Gepubliceerd op 27 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026
Een onderneming die zonder vergunning of in strijd met de regels loost, pleegt een economisch delict en bij opzet een misdrijf; ontstaat daardoor gevaar voor de volksgezondheid, dan kan zelfs artikel 173a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) met maximaal twaalf jaar gevangenisstraf van toepassing zijn. Niet alleen de onderneming, maar ook de bestuurder die feitelijk leiding gaf aan de lozing kan worden vervolgd, en daarnaast kan de overheid herstel van de schade op kosten van het bedrijf afdwingen.
Hieronder leest u wanneer een lozing strafbaar is, welke straffen en bestuurlijke sancties gelden en wat er verandert door de Europese richtlijn milieucriminaliteit. Over de bredere verhouding tussen bestuursrecht en strafrecht leest u meer in ons artikel over wanneer strafrecht relevant wordt bij milieuschendingen.
Inhoudsopgave
Wanneer is een lozing illegaal?
Een lozing is illegaal als zij plaatsvindt zonder de vereiste omgevingsvergunning of melding, of in strijd met de regels of vergunningvoorschriften. Sinds 1 januari 2024 staan die regels in de Omgevingswet en de onderliggende besluiten, vooral het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Waterwet zijn per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet. Voor lozingen op oppervlaktewater geldt een vergunningplicht of algemene regels in het Bal; voor lozingen op het riool gelden daarnaast regels in het omgevingsplan van de gemeente. Welke regels voor uw bedrijf gelden, hangt dus af van de activiteit, de stof en de plek van lozen.
Ook wie zich aan alle concrete regels houdt, heeft een zorgplicht. Het Bal verplicht degene die een milieubelastende activiteit verricht om nadelige gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Een overschrijding van vergunde hoeveelheden of het lozen van een stof die niet in de vergunning staat, is dus evengoed een overtreding.
Welke strafbepalingen gelden bij illegale lozingen?
Een overtreding van de Omgevingswet is een economisch delict volgens de Wet op de economische delicten (WED). Bij ernstige gevallen komt daar het misdrijf van artikel 173a of 173b Sr bij.
Wet op de economische delicten
Volgens artikel 2 WED is een opzettelijke overtreding van de milieuregels een misdrijf; zonder opzet is het een overtreding. Op het opzettelijk begane milieudelict staat volgens artikel 6 WED een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar, een taakstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Daarnaast kan de rechter maatregelen opleggen, zoals stillegging van de onderneming of ontneming van het verkregen voordeel.
Artikel 173a en 173b Sr
Wie opzettelijk en wederrechtelijk een stof in de bodem, de lucht of het oppervlaktewater brengt terwijl daardoor gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is, riskeert volgens artikel 173a Sr maximaal twaalf jaar gevangenisstraf. Heeft het feit iemands dood tot gevolg, dan is het maximum vijftien jaar.
Gebeurt hetzelfde door schuld, dus door onvoorzichtigheid, dan geldt artikel 173b Sr: maximaal één jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie, en twee jaar als iemand overlijdt. Het verschil tussen opzet en schuld bepaalt dus sterk welke straf dreigt.
Hoe hoog kan de geldboete voor een onderneming worden?
Een rechtspersoon kan volgens artikel 23 lid 7 Sr een boete krijgen van de naast hogere categorie als de gewone categorie geen passende straf toelaat. In 2026 is de vijfde categorie € 110.000 en de zesde categorie € 1.100.000.
Voor een opzettelijk milieudelict of een feit uit artikel 173a Sr kan een onderneming dus een boete krijgen tot € 1.100.000. Is ook dat niet passend, dan kan bij een feit met een boete van de zesde categorie een boete tot 10% van de jaaromzet van het voorafgaande boekjaar worden opgelegd. Daarnaast kan het Openbaar Ministerie (OM) het wederrechtelijk verkregen voordeel laten ontnemen, bijvoorbeeld de bespaarde kosten voor afvoer of zuivering.
Lees ook ons artikel over het verschil tussen een boete, een dwangsom en een strafrechtelijke sanctie en over boete of straf bij overtreding van milieuwetgeving.
Kunnen bestuurders persoonlijk worden vervolgd?
Ja. Volgens artikel 51 Sr kan naast de rechtspersoon ook degene worden vervolgd die opdracht gaf tot het strafbare feit of er feitelijk leiding aan gaf.
Feitelijk leidinggeven vraagt niet dat de bestuurder zelf de kraan opendraaide. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan het ook gaan om een bestuurder die bevoegd en redelijkerwijs gehouden was maatregelen te nemen tegen de verboden gedraging, dat naliet en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de gedraging zich zou voordoen. Wegkijken bij bekende problemen met een zuiveringsinstallatie kan dus genoeg zijn.
Medewerkers die de lozing zelf uitvoeren, kunnen als pleger worden vervolgd. Hoe de verantwoordelijkheid binnen een vennootschap wordt verdeeld, leest u in ons artikel bedrijven en strafrecht: wie is verantwoordelijk binnen een bv. Naast strafrechtelijke vervolging kan ook civiele bestuurdersaansprakelijkheid spelen.
Wie houdt toezicht en hoe verloopt een onderzoek?
Toezicht ligt meestal bij de omgevingsdienst, de waterbeheerder (waterschap of Rijkswaterstaat) of de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Strafrechtelijk onderzoek doen buitengewoon opsporingsambtenaren, de milieupolitie of de inlichtingen- en opsporingsdienst van de ILT, onder leiding van het OM.
Toezichthouders hebben op grond van titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ruime bevoegdheden: terreinen betreden, inlichtingen vorderen, monsters nemen en inzage in administratie vorderen. Iedereen moet daaraan meewerken (artikel 5:20 Awb). Wordt u als verdachte gehoord, dan heeft u wel een zwijgrecht en recht op een advocaat; dat onderscheid tussen controle en verhoor is in de praktijk belangrijk.
Het OM kan de zaak aan de rechter voorleggen, maar ook zelf een strafbeschikking uitvaardigen of een transactie aanbieden. Meer over de handhavingspraktijk leest u in ons artikel over milieudelicten en strafrechtelijke handhaving.
Welke bestuurlijke sancties kan de overheid opleggen?
Los van het strafrecht kan het bevoegd gezag een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang opleggen (artikel 5:31d en 5:21 Awb). Daarmee dwingt de overheid af dat de lozing stopt en de gevolgen worden hersteld, op kosten van de overtreder.
Daarnaast kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken. Bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving lopen vaak naast elkaar: een dwangsom sluit vervolging door het OM niet uit.
Wie betaalt het herstel van milieuschade?
De vervuiler betaalt. De Europese richtlijn milieuaansprakelijkheid (2004/35/EG) is in Nederland uitgewerkt in titel 17.2 van de Wet milieubeheer, die verplicht tot preventieve en herstelmaatregelen bij ernstige milieuschade.
Voor beroepsmatige activiteiten uit bijlage III van de richtlijn, zoals vergunningplichtige industriële activiteiten en afvalbeheer, geldt een risicoaansprakelijkheid: het bevoegd gezag hoeft geen schuld aan te tonen. De veroorzaker moet het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk informeren (artikel 17.12 en 17.13 Wet milieubeheer).
Daarnaast kunnen benadeelden, zoals omwonenden, andere bedrijven of de waterbeheerder, hun schade civielrechtelijk verhalen. Dat kan op grond van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) en bij gevaarlijke stoffen via de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:175 BW.
Wat verandert er door de Europese richtlijn milieucriminaliteit?
Richtlijn (EU) 2024/1203 verplicht lidstaten zwaardere straffen in te voeren voor ernstige milieudelicten, ook voor rechtspersonen. De implementatietermijn liep tot 21 mei 2026; het Nederlandse wetsvoorstel (Kamerstukken 36876) was op het moment van schrijven nog in behandeling.
De richtlijn vraagt onder meer om voor rechtspersonen maximale boetes van ten minste 5% van de wereldwijde jaaromzet of € 40 miljoen bij de zwaarste delicten. Het wetsvoorstel breidt verder de artikelen 173a en 173b Sr uit en stelt enkele strafmaxima bij. Deze bedragen gelden pas als de implementatiewet in werking is getreden; tot die tijd gelden de huidige maxima uit het Wetboek van Strafrecht en de WED.
Wat doet u bij een lozingsincident?
Stop de lozing, beperk de schade en meld het voorval direct bij het bevoegd gezag. De Omgevingswet bevat in afdeling 19.1 een meldplicht voor ongewone voorvallen; wie te laat meldt, overtreedt die plicht zelf ook.
- Neem direct maatregelen om de lozing te stoppen en de gevolgen te beperken.
- Meld het incident bij het bevoegd gezag (omgevingsdienst of waterbeheerder) met de stoffen, hoeveelheden en genomen maatregelen.
- Leg vast wat er is gebeurd: meetgegevens, logboeken, foto’s en betrokken medewerkers.
- Bereid medewerkers voor op controle en een mogelijk verhoor, en bepaal wie namens het bedrijf spreekt.
- Laat beoordelen welke verklaringen en stukken u afgeeft voordat een verhoor als verdachte plaatsvindt.
Waar let u als bestuurder op?
- Controleer of alle lozingen onder een vergunning, melding of algemene regel van het Bal vallen.
- Leg vast wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor metingen en de zuiveringsinstallatie.
- Laat afwijkende meetwaarden direct aan de directie rapporteren en reageer aantoonbaar.
- Houd een noodplan bij voor ongewone voorvallen, inclusief de meldroute naar het bevoegd gezag.
- Laat bij overname of nieuwe activiteiten de vergunningsituatie vooraf toetsen.
Wat kunnen wij voor u doen bij illegale lozingen en milieuschade?
- De vergunningsituatie en de risico’s van uw lozingen beoordelen.
- U en uw medewerkers begeleiden bij controles en verhoren door toezichthouders en opsporingsdiensten.
- Zienswijzen opstellen tegen een voorgenomen last onder dwangsom of intrekking van een vergunning, en bezwaar en beroep instellen.
- Met het OM onderhandelen over een strafbeschikking of transactie en verzet instellen.
- De onderneming of bestuurder bijstaan in de strafzaak; meer over onze strafrechtadvocaten.
Samengevat
- Lozen in strijd met de Omgevingswet is een economisch delict; met opzet is het een misdrijf met maximaal zes jaar gevangenisstraf (artikel 6 WED).
- Bij gevaar voor de volksgezondheid geldt artikel 173a Sr met maximaal twaalf jaar, of artikel 173b Sr bij schuld.
- Een onderneming kan in 2026 een boete krijgen tot € 1.100.000, en in bepaalde gevallen tot 10% van de jaaromzet.
- Bestuurders die feitelijk leiding gaven aan de lozing kunnen persoonlijk worden vervolgd (artikel 51 Sr).
- De Europese richtlijn milieucriminaliteit gaat de straffen verhogen zodra de Nederlandse implementatiewet in werking treedt.
Veelgestelde vragen
Is elke overschrijding van een lozingsnorm strafbaar?
In beginsel wel: het overtreden van een vergunningvoorschrift of een regel uit het Bal is een economisch delict. Of het OM vervolgt, hangt af van de ernst, de opzet en de gevolgen; vaak begint handhaving met een bestuurlijke last onder dwangsom.
Moet ik meewerken aan een controle door de omgevingsdienst?
Ja, volgens artikel 5:20 Awb moet u meewerken aan een controle door een toezichthouder. Wordt u als verdachte verhoord, dan hoeft u geen verklaring af te leggen en mag u een advocaat raadplegen.
Kan een bestuurder worden vervolgd die niet wist van de lozing?
Dat kan als hij bevoegd en redelijkerwijs gehouden was in te grijpen en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de verboden lozing plaatsvond. Echte onwetendheid zonder signalen is meestal onvoldoende voor feitelijk leidinggeven.
Geldt de omzetboete van 5% uit de EU-richtlijn al?
Nee, die geldt pas als de Nederlandse implementatiewet (36876) in werking treedt. Tot die tijd gelden de maxima van artikel 23 Sr en de WED.