Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
In exportcontracten regelen Incoterms wie het vervoer betaalt, wie de douaneformaliteiten doet en, het belangrijkst, op welk punt het risico van verlies of beschadiging overgaat van verkoper op koper. Het zijn geen wettelijke regels maar contractuele bedingen van de Internationale Kamer van Koophandel. Zij gelden alleen als u ze uitdrukkelijk overeenkomt.
Inhoudsopgave
Wat regelen Incoterms wel en wat niet?
Incoterms zijn afkortingen van drie letters die een vaste, wereldwijd erkende betekenis hebben. De actuele uitgave is Incoterms 2020, opgesteld door de Internationale Kamer van Koophandel (ICC). Elke term beschrijft tien verplichtingen van de verkoper en tien spiegelbeeldige verplichtingen van de koper: verpakken, laden, vervoeren, verzekeren, in- en uitklaren, en het punt waarop levering plaatsvindt.
Even belangrijk is wat Incoterms niet regelen. Zij zeggen niets over de prijs, de betalingstermijn of het betalingsinstrument. Zij regelen niet de eigendomsovergang: die volgt uit het toepasselijke goederenrecht, niet uit de leveringsconditie. Zij bepalen niet welk recht op de overeenkomst van toepassing is, welke rechter bevoegd is, hoe lang uw garantie loopt, wat er gebeurt bij overmacht of hoe hoog uw aansprakelijkheid maximaal is. En zij zeggen niets over de kwaliteit of conformiteit van de goederen. Een exportcontract dat alleen uit een prijs en een Incoterm bestaat, is dus geen contract maar een offerte met een leveringsconditie.
Voor de betekenis van elke afzonderlijke term verwijzen wij naar ons artikel over de betekenis van Incoterms en de risico-overgang. In dit artikel gaat het om de juridische inbedding: hoe u de Incoterm zo vastlegt dat hij doet wat u ervan verwacht, en welke regels daarnaast gelden.
Welke elf regels kent Incoterms 2020?
Incoterms 2020 bevat elf regels, verdeeld over twee groepen: zeven die u bij elke vervoerwijze kunt gebruiken en vier die uitsluitend voor zee- en binnenvaart zijn bedoeld. Die tweedeling is bepalend, want een verkeerd gekozen term is de meestgemaakte fout in exportcontracten.
De zeven regels voor elke vervoerwijze
EXW (Ex Works) legt het maximum bij de koper: de verkoper stelt de goederen op zijn eigen terrein ter beschikking en doet verder niets, ook de uitvoeraangifte niet. FCA (Free Carrier) verplaatst de levering naar het moment waarop de goederen aan de door de koper aangewezen vervoerder worden overgedragen; de verkoper verzorgt de uitvoerformaliteiten. CPT (Carriage Paid To) en CIP (Carriage and Insurance Paid To) betekenen dat de verkoper het vervoer tot de overeengekomen bestemming betaalt, maar dat het risico al eerder overgaat, namelijk bij de eerste vervoerder. Bij CIP moet de verkoper daarnaast een verzekering afsluiten.
De D-regels leggen het meeste bij de verkoper. Bij DAP (Delivered at Place) draagt de verkoper risico en kosten tot de goederen op de afgesproken plaats gereed staan om te worden gelost. DPU (Delivered at Place Unloaded) gaat een stap verder: de verkoper moet ook lossen. DDP (Delivered Duty Paid) is het uiterste: de verkoper regelt en betaalt alles, inclusief de invoerformaliteiten en de invoerrechten in het land van bestemming.
De vier regels voor zee- en binnenvaart
FAS (Free Alongside Ship) betekent levering langszij het schip in de haven van verscheping. FOB (Free On Board) betekent levering aan boord. CFR (Cost and Freight) en CIF (Cost, Insurance and Freight) verplichten de verkoper de vracht tot de haven van bestemming te betalen, terwijl het risico al bij inlading overgaat; bij CIF komt daar een verzekeringsplicht bij.
Deze vier regels horen bij ladingen die daadwerkelijk als losse of bulklading aan boord worden gebracht. Vervoert u containers, dan levert u in de praktijk af op een terminal en niet aan boord. Kiest u dan toch FOB of CIF, dan staat de contractuele leveringsplaats niet op dezelfde plek als het feitelijke moment waarop u de macht over de lading verliest. Voor containers zijn FCA, CPT en CIP de aangewezen varianten.
Waar gaat het risico precies over?
Het risico gaat over op het leveringspunt dat de gekozen Incoterm aanwijst, en dat punt valt lang niet altijd samen met het punt tot waar de verkoper de kosten draagt. Juist dat verschil kost geld. Bij CPT, CIP, CFR en CIF betaalt de verkoper het vervoer tot de bestemming, maar draagt de koper het risico al vanaf het vertrek. Gaat de lading onderweg verloren, dan moet de koper toch betalen, ook al is er niets aangekomen.
Bij FOB gaat het risico over zodra de goederen aan boord van het schip zijn gebracht. De oude formulering dat het risico overgaat wanneer de goederen de scheepsreling passeren, is sinds Incoterms 2010 verlaten; die zin staat helaas nog in veel oude modelcontracten. Bij EXW gaat het risico over zodra de goederen ter beschikking zijn gesteld op het terrein van de verkoper, dus nog voordat er is geladen.
Spreekt u geen Incoterm af, dan valt u terug op het toepasselijke recht. Naar Nederlands recht bepaalt artikel 7:10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dat de zaak voor risico van de koper is vanaf de aflevering, zelfs al is de eigendom nog niet overgedragen. Onder aflevering verstaat artikel 7:9 BW het stellen van de zaak in het bezit van de koper. Bij internationale koop tussen ondernemingen is bovendien het Weens Koopverdrag vaak van toepassing, dat eigen regels over risico-overgang kent en dat partijen kunnen uitsluiten. Een goed exportcontract regelt uitdrukkelijk of het verdrag geldt en welke Incoterm de risico-overgang invult.
Wat veranderde er in Incoterms 2020?
De meest zichtbare wijziging is dat DAT (Delivered at Terminal) is vervangen door DPU (Delivered at Place Unloaded). De strekking is dezelfde, maar de plaats van levering is niet meer beperkt tot een terminal: elke overeengekomen plaats volstaat, mits de verkoper daar kan lossen.
Daarnaast is het verzekeringsniveau bij CIP verhoogd. Waar CIP en CIF eerder dezelfde minimumdekking kenden, moet de verkoper bij CIP nu een ruime allrisk-dekking afsluiten, terwijl bij CIF de beperkte dekking het uitgangspunt blijft. Wie CIF gebruikt en meer wil, moet dat dus zelf in het contract regelen. Verder biedt FCA sinds 2020 de mogelijkheid af te spreken dat de vervoerder een cognossement met boordaantekening aan de verkoper afgeeft, zodat FCA bruikbaar wordt bij documentaire betalingen zoals een letter of credit.
Ten slotte maakte de ICC uitdrukkelijk dat vervoer ook met eigen middelen mag plaatsvinden; de verkoper of koper hoeft niet per se een externe vervoerder in te schakelen. Let op de versievermelding in uw contract: verwijst u nog naar Incoterms 2010, dan gelden die oudere regels, met de oude verzekeringsdekking bij CIP en met DAT in plaats van DPU. Dat is geen fout, maar het moet wel bewust zijn.
Welk recht beheerst uw exportcontract?
De Incoterm bepaalt dat niet. Binnen de Europese Unie volgt het toepasselijke recht uit Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I). Artikel 3 lid 1 daarvan bepaalt dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. Maakt u geen keuze, dan geldt op grond van artikel 4 lid 1 onder a het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft.
Dat lijkt gunstig voor Nederlandse exporteurs, maar er zitten haken en ogen aan. De regel geldt behoudens een kennelijk nauwere band met een ander land, en zij zegt niets over dwingende bepalingen van het land van bestemming, zoals productveiligheidseisen, sanctiewetgeving of regels over handelsagenten en distributeurs. Een rechtskeuze voor Nederlands recht neemt die verplichtingen niet weg.
Kies daarom uitdrukkelijk, en kies volledig: benoem het toepasselijke recht en bepaal of het Weens Koopverdrag van toepassing is of juist wordt uitgesloten. Dat laatste vergeten is een klassieke omissie, want het verdrag werkt bij internationale koop tussen ondernemingen uit verdragsstaten in beginsel automatisch door. Welke keuzes daarbij horen, komt ook aan de orde in ons artikel over de koopovereenkomst tussen bedrijven.
Welke rechter is bevoegd bij een geschil?
Hier krijgt de Incoterm onverwacht juridisch gewicht. Op grond van Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel Ia) kan een partij worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moest worden uitgevoerd. Bij koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken is dat de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden.
Die plaats van levering leidt u af uit het contract, en dus uit de Incoterm. Spreekt u FCA Eindhoven af, dan wijst dat naar Nederland; spreekt u DAP Milaan af, dan wijst dat naar Italië. Een leveringsconditie die u vooral als logistieke afspraak zag, bepaalt daarmee waar u straks moet procederen en in welke taal.
U kunt dat sturen met een forumkeuze. Artikel 25 Brussel Ia laat partijen toe een gerecht van een lidstaat aan te wijzen; die bevoegdheid is in beginsel exclusief. Een alternatief is arbitrage, dat buiten de verordening valt en dat vooral aantrekkelijk is bij tegenpartijen buiten de EU, omdat arbitrale vonnissen door het Verdrag van New York in veel landen eenvoudiger erkend worden dan overheidsvonnissen. De afweging tussen beide beschrijven wij in ons artikel over internationale arbitrage en in ons overzicht van internationale geschillen en procesrecht.
Hoe voorkomt u een battle of forms?
Exportcontracten komen zelden tot stand met één document. U stuurt een offerte met uw algemene voorwaarden, de koper stuurt een inkooporder met de zijne, en beide verwijzen naar een andere Incoterm of naar een andere versie. De vraag welke set dan geldt, is de battle of forms.
Naar Nederlands recht geldt de first shot-regel van artikel 6:225 BW: de voorwaarden waarnaar het eerst is verwezen, gaan voor, tenzij de wederpartij de toepasselijkheid daarvan uitdrukkelijk van de hand wijst. Dat is precies omgekeerd aan de last shot-benadering die in verschillende andere rechtsstelsels geldt. Welk recht van toepassing is, bepaalt dus mede wiens voorwaarden winnen, wat de rechtskeuze uit de vorige paragraaf extra gewicht geeft.
Praktisch betekent dit drie dingen. Verwijs als eerste en verwijs consequent, in de offerte én in de orderbevestiging. Wijs de voorwaarden van de wederpartij uitdrukkelijk van de hand in plaats van ze te negeren. En zorg dat uw eigen voorwaarden en de Incoterm elkaar niet tegenspreken: een voorwaarde die zegt dat het risico bij aflevering op uw terrein overgaat, verhoudt zich slecht tot een overeengekomen DAP. Wij gaan daar dieper op in in onze artikelen over algemene voorwaarden in B2B en de battle of forms en over de battle of forms in internationale maakcontracten.
Wat betekent de Incoterm voor douane en btw?
De Incoterm bepaalt wie de aangiften moet doen, en dat heeft gevolgen die verder reiken dan de logistiek. Bij EXW is de koper verantwoordelijk voor de uitvoeraangifte. Zit die koper buiten de Europese Unie, dan kan hij die aangifte in de praktijk niet zelf doen, met als gevolg dat de verkoper het alsnog regelt zonder dat het contract daarin voorziet. Voor uitvoer buiten de EU is FCA daarom vrijwel altijd de betere keuze.
Aan de andere kant van het spectrum staat DDP. Daarbij treedt de verkoper op als importeur in het land van bestemming: hij moet daar aangifte doen, invoerrechten betalen en soms lokaal geregistreerd zijn voor de omzetbelasting. Dat is voor veel exporteurs een zwaardere verplichting dan zij bij het tekenen beseffen. DAP of DPU levert dezelfde servicebeleving op zonder dat u importeur wordt.
Voor de omzetbelasting geldt dat de toepassing van het nultarief bij uitvoer of van de vrijstelling bij een intracommunautaire levering afhangt van bewijs: u moet kunnen aantonen dat de goederen het land daadwerkelijk hebben verlaten. De gekozen Incoterm bepaalt in belangrijke mate wie over dat bewijs beschikt, en dat maakt EXW ook fiscaal riskant. Laat de fiscale gevolgen van uw leveringscondities altijd door een fiscalist of douane-expediteur beoordelen; Law & More adviseert niet over fiscale structurering.
Hoe legt u de Incoterm correct vast?
Een Incoterm is pas bruikbaar als hij compleet is genoteerd: de drielettercode, een zo nauwkeurig mogelijke plaatsaanduiding en het jaartal van de uitgave. Dus niet FOB, maar FOB Rotterdam, Netherlands, Incoterms 2020. En niet DAP Hamburg, maar DAP met straat, huisnummer en plaats, omdat een stad meerdere losadressen kent en het risico precies op dat adres overgaat.
Neem de conditie bovendien op in het contract zelf en niet alleen op de factuur of de pakbon. Een leveringsconditie die pas na het sluiten van de overeenkomst opduikt, is geen onderdeel van de overeenkomst geworden. Zorg dat de conditie in de offerte, de orderbevestiging en het raamcontract identiek is; verschillen tussen die documenten zijn een uitnodiging voor discussie.
Vul de Incoterm ten slotte aan waar hij zwijgt. Regel wie welke verzekering afsluit als de gekozen term daar niets over zegt, wat er gebeurt bij vertraging, wie de kosten van demurrage en opslag draagt, hoe de conformiteitskeuring plaatsvindt en binnen welke termijn de koper moet klagen. Ook een eigendomsvoorbehoud verdient aandacht: de werking daarvan wordt beheerst door het recht van het land waar de zaken zich bevinden, en dat verschilt sterk per bestemming.
Welke fouten ziet Law & More het vaakst?
De eerste is het gebruik van EXW bij export buiten de EU, met alle douanetechnische en fiscale gevolgen van dien. De tweede is het gebruik van FOB, CFR of CIF voor containervervoer of voor wegtransport, waardoor de contractuele leveringsplaats niet overeenkomt met de werkelijke gang van zaken. De derde is de verwarring tussen kostenpunt en risicopunt bij de C-regels, waardoor een koper meent verzekerd te zijn terwijl hij het risico draagt.
De vierde is het ontbreken van een versiejaar, waardoor bij een geschil onduidelijk is welke uitgave geldt. De vijfde is het klakkeloos overnemen van DDP omdat de klant daarom vraagt, zonder te onderzoeken welke registratie- en aangifteverplichtingen dat in het bestemmingsland meebrengt. En de zesde is de tegenspraak tussen de Incoterm en de eigen algemene voorwaarden, die pas zichtbaar wordt als er schade is. Meer van dit soort valkuilen bespreken wij in ons artikel over de meestgemaakte fouten bij internationale commerciële contracten.
Hoe zekert u de betaling bij export?
De leveringsconditie en het betaalarrangement moeten op elkaar aansluiten. Werkt u met een documentair krediet, dan betaalt de bank pas tegen overlegging van voorgeschreven documenten, waaronder een vervoersdocument dat aantoont dat de goederen zijn verscheept. Bij EXW beschikt de verkoper niet over zo’n document, omdat hij het vervoer niet regelt; het krediet is dan feitelijk onbruikbaar. Bij FCA kunt u sinds Incoterms 2020 afspreken dat de vervoerder een cognossement met boordaantekening aan de verkoper afgeeft, juist om dit probleem op te lossen.
Kiest u voor levering op rekening, zorg dan voor aanvullende zekerheid. Een eigendomsvoorbehoud houdt de eigendom bij u tot volledige betaling, maar de werking daarvan wordt beheerst door het recht van het land waar de goederen zich bevinden; in sommige rechtsstelsels vervalt het voorbehoud zodra de zaak wordt doorverkocht of verwerkt. Een bankgarantie of een kredietverzekering is dan een steviger instrument. Neem daarnaast een duidelijke betalingstermijn op met een contractuele rente en een incassokostenbeding, zodat u bij wanbetaling niet hoeft te discussiëren over de hoogte van uw vordering.
Waar loopt u tegen exportcontrole en sancties aan?
Naast het privaatrecht geldt een laag publiekrechtelijke regelgeving die geen enkele Incoterm wegneemt. Goederen met een mogelijke militaire toepassing vallen onder de Europese regels voor tweeërleigebruik, waarvoor een uitvoervergunning nodig kan zijn. Daarnaast gelden sanctiemaatregelen tegen bepaalde landen, entiteiten en personen, met bevriezings- en verbodsbepalingen die rechtstreeks werken en die ook uw tussenhandelaren raken.
Die verplichtingen rusten op u als exporteur, ongeacht wat u met uw afnemer hebt afgesproken. Neem daarom in uw exportcontract een bepaling op die de levering afhankelijk maakt van het verkrijgen van de benodigde vergunningen, die de afnemer verplicht tot het verstrekken van eindgebruikersverklaringen en die u het recht geeft de overeenkomst te beëindigen als een sanctiemaatregel de uitvoering verbiedt. Zonder zo’n clausule staat u bij een plotseling exportverbod tegenover een afnemer die nakoming of schadevergoeding vordert, terwijl leveren u strafbaar zou maken.
Veelgestelde vragen over exportcontracten en Incoterms
Zijn Incoterms wettelijk verplicht?
Nee. Incoterms zijn regels van de Internationale Kamer van Koophandel en werken alleen doordat partijen ze in hun overeenkomst opnemen. Zonder verwijzing gelden zij niet en valt u terug op het toepasselijke recht, bij Nederlands recht op artikel 7:10 BW, dat het risico bij aflevering laat overgaan.
Bepaalt de Incoterm wanneer de eigendom overgaat?
Nee. Incoterms regelen levering, kosten en risico, niet de eigendomsovergang. Wanneer de eigendom overgaat, volgt uit het goederenrecht van het land waar de zaken zich bevinden. Wilt u zekerheid tot volledige betaling, neem dan een eigendomsvoorbehoud op en laat toetsen of dat in het bestemmingsland werking heeft.
Welke Incoterm is het veiligst voor een Nederlandse exporteur?
Er is geen universeel beste keuze, maar FCA is voor veel exporteurs het beste vertrekpunt: de verkoper regelt de uitvoeraangifte en beschikt dus over het uitvoerbewijs, terwijl het risico vroeg overgaat. EXW brengt bij export buiten de EU praktische en fiscale problemen mee, en DDP maakt u importeur in het land van bestemming.
Moet ik het Weens Koopverdrag uitsluiten?
Niet per se. Het verdrag biedt een uitgebalanceerd stelsel dat in veel gevallen goed werkt en dat beide partijen kennen. Maak wel een bewuste keuze en leg die vast, want zonder uitsluiting werkt het verdrag bij internationale koop tussen ondernemingen in verdragsstaten in beginsel automatisch door en verdringt het delen van het nationale kooprecht.
Wat doe ik als mijn buitenlandse afnemer niet betaalt?
Ga eerst na welk recht en welke rechter uw contract aanwijst; zonder forumkeuze bepaalt de plaats van levering uit de Incoterm mede de bevoegde rechter. Binnen de Europese Unie bestaat daarnaast een vereenvoudigde route voor onbetwiste vorderingen, die wij beschrijven in ons artikel over de Europese betalingsbevelprocedure.
Hulp bij uw exportcontracten
Een leveringsconditie is een klein onderdeel van een exportcontract met onevenredig grote gevolgen. Zij bepaalt wie de schade draagt als een container overboord slaat, wie bij de douane als exporteur optreedt, of u het nultarief kunt onderbouwen en zelfs bij welke rechter u straks staat. Die vier vragen horen bij het sluiten van de overeenkomst te worden beantwoord, niet erna.
De contractenrechtadvocaten van Law & More beoordelen uw exportcontracten en algemene voorwaarden op consistentie, stellen de rechtskeuze- en forumbedingen op en staan u bij wanneer een levering misgaat. Werkt u met vaste afnemers in het buitenland? Neem dan contact met ons kantoor op voor een toets van uw modelcontract.