Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Grootouders hebben geen automatisch recht op omgang met hun kleinkinderen, ook niet na een scheiding. Wel kunt u de rechter vragen een omgangsregeling vast te stellen als u in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat (artikel 1:377f BW); de rechter wijst het verzoek af als omgang niet in het belang van het kind is.
Een normale, liefdevolle grootouderband is daarvoor meestal niet genoeg. De rechter kijkt naar bijzondere omstandigheden, zoals een vaste oppasrol over langere tijd of een periode waarin het kind bij u woonde.
Inhoudsopgave
Wat zegt de wet over omgang met grootouders?
Artikel 1:377a lid 1 BW geeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Artikel 1:377f BW geeft die derde, bijvoorbeeld een grootouder, de mogelijkheid de rechter om een omgangsregeling te vragen.
Grootouders worden in die artikelen niet apart genoemd. U heeft dus dezelfde positie als andere derden, zoals een oom, tante of stiefouder: u moet eerst de nauwe persoonlijke betrekking aantonen. Ouders hebben die stap niet nodig; zie ook de omgangsregeling tussen ouders.
Wanneer is er een nauwe persoonlijke betrekking?
Er is sprake van een nauwe persoonlijke betrekking als de band met het kind duidelijk verder gaat dan gebruikelijk is tussen grootouder en kleinkind. De rechter beoordeelt dat aan de hand van alle feiten, zoals de duur, de frequentie en de aard van het contact.
- Het kind heeft voor langere tijd bij u gewoond.
- U paste gedurende jaren structureel een of meer dagen per week op.
- U had een actieve rol in de verzorging en opvoeding, bijvoorbeeld tijdens ziekte van een ouder.
- Het kind logeerde regelmatig bij u en u was betrokken bij school en activiteiten.
Het helpt als u de band met stukken kunt onderbouwen, zoals agenda’s, berichten, foto’s met datum of verklaringen van leerkrachten en andere familieleden. Is het contact al lange tijd verbroken, dan kan het moeilijker zijn om een actuele nauwe betrekking aan te tonen.
Wanneer wijst de rechter omgang af?
Ook als er een nauwe persoonlijke betrekking is, kan de rechter het verzoek afwijzen. Artikel 1:377f lid 2 BW noemt drie gronden.
- Omgang zou ernstig nadeel opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind.
- Het kind van twaalf jaar of ouder heeft ernstige bezwaren tegen omgang met u.
- Omgang is anderszins in strijd met zwaarwegende belangen van het kind.
In de praktijk weegt een groot conflict tussen ouders en grootouders zwaar. Als omgang het kind in een loyaliteitsconflict brengt, wijst de rechter het verzoek vaak af op grond van de zwaarwegende belangen van het kind, ook als de band op zichzelf goed is.
Hoe vraagt u omgang aan bij de rechter?
U dient via een advocaat een verzoekschrift in bij de rechtbank van de woonplaats van het kind. De ouders met gezag zijn belanghebbenden en mogen schriftelijk reageren en op de zitting hun standpunt geven.
Kinderen van twaalf jaar en ouder worden door de rechter uitgenodigd voor een kindgesprek of om een brief te schrijven (artikel 809 Rv). De rechter kan ook de Raad voor de Kinderbescherming om advies vragen; dat verlengt de procedure met enkele maanden.
U betaalt griffierecht, dat binnen vier weken na indiening moet zijn voldaan. Bij een laag inkomen kunt u via de Raad voor Rechtsbijstand in aanmerking komen voor een advocaat met een eigen bijdrage.
Welke omgang kan de rechter vaststellen?
De rechter bepaalt hoe vaak en waar het contact plaatsvindt, bijvoorbeeld eens per maand een middag. Soms begint de regeling met begeleid contact of wordt de omgang in fasen opgebouwd.
Wat kunt u doen voordat u naar de rechter gaat?
Een procedure tegen uw eigen kind of schoonkind belast de familieverhoudingen. Probeer daarom eerst in overleg of met een mediator afspraken te maken. Een poging tot overleg laat ook zien dat u het belang van het kind voorop stelt.
Blijf tijdens en na de scheiding neutraal tegenover beide ouders. Grootouders die partij kiezen, lopen het risico dat de rechter omgang in strijd vindt met de belangen van het kind, zeker bij een vechtscheiding.
Hebben grootouders financiële verplichtingen?
Bloedverwanten in de rechte lijn, dus ook grootouders, zijn volgens artikel 1:392 BW verplicht tot levensonderhoud als de ander behoeftig is. Voor minderjarige kinderen zijn de ouders echter in de eerste plaats verantwoordelijk (artikel 1:404 BW).
In de praktijk komt een vordering tegen grootouders daarom zelden voor. De kinderalimentatie na een scheiding wordt tussen de ouders geregeld.
Kunnen grootouders het gezag of de voogdij krijgen?
Alleen in uitzonderlijke situaties. Na een scheiding behouden ouders in de regel het ouderlijk gezag; voogdij voor een grootouder komt pas in beeld als geen van de ouders het gezag meer heeft, bijvoorbeeld na overlijden of na beëindiging van het gezag door de rechter.
Wat geldt voor plusgrootouders?
Plusgrootouders, zoals de ouders van een stiefouder, hebben dezelfde route als biologische grootouders: een verzoek op grond van artikel 1:377f BW. Omdat de relatie vaak korter heeft geduurd, is een nauwe persoonlijke betrekking in de praktijk moeilijker aan te tonen.
Waar let u als grootouder op?
- Leg vast hoe vaak en hoe lang u het kind de afgelopen jaren zag en wat uw rol was.
- Probeer eerst overleg of mediation en bewaar de correspondentie daarover.
- Blijf neutraal tegenover beide ouders, ook in berichten en gesprekken met het kind.
- Wacht niet te lang: hoe langer het contact verbroken is, hoe moeilijker de nauwe band aan te tonen is.
Waar let u als ouder op?
- Ga na of de band tussen uw kind en de grootouder verder ging dan gebruikelijk.
- Onderbouw met concrete feiten waarom omgang nu niet in het belang van uw kind is.
- Houd rekening met de mening van uw kind als het twaalf jaar of ouder is.
- Overweeg een beperkte regeling in overleg om een procedure te voorkomen.
Wat kunnen wij voor u doen bij omgang met grootouders?
Onze advocaten familierecht staan grootouders en ouders bij in omgangskwesties na een scheiding.
- Wij beoordelen of uw band met het kleinkind als nauwe persoonlijke betrekking kan gelden.
- Wij stellen een verzoekschrift of verweerschrift op.
- Wij begeleiden overleg of mediation met de ouders.
- Wij staan u bij op de zitting bij de rechtbank.
- Wij stellen na een uitspraak een uitvoerbare omgangsregeling op.
Speelt de omgangskwestie binnen een lopende echtscheiding, dan kunt u ook terecht bij onze scheidingsadvocaat.
Samengevat
- Grootouders hebben geen automatisch omgangsrecht, ook niet na een scheiding.
- U kunt de rechter om omgang vragen als u in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat (artikel 1:377f BW).
- De rechter wijst af bij ernstig nadeel voor het kind, ernstige bezwaren van een kind van twaalf of ouder, of strijd met zwaarwegende belangen.
- Het verzoek dient u via een advocaat in bij de rechtbank van de woonplaats van het kind.
- Overleg en neutraliteit vergroten de kans op blijvend contact.
Veelgestelde vragen
Hebben grootouders recht op omgang met hun kleinkinderen?
Niet automatisch. U kunt de rechter om een omgangsregeling vragen als u in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat en omgang in het belang van het kind is.
Is regelmatig oppassen genoeg voor een nauwe persoonlijke betrekking?
Af en toe oppassen is meestal niet genoeg. Een vaste oppasrol gedurende jaren, waarbij u een deel van de verzorging op u nam, kan wel voldoende zijn.
Hoe lang duurt een procedure?
Meestal enkele maanden. Vraagt de rechter advies aan de Raad voor de Kinderbescherming, dan duurt het langer.
Heb ik recht op informatie over mijn kleinkind?
De wettelijke informatieregeling is bedoeld voor een ouder zonder gezag, niet voor grootouders. U bent dus afhankelijk van afspraken met de ouders.
Kan mijn kleinkind zelf zeggen dat het mij wil zien?
Ja. Kinderen van twaalf jaar en ouder worden door de rechter gehoord, en jongere kinderen kan de rechter ook horen. De rechter weegt hun mening mee, maar beslist zelf.