Gepubliceerd op 5 oktober 2016 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Huurt u een zzp’er in, dan bepaalt niet het contract maar de feitelijke samenwerking of er een arbeidsovereenkomst is. Sinds 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium voor de loonheffingen opgeheven en handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid; bij goedwillende opdrachtgevers heft hij niet verder na dan tot 1 januari 2025.
Op 31 december 2026 komt daar een nieuwe regel bij: een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst voor wie minder dan € 38 per uur verdient. Hieronder leest u hoe de toets werkt, welke data gelden, wat herkwalificatie kost en wat u nu kunt doen.
Inhoudsopgave
De belangrijkste data op een rij
| Datum | Wat er geldt |
|---|---|
| 1 mei 2016 | Wet DBA vervangt de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) |
| 6 september 2024 | De Belastingdienst beoordeelt geen nieuwe modelovereenkomsten meer |
| 1 januari 2025 | Einde handhavingsmoratorium; naheffing in beginsel niet verder terug dan deze datum; over 2025 geen boetes |
| 18 juni 2026 | Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief vastgesteld (Stb. 2026, 158), na aanneming door de Eerste Kamer op 16 juni 2026 |
| 31 december 2026 | Inwerkingtreding van het rechtsvermoeden (Inwerkingtredingsbesluit, Stb. 2026, 207) |
| 31 december 2029 | Laatste dag waarop goedgekeurde modelovereenkomsten die op 6 september 2024 geldig waren, bruikbaar zijn |
Bronnen: Rijksoverheid, in 2025 geen boetes bij handhaving schijnzelfstandigheid (18 december 2024) en het Staatsblad. Stand per 29 oktober 2026.
Wat regelt de Wet DBA en wat is er van de VAR geworden?
De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) verving op 1 mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). De wet legde de verantwoordelijkheid bij beide partijen, maar voerde geen nieuwe toets in.
Onder de VAR kon u als opdrachtgever afgaan op een verklaring van de Belastingdienst. Bleek de relatie achteraf toch een dienstbetrekking, dan droeg alleen de zzp’er de gevolgen. Die verklaring zei niets over de werkelijkheid op de werkvloer en gaf daarom vooral schijnzekerheid.
De Wet DBA schrapte die eenzijdige vrijwaring. Opdrachtgever en opdrachtnemer zijn sindsdien samen verantwoordelijk. De vraag of iemand werknemer of zelfstandige is, wordt nog altijd beantwoord aan de hand van artikel 7:610 BW en de rechtspraak daarover. Daar zit de kern van de verwarring sinds 2016: de Wet DBA schafte een instrument af, maar veranderde de norm niet.
Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
Er is een arbeidsovereenkomst als drie elementen samenkomen: arbeid, loon en een gezagsverhouding. Volgens artikel 7:610 BW verbindt de werknemer zich om in dienst van de werkgever, tegen loon, gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Zijn de drie elementen aanwezig, dan is het een arbeidsovereenkomst, ook als u iets anders heeft opgeschreven.
De Hoge Raad heeft dat in twee arresten scherp gemaakt. Op 6 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1746) besliste hij dat de bedoeling van partijen bij de kwalificatie geen rol speelt. De rechter werkt in twee stappen: eerst legt hij uit welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen, daarna beoordeelt hij of die afspraken voldoen aan de wettelijke omschrijving. Het opschrift boven de overeenkomst doet in die tweede stap niet ter zake.
In het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:443) noemde de Hoge Raad de gezichtspunten waar de rechter naar kijkt:
- de aard en duur van de werkzaamheden;
- de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
- de inbedding van het werk en van de werkende in de organisatie;
- het al dan niet bestaan van een verplichting om het werk persoonlijk te doen;
- de wijze waarop de contractuele regeling tot stand is gekomen;
- de hoogte van de beloning en de wijze waarop die wordt bepaald en uitbetaald;
- de mate van commercieel risico voor de werkende;
- de vraag of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.
Geen van die gezichtspunten is op zichzelf beslissend. Volgens de Hoge Raad hangt de uitkomst af van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Een inschrijving bij de KVK, een btw-nummer of een eigen website is dus maar één aanwijzing. Hoe die weging uitpakt bij digitale platforms, leest u in ons artikel over schijnzelfstandigheid bij platformwerk.
Hoe handhaaft de Belastingdienst sinds 1 januari 2025?
Het handhavingsmoratorium voor de loonheffingen is per 1 januari 2025 beëindigd. De Belastingdienst kan sindsdien correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen als hij vaststelt dat een opdrachtnemer in werkelijkheid in dienstbetrekking werkt, zonder eerst een waarschuwing te geven.
Tussen 2016 en 2024 legde de Belastingdienst in de regel alleen naheffingen op bij kwaadwillendheid of wanneer een eerder gegeven aanwijzing niet was opgevolgd. Volgens het bericht van de rijksoverheid van 18 december 2024 gaat de Belastingdienst bij naheffing niet verder terug dan 1 januari 2025 en zijn over het kalenderjaar 2025 geen boetes opgelegd. Bij kwaadwillendheid geldt die grens volgens de Belastingdienst niet.
Voor 2026 geldt volgens de aangekondigde overgangsaanpak dat de Belastingdienst nog geen verzuimboetes oplegt, maar dat bij opzet of grove schuld een vergrijpboete kan volgen. Controleer de actuele stand op belastingdienst.nl voordat u op deze overgangsregels vertrouwt. Wat het handhavingskader in de praktijk betekent, leest u in ons artikel over het strengere toezicht op zzp-constructies.
Wat kost een herkwalificatie u als opdrachtgever?
U wordt met terugwerkende kracht inhoudingsplichtig en ontvangt een naheffingsaanslag loonheffingen met belastingrente. Daarnaast kan de werkende alsnog zijn rechten als werknemer opeisen.
De loonbelasting en de premie volksverzekeringen kunt u volgens de Belastingdienst terugvragen aan de opdrachtnemer. De premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw kunt u niet op hem verhalen; die blijven voor uw rekening. De precieze fiscale afwikkeling bespreekt u met een fiscalist.
De fiscale rekening is vaak niet het grootste probleem. Wie werknemer blijkt te zijn, heeft ook recht op loondoorbetaling bij ziekte (artikel 7:629 BW), vakantiedagen en vakantiebijslag, ontslagbescherming en een transitievergoeding bij beëindiging (artikel 7:673 BW). Die transitievergoeding is in 2026 maximaal € 102.000 of een jaarsalaris als dat hoger is (Rijksoverheid). Ook telt de ketenregeling mee (artikel 7:668a BW): een reeks opdrachten kan achteraf een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd blijken te zijn.
Wat betekent herkwalificatie voor de zzp’er?
De zzp’er krijgt de bescherming van het arbeidsrecht, maar kan zijn fiscale ondernemersvoordelen kwijtraken. Het mes snijdt voor hem dus aan twee kanten.
Zijn tarief was vaak gebaseerd op ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Die staan onder druk zodra hij voor de inkomstenbelasting niet langer als ondernemer wordt gezien. De fiscale doorwerking verschilt per situatie en hangt samen met eerdere aangiften: dat is een vraag voor een fiscalist, niet voor uw advocaat.
Voor de werkende zelf is de belangrijkste les dat hij niet afhankelijk is van het etiket dat zijn opdrachtgever kiest. Hij kan zich bij de kantonrechter beroepen op het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Wie meer opdrachtgevers heeft, eigen materiaal gebruikt, zijn eigen tarief bepaalt en echt commercieel risico loopt, staat daarbij aan de andere kant van de streep. Meer over de contractuele valkuilen leest u in ons artikel voor freelancers en zzp’ers.
Zijn modelovereenkomsten nog bruikbaar?
Alleen als zij al goedgekeurd en geldig waren op 6 september 2024; die mag u gebruiken tot en met 31 december 2029. Nieuwe modelovereenkomsten beoordeelt de Belastingdienst sinds 6 september 2024 niet meer.
Belangrijker is wat een modelovereenkomst nooit heeft gedaan. Zij gaf zekerheid over de tekst, niet over de praktijk. Werd er in werkelijkheid gewerkt met vaste roosters, functioneringsgesprekken en een verbod op vervanging, dan hielp geen enkel model. Dat volgt ook uit het arrest van 6 november 2020: de rechter kijkt naar wat partijen werkelijk zijn overeengekomen en hoe zij uitvoering gaven aan de overeenkomst, niet naar het opschrift.
Bij twijfel verwijst de Belastingdienst naar de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Die webmodule is een hulpmiddel: beslissend blijft hoe u en de zzp’er feitelijk samenwerken.
Rechtsvermoeden bij minder dan € 38 per uur: wat verandert op 31 december 2026?
Een zzp’er die minder dan € 38 per uur verdient (peildatum 1 januari 2026), kan zich straks beroepen op een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Doet hij dat, dan moet u als opdrachtgever aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is.
De Eerste Kamer nam de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief (Kamerstuk 36783) aan op 16 juni 2026. De wet is gedateerd 18 juni 2026 (Stb. 2026, 158) en treedt volgens het inwerkingtredingsbesluit (Stb. 2026, 207) in werking op 31 december 2026. Tot die datum geldt de gewone bewijsregel: wie zich op een arbeidsovereenkomst beroept, moet die aannemelijk maken.
De regeling is het overgebleven deel van het eerdere wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Het onderdeel dat de open norm “werken in dienst van” wilde invullen, is geschrapt. Voor de kwalificatievraag blijft de rechtspraak van de Hoge Raad dus leidend. Het rechtsvermoeden verandert niet wat een arbeidsovereenkomst is, maar wel wie wat moet bewijzen.
Zijn payroll en uitzenden een veilig alternatief?
Payroll en uitzenden verschuiven het werkgeverschap naar een andere onderneming. Veilig zijn ze alleen als de constructie niet wordt gebruikt om werknemersbescherming te omzeilen.
Bij inlening via een payroll- of uitzendonderneming wordt die onderneming de juridisch werkgever en draagt zij de loonheffingen en premies af. Sinds de Wet arbeidsmarkt in balans (1 januari 2020) heeft een payrollkracht recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die bij de inlener zelf in dienst zijn. Payroll is daardoor geen goedkope constructie meer.
Wordt payroll alleen gebruikt om de ontslagbescherming of de ketenregeling te omzeilen, terwijl u als inlener in werkelijkheid werft, selecteert en aanstuurt, dan kan de rechter u alsnog als werkgever aanmerken. De verschillen zetten wij op een rij in ons artikel over payroll, uitzendkracht of zzp’er.
Een opdracht inrichten die de toets doorstaat
Richt de opdracht in als opdracht en controleer daarna of de praktijk daarbij past. Leg die toets vast en herhaal haar elk jaar. Het aanpassen van de werkwijze werkt vooruit, een naheffing werkt terug.
Begin bij de opdracht zelf. Omschrijf een afgebakend resultaat met een begin- en einddatum, niet een functie met een takenpakket. Laat vervanging echt toe en leg vast dat de zzp’er zijn eigen werktijden en werkwijze bepaalt. Geef hem geen bedrijfs-e-mailadres of leaseauto waardoor hij niet meer te onderscheiden is van uw eigen personeel. Ons overzicht van flexibele contracten en de blik van de Belastingdienst helpt u daarbij.
Wat opdrachtgever en zzp’er elk vastleggen
| Opdrachtgever | Zzp’er |
|---|---|
| Een afgebakend resultaat met begin- en einddatum in de overeenkomst, geen functie met takenpakket. | Werk voor meer opdrachtgevers en bepaal zelf uw werktijden en werkwijze. |
| Geen opname in rooster, werkoverleg of beoordelingscyclus. | Een vastgelegd en reëel recht op vervanging. |
| Een dossier per opdracht dat u elk jaar opnieuw toetst. | Facturen per resultaat en stukken over commercieel risico en eigen investeringen. |
| Bij een uurtarief onder € 38: bewijs dat de samenwerking geen arbeidsovereenkomst is, met het oog op 31 december 2026. | Wilt u juist werknemer zijn: bewaar roosters, e-mails en beoordelingen waaruit de gezagsverhouding blijkt. |
Hoe wij helpen bij de Wet DBA
- Uw samenwerking toetsen aan artikel 7:610 BW en de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest.
- De overeenkomst van opdracht opstellen of aanpassen, met een afgebakend resultaat en een reële vervangingsregeling.
- Beoordelen welke opdrachten onder het rechtsvermoeden vallen en hoe u het tegenbewijs onderbouwt.
- Bijstaan in een procedure bij de kantonrechter over de vraag of er een arbeidsovereenkomst bestaat.
In het kort
- De feitelijke samenwerking beslist, getoetst aan artikel 7:610 BW en de Deliveroo-gezichtspunten.
- Sinds 1 januari 2025 kan de Belastingdienst direct naheffen, bij goedwillende opdrachtgevers niet verder terug dan die datum.
- Vanaf 31 december 2026 geldt een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst onder € 38 per uur.
- Oude goedgekeurde modelovereenkomsten blijven tot en met 31 december 2029 bruikbaar, maar alleen als de praktijk erbij past.
Veelgestelde vragen
Geldt de Wet DBA nog?
Ja. De Wet DBA is nooit ingetrokken. Wat is veranderd, is de handhaving: het moratorium voor de loonheffingen is per 1 januari 2025 vervallen.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.
