Loonvordering indienen: zo eist u achterstallig loon op

Gepubliceerd op 8 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Een loonvordering indienen betekent dat u uw werkgever langs juridische weg dwingt achterstallig loon alsnog te betalen. De verplichting zelf staat in artikel 7:616 BW: de werkgever moet het loon op het bepaalde tijdstip voldoen. Blijft betaling uit, dan kunt u bij de kantonrechter niet alleen het loon opeisen, maar ook de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente van artikel 6:119 BW.

Loonvordering indienen: werknemer bespreekt zijn loonstroken met een advocaat

Wat is een loonvordering?

Een loonvordering is de civielrechtelijke vordering waarmee een werknemer betaling afdwingt van loon dat de werkgever verschuldigd is maar niet heeft uitbetaald. Het gaat om meer dan het maandsalaris alleen. Onder loon valt alles wat de werkgever als tegenprestatie voor de bedongen arbeid verschuldigd is: het overeengekomen salaris, de vakantiebijslag, overwerkvergoedingen, ploegen- en onregelmatigheidstoeslagen, provisie, een contractueel toegezegde bonus of dertiende maand en de uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen bij het einde van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter is de bevoegde rechter. Arbeidszaken zijn op grond van artikel 93 Rv aan de kantonrechter toebedeeld, ongeacht de hoogte van het gevorderde bedrag. Dat is gunstig, want bij de kantonrechter geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging (artikel 79 Rv): u kunt formeel zonder advocaat procederen. Of dat verstandig is, hangt af van de complexiteit van het geschil en van het verweer dat u kunt verwachten.

Belangrijk is het onderscheid tussen simpelweg niet betalen en het bewust stopzetten of opschorten van loon. Een werkgever die meent dat u niet meewerkt aan uw re-integratie, of dat u zonder geldige reden niet werkt, beroept zich op een wettelijke uitzondering. Het geschil gaat dan niet over de betaling zelf, maar over de vraag of die uitzondering terecht is ingeroepen. Dat vraagt om een andere onderbouwing van uw vordering.

Houd er rekening mee dat u het brutoloon vordert en niet het bedrag dat u netto op uw rekening verwachtte. De werkgever blijft verantwoordelijk voor de afdracht van loonheffing en premies; de rechter wijst daarom een brutobedrag toe, vermeerderd met de gevorderde nevenposten. Reken uw vordering dus per loontermijn en per component uit, zodat duidelijk is welk deel salaris is, welk deel vakantiebijslag en welk deel overwerk of toeslag betreft. Een vordering die niet is gespecificeerd, loopt het risico bij gebrek aan onderbouwing te worden afgewezen.

Ook een ex-werknemer kan een loonvordering instellen. Het einde van de arbeidsovereenkomst doet niets af aan aanspraken die tijdens het dienstverband zijn ontstaan, zolang de verjaringstermijn niet is verstreken. In de eindafrekening ontbreken juist vaak de vakantiebijslag over het lopende jaar, de niet-genoten vakantiedagen en een resterende overwerkclaim. Controleer de eindafrekening daarom regel voor regel tegen uw laatste loonstrook en uw eigen urenadministratie.

Welke wettelijke regels gelden voor de loonbetaling?

De kern van de loonbescherming staat in afdeling 2 van titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek. De werkgever moet het loon voldoen op het tijdstip dat partijen zijn overeengekomen. Artikel 7:623 BW bepaalt daarbij dat loon dat per maand is vastgesteld uiterlijk aan het einde van die maand wordt uitbetaald; een cao of arbeidsovereenkomst kan een preciezere betaaldag voorschrijven. Wordt die dag overschreden, dan is de werkgever te laat, ook als hij enkele dagen later alsnog overmaakt.

Voor de vakantiebijslag geldt een eigen regeling in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Artikel 15 van die wet geeft de werknemer recht op een vakantiebijslag van ten minste acht procent van het loon. Artikel 17 bepaalt dat de opgebouwde bijslag in beginsel in de maand juni wordt uitbetaald en dat bij het einde van de dienstbetrekking direct moet worden afgerekend. Een schriftelijke afspraak over een ander betaalmoment is toegestaan, mits ten minste eenmaal per jaar wordt uitbetaald. De wettekst vindt u bij de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Loon moet in geld worden voldaan en de werkgever is verplicht u een schriftelijke specificatie te verstrekken (artikel 7:626 BW). Die loonstrook is in een procedure vaak het belangrijkste bewijsstuk, omdat daaruit blijkt welk brutobedrag is vastgesteld en welke inhoudingen zijn toegepast. Wat een werkgever wel en niet mag verrekenen is apart geregeld; dat leest u in ons artikel over wanneer een werkgever loon mag inhouden. De volledige loonbepalingen staan in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

Wanneer kunt u een loonvordering indienen?

U kunt een loonvordering indienen zodra de overeengekomen betaaldag is verstreken en de werkgever niet, niet volledig of te laat heeft betaald. In de praktijk gaat het vrijwel altijd om een van vier situaties: het salaris blijft geheel uit, er worden minder uren uitbetaald dan gewerkt, de vakantiebijslag wordt in juni niet overgemaakt, of overwerk en toeslagen worden stelselmatig niet vergoed. Ook eenzijdig geschrapte reiskosten- of telefoonvergoedingen die contractueel zijn toegezegd, vallen eronder.

Daarnaast ontstaat er vaak discussie rond ziekte. Bij arbeidsongeschiktheid heeft u in beginsel recht op doorbetaling op grond van artikel 7:629 BW, maar de werkgever kan die betaling stopzetten of opschorten als u zich niet aan de controlevoorschriften of aan uw re-integratieverplichtingen houdt. Het verschil tussen die twee maatregelen is groot. Bij een loonstop bij ziekte verliest u het loon over de betreffende periode definitief, terwijl bij opschorting van het loon de aanspraak blijft bestaan en na herstel van uw medewerking alsnog wordt uitbetaald.

Wordt u op non-actief gesteld, dan loopt de loonaanspraak in de regel gewoon door. De oorzaak dat u niet werkt ligt dan immers in de risicosfeer van de werkgever (artikel 7:628 BW). Wat daarbij precies geldt, leest u in ons artikel over schorsing en non-actiefstelling. Ook na een ontslag op staande voet kan een loonvordering aan de orde zijn: wie het ontslag aanvecht, stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst is blijven doorlopen en vordert het loon over de periode daarna.

Werkneemster verzamelt loonstroken en urenregistraties als bewijs voor een loonvordering.

Binnen welke termijn moet u een loonvordering indienen?

De hoofdregel is vijf jaar. Een vordering tot betaling van loon verjaart op grond van artikel 3:308 BW door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Iedere loontermijn heeft dus zijn eigen verjaringstermijn: het salaris over januari verjaart eerder dan dat over december. U kunt de verjaring stuiten met een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 BW). Vanaf dat moment begint een nieuwe termijn te lopen.

Voor vakantiedagen geldt een strenger regime. De wettelijke minimumvakantiedagen vervallen op grond van artikel 7:640a BW een half jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, tenzij u redelijkerwijs niet in staat bent geweest ze op te nemen. Bovenwettelijke dagen verjaren pas na vijf jaar. Wie een oude vakantieadministratie wil verzilveren, moet dus eerst nagaan om welk soort dagen het gaat.

De kortste termijn geldt rond ontslag. Wilt u een opzegging vernietigen of een vergoeding vragen na een ontslag op staande voet, dan moet u binnen twee maanden een verzoekschrift bij de kantonrechter indienen (artikel 7:686a BW). Dat is een vervaltermijn: hij kan niet worden gestuit en de rechter past hem ambtshalve toe. Laat u die twee maanden verstrijken, dan staat het einde van de arbeidsovereenkomst vast en resteert hooguit een vordering over de periode ervoor.

Welke stappen zet u voordat u naar de rechter gaat?

Begin met navraag. Een deel van de loonproblemen komt voort uit een administratieve fout, een verkeerd doorgegeven mutatie of een misverstand over de urenregistratie. Vraag schriftelijk om uitleg en om een concrete betaaldatum, en bevestig telefonische toezeggingen per e-mail. Zo bouwt u zonder extra moeite een dossier op dat later als bewijs dient.

Levert dat niets op, stuur dan een sommatie. Juridisch is een ingebrekestelling bij loon vaak niet eens nodig: omdat voor de betaling een termijn is bepaald, treedt het verzuim in beginsel van rechtswege in zodra die dag verstrijkt (artikel 6:83 BW). Toch is een aangetekende sommatie verstandig, omdat u daarmee kunt aantonen dat u de werkgever een reele kans hebt gegeven. Vermeld het exacte bedrag, de periode waarover het gaat, een betalingstermijn van veertien dagen en de aankondiging dat u aanspraak maakt op de wettelijke verhoging, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten.

Verzamel intussen uw bewijs. In een loonzaak moet u de gemaakte afspraak en de gewerkte uren aannemelijk maken, terwijl de werkgever moet aantonen dat hij heeft betaald. Ontbreekt een schriftelijke arbeidsovereenkomst, dan zijn berichtenverkeer, roosters en verklaringen van collega’s vaak doorslaggevend. Neem in ieder geval mee:

  • de arbeidsovereenkomst en eventuele wijzigingen daarop
  • alle loonstroken en de jaaropgave
  • bankafschriften waaruit blijkt wat wel en niet is ontvangen
  • urenregistraties, roosters en overwerkbriefjes
  • de toepasselijke cao en de volledige correspondentie met de werkgever

Hoe verloopt de procedure bij de kantonrechter?

Een bodemprocedure begint met een dagvaarding die een gerechtsdeurwaarder bij de werkgever betekent. Daarin staan de partijen, de feiten, de exacte vordering en de juridische grondslag. De werkgever krijgt gelegenheid schriftelijk verweer te voeren, waarna de kantonrechter vrijwel altijd een mondelinge behandeling bepaalt. Daar lichten partijen hun standpunt toe, stelt de rechter vragen en onderzoekt hij of een schikking mogelijk is. Blijft die uit, dan volgt een vonnis waartegen hoger beroep openstaat.

Heeft u het geld op korte termijn nodig, dan is een kort geding de aangewezen route. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 254 Rv een voorlopige voorziening treffen en de werkgever veroordelen tot betaling van een voorschot op het loon. Loonvorderingen lenen zich daar goed voor, omdat het spoedeisend belang bij inkomen meestal voor zich spreekt. Nadeel is dat het oordeel voorlopig is en dat er geen ruimte is voor getuigenverhoor. Bij een echt betwiste feitenkwestie kiest u beter voor de bodemprocedure; die afweging werkten wij uit in ons artikel over kort geding versus bodemprocedure.

Aan een procedure zijn kosten verbonden. U betaalt griffierecht, waarvan de hoogte afhangt van de omvang van de vordering en van uw inkomen; de actuele tarieven publiceert de Rechtspraak op de pagina over de kosten van een rechtszaak. Daarnaast komen de kosten van de deurwaarder en eventueel van een advocaat. Wint u, dan kan de rechter de werkgever in de proceskosten veroordelen (artikel 237 Rv), maar die veroordeling wordt berekend volgens een forfaitair tarief en dekt de werkelijke advocaatkosten zelden volledig.

Wat kunt u naast het achterstallige loon vorderen?

Het achterstallige brutoloon vormt de kern, maar de wet geeft u meer. De belangrijkste aanvulling is de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW. Die verhoging gaat lopen vanaf de vierde werkdag na de dag waarop het loon betaald had moeten zijn, neemt daarna per dag toe en bedraagt ten hoogste de helft van het verschuldigde bedrag. De rechter mag de verhoging matigen tot een bedrag dat hem billijk voorkomt en doet dat in de praktijk regelmatig, bijvoorbeeld wanneer de werkgever kort na de sommatie alsnog heeft betaald.

Daarnaast vordert u de wettelijke rente over het achterstallige bedrag (artikel 6:119 BW). Die loopt vanaf de dag van het verzuim tot de dag van volledige betaling en wordt door de overheid periodiek vastgesteld. Hebt u kosten moeten maken om betaling buiten rechte te bewerkstelligen, dan komen redelijke buitengerechtelijke incassokosten voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 6:96 BW.

Bij het einde van de arbeidsovereenkomst vordert u bovendien de uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen (artikel 7:641 BW) en de nog niet uitgekeerde vakantiebijslag. Het is verstandig ook een veroordeling te vragen tot afgifte van deugdelijke bruto-nettospecificaties, zo nodig versterkt met een dwangsom. Zonder correcte specificatie is later moeilijk vast te stellen of de werkgever het toegewezen bedrag daadwerkelijk volledig heeft voldaan.

Advocaat en client bespreken de dagvaarding voor een loonvordering bij de kantonrechter.

Wat als uw werkgever niet kan betalen?

Betalingsonmacht is iets anders dan betalingsonwil en vraagt om een andere route. Verkeert de werkgever in staat van faillissement, is aan hem surseance van betaling verleend of is hij anderszins blijvend niet in staat te betalen, dan kan het UWV de loonverplichtingen overnemen. Die loongarantieregeling staat in hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet, in de artikelen 61 tot en met 68. Het UWV neemt onder voorwaarden achterstallig loon over een wettelijk begrensde periode over, het loon over de opzegtermijn en de opgebouwde vakantiebijslag en vakantiedagen. Uitgebreider bespreken wij dat in ons artikel over de rechten van een werknemer bij faillissement van de werkgever.

Is de werkgever wel solvabel maar onwillig, dan volgt na het vonnis de executiefase. De gerechtsdeurwaarder kan beslag leggen op de bankrekening, op vorderingen van de werkgever op derden of op bedrijfsmiddelen. In dringende gevallen kunt u met verlof van de voorzieningenrechter al voor of tijdens de procedure conservatoir beslag leggen, zodat verhaal mogelijk blijft. Houd er wel rekening mee dat beslag geen voorrang geeft en dat het vervalt zodra de werkgever failliet wordt verklaard.

Wat u niet moet doen, is eigenmachtig het werk neerleggen in de hoop betaling af te dwingen. De werkgever kan dat uitleggen als werkweigering en er zelf arbeidsrechtelijke gevolgen aan verbinden. Wilt u uw eigen prestatie opschorten, laat dan eerst toetsen of de omstandigheden dat rechtvaardigen en leg de opschorting schriftelijk en gemotiveerd vast.

Veelgestelde vragen over een loonvordering

Rond een loonvordering keren steeds dezelfde vragen terug over bijstand, kosten, termijnen en de gevolgen voor de arbeidsrelatie. Hieronder staan de antwoorden op de vragen die wij het vaakst krijgen.

Heb ik een advocaat nodig om een loonvordering in te dienen?

Nee. Arbeidszaken worden behandeld door de kantonrechter en daar geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging (artikel 79 Rv). U mag zelf dagvaarden en zelf het woord voeren.

Verstandig is het niet altijd. Zodra de werkgever de gemaakte afspraken betwist, een tegenvordering instelt of zich beroept op een loonstop, wordt de zaak juridisch en bewijsrechtelijk snel ingewikkeld. Bij een aanzienlijk bedrag weegt het risico van een afwijzing zwaarder dan de kosten van bijstand.

Hoe lang duurt een loonvorderingsprocedure?

Dat hangt af van de gekozen route. Een kort geding bij de voorzieningenrechter is bedoeld voor spoedeisende zaken en kan binnen enkele weken tot een uitspraak leiden, maar levert alleen een voorlopige voorziening op.

Een bodemprocedure duurt aanzienlijk langer, zeker als er getuigen worden gehoord of als de werkgever uitgebreid verweer voert. De doorlooptijd wordt vooral bepaald door het aantal schriftelijke rondes en door de agenda van het gerecht.

Mag ik mijn werk neerleggen als mijn werkgever niet betaalt?

In theorie kunt u uw eigen verplichting opschorten zolang de werkgever de zijne niet nakomt. In de praktijk is dat riskant: de werkgever kan het neerleggen van werk uitleggen als werkweigering en daar arbeidsrechtelijke gevolgen aan verbinden.

Verstandiger is om eerst schriftelijk te sommeren, een korte betalingstermijn te stellen en pas daarna juridische stappen te zetten. Laat de opschorting altijd vooraf toetsen.

Verjaart vakantiegeld ook na vijf jaar?

De vakantiebijslag is loon en verjaart daarom net als het salaris na vijf jaar (artikel 3:308 BW). U kunt achterstallige bijslag dus over meerdere jaren opeisen.

Voor vakantiedagen ligt dat anders. De wettelijke minimumdagen vervallen op grond van artikel 7:640a BW een half jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, tenzij u redelijkerwijs niet in staat was ze op te nemen. Bovenwettelijke dagen verjaren pas na vijf jaar.

Krijg ik de wettelijke verhoging automatisch toegewezen?

Nee. De wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW moet u uitdrukkelijk vorderen; de rechter kent haar niet uit zichzelf toe. Vermeld haar dus al in uw sommatie en later in de dagvaarding.

Daarnaast heeft de rechter de bevoegdheid de verhoging te matigen tot een bedrag dat hem billijk voorkomt. Reken er niet op dat u altijd het wettelijke maximum ontvangt.

Uw loonvordering laten beoordelen

Een loonvordering wint of verliest u meestal op het dossier: de gemaakte afspraken, de urenregistratie en de vraag of u tijdig hebt gereageerd. Twijfelt u over de termijn, over de hoogte van de wettelijke verhoging of over de vraag of een kort geding in uw geval zinvol is, laat uw situatie dan beoordelen voordat een verjarings- of vervaltermijn in zicht komt. De arbeidsrechtadvocaten van Law en More in Eindhoven kijken met u mee en zetten de stappen die in uw situatie het snelst tot betaling leiden.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.