Gepubliceerd op 20 maart 2023 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Een loonvordering is de aanspraak van een werknemer op loon dat de werkgever niet of niet op tijd heeft betaald. U begint met een schriftelijke aanmaning, waarna u de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente kunt vorderen. Blijft betaling uit, dan is de kantonrechter bevoegd. De vordering verjaart na vijf jaar (artikel 3:308 BW).
Inhoudsopgave
Wanneer kunt u een loonvordering indienen?
De hoofdregel is eenvoudig: wie arbeid verricht, heeft recht op loon (artikel 7:610 BW). Betaalt uw werkgever niet, te laat of te weinig, dan is hij in verzuim en kunt u betaling afdwingen. Ook als u door een oorzaak die voor rekening van de werkgever komt geen arbeid hebt verricht, houdt u aanspraak op loon (artikel 7:628 BW).
Er zijn situaties waarin een loonvordering geen zin heeft of niet slaagt. Verkeert de werkgever in betalingsonmacht, dan levert een vonnis u weinig op; daarvoor bestaat een aparte route via het UWV, die verderop aan bod komt. En is de reden van het niet-werken toe te rekenen aan uzelf, bijvoorbeeld ongeoorloofde afwezigheid, dan bestaat over die uren geen loonaanspraak.
Een loonuitsluitingsbeding, waarbij is afgesproken dat u geen loon krijgt over uren die u niet werkt, is sinds de wijziging van artikel 7:628 BW niet onbeperkt geldig. Zo’n beding kan alleen schriftelijk worden overeengekomen voor de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst; verlenging daarvan is alleen mogelijk als een cao dat voor de betreffende functies toestaat. Staat er in uw contract een onbeperkt loonuitsluitingsbeding, laat het dan toetsen voordat u zich erbij neerlegt.
Welke onderdelen kunt u vorderen?
Een loonvordering gaat zelden alleen over het basissalaris. U kunt ook achterstallige overuren, toeslagen, provisie, een dertiende maand, vakantiebijslag en niet-uitbetaalde vakantiedagen bij het einde van het dienstverband opeisen. Het loonbegrip is ruim: alles wat als tegenprestatie voor de arbeid is overeengekomen, telt mee.
De werkgever moet u bij elke betaling een loonstrook verstrekken (artikel 7:626 BW). Ontbreken die stroken, vraag ze dan uitdrukkelijk op in uw brief. Zonder specificatie kunt u niet controleren of er iets is ingehouden en zonder specificatie kan de rechter uw vordering ook lastiger vaststellen. Het loon moet bovendien op de overeengekomen termijn worden voldaan, en uiterlijk binnen de termijnen van artikel 7:623 BW.
Loon bij ziekte: wanneer mag de werkgever stoppen met betalen?
Bent u ziek, dan betaalt de werkgever gedurende ten hoogste 104 weken ten minste zeventig procent van uw loon door (artikel 7:629 BW). In het eerste ziektejaar geldt daarbij ten minste het voor u geldende wettelijk minimumloon. Veel cao’s en arbeidsovereenkomsten kennen een hoger percentage; die afspraak gaat voor.
Op die doorbetaling bestaat een uitzondering voor wachtdagen: in de arbeidsovereenkomst of de cao kan worden bepaald dat u over de eerste twee ziektedagen geen recht op loon hebt. Meer dan twee wachtdagen mag niet, en zonder schriftelijke afspraak bestaan zij helemaal niet.
De stelling dat de werkgever het loon bij ziekte nooit mag stopzetten, klopt niet. Artikel 7:629 BW kent gronden waarop het recht op loon vervalt of wordt opgeschort, bijvoorbeeld wanneer u zonder deugdelijke grond passende arbeid weigert, uw genezing belemmert of niet meewerkt aan het plan van aanpak. Het verschil tussen opschorten en stopzetten is daarbij wezenlijk; wij hebben dat uitgewerkt in ons artikel over de loonstop bij ziekte en over de re-integratieverplichtingen van de werknemer.
Het deskundigenoordeel van het UWV
Wie bij de rechter loon vordert over een periode van ziekte, loopt tegen een formele eis aan die in de praktijk regelmatig wordt vergeten. Artikel 7:629a BW bepaalt dat de rechter zo’n vordering afwijst als daarbij geen verklaring van een deskundige is gevoegd over de verhindering om te werken en over de nakoming van de re-integratieverplichtingen. Die verklaring vraagt u aan bij het UWV, als deskundigenoordeel.
Er zijn uitzonderingen. Is de verhindering niet betwist, of kan de verklaring redelijkerwijs niet van u worden gevergd, dan mag de rechter de vordering toch behandelen. Zo oordeelde de rechtbank Noord-Holland dat van een werknemer die al een recente rapportage van de verzekeringsarts van het UWV had overgelegd, niet ook nog een afzonderlijk deskundigenoordeel kon worden verlangd. Reken daar echter niet op: vraag het oordeel tijdig aan, want de behandeling kost weken.
Loon bij ontslag en bij non-actiefstelling
Tot de dag waarop het ontslag ingaat, loopt de loonbetaling gewoon door. Dat geldt ook als u in die periode op non-actief bent gesteld of vrijgesteld van werk: de oorzaak van het niet-werken ligt dan bij de werkgever en komt op grond van artikel 7:628 BW voor zijn rekening.
Bij een ontslag op staande voet ligt het anders: dat beëindigt het dienstverband onmiddellijk, en over de periode daarna bestaat geen loonaanspraak zolang het ontslag in stand blijft. Vecht u het ontslag met succes aan, dan herleeft de aanspraak met terugwerkende kracht. Voor het aanvechten daarvan gelden korte vervaltermijnen, doorgaans twee maanden. Wat er bij zo’n ontslag misgaat, ziet u in ons overzicht van valkuilen bij ontslag op staande voet.
Eindigt het dienstverband, dan moet de eindafrekening volgen: openstaand loon, vakantiebijslag, niet-genoten vakantiedagen en eventuele vergoedingen. Ook die eindafrekening kunt u met een loonvordering afdwingen.
Als de werkgever niet kan betalen: de route via het UWV
Betaalt uw werkgever niet omdat hij het geld niet heeft, dan biedt een loonvordering weinig soelaas. In dat geval neemt het UWV loonverplichtingen over. Dat kan bij surseance van betaling, bij faillissement, bij een schuldsaneringsregeling en bij blijvende betalingsproblemen zonder uitzicht op betaling.
Het UWV vergoedt volgens de eigen toelichting het loon dat u nog tegoed hebt over ten hoogste dertien weken, waaronder achterstallig loon, overuren, onkostenvergoeding, een dertiende maand en adv-dagen, plus het loon over de opzegtermijn tot ten hoogste zes weken na de opzegdatum. De regeling is te vinden op de pagina van het UWV over betalingsonmacht.
Is er nog geen faillissement, dan kan het aanvragen daarvan een middel zijn, maar het is een zwaar middel met eigen kosten en risico’s. Wat uw positie bij een faillissement precies is, hebben wij beschreven in ons artikel over de rechten van de werknemer bij faillissement van de werkgever.
Voorbeeldbrief loonvordering
Neem eerst contact op met uw werkgever en vraag of het loon alsnog wordt overgemaakt. Blijft betaling uit, stuur dan onderstaande brief, bij voorkeur aangetekend en per e-mail, en bewaar het verzendbewijs.
[Uw naam, adres, postcode en woonplaats]
Aan: [naam werkgever, adres, postcode en plaats]
[Plaats], [datum]
Betreft: loonvordering
Geachte heer, mevrouw,
Sinds [datum indiensttreding] ben ik bij [naam werkgever] in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor [aantal uren] uur per week in de functie van [functie].
Tot op heden heb ik mijn salaris over de periode van [datum] tot en met [datum] niet ontvangen. Het gaat om een bedrag van [bedrag] bruto, exclusief vakantiebijslag.
Ik verzoek u en, voor zover nodig, sommeer ik u het achterstallige loon binnen zeven dagen na ontvangst van deze brief over te maken op rekeningnummer [IBAN], en mij de loonstroken over [maand of maanden] te verstrekken.
Blijft betaling binnen die termijn uit, dan maak ik aanspraak op de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW, op de wettelijke rente en op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Ik behoud mij alle rechten voor.
Met vriendelijke groet,
[naam en handtekening]
Wettelijke verhoging, rente en incassokosten
Betaalt de werkgever te laat, dan kunt u de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW vorderen. Die verhoging loopt op vanaf de vierde werkdag na de dag waarop het loon betaald had moeten zijn en bedraagt ten hoogste de helft van het verschuldigde loon. De rechter kan de verhoging matigen als hij dat gelet op de omstandigheden billijk vindt, en dat gebeurt in de praktijk regelmatig.
Daarnaast loopt de wettelijke rente van artikel 6:119 BW over het achterstallige bedrag. Buitengerechtelijke incassokosten kunt u vorderen op grond van artikel 6:96 BW; hoe die worden berekend, leest u in onze gids over incassokosten.
Naar de kantonrechter: procedure en verjaring
Arbeidsrechtelijke geschillen worden behandeld door de kantonrechter, ongeacht de hoogte van de vordering. U hebt daar geen advocaat nodig, maar bijstand is verstandig zodra de werkgever verweer voert of een tegenvordering instelt. Is er haast, bijvoorbeeld omdat u zonder inkomen zit, dan kan een kort geding uitkomst bieden: een loonvordering leent zich daar vaak goed voor.
Let op de verjaring. Een vordering tot betaling van loon verjaart vijf jaar na de dag waarop zij opeisbaar werd (artikel 3:308 BW). U stuit die verjaring met een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt; daarna begint een nieuwe termijn te lopen. Wat verjaring en stuiting precies inhouden, leggen wij uit in ons artikel over de vordering, verjaring en stuiting.
Veelgestelde vragen over de loonvordering
Hoeveel tijd moet ik mijn werkgever geven?
De wet noemt geen termijn. Zeven dagen is voor een opeisbare loonbetaling gebruikelijk en redelijk. Geef de termijn duidelijk aan en benoem wat er gebeurt als betaling uitblijft.
Kan ik mijn werk neerleggen als het loon niet wordt betaald?
Dat is riskant. Werkweigering kan een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren. Opschorting van uw werkzaamheden kan onder omstandigheden zijn toegestaan, maar laat dat eerst juridisch beoordelen.
Moet ik een deskundigenoordeel aanvragen als ik ziek ben?
Voor een loonvordering over een ziekteperiode eist artikel 7:629a BW in beginsel een deskundigenverklaring. Vraag het deskundigenoordeel bij het UWV aan zodra duidelijk is dat er discussie is over uw arbeidsongeschiktheid.
Geldt de wettelijke verhoging ook over vakantiebijslag?
De verhoging van artikel 7:625 BW ziet op te late betaling van het in geld vastgestelde loon. Of vakantiebijslag daaronder valt, hangt af van de grondslag van uw vordering; laat dat per geval beoordelen.
Wat als ik al uit dienst ben?
U kunt achterstallig loon en de eindafrekening ook na afloop van het dienstverband vorderen, zolang de vordering niet is verjaard. Wacht daar niet te lang mee: bewijsmateriaal en loonstroken zijn na jaren lastiger te achterhalen.
Hulp bij uw loonvordering
Een loonvordering staat of valt bij de onderbouwing: het contract, de loonstroken, de urenregistratie en de correspondentie. De wettelijke bepalingen over het loon vindt u in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, titel 10.
Wilt u weten of uw vordering kans van slagen heeft, of hoe u de wettelijke verhoging en rente correct berekent? De arbeidsrechtadvocaten van Law & More beoordelen uw dossier, stellen de aanmaning op en procederen zo nodig bij de kantonrechter.