Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
In een civiele procedure moet de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van bepaalde feiten, die feiten bewijzen (artikel 150 Rv); de rechter waardeert het bewijs in beginsel vrij. Een uitzondering geldt als de wet of de redelijkheid en billijkheid de bewijslast anders verdeelt, en bepaalde stukken, zoals een notariële akte, hebben dwingende bewijskracht.
Sinds 1 januari 2025 geldt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Inzage in gegevens, voorlopige bewijsverrichtingen en bewijsbeslag zijn daardoor beter geregeld en makkelijker te vragen. Hieronder leest u wat dat in de praktijk betekent.

Inhoudsopgave
Wie moet wat bewijzen?
De hoofdregel is “wie stelt, bewijst”: de eiser bewijst de feiten waarop zijn vordering rust, de gedaagde de feiten waarop zijn verweer rust (artikel 150 Rv). Wie bijvoorbeeld betaling eist, bewijst de overeenkomst; wie stelt al te hebben betaald, bewijst de betaling.

Feiten die de wederpartij niet of onvoldoende betwist, mag de rechter als vaststaand aannemen (artikel 149 Rv). Bewijs is dus alleen nodig voor feiten die gemotiveerd worden betwist. Lukt het bewijs niet, dan draagt de partij met de bewijslast het risico en verliest zij op dat punt.
Wanneer wijkt de bewijslast af?
De wet bevat soms een eigen regel of een wettelijk vermoeden, zoals het vermoeden dat een gebrek bij consumentenkoop er bij aflevering al was als het binnen een jaar zichtbaar wordt (artikel 7:18a lid 2 BW). De rechter kan daarnaast een verzwaarde stelplicht aannemen voor de partij die over de informatie beschikt.
Hoe weegt de rechter het bewijs?
Het bewijs kan met alle middelen worden geleverd en de rechter is vrij in de waardering, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 Rv). E-mails, appberichten, foto’s en digitale bestanden zijn dus toegelaten; hun gewicht hangt af van betrouwbaarheid en samenhang met ander bewijs.
Een akte heeft dwingende bewijskracht (artikel 157 Rv). Een authentieke akte, zoals een notariële akte of een proces-verbaal van een deurwaarder, bewijst tegenover iedereen wat de ambtenaar heeft waargenomen. Een ondertekende onderhandse akte bewijst de verklaring van de ondertekenaar tegenover hem. Tegenbewijs blijft in beide gevallen mogelijk (artikel 151 Rv).
Een elektronische handtekening kan dezelfde rechtsgevolgen hebben als een handgeschreven handtekening, mits de gebruikte methode voldoende betrouwbaar is (artikel 3:15a BW). Meer over digitale berichten leest u in ons artikel over e-mails en WhatsApp-berichten als bewijs.
Wat is er sinds 1 januari 2025 veranderd?
De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht wijzigde vooral de regels voor het verzamelen van bewijs. De bewijslastregel van artikel 150 Rv bleef hetzelfde.
- De wet benadrukt de actieve rol van de rechter: hij kan vragen stellen, partijen op de feiten wijzen en de juridische grondslag met hen bespreken, binnen de grenzen van de rechtsstrijd.
- Het oude inzagerecht van artikel 843a Rv is vervangen door artikel 194 Rv en verder: inzage in “bepaalde gegevens”, waaronder digitale gegevens, bij voldoende belang.
- Voorlopig getuigenverhoor, voorlopig deskundigenbericht, voorlopige plaatsopneming en inzage kunnen in één verzoek worden gecombineerd.
- Het conservatoir bewijsbeslag en het proces-verbaal van constateringen door een deurwaarder hebben een wettelijke regeling gekregen.
- De regel dat een partijverklaring in eigen voordeel alleen als aanvullend bewijs telt, is vervallen; de rechter waardeert die verklaring nu vrij.
- Naast de (gewezen) echtgenoot en geregistreerd partner heeft ook de (gewezen) levensgezel een verschoningsrecht als getuige.
De nieuwe regels gelden in elk geval voor procedures die op of na 1 januari 2025 zijn begonnen. Voor zaken die toen al liepen, geldt overgangsrecht: per instantie, ook bij een later ingesteld hoger beroep, moet worden nagegaan of het oude of het nieuwe bewijsrecht van toepassing is. Meer over de vernieuwde inzage leest u in ons artikel over het herziene inzagerecht.
Hoe verzamelt u bewijs vóór een procedure?
Met een voorlopige bewijsverrichting kunt u vóór of tijdens een procedure bewijs veiligstellen of de kansen inschatten. U dient een verzoekschrift in bij de rechter die bevoegd zou zijn in de hoofdzaak; loopt die zaak al, dan bij die rechter.
- een voorlopig getuigenverhoor, bijvoorbeeld om verklaringen vast te leggen terwijl de herinnering nog vers is;
- een voorlopig deskundigenbericht, bijvoorbeeld over bouwgebreken of de oorzaak van schade;
- een voorlopige plaatsopneming of bezichtiging;
- inzage in gegevens die de wederpartij of een derde onder zich heeft.
De rechter kan het verzoek afwijzen bij onvoldoende belang, misbruik van bevoegdheid of een ander zwaarwegend bezwaar. Een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor wordt in de regel toegewezen als de feiten relevant zijn en voldoende concreet zijn omschreven.
Wanneer heeft u recht op inzage?
Wie voldoende belang heeft, kan van degene die over bepaalde gegevens beschikt inzage, een afschrift of een uittreksel vragen (artikel 194 Rv). Dat kan de wederpartij zijn, maar ook een derde. De gegevens moeten betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij de verzoeker partij is.
De rechter kan inzage weigeren als er gewichtige redenen zijn, zoals bedrijfsgeheimen of de privacy van anderen, of als een geheimhoudingsplicht in de weg staat. Het inzagerecht van artikel 15 AVG is een afzonderlijk recht op uw eigen persoonsgegevens; zie ons artikel over het inzagerecht van artikel 15 AVG.
Wat is bewijsbeslag?
Met een conservatoir bewijsbeslag laat u stukken of digitale gegevens door een deurwaarder veiligstellen, zodat ze niet verdwijnen. U heeft daarvoor verlof van de voorzieningenrechter nodig; de wederpartij wordt meestal niet vooraf gehoord.
Het beslag geeft u nog geen inzage. De beslagen gegevens blijven bij een gerechtelijk bewaarder totdat de rechter op een inzagevordering heeft beslist. Wie onterecht beslag legt, kan aansprakelijk zijn voor de schade.
Wat is een proces-verbaal van constateringen?
Een deurwaarder kan feiten vastleggen die hij zelf waarneemt, zoals de staat van een pand of de inhoud van een website. Als authentieke akte bewijst dit proces-verbaal dwingend wat de deurwaarder heeft waargenomen (artikel 157 Rv); voor een niet-openbare plaats is verlof van de rechter nodig.
Waar let u als eiser op?
- Stel vast welke feiten u moet bewijzen en welke de wederpartij waarschijnlijk betwist.
- Bied bewijs concreet aan: noem getuigen en wat zij kunnen verklaren.
- Leg vluchtig bewijs, zoals berichten of websites, tijdig vast.
- Overweeg een voorlopig getuigenverhoor of deskundigenbericht vóór de dagvaarding.
Waar let u als gedaagde op?
- Betwist feiten gemotiveerd, anders kan de rechter ze als vaststaand aannemen.
- Ga na welke bewijslast u zelf draagt voor uw verweer.
- Bewaar relevante stukken; het vernietigen ervan kan nadelig voor u worden uitgelegd.
- Beroep u bij een inzageverzoek tijdig op bedrijfsgeheimen of privacy.
Wat kunnen wij voor u doen bij bewijs in een civiele procedure?
- beoordelen welke feiten u moet bewijzen en hoe sterk uw bewijs is;
- een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor, deskundigenbericht of inzage opstellen;
- verlof voor bewijsbeslag vragen en het beslag laten uitvoeren;
- getuigen voorbereiden op het verhoor en de termijnen bewaken;
- procederen in de hoofdzaak, vanuit onze praktijk als advocaat civiel recht.
Samengevat
- Wie zich op een feit beroept, moet het bewijzen (artikel 150 Rv); onvoldoende betwiste feiten staan vast.
- De rechter waardeert het bewijs vrij, behalve bij akten met dwingende bewijskracht.
- Sinds 1 januari 2025 regelt artikel 194 Rv de inzage in gegevens, ook bij derden.
- Voorlopige bewijsverrichtingen, bewijsbeslag en een deurwaardersconstatering helpen bewijs vroeg veilig te stellen.
Veelgestelde vragen
Mag ik zelf als getuige verklaren in mijn eigen zaak?
Ja. Sinds 1 januari 2025 telt uw verklaring niet langer alleen als aanvullend bewijs; de rechter weegt haar vrij, maar zal kritisch kijken naar steun in ander bewijs.
Zijn WhatsApp-berichten bewijs?
Ja, de rechter mag alle bewijsmiddelen gebruiken (artikel 152 Rv). Lever de berichten volledig aan, met datum, afzender en context, omdat de wederpartij de echtheid kan betwisten.
Kan ik stukken opvragen bij iemand die geen partij is?
Ja, inzage volgens artikel 194 Rv kan ook worden gevraagd van een derde die over de gegevens beschikt, als u voldoende belang heeft en geen gewichtige reden zich verzet.
Wat gebeurt er als ik mijn stelling niet kan bewijzen?
Dan gaat de rechter ervan uit dat het feit niet vaststaat en verliest u op dat punt. De verliezende partij wordt in de regel in de proceskosten veroordeeld (artikel 237 Rv).
Lees ook: voorlopige bewijsverrichtingen en digitaal bewijs, de valkuilen van mondelinge afspraken en een civiele procedure starten.