Gepubliceerd op 31 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Incoterms zijn elf standaard leveringsvoorwaarden van de Internationale Kamer van Koophandel (ICC). Zij leggen vast wie het vervoer regelt, wie welke kosten draagt en wanneer het risico van verlies of schade van verkoper op koper overgaat. Het zijn geen wettelijke regels: zij gelden alleen als u ze afspreekt, en over eigendom en betaling zeggen zij niets.
De huidige versie is Incoterms 2020. Volgens Ondernemersplein (geraadpleegd 29 oktober 2026) herziet de ICC de regels ongeveer elke tien jaar; een nieuwere versie was op die datum niet gepubliceerd. Hieronder leest u wat de elf termen inhouden, wanneer het risico overgaat, welke term past en hoe u de afspraak sluitend vastlegt.
Inhoudsopgave
Welke juridische status heeft een Incoterm?
Een Incoterm is een afkorting van drie letters, gevolgd door een plaats en een jaartal, bijvoorbeeld: FCA, Maasvlakte II Terminal, Rotterdam, Incoterms 2020. Juridisch is het een contractueel beding. Het bindt partijen omdat zij het zijn overeengekomen.
Achter de afkorting zit een uitgewerkte set verplichtingen van verkoper en koper. De vorige versies dateren uit 2010 en 2000. Onder Nederlands recht kunnen Incoterms ook doorwerken als gewoonte (artikel 6:248 BW). Bij een internationale koop kunnen zij gelden als gebruik in de zin van artikel 9 van het Weens Koopverdrag, ook zonder uitdrukkelijke verwijzing. Dat is wel een bewijskwestie; vertrouw er niet op.
Omdat Incoterms contractuele bedingen zijn, gaan zij voor op het aanvullende recht. Volgens artikel 7:10 BW is de zaak voor risico van de koper vanaf de aflevering, maar partijen mogen daarvan afwijken. Dat doet een Incoterm: hij verplaatst het moment van risico-overgang naar een afgesproken punt. Is geen Incoterm afgesproken, dan geldt artikel 7:10 BW of, bij een internationale koop, de artikelen 66 tot en met 70 van het Weens Koopverdrag.
Wat regelen Incoterms wel en wat niet?
| Wel geregeld | Niet geregeld (apart vastleggen) |
|---|---|
| Vervoer en wie het betaalt | Prijs en betaling |
| Plaats en moment van aflevering | Eigendomsovergang (artikel 3:84 BW) |
| Risico-overgang | Aansprakelijkheid bij wanprestatie, garanties, overmacht |
| In- en uitvoerformaliteiten | Toepasselijk recht en bevoegde rechter |
| Verzekeringsplicht (alleen bij CIP en CIF) | Klachtplicht en keuring bij aankomst |
Een contract dat alleen uit een Incoterm bestaat, is dus geen volledig contract. Het misverstand over eigendom komt het vaakst voor. Aflevering en eigendomsovergang zijn in het Nederlandse recht twee verschillende dingen. Voor eigendomsovergang gelden de eisen van artikel 3:84 BW: een geldige titel, beschikkingsbevoegdheid en levering. Wilt u eigenaar blijven tot de laatste factuur is betaald, dan heeft u een apart eigendomsvoorbehoud nodig (artikel 3:92 BW). DDP betekent dus niet dat de koper eigenaar is, en EXW niet dat de verkoper dat nog is.
De elf Incoterms 2020 op een rij
Zeven termen zijn geschikt voor elke vorm van vervoer; vier zijn alleen bedoeld voor zee- en binnenvaartvervoer. De zeven algemene termen lopen van de kleinste naar de grootste verplichting voor de verkoper.
- EXW (Ex Works), af fabriek: de verkoper stelt de goederen beschikbaar op zijn terrein of een andere afgesproken plaats; alle verdere kosten en risico zijn voor de koper.
- FCA (Free Carrier), franco vervoerder: de verkoper levert af aan de vervoerder die de koper aanwijst, op zijn terrein of een andere afgesproken plaats.
- CPT (Carriage Paid To), vracht betaald tot: de verkoper betaalt het vervoer tot de bestemming, maar het risico gaat over bij overdracht aan de eerste vervoerder.
- CIP (Carriage and Insurance Paid To): als CPT, met een verzekeringsplicht van de verkoper met ruime dekking.
- DAP (Delivered at Place), geleverd op bestemming: de verkoper draagt kosten en risico tot aankomst op de afgesproken plaats, gereed om te lossen.
- DPU (Delivered at Place Unloaded): als DAP, maar de verkoper lost de goederen ook.
- DDP (Delivered Duty Paid), geleverd rechten betaald: de verkoper regelt en betaalt alles, ook invoerrechten en invoerformaliteiten.
De vier zeetermen zijn bedoeld voor goederen die los of in bulk aan boord van een schip gaan:
- FAS (Free Alongside Ship), vrij langszij schip: de verkoper levert naast het schip in de haven van verscheping.
- FOB (Free on Board), vrij aan boord: het risico gaat over zodra de goederen aan boord zijn.
- CFR (Cost and Freight), kosten en vracht: als FOB voor het risico, maar de verkoper betaalt de zeevracht tot de haven van bestemming.
- CIF (Cost, Insurance and Freight): als CFR, met een minimumverzekering door de verkoper.
De zeetermen passen niet bij containervervoer. Een container wordt op een terminal overgedragen en niet letterlijk naast of aan boord van een schip geplaatst. Het overgangsmoment van FAS, FOB, CFR en CIF komt dan in de lucht te hangen. Voor containers zijn FCA, CPT, CIP, DAP, DPU en DDP de aangewezen termen.
Overzicht: wie betaalt het vervoer en waar gaat het risico over?
| Term | Soort vervoer | Verkoper betaalt hoofdvervoer | Risico gaat over bij |
|---|---|---|---|
| EXW | alle | nee | beschikbaarstelling op het terrein van de verkoper of de afgesproken plaats |
| FCA | alle | nee | overdracht aan de vervoerder van de koper op de afgesproken plaats |
| CPT | alle | ja | overdracht aan de eerste vervoerder |
| CIP | alle | ja, met verzekering (ICC A) | overdracht aan de eerste vervoerder |
| DAP | alle | ja | aankomst op de afgesproken plaats, gereed om te lossen |
| DPU | alle | ja | na het lossen op de afgesproken plaats |
| DDP | alle | ja, ook de invoerrechten | aankomst op de afgesproken plaats, ingeklaard en gereed om te lossen |
| FAS | zee en binnenvaart | nee | langszij het schip in de vertrekhaven |
| FOB | zee en binnenvaart | nee | aan boord in de vertrekhaven |
| CFR | zee en binnenvaart | ja | aan boord in de vertrekhaven |
| CIF | zee en binnenvaart | ja, met verzekering (ICC C) | aan boord in de vertrekhaven |
Wanneer gaat het risico over, en wat betekent dat bij schade?
Het risico gaat over op het punt dat de term aanwijst. Bij EXW is dat op het terrein van de verkoper, bij FCA bij overdracht aan de vervoerder, bij FOB zodra de goederen aan boord zijn en bij de D-termen pas op de plaats van bestemming. Bij DDP gaat het risico over op de bestemming, nadat de verkoper de goederen voor invoer heeft ingeklaard.
Vanaf dat moment komen verlies, diefstal en beschadiging voor rekening van de partij die het risico draagt, ook als die er niets aan kon doen. Gaat een zending na de risico-overgang verloren, dan blijft de koper de koopprijs verschuldigd. Wie het risico draagt, regelt dus de verzekering.
Wie de schade uiteindelijk draagt, is vaak een kwestie van vervoerdersaansprakelijkheid en verzekering. De Incoterm bepaalt alleen wie de vordering op de vervoerder heeft en wie zijn eigen schade draagt. Neem dat mee in de algemene voorwaarden die u van toepassing verklaart.
Let bij FOB op oude modelcontracten. Daarin staat vaak nog dat het risico overgaat als de goederen de scheepsreling passeren. Die formulering is sinds Incoterms 2010 verlaten: beslissend is het moment waarop de goederen aan boord zijn. Staat de oude zin nog in uw voorwaarden, pas hem dan aan.
Waarom vallen kosten en risico bij de C-termen uit elkaar?
Bij CPT, CIP, CFR en CIF betaalt de verkoper het vervoer tot de bestemming, maar gaat het risico al eerder over: bij overdracht aan de eerste vervoerder of bij het aan boord brengen. Wie CIF Rotterdam leest als garantie dat de goederen heelhuids in Rotterdam aankomen, vergist zich.
Die splitsing is een veelvoorkomende bron van geschillen. Een koper die uitgaat van bescherming tot aan de deur, en een verkoper die uitgaat van risico-overgang in de vertrekhaven, botsen zodra er schade is. Leg bij een C-term daarom vast dat de plaatsaanduiding de bestemming van de kosten betreft, niet het punt van risico-overgang. Bij de E-, F- en D-termen lopen kosten en risico wel gelijk op. Dat maakt EXW, FCA, DAP, DPU en DDP eenvoudiger uit te leggen.
Welke Incoterm kiest u als Nederlandse verkoper?
Kies de term die past bij wie het vervoer het best kan regelen. Heeft uw afnemer een eigen expediteur, dan is FCA vaak logisch: u levert af op een duidelijk omschreven plaats en bent daarna klaar. Wilt u uw afnemer volledig ontzorgen en kent u de invoerregels in het land van bestemming, dan kan DAP of DDP een verkoopargument zijn.
EXW is voor internationale zendingen zelden een goede keuze voor de verkoper. Formeel doet hij niets, maar in de praktijk moet hij vaak meewerken aan de uitvoeraangifte en het laden, terwijl dat niet is afgesproken. Bij uitvoer buiten de Europese Unie wordt dat probleem groter, omdat een koper buiten de EU de uitvoeraangifte meestal niet zelf kan doen. Bij FCA staat vast dat de verkoper de uitvoerformaliteiten regelt.
DDP verdient een waarschuwing. De verkoper neemt de invoerformaliteiten en invoerheffingen op zich in een land waar hij mogelijk niet voor de btw is geregistreerd. Dat kan leiden tot registratieverplichtingen en naheffingen. Laat de fiscale gevolgen van DDP altijd door een fiscalist beoordelen. Wilt u dezelfde service bieden zonder zelf importeur te worden, overweeg dan DAP of DPU.
DAP, DPU en DDP: wie lost en wie klaart in?
| Term | Wie lost? | Wie regelt de invoer? | Wie betaalt de invoerrechten? |
|---|---|---|---|
| DAP | koper | koper | koper |
| DPU | verkoper | koper | koper |
| DDP | koper | verkoper | verkoper |
DPU is de enige Incoterm waarbij de verkoper verplicht is op de bestemming te lossen. Kies die term alleen als de verkoper daar ook echt kan lossen. Bij DDP betaalt de verkoper in beginsel ook de invoerrechten en de btw bij invoer. Bij DAP blijft de invoer bij de koper, die de regels ter plaatse meestal beter kent; voor veel verkopers is DAP de voorzichtigere keuze.
EXW, FCA en DDP: de uitersten en het midden
Bij EXW stelt de verkoper de goederen beschikbaar en hoeft hij niet eens te laden; de koper regelt de rest, ook de uitvoer. Bij FCA levert de verkoper af aan de vervoerder van de koper; gebeurt dat op het terrein van de verkoper, dan laadt de verkoper ook. Bij DDP regelt en betaalt de verkoper het hele traject, tot en met de invoer.
Wat veranderde er in Incoterms 2020 ten opzichte van 2010?
- DAT (Delivered at Terminal) is vervangen door DPU. De bestemming hoeft geen terminal te zijn: elke afgesproken plaats volstaat, zolang de verkoper daar lost.
- Bij CIP geldt nu de ruime dekking van de Institute Cargo Clauses (A); CIF houdt de beperkte dekking van de Clauses (C). Partijen mogen een ander niveau afspreken, mits zij dat opschrijven.
- Bij FCA kunnen partijen afspreken dat de koper zijn vervoerder opdracht geeft een cognossement met boordaantekening aan de verkoper af te geven. Dat maakt een documentair krediet bij containervervoer mogelijk.
- Verkoper of koper mag eigen vervoermiddelen inzetten bij FCA, DAP, DPU en DDP; veiligheidsvoorschriften en kostenverdeling zijn duidelijker beschreven.
Drie fouten die in de praktijk tot geschillen leiden
Een term die niet bij het vervoer past. FOB en CIF zijn geschreven voor goederen die aan boord van een schip gaan. Worden zij gebruikt voor containers, luchtvracht of wegvervoer, dan bestaat het overeengekomen overgangsmoment feitelijk niet. De rechter moet de bepaling dan uitleggen naar wat partijen redelijkerwijs mochten verwachten (artikel 3:33 en 6:248 BW), en die uitkomst is onvoorspelbaar.
Een te ruime plaatsaanduiding. Een stad, provincie of land als bestemming laat het risicopunt open. DAP Amsterdam laat open of het havengebied, een distributiecentrum of het adres van de afnemer bedoeld is. Noem een adres of terminal, zo mogelijk met postcode.
Een praktijk die stilzwijgend afwijkt. Soms spreken partijen FCA af, maar gaat de verkoper gaandeweg zelf het hoofdtransport regelen. Zulk gedrag kan leiden tot een andere uitleg van de afspraak en tot de vraag wie bij de schade het risico droeg. Verandert de praktijk, bevestig de nieuwe afspraak dan schriftelijk.
Hoe legt u een Incoterm sluitend vast?
Noteer altijd de term, een zo nauwkeurig mogelijke plaats en het jaartal. Zet de afspraak in de overeenkomst zelf, niet alleen op de factuur. Zonder jaartal is onduidelijk of Incoterms 2020, 2010 of een oudere versie bedoeld is, en die verschillen inhoudelijk. Een term die pas op de factuur opduikt, is geen afspraak maar een eenzijdige mededeling.
Let op de samenloop met uw algemene voorwaarden. Wijken die af van de Incoterm, dan ontstaat een uitlegvraag en soms een battle of forms. Het Nederlandse recht kent daarvoor de first shot-regel van artikel 6:225 lid 3 BW: de eerst verwezen voorwaarden gelden, tenzij de wederpartij die uitdrukkelijk van de hand wijst. Valt de koop onder het Weens Koopverdrag, dan beoordeelt de rechter die vraag in beginsel aan de hand van dat verdrag, met mogelijk een andere uitkomst.
Controleer of de term past bij vervoer en betaling. Een FOB-afspraak bij luchtvracht of een CIF-afspraak bij wegvervoer levert een onuitvoerbaar beding op. Vul de Incoterm aan waar hij zwijgt: wie welke verzekering afsluit, wat er gebeurt bij vertraging, wie demurrage en opslag betaalt, hoe de goederen bij aankomst worden gekeurd en binnen welke termijn de koper moet klagen. Zorg dat de term in offerte, orderbevestiging en raamcontract gelijk is.
Kan de Incoterm bepalen bij welke rechter u procedeert?
Ja, binnen de Europese Unie wel. Artikel 7 van de verordening Brussel I bis (nr. 1215/2012) wijst bij koop van roerende zaken de rechter aan van de plaats waar de zaken volgens de overeenkomst zijn of hadden moeten worden geleverd. Wie dat niet aan uitleg wil overlaten, neemt een forumkeuze op (artikel 25 Brussel I bis).
Het Hof van Justitie van de EU besliste op 9 juni 2011 in de zaak Electrosteel (C-87/10) over een koopcontract met de clausule af fabriek. Het ging om de voorganger van artikel 7, artikel 5 van verordening 44/2001. Het Hof oordeelde dat de rechter bij het bepalen van de plaats van levering alle relevante bedingen moet betrekken, waaronder erkende handelsbedingen zoals de Incoterms. Een EXW-beding kan dus bepalen welke rechter bevoegd is.
Voor het toepasselijke recht geldt iets vergelijkbaars: kiest u niets, dan wijst artikel 4 van de verordening Rome I bij koop het recht aan van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. Meer leest u in ons artikel over toepasselijk recht en forumkeuze. Dwingende regels van het land van bestemming, zoals productveiligheidseisen en sanctiewetgeving, kunnen daarnaast gelden. Voor de afspraken bij een zakelijke koop, zie ook de koopovereenkomst tussen bedrijven. Kiest u voor arbitrage, leg dan instituut, plaats en taal vast.
Hoe verhoudt een Incoterm zich tot het Weens Koopverdrag?
Een Incoterm gaat voor op de risicoregels van het Weens Koopverdrag, maar de rest van het verdrag blijft gelden. Bij een internationale koop tussen ondernemingen in verschillende verdragsstaten is het verdrag in beginsel van rechtswege van toepassing; Nederland is verdragsstaat. Artikel 6 laat partijen toe ervan af te wijken. Spreekt u CIF af, dan bepaalt die term het overgangsmoment, maar de klachtplicht, termijnen en remedies uit het verdrag blijven gelden.
Een enkele rechtskeuze voor Nederlands recht sluit het verdrag niet uit, want het verdrag maakt deel uit van het Nederlandse recht. Wilt u het uitsluiten, doe dat dan uitdrukkelijk. Wilt u het behouden, maak de klacht- en onderzoekstermijnen dan concreet, omdat het verdrag daarvoor open normen gebruikt.
Douane, btw en betaling: waar de Incoterm doorwerkt
De Incoterm bepaalt wie de invoerformaliteiten verzorgt en wie de invoerrechten draagt: bij DDP de verkoper, bij alle andere termen de koper. De term werkt ook door in de douanewaarde: vracht en verzekering tot de EU-grens tellen mee, en de term bepaalt of die al in de prijs zitten. Of een levering voor de btw een intracommunautaire levering of een uitvoer is, hangt af van de vervoersstroom en het bewijs daarvan, niet van de drie letters op de order. Law & More adviseert niet over fiscale vragen; laat de btw- en douanepositie beoordelen door een fiscalist of douane-expediteur voordat u DDP of EXW standaard in offertes opneemt.
Leveringsvoorwaarde en betaalafspraak moeten op elkaar passen. Bij een documentair krediet betaalt de bank pas tegen voorgeschreven documenten, waaronder een vervoersdocument. Bij EXW regelt de verkoper het vervoer niet en is het krediet daardoor feitelijk onbruikbaar. Bij FCA kunt u het cognossement met boordaantekening afspreken om dat op te lossen.
Levert u op rekening, zorg dan voor extra zekerheid. Een eigendomsvoorbehoud werkt alleen voor zover het recht van het land waar de goederen zich bevinden het erkent. Een bankgarantie of kredietverzekering is dan steviger. Neem ook een duidelijke betalingstermijn op, met een contractuele rente en een incassokostenbeding.
Exportcontrole en sancties: geen Incoterm neemt ze weg
Publiekrechtelijke exportregels rusten op u als exporteur, wat u ook met uw afnemer afspreekt. Goederen met een mogelijke militaire toepassing vallen onder de Europese regels voor goederen voor tweeërlei gebruik, waarvoor een uitvoervergunning nodig kan zijn. Sanctiemaatregelen tegen landen, organisaties en personen werken rechtstreeks en raken ook tussenhandelaren.
Neem daarom een bepaling op die de levering afhankelijk maakt van de nodige vergunningen, de afnemer verplicht eindgebruikersverklaringen te verstrekken en u het recht geeft de overeenkomst te beëindigen als een sanctiemaatregel de uitvoering verbiedt. Zonder zo’n clausule staat u bij een exportverbod tegenover een afnemer die nakoming vordert, terwijl leveren u strafbaar zou maken.
Wat controleert u vóór u de offerte of order verstuurt?
Verkoper en koper hebben hier echt verschillende belangen, dus de punten verschillen per kant.
| Als verkoper | Als koper |
|---|---|
| Term, precieze plaats en jaartal in de overeenkomst zelf | Bij een C-term: waar gaat het risico over, en is een aanvullende transportverzekering nodig? |
| Bij containers FCA, CPT, CIP of een D-term in plaats van FOB of CIF | Is de term in offerte, orderbevestiging en raamcontract gelijk? |
| Btw- en douanepositie laten beoordelen vóór een DDP-aanbod | Keuring bij aankomst en klachttermijn vastgelegd |
| Eigendomsvoorbehoud (artikel 3:92 BW) of andere zekerheid bij levering op rekening | Bij DAP en DPU: invoeraangifte en invoerrechten op tijd geregeld |
| Levering afhankelijk van exportvergunningen | Welke algemene voorwaarden gelden bij afwijking (artikel 6:225 lid 3 BW)? |
Wat wij doen bij internationale leveringscontracten
- Wij toetsen of de gekozen Incoterm past bij vervoer, betaling en verzekering, en stellen de leveringsbepaling op.
- Wij stemmen de Incoterm af op uw algemene voorwaarden en beoordelen een battle of forms.
- Wij nemen een rechts- en forumkeuze of arbitragebeding op, met aandacht voor Brussel I bis en het Weens Koopverdrag.
- Wij beoordelen bij verlies of schade wie het risico droeg, en vorderen schadevergoeding of voeren verweer.
Meer leest u op de pagina ondernemingsrecht.
Incoterms in vijf punten
- Incoterms 2020 zijn elf contractuele leveringsvoorwaarden; zij gelden alleen als u ze afspreekt.
- Zij regelen vervoer, kosten, risico en formaliteiten, maar niet eigendom, betaling of de bevoegde rechter.
- Bij C-termen betaalt de verkoper het vervoer, maar gaat het risico al bij vertrek over.
- Gebruik FOB, FAS, CFR en CIF niet voor containers.
- Volgens het HvJ EU (Electrosteel, 2011) kan de Incoterm de plaats van levering en daarmee de bevoegde rechter bepalen.
Veelgestelde vragen
Gelden Incoterms ook binnen Nederland?
Ja. De bepalingen over in- en uitvoerformaliteiten hebben dan geen betekenis, maar de afspraken over aflevering, kosten en risico werken gewoon. Zonder Incoterm geldt artikel 7:10 BW.
Kunt u een Incoterm aanpassen, bijvoorbeeld EXW loaded?
Dat kan, maar EXW loaded is geen officiële term. Omschrijf de betekenis zelf in het contract. Anders ontstaat discussie over wie moest laden en wie tijdens het laden het risico droeg.
Wat doet u als uw buitenlandse afnemer niet betaalt?
Ga eerst na welk recht en welke rechter uw contract aanwijst; zonder forumkeuze bepaalt de plaats van levering mede de bevoegde rechter. Binnen de EU bestaat een vereenvoudigde route voor onbetwiste vorderingen: de Europese betalingsbevelprocedure.