Gepubliceerd op 7 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Een internationale echtscheiding is een echtscheiding met een buitenlands element: een van de partners woont in het buitenland, u hebt verschillende nationaliteiten, u bent buiten Nederland getrouwd of uw vermogen ligt in meer dan een land. De Nederlandse rechter toetst dan eerst zijn eigen bevoegdheid aan artikel 3 van Verordening (EU) 2019/1111 (Brussel II-ter) en past op het echtscheidingsverzoek zelf Nederlands recht toe (artikel 10:56 BW).
Inhoudsopgave
Wanneer is een echtscheiding internationaal?
Een scheiding is internationaal zodra er een grensoverschrijdend gegeven in zit. Dat kan de nationaliteit van een van beide echtgenoten zijn, de gewone verblijfplaats van een van u, het land waar u bent getrouwd, de ligging van een woning of onderneming, of de verblijfplaats van uw kinderen. Ook twee Nederlanders die samen in Spanje wonen, scheiden internationaal. Een enkel buitenlands aanknopingspunt is genoeg om het internationaal privaatrecht in werking te zetten.
Het wezenlijke verschil met een zuiver Nederlandse scheiding is dat er niet een antwoord is, maar een reeks antwoorden. De rechter splitst uw zaak op in afzonderlijke vragen en beantwoordt elke vraag met een eigen regeling: is de Nederlandse rechter bevoegd, welk recht beheerst de echtscheiding, welk recht beheerst het huwelijksvermogen, welk recht beheerst de alimentatie en welke rechter gaat over gezag en omgang. Elk van die vragen kan bij een ander land uitkomen.
Het is dus heel goed mogelijk dat de Nederlandse rechter uw huwelijk ontbindt naar Nederlands recht, maar uw vermogen moet verdelen naar het recht van het land waar u vlak na de bruiloft bent gaan wonen. Die opsplitsing verklaart waarom een internationale scheiding meer voorbereiding vraagt dan een gewone. Voordat er over inhoud wordt onderhandeld, moet vaststaan wie mag beslissen en welk rechtsstelsel de maatstaf levert. Wie die volgorde overslaat, procedeert soms maandenlang over een verdeling die uiteindelijk naar een heel ander recht moet worden overgedaan.
Wanneer is de Nederlandse rechter bevoegd?
De Nederlandse rechter ontleent zijn rechtsmacht aan artikel 3 van de Brussel II-ter Verordening. Die verordening geeft een reeks gronden die naast elkaar staan: een enkele grond is al genoeg. Zij knopen alle aan bij de gewone verblijfplaats van de echtgenoten of bij hun gezamenlijke nationaliteit. De rechter beoordeelt zijn bevoegdheid ambtshalve, ook wanneer geen van beide partijen er iets over aanvoert.
- Beide echtgenoten hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland.
- Nederland was de laatste gewone verblijfplaats van beiden en een van u woont er nog.
- De verweerder heeft zijn gewone verblijfplaats in Nederland.
- Bij een gemeenschappelijk verzoek: een van beide echtgenoten woont in Nederland.
- De verzoeker woont in Nederland en verblijft hier ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek.
- De verzoeker woont in Nederland, heeft de Nederlandse nationaliteit en verblijft hier ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek.
- Beide echtgenoten hebben de Nederlandse nationaliteit, ongeacht waar zij wonen.
Die laatste grond verklaart waarom twee Nederlanders die allebei al jaren in het buitenland wonen hier zonder meer kunnen scheiden. Andersom is de Nederlandse nationaliteit van een van beiden juist niet genoeg: dan moet er een band met Nederland zijn via de woonplaats, en die band wordt gemeten in de wettelijke termijn van zes maanden of een jaar. Het begrip gewone verblijfplaats is bovendien feitelijk van aard. Het gaat om het werkelijke centrum van uw leven, niet om de inschrijving in de basisregistratie personen alleen.
Wat als in twee landen tegelijk wordt geprocedeerd?
Wanneer meer landen bevoegd zijn, kan een van beide echtgenoten bewust kiezen waar hij het verzoek indient. De verordening lost dat op met een litispendentieregeling: de rechter die als tweede wordt aangezocht houdt zijn zaak aan totdat vaststaat of de eerst aangezochte rechter bevoegd is, en verklaart zich daarna onbevoegd. Feitelijk beslist dus wie het eerst indient. Buiten de Europese Unie werkt dat niet vanzelf en kunnen twee procedures naast elkaar blijven lopen.
Die voorrangsregel maakt de keuze van het forum een reële strategische afweging. Rechtsstelsels verschillen sterk in de duur en de hoogte van partneralimentatie, in de wijze waarop ondernemingsvermogen wordt betrokken en in de snelheid van de procedure. Laat u daarover adviseren voordat u een verzoek indient, want de keuze is achteraf nauwelijks te herstellen.
Bevoegd voor de scheiding, niet automatisch voor alles
Bevoegdheid voor de echtscheiding betekent niet dat de rechter ook alle nevenvoorzieningen mag behandelen. Voor het huwelijksvermogen is dat wel geregeld: op grond van artikel 5 van de Europese verordening huwelijksvermogensstelsels heeft de rechter die over de echtscheiding oordeelt ook rechtsmacht over het huwelijksvermogensstelsel. Voor alimentatie geldt de Europese alimentatieverordening (Verordening (EG) nr. 4/2009) en voor gezag en omgang is in beginsel de rechter van de gewone verblijfplaats van het kind bevoegd. Woont uw kind in het buitenland en zijn de ouders het niet eens, dan kan de Nederlandse rechter daar dus niet over beslissen.
De bevoegdheid wordt beoordeeld naar het moment waarop het verzoekschrift wordt ingediend. Verhuist een van beiden tijdens de procedure naar het buitenland, dan blijft de aangezochte rechter bevoegd en blijft ook het eenmaal vastgestelde toepasselijke recht gelden. Wel kan zo een verhuizing gevolgen hebben voor de tenuitvoerlegging van de beslissing en voor de afspraken over de kinderen.
Welk recht geldt voor de echtscheiding zelf?
Op het verzoek tot echtscheiding past de Nederlandse rechter Nederlands recht toe. Dat volgt uit artikel 10:56 BW, en rechtbanken formuleren het in hun beschikkingen ook telkens zo. Anders dan veel algemene uitleg suggereert, geldt in Nederland niet de cascade van Verordening (EU) nr. 1259/2010 (Rome III): Nederland neemt niet deel aan die nauwere samenwerking. Ook wanneer geen van beide echtgenoten Nederlander is, beoordeelt de Nederlandse rechter het ontbindingsverzoek dus naar Nederlands recht.
Dat heeft praktische gevolgen. De enige echtscheidingsgrond naar Nederlands recht is duurzame ontwrichting van het huwelijk (artikel 1:151 BW). U hoeft geen schuld aan te tonen, geen verplichte periode gescheiden te hebben gewoond en geen reden op te geven. In een aantal andere rechtsstelsels ligt dat anders en gelden wachttijden of schuldgronden. Voor wie tussen twee landen kan kiezen, is dat verschil vaak doorslaggevend.
Een rechtskeuze voor het op de echtscheiding toepasselijke recht heeft in Nederland daarom weinig betekenis. Voor het huwelijksvermogen en voor de alimentatie is een rechtskeuze juist wel van groot belang. Laat zo een keuze zorgvuldig formuleren: een rechtskeuzeclausule die in het ene land geldig is, hoeft dat in het andere land niet te zijn.
Wordt uw in het buitenland gesloten huwelijk erkend?
Zonder erkenning van het huwelijk kan de rechter het niet ontbinden. Artikel 10:31 BW is daarin ruim: een buiten Nederland gesloten huwelijk dat volgens het recht van de staat van voltrekking rechtsgeldig is of dat nadien rechtsgeldig is geworden, wordt als zodanig erkend. Voor de toepassing van die regel telt ook het internationaal privaatrecht van dat land mee. Is er een huwelijksverklaring afgegeven door een bevoegde autoriteit, dan wordt het huwelijk vermoed rechtsgeldig te zijn.
Ook een huwelijk dat is voltrokken ten overstaan van een diplomatieke of consulaire ambtenaar wordt erkend, mits het voldoet aan het recht van de staat die die ambtenaar vertegenwoordigt en die voltrekking ter plaatse was toegestaan. De grens ligt bij de Nederlandse openbare orde: een huwelijk dat daarmee onverenigbaar is, wordt niet erkend. Denk aan een huwelijk dat onder dwang tot stand is gekomen of waarbij een van beiden minderjarig was.
Praktisch betekent dit dat u de huwelijksakte moet kunnen overleggen. Buitenlandse akten hebben in Nederland pas rechtskracht na legalisatie of een apostille, afhankelijk van de afspraken met het land van herkomst, en moeten worden vertaald door een vertaler die is ingeschreven in het register beëdigde tolken en vertalers. Een in het buitenland gesloten huwelijk kunt u daarnaast laten inschrijven in de registers van de burgerlijke stand, wat latere discussies over bewijs voorkomt.
Welk recht geldt voor uw huwelijksvermogen?
Voor het huwelijksvermogen is uw huwelijksdatum bepalend. Er lopen drie regimes naast elkaar, en welk regime geldt hangt af van de dag waarop u trouwde. Dat is de vraag die in de praktijk de meeste verrassingen oplevert, omdat het antwoord kan afwijken van het recht dat op de echtscheiding zelf van toepassing is.
Huwelijken vanaf 29 januari 2019
Bent u op of na 29 januari 2019 getrouwd, dan geldt de Europese verordening huwelijksvermogensstelsels (Verordening (EU) 2016/1103). Die verordening geldt niet in de hele Unie, maar wel in een groep lidstaten waaronder Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië. Hebt u geen rechtskeuze gemaakt, dan geldt in beginsel het recht van het land waar u na de huwelijkssluiting uw eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats had. Ontbreekt die, dan komt de gemeenschappelijke nationaliteit in beeld en daarna het recht waarmee het huwelijk het nauwst verbonden is. Anders dan onder het oude verdrag verandert het toepasselijke recht daarna niet meer vanzelf.
Huwelijken van voor 29 januari 2019
Bent u eerder getrouwd, dan geldt in de regel nog het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978. Ook daar is de eerste gewone verblijfplaats na de huwelijkssluiting het uitgangspunt, maar dit verdrag kent het zogenoemde wagonstelsel: het toepasselijke recht kan tijdens het huwelijk automatisch veranderen, bijvoorbeeld doordat u zich in een ander land vestigt of doordat een van beiden de nationaliteit van het woonland verkrijgt. Op verschillende perioden van hetzelfde huwelijk kan dan verschillend recht van toepassing zijn, met een navenant ingewikkelde verdeling tot gevolg. Voor huwelijken van voor september 1992 gelden nog de oudere Nederlandse conflictregels.
Wijst het toepasselijke recht Nederland aan, dan geldt het Nederlandse huwelijksvermogensrecht. Voor huwelijken van voor 2018 betekent dat in beginsel de algehele gemeenschap van goederen, daarna de beperkte gemeenschap waarbij voorhuwelijks vermogen, erfenissen en schenkingen buiten de gemeenschap blijven. De gemeenschap wordt bij helfte verdeeld (artikel 1:100 BW), tenzij u in huwelijkse voorwaarden iets anders bent overeengekomen. Huwelijkse voorwaarden en een daarin opgenomen rechtskeuze moeten notarieel zijn vastgelegd; laat bij een internationaal huwelijk vooraf nagaan of het andere betrokken land ze erkent.
Hoe verdeelt u bezittingen die in het buitenland liggen?
De Nederlandse rechter kan beslissen over het gehele huwelijksvermogen, ook over goederen die buiten Nederland liggen. De uitvoering is een tweede stap: levering van een buitenlandse woning, inschrijving in een buitenlands kadaster of overboeking van een buitenlandse rekening gebeurt volgens het recht en de procedures van het land waar het goed zich bevindt. Vrijwel altijd hebt u daar een lokale notaris of advocaat bij nodig, en dat kost meer tijd dan een Nederlandse levering.
Begin daarom met een volledige inventarisatie: onroerend goed, bank- en beleggingsrekeningen, aandelen in buitenlandse vennootschappen en opgebouwde pensioenaanspraken. Spreek vervolgens een peildatum af en laat buitenlands vastgoed taxeren door een taxateur ter plaatse; leg ook vast welke wisselkoers u hanteert, anders verschuift de uitkomst met de markt. Hypotheekschulden en de kosten van overdracht gaan van de waarde af.
Openheid is hier geen beleefdheidsvorm maar een juridische verplichting. Verzwijgt een echtgenoot opzettelijk een goed dat tot de gemeenschap behoort, dan verliest hij zijn aandeel in dat goed aan de ander (artikel 3:194 BW). Dat is een zware sanctie, en juist bij vermogen in het buitenland wordt er vaker een beroep op gedaan. De verdeling van pensioen verdient aparte aandacht: de Nederlandse regels over verevening van pensioenrechten binden een buitenlandse pensioenuitvoerder niet, zodat u daarover afzonderlijke afspraken moet maken. De fiscale gevolgen van een grensoverschrijdende verdeling laat u beoordelen door een fiscalist; ons kantoor doet die beoordeling niet.
Alimentatie over de grens: welke rechter, welk recht en hoe int u?
Voor alimentatie geldt een eigen stelsel. De bevoegdheid volgt uit de Europese alimentatieverordening; het toepasselijke recht uit het Haags Protocol van 23 november 2007. De hoofdregel van dat protocol is dat onderhoudsverplichtingen worden beheerst door het recht van de staat waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft. Woont uw ex-partner met de kinderen in Nederland, dan rekent de rechter dus met Nederlandse maatstaven, ook als u zelf in het buitenland woont.
Voor onderhoud tussen echtgenoten en ex-echtgenoten kent het protocol een bijzondere regel. Verzet een van beide partijen zich tegen toepassing van het recht van de gewone verblijfplaats van de gerechtigde, en is het recht van een andere staat, in het bijzonder van de laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats, nauwer met het huwelijk verbonden, dan wordt de hoofdregel opzijgezet. Dat verweer wordt zelden gevoerd en vaak te laat; wie er iets aan heeft, moet het bij het eerste verweer aanvoeren.
Geldt Nederlands recht, dan wordt de partneralimentatie sinds 1 januari 2020 in beginsel vastgesteld voor de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van vijf jaar (artikel 1:157 BW), met uitzonderingen voor lange huwelijken, oudere alimentatiegerechtigden en jonge kinderen. Kinderalimentatie loopt door tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW). Voor de bevoegdheid bij kinderalimentatie in internationale gezinnen gelden aparte aanknopingspunten.
Betalen is iets anders dan innen. Binnen de Europese Unie is een Nederlandse alimentatiebeslissing zonder aparte erkennings- of exequaturprocedure uitvoerbaar in de andere lidstaten. Daarbuiten loopt het via verdragen en via centrale autoriteiten. In Nederland vervult het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen die rol en schakelt het de instantie in het woonland van de betaler in. Hoe de inning over de grens in de praktijk verloopt, hangt sterk af van het betrokken land.
Kinderen: gezag, omgang en verhuizen naar het buitenland
Voor beslissingen over gezag, hoofdverblijfplaats en omgang is in beginsel de rechter bevoegd van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Binnen de Europese Unie volgt dat uit Brussel II-ter, daarbuiten uit het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Die rechter past doorgaans zijn eigen recht toe. Woont uw kind in het buitenland, dan kan de Nederlandse rechter uw huwelijk dus wel ontbinden zonder dat hij een omgangsregeling mag vaststellen.
Hebt u minderjarige kinderen, dan is een ouderschapsplan verplicht onderdeel van het verzoekschrift (artikel 815 Rv). Bij een internationale scheiding hoort daarin meer te staan dan bij een gewone: wie de reizen betaalt en begeleidt, hoe de vakanties over twee landen worden verdeeld, hoe het contact op afstand verloopt en welke afspraken gelden over reisdocumenten. Het gezamenlijk gezag blijft na de scheiding gewoon bestaan; afstand verandert daar juridisch niets aan.
Verhuizen met een kind naar het buitenland mag niet zonder toestemming van de andere ouder met gezag. Weigert die, dan kunt u de rechter om vervangende toestemming vragen (artikel 1:253a BW); die weegt het belang van het kind af tegen het belang van de verhuizende ouder. Vertrekt een ouder toch, dan is sprake van internationale kinderontvoering. Het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 verplicht de aangezochte staat het kind in beginsel snel terug te geleiden naar het land van zijn gewone verblijfplaats; in Nederland behandelt de rechtbank Den Haag die zaken en loopt het verzoek via de centrale autoriteit. Wat er verder komt kijken bij kinderen, verhuizing en paspoorten na een internationale scheiding vraagt om afspraken die vooraf worden vastgelegd, niet achteraf.
Wat betekent de scheiding voor het verblijfsrecht?
Een verblijfsvergunning die is verleend voor verblijf bij echtgenoot of partner, verliest door de echtscheiding haar grondslag. De IND moet van de wijziging in uw burgerlijke staat op de hoogte worden gebracht, en gebeurt dat niet, dan kan de vergunning met terugwerkende kracht worden ingetrokken. Onder voorwaarden komt een vergunning voor voortgezet verblijf in beeld, waarbij vooral de duur van het rechtmatige verblijf in Nederland telt.
Er bestaat een bijzondere voorziening voor mensen die het huwelijk verlaten wegens huiselijk geweld of andere klemmende redenen van humanitaire aard. Wie in die situatie zit, moet zich vroeg laten adviseren, omdat het bewijs van de omstandigheden een aparte inspanning vraagt. De Nederlandse nationaliteit gaat door een echtscheiding overigens niet verloren, en een naturalisatieverzoek wordt door de scheiding niet geblokkeerd. De precieze gevolgen voor uw verblijfsrecht bij echtscheiding hangen af van uw verblijfstitel en verblijfsduur.
Erkenning van de uitspraak in het andere land
Binnen de Europese Unie wordt een echtscheidingsbeslissing uit een andere lidstaat erkend zonder dat daarvoor een procedure nodig is; Brussel II-ter kent voor die beslissingen geen exequatur meer. Bij de beslissing hoort een certificaat dat de gerechtelijke instantie van herkomst afgeeft. Daarmee kan de scheiding in de registers van de burgerlijke stand worden verwerkt.
Voor een echtscheiding uit een land buiten de Unie geldt artikel 10:57 BW: een in het buitenland na behoorlijke rechtspleging verkregen ontbinding van het huwelijk wordt in Nederland erkend, mits de buitenlandse rechter rechtsmacht had. Ontbrak een behoorlijke procedure, bijvoorbeeld omdat de andere echtgenoot niet is opgeroepen, dan kan erkenning worden geweigerd. Meer over de voorwaarden leest u in ons overzicht van de erkenning van buitenlandse echtscheidingen in Nederland.
Andersom bepaalt het andere land zelf of het uw Nederlandse beschikking erkent. Reken op een gewaarmerkt afschrift, een apostille of consulaire legalisatie en een beëdigde vertaling; in sommige landen moet de in het buitenland wonende partner de erkenning ter plaatse zelf aanvragen. Ga dat na voordat u hier procedeert, want een scheiding die in het land van uw partner niet wordt erkend, laat u daar formeel gehuwd.
Zo verloopt de procedure in Nederland
Een echtscheiding begint met een verzoekschrift dat door een advocaat wordt ingediend. Dat kan gezamenlijk, wanneer u het samen eens bent, of eenzijdig. Bij een gezamenlijk verzoek is er geen verweer en gaat het snel; een eenzijdig verzoek met verweer, kinderen en buitenlands vermogen duurt aanzienlijk langer. Naast de ontbinding vraagt u de nevenvoorzieningen: alimentatie, verdeling, het gebruik van de woning en de regelingen voor de kinderen. Hoe de echtscheidingsprocedure van verzoekschrift tot inschrijving verloopt, is bij een internationale zaak in de kern hetzelfde, maar met een zwaardere documentatielast.
- De huwelijksakte uit het land van huwelijkssluiting, gelegaliseerd of voorzien van een apostille.
- Geboorteakten van de minderjarige kinderen.
- Bewijs van nationaliteit en van de gewone verblijfplaats van beide echtgenoten.
- Eventuele eerdere echtscheidingsstukken, als een van u al eerder gehuwd is geweest.
- Beedigde vertalingen van alle anderstalige stukken.
Woont uw partner in het buitenland, dan moet het verzoekschrift daar op de voorgeschreven wijze worden betekend; binnen de Unie gebeurt dat via de Europese betekeningsregels, daarbuiten via verdragen of langs diplomatieke weg. Dat is vaak de grootste vertragingsfactor. Een zitting kan zo nodig via een videoverbinding worden bijgewoond, mits de rechtbank vooraf akkoord gaat met de techniek en de identificatie.
De scheiding is pas een feit wanneer de beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Die inschrijving moet binnen zes maanden na de dag waarop de beschikking onherroepelijk is geworden plaatsvinden (artikel 1:163 BW); gebeurt dat niet, dan verliest de beschikking haar kracht en moet u de hele procedure overdoen. Voor een buiten Nederland gesloten huwelijk vindt de inschrijving plaats in de registers van de gemeente Den Haag.
Veelgestelde vragen
Kan ik in Nederland scheiden terwijl mijn partner in het buitenland woont?
Ja, dat kan in veel gevallen. De Nederlandse rechter is onder meer bevoegd wanneer u hier zelf woont en er ten minste een jaar verblijft, of ten minste zes maanden als u de Nederlandse nationaliteit hebt. Hebben u en uw partner allebei de Nederlandse nationaliteit, dan is de Nederlandse rechter bevoegd ongeacht waar u woont. Bij een gemeenschappelijk verzoek volstaat het dat een van beiden in Nederland woont.
Welk recht past de Nederlandse rechter toe op de echtscheiding zelf?
Nederlands recht. Op grond van artikel 10:56 BW past de Nederlandse rechter op het verzoek tot echtscheiding het Nederlandse recht toe. Nederland neemt niet deel aan de Europese verordening Rome III, zodat de cascade uit die verordening hier geen rol speelt. De grond is duurzame ontwrichting van het huwelijk; schuld hoeft u niet aan te tonen.
Wordt mijn in het buitenland gesloten huwelijk in Nederland erkend?
Een buiten Nederland gesloten huwelijk dat volgens het recht van het land van voltrekking rechtsgeldig is of dat later rechtsgeldig is geworden, wordt in Nederland erkend (artikel 10:31 BW). Een huwelijksverklaring van een bevoegde autoriteit levert het vermoeden op dat het huwelijk rechtsgeldig is. Erkenning kan alleen afstuiten op de Nederlandse openbare orde. Zonder erkenning kan de rechter het huwelijk niet ontbinden.
Welk recht geldt voor de verdeling van ons vermogen?
Dat hangt af van uw huwelijksdatum. Bent u op of na 29 januari 2019 getrouwd, dan bepaalt de Europese verordening huwelijksvermogensstelsels het toepasselijke recht; zonder rechtskeuze is dat in beginsel het recht van uw eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats na de huwelijkssluiting. Bent u eerder getrouwd, dan geldt in de regel het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978, dat het toepasselijke recht kan laten meeverhuizen met uw woonplaats of nationaliteit.
Hoe int u alimentatie als uw ex-partner in het buitenland woont?
Het toepasselijke recht volgt uit het Haags Protocol van 23 november 2007: in beginsel geldt het recht van het land waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft. Binnen de Europese Unie is een Nederlandse alimentatiebeslissing zonder aparte erkenningsprocedure uitvoerbaar. Voor de inning kunt u het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen inschakelen, dat als centrale autoriteit met buitenlandse instanties samenwerkt.
Wat gebeurt er met de verblijfsvergunning van mijn partner?
Een verblijfsvergunning die op het huwelijk berust, kan door de scheiding haar grondslag verliezen. U moet de wijziging in uw burgerlijke staat melden bij de IND. Onder voorwaarden kan de IND een vergunning voor voortgezet verblijf verlenen, en er bestaat een bijzondere regeling voor situaties van huiselijk geweld. De Nederlandse nationaliteit gaat door een echtscheiding niet verloren.
Kan de Nederlandse rechter ook over onze kinderen beslissen?
Voor gezag, hoofdverblijf en omgang is in beginsel de rechter bevoegd van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Woont uw kind in het buitenland, dan kan de Nederlandse rechter uw huwelijk wel ontbinden, maar niet zonder meer over de kinderen beslissen. Buiten de Europese Unie geldt daarvoor het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.
Hulp bij een internationale echtscheiding
Bij een internationale echtscheiding wordt de uitkomst voor een groot deel bepaald door beslissingen die aan het begin worden genomen: waar u het verzoek indient, welk recht op uw vermogen van toepassing is en of uw afspraken ook in het andere land standhouden. De familierechtadvocaten van Law & More in Eindhoven behandelen dit soort zaken en werken waar nodig samen met advocaten in het betrokken land. Neemt u gerust contact op om uw situatie voor te leggen.
De regels waarnaar in dit artikel wordt verwezen, vindt u bij Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek op wetten.overheid.nl, de bevoegdheidsregels in Verordening (EU) 2019/1111 en het huwelijksvermogensrecht in Verordening (EU) 2016/1103. Een voorbeeld van de manier waarop de rechter deze regels achter elkaar toepast, staat in ECLI:NL:RBDHA:2025:8764.