Zekerheden voor een particuliere geldverstrekker: wat mag hij eisen?

Kleine kluis met de deur op een kier op een plank

Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026

Een particuliere geldverstrekker mag dezelfde zekerheden bedingen als een bank: een hypotheekrecht op een registergoed, een pandrecht op roerende zaken of vorderingen, een borgtocht of een garantie. Pand en hypotheek zijn de enige echte zekerheidsrechten die het Nederlandse goederenrecht kent (artikel 3:227 BW); al het andere is een persoonlijke afspraak. Welke vorm verstandig is, hangt af van het bedrag, de looptijd en wat de lener te bieden heeft.

Geldverstrekker en lener bespreken de zekerheden bij een onderhandse lening.

Waarom vraagt een particuliere geldverstrekker zekerheid?

Wie geld uitleent zonder zekerheid is concurrent schuldeiser. Betaalt de lener niet, dan rest een gang naar de rechter, een executoriale titel en vervolgens de vraag of er nog iets te halen valt. Raakt de lener in staat van faillissement, dan deelt de concurrente schuldeiser mee in wat er na de boedelkosten en de bevoorrechte vorderingen overblijft, en dat is doorgaans weinig. Een zekerheidsrecht verandert die positie fundamenteel.

Het verschil zit in voorrang en in de mogelijkheid zelf te handelen. Een pandhouder en een hypotheekhouder hebben voorrang op de opbrengst van het bezwaarde goed (artikel 3:278 BW) en zijn in faillissement separatist: zij kunnen hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement is (artikel 57 Faillissementswet). Zij hoeven niet te wachten op de curator en hoeven hun vordering niet ter verificatie in te dienen om zich op het onderpand te verhalen.

Voor de lener is zekerheid stellen niet alleen een last. Een geldverstrekker die weet dat hij zich kan verhalen, is eerder bereid te financieren en kan zich een lagere risico-opslag veroorloven. De keerzijde is dat u met een hypotheek of pandrecht een deel van uw vermogen vastlegt en het bij wanbetaling ook echt kwijtraakt. Weeg dat af voordat u tekent, en laat de leenovereenkomst en de zekerheidsakte in samenhang beoordelen.

Welke zekerheidsrechten kent het Nederlandse recht?

Het goederenrecht is gesloten: partijen kunnen geen nieuwe zekerheidsrechten bedenken. De wet kent er twee. Op een registergoed vestigt u een hypotheek, op alle andere goederen een pandrecht (artikel 3:227 BW). Beide zijn afhankelijk en accessoir: zij volgen de vordering waarvoor zij zijn gevestigd en vervallen zodra die vordering is voldaan.

Daarnaast bestaan persoonlijke zekerheden. Bij een borgtocht, een garantie of hoofdelijke medeschuldenaarschap krijgt de geldverstrekker geen recht op een bepaald goed, maar een extra persoon die hij kan aanspreken. Die zekerheid is zo veel waard als het vermogen van die persoon. Het eigendomsvoorbehoud neemt een tussenpositie in: daar wordt het eigendom eenvoudigweg nog niet overgedragen.

Een veelgemaakte fout is deze categorieën door elkaar halen. Een garantie is geen pandrecht en geeft geen voorrang; een borgtocht geeft geen recht op een auto of een woning. Wie in de overeenkomst schrijft dat de lener zijn woning tot onderpand geeft zonder dat er een notariële hypotheekakte wordt gepasseerd, heeft geen zekerheidsrecht maar hooguit een afdwingbare verplichting om er alsnog een te vestigen. Wij werkten dit voor de ondernemingspraktijk uit bij zekerheden bij de financiering van uw bv.

Hoe vestigt en uitwint u een hypotheek?

Een hypotheek ontstaat door een notariële akte die in de openbare registers wordt ingeschreven (artikel 3:260 BW). Bij verzuim mag de hypotheekhouder het goed zonder vonnis openbaar laten verkopen (artikel 3:268 BW).

Een hypotheek kan alleen worden gevestigd op een registergoed: een woning, een bedrijfspand, grond, maar ook een erfpachtrecht, een opstalrecht of een appartementsrecht. De vestiging verloopt bij notariële akte, die vervolgens wordt ingeschreven in de openbare registers die het Kadaster bijhoudt (artikel 3:260 BW). Zonder die inschrijving is er geen hypotheekrecht. De rangorde tussen meerdere hypotheekhouders volgt uit het tijdstip van inschrijving.

Bij uitwinning is de positie van de hypotheekhouder sterk. Hij heeft parate executie: hij kan het goed in het openbaar laten verkopen ten overstaan van een notaris zonder voorafgaand vonnis of rechterlijk bevel (artikel 3:268 BW). Het beeld dat eerst een uitwinningsbevel bij de rechter moet worden gevraagd, klopt dus niet. Wat wel rechterlijke tussenkomst vraagt, is de onderhandse verkoop: die kan uitsluitend met goedkeuring van de voorzieningenrechter, op verzoek van de hypotheekhouder of een andere belanghebbende.

Bedingen zijn hier belangrijk. Met een huurbeding kan de hypotheekhouder optreden tegen verhuur die de executieopbrengst drukt (artikel 3:264 BW); bij bewoning door derden vraagt uitwinning van dat beding een aparte gang naar de rechter. Neem in de akte verder op waarvoor de hypotheek strekt tot zekerheid. Een bankhypotheek dekt alles wat de lener nu of later verschuldigd wordt; een vaste hypotheek alleen de omschreven lening. Voor gestapelde financieringen loont het de rangorde vooraf te regelen, zoals bij achtergestelde leningen en zekerheidsstructuren.

Notariële akte en documenten voor het vestigen van een hypotheekrecht als zekerheid.

Hoe werkt een pandrecht op roerende zaken en vorderingen?

U vestigt het als vuistpand, door de zaak af te geven, of als bezitloos pandrecht via een authentieke of geregistreerde onderhandse akte.

Op alles wat geen registergoed is, vestigt u een pandrecht. De wet kent twee smaken. Bij een vuistpand geeft de lener de zaak feitelijk af, bijvoorbeeld sieraden of een kunstwerk (artikel 3:236 BW). Dat is de sterkste vorm, maar zelden praktisch: een ondernemer kan zijn machines niet missen.

Daarom wordt vrijwel altijd gekozen voor het bezitloze pandrecht. Dat komt tot stand door een authentieke akte of door een onderhandse akte die bij de Belastingdienst wordt geregistreerd (artikel 3:237 BW). Voor vorderingen op naam bestaat dezelfde route, het stille pandrecht (artikel 3:239 BW); de debiteur hoeft er dan niet van te weten totdat de pandhouder mededeling doet. Hoe dat uitpakt, beschrijven wij bij het stille pandrecht, en de vestigingsstappen bij de vestiging van pandrecht.

Twee misverstanden verdienen correctie. Er bestaat geen openbaar pandregister voor auto of inventaris waarin het pandrecht wordt bijgeschreven; registratie bij de Belastingdienst dient alleen om de datum van de akte vast te leggen. En de pandhouder mag het onderpand niet zelf houden of naar eigen inzicht verkopen. De wet gaat uit van openbare verkoop; een andere verkoopwijze vergt overeenstemming met de pandgever of verlof van de voorzieningenrechter. Een beding dat de pandhouder het goed zonder meer mag toe-eigenen, is nietig.

Verpanding van aandelen op naam in een bv verloopt via een notariële akte en vraagt aandacht voor de blokkeringsregeling en het stemrecht. Ook rechten van intellectuele eigendom kunnen worden verpand, maar dan gelden per recht eigen regels over de inschrijving in het betreffende register.

Borgtocht: wanneer moet de borg betalen?

Pas als de lener tekortschiet in de nakoming (artikel 7:855 BW).

Borgtocht is de overeenkomst waarbij de borg zich tegenover de schuldeiser verbindt tot nakoming van een verbintenis van een ander (artikel 7:850 BW). Anders dan vaak wordt gedacht, is de borg niet meteen aan de beurt: hij is pas tot nakoming gehouden nadat de hoofdschuldenaar in de nakoming van zijn verbintenis is tekortgeschoten (artikel 7:855 BW). De geldverstrekker moet de lener dus eerst aanspreken en in verzuim brengen.

Gaat een particulier een borgtocht aan buiten de uitoefening van een beroep of bedrijf, dan gelden aanvullende beschermingsregels (artikel 7:857 BW). De belangrijkste is dat de borgtocht slechts geldig is voor een in geld uitgedrukt maximumbedrag (artikel 7:858 BW) en dat zij tegenover de borg alleen met een geschrift kan worden bewezen (artikel 7:859 BW). Een open borgstelling voor alles wat de lener ooit verschuldigd zal worden, houdt tegenover een particuliere borg geen stand.

Daar komt het toestemmingsvereiste bij. Een gehuwde of geregistreerde partner heeft voor een borgtocht in beginsel de schriftelijke toestemming van de andere echtgenoot nodig (artikel 1:88 BW). Ontbreekt die, dan kan de borgtocht worden vernietigd. Voor de bestuurder die zich borg stelt voor een schuld van zijn eigen vennootschap geldt een uitzondering, mits de rechtshandeling past bij de normale uitoefening van het bedrijf. Als geldverstrekker laat u de toestemmingsverklaring standaard mee ondertekenen; dat is de goedkoopste verzekering die er is.

Wat is het verschil tussen hoofdelijkheid, garantie en eigendomsvoorbehoud?

Een hoofdelijk medeschuldenaar is zelf schuldenaar en een garant betaalt op een zelfstandige toezegging. Bij een eigendomsvoorbehoud blijft de verkoper eigenaar tot de prijs is betaald.

Hoofdelijke medeschuldenaarschap is iets anders dan borgtocht. Wie zich hoofdelijk verbindt, is zelf schuldenaar voor het geheel en kan dus meteen worden aangesproken, zonder dat de geldverstrekker eerst een ander in verzuim hoeft te brengen. Hoofdelijkheid spreekt niet vanzelf: bij een deelbare prestatie zijn meerdere schuldenaren ieder voor een gelijk deel verbonden, tenzij uit de wet, de gewoonte of een rechtshandeling anders voortvloeit (artikel 6:6 BW). Wie hoofdelijkheid wil, moet dat opschrijven. Betaalt een van hen het geheel, dan heeft hij regres op de anderen voor hun aandeel.

Een garantie is een zelfstandige betalingstoezegging. De garant belooft te betalen bij het intreden van een omschreven gebeurtenis, los van de vraag of de onderliggende verbintenis wel bestaat. Daarin verschilt zij van borgtocht, die juist afhankelijk is van de hoofdverbintenis. Bij een bankgarantie neemt een bank die verplichting op zich tegen een provisie; de waarde van een garantie van een particulier hangt volledig af van diens vermogen.

Het eigendomsvoorbehoud, ten slotte, is geen zekerheidsrecht maar een levering onder opschortende voorwaarde: het eigendom gaat pas over als de koopprijs is voldaan (artikel 3:92 BW). Het speelt bij geldleningen zelden een rol, maar wel bij leveranciers die op rekening leveren. De afspraak moet uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst zijn gemaakt en de goederen moeten identificeerbaar blijven. Hoe die positie zich verhoudt tot een pandrecht, leest u bij eigendomsvoorbehoud.

Overzicht van zekerheden bij een particuliere lening: hypotheek, pandrecht en borgtocht.

Wat legt u vast in de leenovereenkomst?

In elk geval het bedrag, de rente, de looptijd, de aflossing en wanneer de lening ineens mag worden opgeëist.

De leenovereenkomst en de zekerheidsakte zijn twee verschillende documenten die op elkaar moeten aansluiten. In de overeenkomst horen in elk geval het geleende bedrag, de rente, de looptijd en de aflossingswijze. Daarnaast is de opeisbaarheid van belang: bij welke gebeurtenissen mag de geldverstrekker de lening ineens opeisen, en moet daaraan een ingebrekestelling of een hersteltermijn voorafgaan? Zonder die bepaling loopt u aan tegen de hoofdregel dat verzuim pas intreedt na een aanmaning.

Omschrijf de zekerheden nauwkeurig. Bij een pandrecht is bepaalbaarheid een geldigheidsvereiste: uit de akte moet zijn af te leiden welke goederen of vorderingen zijn verpand. Een verwijzing naar alle huidige en toekomstige bedrijfsmiddelen kan volstaan, maar een vage omschrijving zonder aanknopingspunten niet. Leg bij vorderingen vast dat de lener periodiek een pandlijst aanlevert, zodat ook later ontstane vorderingen worden gedekt.

Denk verder aan de verzekering van het onderpand, aan een verbod om het te vervreemden of verder te bezwaren, en aan de vraag wie de kosten van de notaris, de registratie en een eventuele incasso draagt. Wie beroeps- of bedrijfsmatig krediet aanbiedt aan consumenten, heeft bovendien een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten nodig op grond van de Wet op het financieel toezicht; voor de incidentele lening binnen de familie of tussen twee ondernemers geldt dat niet.

Wat gebeurt er als er geen zekerheid is?

Dan bent u concurrent schuldeiser en heeft u een vonnis en beslag nodig om u te verhalen.

Zonder zekerheid blijft de geldverstrekker aangewezen op de gewone weg. Hij zal de lener in gebreke moeten stellen, zo nodig een procedure moeten voeren en met het vonnis beslag moeten leggen. Beslag geeft geen voorrang: het bevriest slechts vermogen en de opbrengst wordt onder de beslagleggers verdeeld naar rato van hun vordering. Legt een andere schuldeiser eerder beslag of vestigt een derde ondertussen een pandrecht, dan verslechtert uw positie.

In faillissement wordt het verschil pijnlijk zichtbaar. De concurrente schuldeiser dient zijn vordering ter verificatie in en wacht af; de pand- of hypotheekhouder verhaalt zich rechtstreeks op het onderpand. Wat dat in de praktijk betekent voor de terugverdienkans, komt aan de orde bij faillissement en doorstart.

Dat betekent niet dat lenen zonder onderpand onverstandig is. Het betekent dat de prijs en de voorwaarden het risico moeten weerspiegelen, en dat de geldverstrekker de terugbetalingscapaciteit vooraf serieus toetst: inkomen, vaste lasten, bestaande schulden en de vraag wat er gebeurt bij ziekte of het wegvallen van omzet. Een realistisch aflossingsschema is uiteindelijk een betere zekerheid dan een onderpand dat lastig te gelde te maken is. Leg de afspraken schriftelijk vast, ook binnen de familie, want juist daar ontstaat achteraf de meeste discussie over wat er precies is afgesproken.

Waar let u als geldverstrekker op?

  • Laat een hypotheek vestigen bij notariële akte en controleer de inschrijving in de openbare registers.
  • Leg een bezitloos pandrecht vast in een authentieke of geregistreerde onderhandse akte (artikel 3:237 BW).
  • Laat de echtgenoot of geregistreerd partner van een borg schriftelijk toestemming geven (artikel 1:88 BW).
  • Neem in de leenovereenkomst op wanneer u de lening ineens mag opeisen.

Waar let u als lener of borg op?

  • Controleer of een borgtocht die u als particulier aangaat een maximumbedrag noemt (artikel 7:858 BW).
  • Ga na of u borg wordt of hoofdelijk medeschuldenaar; als medeschuldenaar kunt u direct worden aangesproken.
  • Lees welke schulden de hypotheek dekt: alleen deze lening of alles wat u later verschuldigd wordt.
  • Let op een verbod om het onderpand te verkopen of opnieuw te bezwaren.

Wat kunnen wij voor u doen bij zekerheden voor een lening?

Onze vastgoedrecht advocaat helpt geldverstrekkers, leners en borgen:

  • Wij stellen de leenovereenkomst en de zekerheidsakten op of beoordelen ze, zodat ze op elkaar aansluiten.
  • Wij controleren of een pandrecht of hypotheek rechtsgeldig is gevestigd en voldoende bepaalbaar is omschreven.
  • Wij toetsen een borgtocht aan de regels voor particuliere borgen (artikelen 7:857 tot en met 7:859 BW) en aan het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW.
  • Wij begeleiden de uitwinning van het onderpand, ook als de lener failliet is (artikel 57 Faillissementswet).
  • Wij voeren de incasso en de procedure als er geen zekerheid is.

Samengevat

  • Pand en hypotheek zijn de enige zekerheidsrechten: hypotheek op registergoederen, pand op al het andere (artikel 3:227 BW).
  • Een hypotheekhouder mag bij verzuim zonder vonnis openbaar laten verkopen (artikel 3:268 BW).
  • Een bezitloos pandrecht ontstaat door een authentieke of geregistreerde onderhandse akte (artikel 3:237 BW).
  • Een borg betaalt pas als de lener tekortschiet (artikel 7:855 BW); een particuliere borgtocht vraagt een maximumbedrag (artikel 7:858 BW).
  • Een gehuwde borg heeft in beginsel toestemming van de echtgenoot nodig (artikel 1:88 BW).

Veelgestelde vragen

Bronnen: Burgerlijk Wetboek Boek 3 en Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina vastgoedrecht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.