Belangenverstrengeling in de vennootschap: regels en aansprakelijkheid

Een groep zakelijke professionals in een vergaderruimte die geconcentreerd overlegt over mogelijke belangenverstrengeling binnen een bedrijf.

Gepubliceerd op 9 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Belangenverstrengeling binnen de vennootschap doet zich voor wanneer een bestuurder of commissaris een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat botst met het belang van de vennootschap. De wet verbindt daaraan een harde regel: wie zo een belang heeft, neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming daarover (artikel 2:239 BW voor de BV, artikel 2:129 BW voor de NV). Wordt die regel geschonden, dan is het besluit vernietigbaar.

Bestuurder verlaat de vergadering wegens een tegenstrijdig belang bij een bestuursbesluit

Wat is belangenverstrengeling en wanneer is er een tegenstrijdig belang?

In het spraakgebruik betekent belangenverstrengeling dat iemand twee petten op heeft. Juridisch is de vraag scherper: is er een persoonlijk belang dat zodanig tegenstrijdig is met het vennootschapsbelang dat de bestuurder niet in staat moet worden geacht het belang van de vennootschap met de vereiste integriteit en objectiviteit te behartigen. Niet elke dubbele pet levert dus een tegenstrijdig belang op. Beslissend is of het persoonlijke belang de besluitvorming over een concreet onderwerp kan vertroebelen.

Het belang kan direct zijn, bijvoorbeeld wanneer de bestuurder zelf verkoopt aan de vennootschap of een lening van haar ontvangt. Het kan ook indirect zijn: een aandelenbelang in de wederpartij, een bestuursfunctie bij een leverancier, of een contract met de onderneming van een gezinslid. Ook een toekomstig belang telt mee, zoals een vooruitzicht op een functie bij een partij waarmee de vennootschap onderhandelt.

Het gaat om het besluit, niet om de persoon. Een bestuurder met een nevenbelang is niet verdacht; hij mag alleen niet meebeslissen over precies dat onderwerp waarin zijn belang meespeelt. Op alle andere punten van de agenda blijft hij volledig bevoegd. Dat onderscheid is in de praktijk het meest onderschatte deel van de regeling. Wij werkten dat verder uit in ons artikel over tegenstrijdig belang bij een bestuurder.

Wat zegt de wet over tegenstrijdig belang?

De kern staat in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het bestuur richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Heeft een bestuurder daarbij een direct of indirect persoonlijk belang dat daarmee tegenstrijdig is, dan neemt hij niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming. Voor de besloten vennootschap staat die regel in artikel 2:239 BW, voor de naamloze vennootschap in artikel 2:129 BW.

De wet regelt ook wat er gebeurt als het bestuur daardoor geen besluit kan nemen, bijvoorbeeld omdat alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben. Het besluit gaat dan naar de raad van commissarissen. Ontbreekt die, dan beslist de algemene vergadering, tenzij de statuten iets anders bepalen. De vennootschap komt dus nooit stil te liggen; de bevoegdheid verschuift alleen naar een ander orgaan. Voor commissarissen geldt een spiegelbeeldige regeling.

Sinds 1 januari 2013 is dit uitdrukkelijk een besluitvormingsregel en geen vertegenwoordigingsregel meer. Dat verschil is groot. Onder het oude recht kon een tegenstrijdig belang de vertegenwoordigingsbevoegdheid aantasten, met gevolgen voor de wederpartij. Tegenwoordig raakt de schending in beginsel alleen de interne besluitvorming: de overeenkomst met de derde blijft gewoon geldig. Wie zaken doet met een vennootschap hoeft dus niet langer de interne verhoudingen uit te zoeken, maar de vennootschap zelf loopt wel risico. De volledige wettekst raadpleegt u in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Wat gebeurt er als de regel wordt geschonden?

Neemt een bestuurder met een tegenstrijdig belang toch deel aan de besluitvorming, dan is het bestuursbesluit vernietigbaar wegens strijd met een wettelijke bepaling die de totstandkoming van besluiten regelt (artikel 2:15 BW). Vernietiging moet worden gevorderd door iemand met een redelijk belang bij de naleving van die bepaling, en daarvoor geldt een vervaltermijn van een jaar. Het besluit is dus niet automatisch nietig; er moet iemand aan de bel trekken.

Vernietiging van het besluit tast de overeenkomst met de derde in beginsel niet aan. Wat wel overblijft, is de schade voor de vennootschap: een te hoge inkoopprijs, een te lage verkoopprijs of een gemiste kans. Die schade kan worden verhaald op de bestuurder, en dat is in de praktijk de belangrijkste sanctie.

Daar komt bij dat een geschonden tegenstrijdigbelangregeling zelden alleen staat. Zij komt meestal aan het licht in een breder conflict, bijvoorbeeld tussen aandeelhouders of na een bestuurswissel. Dat vergroot de kans dat ook andere besluiten uit dezelfde periode onder de loep gaan, met alle onzekerheid van dien over transacties die al zijn uitgevoerd.

Geldt de regeling ook voor stichtingen en verenigingen?

Ja. De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen heeft de tegenstrijdigbelangregeling per 1 juli 2021 uitgebreid naar verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Ook daar geldt dat een bestuurder of toezichthouder met een tegenstrijdig persoonlijk belang niet meebeslist, en ook daar verschuift de bevoegdheid dan naar het toezichthoudend orgaan of, bij het ontbreken daarvan, naar het orgaan dat de statuten aanwijzen.

Voor stichtingen is dat een wezenlijke verandering. Veel stichtingsbesturen bestaan uit vrijwilligers met een breed netwerk, juist in de sector waarin de stichting actief is. Precies dat netwerk levert de nevenbelangen op. Statuten van vóór 2021 bevatten die regeling vaak niet, terwijl de wettelijke norm sindsdien wel geldt. Bestuurders van verenigingen en stichtingen die met de grenzen van hun bevoegdheid te maken krijgen, vinden meer achtergrond in ons artikel over machtsmisbruik binnen verenigingen en stichtingen.

In gereguleerde sectoren komen daar nog eigen normen bij. Zorginstellingen, woningcorporaties, onderwijsinstellingen en pensioenfondsen kennen sectorale governancecodes en toezichtregels die verder gaan dan het Burgerlijk Wetboek, bijvoorbeeld door nevenfuncties vooraf te laten toetsen of door bepaalde combinaties van functies uit te sluiten. Toets uw situatie dus altijd aan beide lagen.

Raad van commissarissen beoordeelt een transactie waarbij een bestuurder een persoonlijk belang heeft

Wanneer is de bestuurder persoonlijk aansprakelijk?

Een tegenstrijdig belang is op zichzelf geen onrechtmatige daad. De aansprakelijkheid ontstaat wanneer de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt (artikel 2:9 BW). Het bewust verzwijgen van een persoonlijk belang, het doordrukken van een transactie waarbij de bestuurder zelf profiteert of het onttrekken van vermogen aan de vennootschap voldoen doorgaans moeiteloos aan die maatstaf.

De rechter weegt daarbij alle omstandigheden: de aard van het besluit, de omvang van het nadeel, de ervaring van de bestuurder, de informatie die hij had en de vraag of hij het belang tijdig heeft gemeld. Juist die melding is beslissend. Een bestuurder die zijn belang open op tafel legt en zich vervolgens terugtrekt, handelt correct, ook wanneer de vennootschap de transactie uiteindelijk toch aangaat. Een bestuurder die zwijgt, heeft achteraf weinig te verweren. De maatstaf van artikel 2:9 BW werken wij uit in ons artikel over interne bestuurdersaansprakelijkheid.

Naast de interne aansprakelijkheid tegenover de vennootschap kan er aansprakelijkheid ontstaan tegenover derden op grond van artikel 6:162 BW, en in faillissement tegenover de boedel op grond van artikel 2:248 BW. Belangenverstrengeling is voor een curator een van de eerste onderzoekspunten, omdat transacties met gelieerde partijen vaak vermogen aan de boedel hebben onttrokken. Een breder overzicht van de gronden geeft ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij een BV.

Hoe zit het bij een directeur-grootaandeelhouder of binnen een concern?

Bij een vennootschap met één bestuurder die tevens enig aandeelhouder is, lijkt de regeling zinledig: de bestuurder mag niet meebeslissen, maar de algemene vergadering bestaat uit dezelfde persoon. De wet blokkeert de vennootschap dan niet; het besluit kan alsnog door de algemene vergadering worden genomen. Wel geldt dat rechtshandelingen tussen de vennootschap en haar enig aandeelhouder schriftelijk moeten worden vastgelegd (artikel 2:247 BW). Dat voorschrift wordt in de praktijk stelselmatig genegeerd, en het wreekt zich zodra een curator of een latere koper de administratie doorloopt.

Binnen een concern speelt een andere nuance. Een bestuurder die zowel de moeder- als de dochtervennootschap bestuurt, heeft niet zonder meer een tegenstrijdig belang; het gaat immers niet om zijn persoonlijke belang. Wel moet hij bij elke transactie het belang van de betrokken vennootschap zelfstandig wegen. Een dochter die op instructie van de moeder een onzakelijke transactie aangaat ten koste van haar eigen schuldeisers, levert een bestuurder een reëel aansprakelijkheidsrisico op.

Waar het vennootschapsbelang en het aandeelhoudersbelang uiteenlopen, ontstaat een spanning die met de tegenstrijdigbelangregeling verwant is maar er niet mee samenvalt. Die verhouding bespreken wij afzonderlijk in ons artikel over de spanning tussen aandeelhoudersbelang en vennootschapsbelang.

Welke rol speelt de Ondernemingskamer?

Belangenverstrengeling is een klassieke aanleiding voor een enquêteprocedure. Aandeelhouders die aan een juist beleid twijfelen, kunnen de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam verzoeken een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap. Transacties met gelieerde partijen, verzwegen nevenbelangen en besluitvorming zonder de vereiste onthouding worden daarbij regelmatig als gegronde reden voor twijfel aangemerkt.

De Ondernemingskamer kan ook onmiddellijke voorzieningen treffen zolang het onderzoek loopt: een bestuurder schorsen, een tijdelijke bestuurder benoemen of aandelen ten titel van beheer overdragen. Voor een vennootschap die vastloopt in een conflict over belangenverstrengeling is dat vaak de enige route die op korte termijn beweging brengt. De drempels, de kosten en de mogelijke voorzieningen zetten wij op een rij in ons artikel over de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer.

Hoe voorkomt u belangenverstrengeling in de praktijk?

Preventie begint bij de statuten. Leg vast wie beslist wanneer het bestuur wegens tegenstrijdig belang niet kan besluiten, zeker bij rechtspersonen zonder raad van commissarissen. Statuten die dateren van vóór 2013, of bij stichtingen en verenigingen van vóór 2021, sluiten vaak niet meer aan bij de wettelijke regeling. Een korte statutenscan voorkomt dat u die ontdekking pas doet wanneer een besluit wordt betwist.

Voer daarnaast een belangenregister waarin bestuurders en toezichthouders hun nevenfuncties, aandelenbelangen en zakelijke relaties vermelden, en actualiseer dat ten minste jaarlijks. Voor bestuursfuncties bij andere rechtspersonen kunt u dat eenvoudig verifiëren in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Neem verder in het bestuursreglement op dat elk agendapunt begint met de vraag of iemand een belang heeft te melden.

Het sluitstuk is de vastlegging. Notuleer wie zich heeft teruggetrokken, waarom, en welk orgaan het besluit uiteindelijk heeft genomen. Voeg bij transacties met gelieerde partijen een onderbouwing van de zakelijkheid toe, bijvoorbeeld een taxatie of een vergelijkend aanbod. Die stukken zijn goedkoop om te maken en onbetaalbaar wanneer een curator, een medeaandeelhouder of de Ondernemingskamer jaren later vraagt hoe het besluit tot stand kwam. Bewaar ze bij de bestuursbesluiten zelf en niet in een persoonlijk archief, zodat zij ook na een bestuurswissel vindbaar blijven voor degene die de vennootschap dan vertegenwoordigt.

Wat doet u bij een vermoeden van belangenverstrengeling?

Begin met feiten in plaats van vermoedens. Verzamel de notulen, de contracten, de facturen en de gegevens uit het Handelsregister waaruit de gestelde verwevenheid blijkt. Een aantijging zonder onderbouwing verhardt het conflict en verzwakt uw positie.

Stel de kwestie vervolgens intern aan de orde, schriftelijk en met een concrete vraag: welk belang speelde er, wanneer is het gemeld en welk orgaan heeft het besluit genomen. Vaak blijkt dan al of de regeling correct is toegepast. Blijft een antwoord uit of is het besluit onmiskenbaar in strijd met de wet genomen, dan liggen er verschillende routes open: vernietiging van het besluit, een aansprakelijkstelling van de bestuurder, ontslag door de algemene vergadering of een enquêteverzoek.

Let daarbij op de termijnen. Voor vernietiging van een besluit geldt een vervaltermijn van een jaar, en een enquêteverzoek vraagt om een voorafgaande schriftelijke uiteenzetting van bezwaren aan het bestuur met een redelijke termijn om te reageren. Wie te lang wacht met het vastleggen van zijn bezwaren, verliest niet alleen bewijs maar soms ook zijn recht.

Welke situaties leveren in de praktijk een tegenstrijdig belang op?

De meest voorkomende categorie is de transactie waarbij de bestuurder aan beide zijden van de tafel zit: de vennootschap koopt in bij een onderneming waarin hij aandelen houdt, huurt een pand van hem, verstrekt hem een lening of neemt zijn dienstverlening af. Ook de arbeidsvoorwaarden van de bestuurder zelf, zijn managementvergoeding en zijn ontslagregeling vallen hieronder: daarover beslist niet het bestuur maar het daartoe bevoegde orgaan.

Een tweede categorie betreft familie- en gezinsverhoudingen. Een opdracht aan het bedrijf van een partner, een dienstverband voor een kind of een borgstelling ten gunste van een familielid raakt het persoonlijke belang van de bestuurder, ook wanneer hij daar zelf financieel niets aan overhoudt. Dat het om een marktconforme prijs gaat, doet aan de onthoudingsplicht niets af; het bepaalt hooguit of er schade is.

Een derde categorie ontstaat bij overnames en herstructureringen. Neemt het zittende management de onderneming over, dan onderhandelt het bestuur feitelijk met zichzelf. Bij zo een management buy-out is een strikte scheiding van rollen geen formaliteit maar de kern van de rechtsgeldigheid van het proces, met een zelfstandig onderhandelend orgaan aan de verkopende kant en een onderbouwde waardering in het dossier.

Hoe verhouden governancecodes zich tot de wettelijke regeling?

De wettelijke regeling is een minimum. Voor beursvennootschappen scherpt de Nederlandse corporate governance code die norm aan: zij verlangt dat elke vorm van tegenstrijdig belang wordt gemeld aan de voorzitter van de raad van commissarissen, dat de raad buiten aanwezigheid van de betrokkene beslist en dat transacties met tegenstrijdig belang in het bestuursverslag worden toegelicht. De code werkt volgens het beginsel pas toe of leg uit.

Voor niet-beursgenoteerde ondernemingen geldt de code niet, maar zij is wel een gezaghebbend richtsnoer. Rechters spiegelen de zorgvuldigheid van bestuurders er in voorkomende gevallen aan, zeker bij ondernemingen van enige omvang. Wie zijn interne regels op die leest schoeit, verkleint dus niet alleen het risico op een vernietigbaar besluit maar ook op een geslaagde aansprakelijkstelling.

Veelgestelde vragen

Mag een bestuurder met een tegenstrijdig belang de vergadering bijwonen?

Hij mag niet deelnemen aan de beraadslaging en de besluitvorming over dat onderwerp. In de praktijk betekent dat: het belang melden, de informatie verstrekken die het bestuur nodig heeft, en de zaal verlaten voordat de discussie begint. Bij de overige agendapunten blijft hij gewoon bevoegd.

Is een overeenkomst ongeldig als de regeling is geschonden?

In beginsel niet. Sinds 2013 is de tegenstrijdigbelangregeling een besluitvormingsregel en geen vertegenwoordigingsregel. Het bestuursbesluit is vernietigbaar, maar de overeenkomst met een derde blijft in stand. De vennootschap is aangewezen op schadevergoeding van de bestuurder.

Moet een nevenfunctie altijd worden gemeld?

De wet verplicht tot onthouding bij besluitvorming, niet met zoveel woorden tot een algemene meldplicht. In de praktijk volgt die meldplicht wel uit de behoorlijke taakvervulling en uit statuten, reglementen en governancecodes. Melden is bovendien uw beste verweer: wie zijn belang vooraf op tafel legt, kan achteraf moeilijk een ernstig verwijt worden gemaakt.

Geldt de regeling ook voor commissarissen en toezichthouders?

Ja. Voor commissarissen van een BV of NV geldt een met de bestuurdersregeling overeenkomende bepaling, en sinds de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen geldt hetzelfde voor toezichthouders bij verenigingen en stichtingen. Kan de raad daardoor geen besluit nemen, dan verschuift de bevoegdheid volgens de statuten of naar de algemene vergadering.

Wat als alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben?

Dan verschuift het besluit naar de raad van commissarissen. Bestaat die niet, dan beslist de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen. Juist voor die situatie is het verstandig om in de statuten een sluitende regeling op te nemen, zodat er geen patstelling ontstaat.

Juridische hulp bij belangenverstrengeling

Belangenverstrengeling is zelden een kwestie van kwade opzet en vrijwel altijd een kwestie van slechte vastlegging. Wie het belang tijdig meldt, zich terugtrekt en het besluit door het juiste orgaan laat nemen, doorstaat elke toets. Wie dat nalaat, ontdekt jaren later dat een besluit vernietigbaar is en dat hij persoonlijk wordt aangesproken. Law & More toetst uw statuten en reglementen aan de geldende regeling, adviseert bij transacties met gelieerde partijen en staat u bij wanneer een conflict escaleert richting aansprakelijkstelling of de Ondernemingskamer.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.