerechtvaardigd is.
- U doet het verzoek zodra u de feiten kent, met alle feiten tegelijk.
- Een wrakingskamer van drie rechters beslist; sinds HR 21 juni 2024 staat ook op doorbrekingsgronden geen rechtsmiddel open.
- Onvrede over een beslissing is geen grond; daarvoor is hoger beroep bedoeld.
Veelgestelde vragen
Kan ik een rechter in kort geding wraken?
Ja. Een voorzieningenrechter beslist vaak snel en soms op de zitting zelf. Het verzoek moet daar dus direct worden gedaan, zodra de feiten bekend zijn.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.