Gepubliceerd op 30 april 2017 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Wie met verboden goederen langs de Nederlandse douane komt, riskeert een bestuurlijke boete of een strafrechtelijke afdoening. De douane legt een bestuurlijke boete op volgens hoofdstuk 9 van de Algemene douanewet, of laat het feit strafrechtelijk afdoen volgens hoofdstuk 10 van dezelfde wet. Welke route wordt gekozen, hangt af van de aard, de omvang en de ernst van het feit.
Inhoudsopgave
Welke wet geldt bij de douane, en voor wie?
De Algemene douanewet voert het Europese douanerecht in Nederland uit en handhaaft het. De wet heeft een eigen sanctiestelsel: hoofdstuk 9 regelt de bestuurlijke boeten in de artikelen 9:1 tot en met 9:16, hoofdstuk 10 de strafrechtelijke bepalingen in de artikelen 10:1 tot en met 10:18, met in afdeling 10.2 de algemene bepalingen van strafrecht die op die feiten van toepassing zijn.
Uw nationaliteit is niet van belang voor de vraag of u onder deze wet valt. Volgens artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht is de Nederlandse strafwet van toepassing op iedereen die zich in Nederland aan een strafbaar feit schuldig maakt. Komt u aan op Schiphol of Eindhoven Airport, dan valt u dus onder hetzelfde regime als een inwoner van Nederland. Waar de Algemene douanewet niet in een eigen regeling voorziet, gelden aanvullend het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Algemene wet bestuursrecht.
Wat zijn verboden goederen precies?
De douane handhaaft niet alleen de heffing van rechten, maar ook een lange reeks verboden en beperkingen uit andere wetten. Verdovende middelen vallen onder de Opiumwet. Wapens en munitie vallen onder de Wet wapens en munitie, waarvan artikel 2 de categorieën indeelt; wat in het ene land een gebruiksvoorwerp is, kan hier in een verboden categorie vallen. Verder gaat het onder meer om namaakartikelen, beschermde dier- en plantensoorten, bepaalde geneesmiddelen, cultuurgoederen en producten die niet aan de Europese veiligheidseisen voldoen.
Een aparte categorie zijn liquide middelen. Volgens Verordening (EU) 2018/1672 moet u contant geld van 10.000 euro of meer aangeven wanneer u de Europese Unie binnenkomt of verlaat. Onder liquide middelen vallen niet alleen bankbiljetten, maar ook verhandelbare instrumenten aan toonder, goud en prepaidkaarten. Geld is op zichzelf geen verboden goed, maar het niet aangeven ervan is wel een zelfstandige overtreding.
Veel reizigers lopen niet tegen opzet aan, maar tegen onwetendheid: een cadeau waarvan de herkomst onbekend is, een mes in de bagage, een medicijn dat in Nederland receptplichtig is. Dat u het niet zo bedoelde, sluit een sanctie niet uit; het weegt wel mee bij de zwaarte ervan en bij de keuze tussen het bestuursrechtelijke en het strafrechtelijke spoor.
Wanneer legt de douane een bestuurlijke boete op?
Het bestuursrechtelijke spoor is bedoeld voor overtredingen van de douaneformaliteiten. Denk aan goederen die niet bij de douane worden aangebracht, aan het niet naleven van vergunningvoorwaarden, aan goederen die in een opslaglocatie ontbreken, en aan het niet tijdig beëindigen van een douaneregeling. De inspecteur legt dan bij beschikking een boete op, zonder tussenkomst van een rechter.
De hoogte hangt af van het soort verzuim en, bij een tekort aan afgedragen rechten, van het ontdoken bedrag. Voor lichte verzuimen geldt een beperkt tarief; bij ernstiger gevallen kan de boete oplopen tot een veelvoud daarvan. Ga uit van het bedrag in uw beschikking, niet van een ouder overzicht: de tarieven worden periodiek bijgesteld. Ook andere toezichthouders werken met bestuurlijke boeten, zoals wij beschrijven bij bestuurlijke boetes van de NVWA.
Wanneer volgt strafrechtelijke afdoening?
Zodra het gaat om verboden goederen, om opzet of om een substantieel ontdoken bedrag, komt hoofdstuk 10 van de Algemene douanewet in beeld. Daarin zijn onder meer strafbaar gesteld het niet, onjuist of onvolledig doen van aangifte en het binnenbrengen van goederen in strijd met een verbod. De wet maakt zelf onderscheid tussen misdrijf en overtreding: voorziet de bepaling in gevangenisstraf, dan is het feit een misdrijf; kent zij alleen een geldboete, dan is het een overtreding.
Dat onderscheid is niet academisch. Een veroordeling voor een misdrijf komt op uw justitiële documentatie te staan en kan jaren later meewegen bij een verklaring omtrent het gedrag, een vergunningaanvraag of een visumaanvraag. Bij verdovende middelen komt de Opiumwet er zelfstandig bij, met een eigen en zwaarder strafmaximum; wij gaan daarop in bij hennep en strafrecht.
Hoe hoog kunnen de geldboetes oplopen?
De strafrechtelijke geldboetes worden uitgedrukt in de categorieën van artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Sinds 1 januari 2026 bedragen die maxima 550 euro voor de eerste categorie, 5.500 euro voor de tweede, 11.000 euro voor de derde, 27.500 euro voor de vierde, 110.000 euro voor de vijfde en 1.100.000 euro voor de zesde categorie. Deze bedragen worden periodiek geïndexeerd, wat verklaart waarom oudere publicaties over dit onderwerp lagere bedragen noemen.
De Algemene douanewet kent daarnaast de systematiek dat de boete kan worden gesteld op het bedrag aan ontdoken rechten wanneer dat hoger uitvalt dan het categoriemaximum. Bij opzet ligt het toepasselijke maximum bovendien hoger dan bij een feit zonder opzet. Naast geldboete en gevangenisstraf kan de rechter goederen verbeurd verklaren of onttrekken aan het verkeer; bij verboden goederen krijgt u die dus in beginsel niet terug.
Hoe verloopt de bestuurlijke procedure?
Bij lichte verzuimen ontvangt u de boetebeschikking met een korte weergave van de geconstateerde feiten. Gaat het om een zwaardere boete, dan wordt u eerst schriftelijk in kennis gesteld van het voornemen: u krijgt dan de gelegenheid uw zienswijze te geven voordat de inspecteur beslist. Maak van die gelegenheid gebruik, want feiten die u pas later aanvoert, wegen minder zwaar.
Bent u het niet eens met de beschikking, dan maakt u bezwaar bij de inspecteur. De bezwaartermijn van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt zes weken, gerekend vanaf de dag na bekendmaking van het besluit (artikel 6:7 Awb). De inspecteur heroverweegt zijn besluit; houdt hij zijn standpunt, dan staat beroep bij de rechtbank open en daarna hoger beroep. Deze volgorde is dwingend: wie de bezwaarfase overslaat of te laat is, staat vrijwel altijd met lege handen.
Hoe verloopt de strafrechtelijke afdoening?
Bij een strafbaar feit wordt een proces-verbaal opgemaakt. Op basis daarvan kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd: een buitengerechtelijke afdoening die is geregeld in titel IVa van het Wetboek van Strafvordering, de artikelen 257a tot en met 257h. Artikel 257a Sv regelt wie een strafbeschikking mag uitvaardigen en welke straffen daarin kunnen worden opgelegd; artikel 257c Sv bevat waarborgen bij de oplegging, waaronder de verplichting om de verdachte in bepaalde gevallen eerst te horen.
Bent u het niet eens met de strafbeschikking, dan doet u verzet bij het parket dat haar heeft uitgevaardigd, volgens artikel 257e Sv. De termijn daarvoor staat in de beschikking zelf en is kort, dus wacht niet af. Na verzet wordt de zaak opnieuw beoordeeld: de strafbeschikking kan worden ingetrokken of gewijzigd, of de zaak wordt alsnog aan de rechter voorgelegd. In zwaardere zaken gaat het proces-verbaal meteen naar de officier van justitie, die kan dagvaarden of de zaak voor bestuursrechtelijke afdoening kan terugleggen bij de inspecteur. De verschillen tussen deze afdoeningsvormen zetten wij uiteen bij OM-transactie, strafbeschikking of dagvaarding, en wat u op een OM-zitting kunt verwachten leest u bij de OM-zitting.
Moet u een douaneboete ter plekke betalen?
Dat is zelden verstandig: betaling van een strafbeschikking geldt als aanvaarding van de afdoening, en de vaststelling van schuld blijft geregistreerd.
Bij sommige feiten wordt aangeboden de zaak direct af te doen tegen betaling. Dat is aantrekkelijk als u haast heeft, maar het is zelden verstandig. Betaling van een strafbeschikking geldt als aanvaarding van de afdoening, en de vaststelling van schuld blijft geregistreerd. Dat kan later meewegen bij uw justitiële documentatie en daarmee bij een verklaring omtrent het gedrag, een beroepsregistratie of een verblijfs- of vergunningaanvraag.
Betalen is dus geen neutrale keuze, en niet betalen evenmin: wie niet betaalt en geen verzet doet, krijgt aanmaningen, invorderingskosten en uiteindelijk executiemaatregelen. Laat binnen de termijn beoordelen of verzet verstandiger is dan betalen.
Wat als de douane goederen of geld inhoudt?
De douane kan goederen vasthouden of in beslag laten nemen. Voor liquide middelen bestaat een aparte regeling: volgens artikel 7 van Verordening (EU) 2018/1672 kunnen de bevoegde autoriteiten geld tijdelijk in bewaring nemen wanneer de aangifteplicht niet is nageleefd of wanneer er aanwijzingen zijn van een verband met criminele activiteiten. Die bewaring geldt in beginsel voor ten hoogste dertig dagen en kan tot negentig dagen worden verlengd.
Krijgt u uw goederen of geld niet terug, dan kunt u daartegen opkomen. Welke stappen daarvoor openstaan, beschrijven wij bij inbeslagname van goederen en, specifiek voor contant geld, bij uw rechten bij inbeslagname van contant geld. Gaat het om een voorwerp dat onder de wapenwetgeving valt, dan speelt daarnaast de vraag in welke categorie het valt; die grens bespreken wij bij wapenbezit en strafrecht.
Wat kunnen wij voor u doen bij een douaneboete of strafbeschikking?
Douanezaken behandelen wij binnen ons werk in het strafrecht. Wij helpen u op deze punten:
- Wij beoordelen of de douane terecht voor het bestuursrechtelijke of het strafrechtelijke spoor heeft gekozen.
- Wij stellen uw zienswijze op tegen een voorgenomen zwaardere boete en maken binnen zes weken bezwaar tegen de boetebeschikking (artikel 6:7 Awb).
- Wij beoordelen of verzet tegen een strafbeschikking verstandiger is dan betalen, en doen tijdig verzet (artikel 257e Sv).
- Wij staan u bij tijdens een verhoor door de douane en op een zitting bij het Openbaar Ministerie of de rechter.
- Wij komen op tegen de inbeslagname van goederen of contant geld, zo nodig met een klaagschrift (artikel 552a Sv).
Samengevat
- De douane kiest tussen een bestuurlijke boete (hoofdstuk 9 Algemene douanewet) en strafrechtelijke afdoening (hoofdstuk 10), afhankelijk van aard, omvang en opzet.
- Contant geld van 10.000 euro of meer moet u aangeven bij het overschrijden van de EU-buitengrens.
- Strafrechtelijke geldboetes lopen op tot 1.100.000 euro (zesde categorie, artikel 23 Sr) of tot het ontdoken bedrag als dat hoger is.
- Tegen een bestuurlijke boete maakt u binnen zes weken bezwaar; tegen een strafbeschikking doet u verzet binnen de in de beschikking genoemde termijn.
- Betalen op het moment zelf is geen neutrale keuze: het geldt als aanvaarding van de afdoening en blijft geregistreerd staan.
Veelgestelde vragen
Kan de douane zelf straffen opleggen?
De douane kan zelfstandig bestuurlijke boeten opleggen volgens hoofdstuk 9 van de Algemene douanewet. Strafrechtelijke afdoening loopt via een strafbeschikking of via de officier van justitie en de rechter.
Ik wist niet dat het goed verboden was. Maakt dat verschil?
Onwetendheid neemt de overtreding niet weg, maar de afwezigheid van opzet kan wel leiden tot een lagere sanctie of tot bestuursrechtelijke in plaats van strafrechtelijke afdoening. Leg die omstandigheden dus vroeg en onderbouwd voor.
Moet ik contant geld altijd aangeven?
Bij binnenkomst in of vertrek uit de Europese Unie geldt een aangifteplicht vanaf 10.000 euro, inclusief goud, prepaidkaarten en instrumenten aan toonder. Binnen de Unie geldt die verordening niet, maar kan de douane wel om opheldering vragen.
Krijg ik een strafblad van een douaneboete?
Een bestuurlijke boete leidt niet tot justitiële documentatie. Een strafbeschikking of een veroordeling voor een misdrijf wel, met mogelijke gevolgen voor een verklaring omtrent het gedrag.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.