Gepubliceerd op 14 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Een rekening-courant tussen aandeelhouder en vennootschap is een doorlopende rekening waarop wederzijdse vorderingen en schulden worden bijgehouden en van rechtswege worden verrekend (artikel 6:140 BW). Alleen het saldo telt. Voor de directeur-grootaandeelhouder is dat handig, maar het is ook riskant: de vennootschap is een aparte rechtspersoon, en wat u opneemt is een schuld aan haar. Dat raakt zowel het vennootschapsrecht als de fiscaliteit.
Inhoudsopgave
Wat is een rekening-courant tussen aandeelhouder en vennootschap?
De rekening-courant is geen bankrekening maar een boekhoudkundige verhouding. Betaalt de BV een privérekening van de directeur-grootaandeelhouder, dan ontstaat een vordering van de BV op hem. Schiet hij daarentegen zakelijke kosten voor uit eigen middelen, dan ontstaat een vordering van hem op de BV. Al die posten komen op één rekening en worden tegen elkaar weggestreept; wat overblijft is het saldo.
Artikel 6:140 BW geeft daarvoor het kader. Moeten tussen twee partijen geldvorderingen en geldschulden in één rekening worden opgenomen, dan worden zij van rechtswege verrekend en is telkens alleen het saldo verschuldigd. De partij die de rekening bijhoudt, sluit haar periodiek af en deelt het saldo mee aan de ander. Staat het saldo eenmaal vast, dan is dat het uitgangspunt voor de verdere verhouding, ook bij een latere discussie over verjaring of over de omvang van de schuld.
Dat de directeur-grootaandeelhouder aan beide zijden van de rekening staat, maakt de verhouding juridisch niet minder echt. Hij is aandeelhouder en bestuurder, maar hij is niet de vennootschap. Een negatief saldo is een schuld die de BV op hem kan verhalen, en die een curator of een koper van de aandelen zonder omhaal zal opeisen.
Wat is het verschil met een geldlening?
Een geldlening is een afgebakende overeenkomst: een bepaald bedrag, een rentepercentage, een looptijd en een aflossingsschema. Een rekening-courant is doorlopend en wisselt van omvang naarmate er posten bij komen. Juridisch is dat verschil van belang voor de opeisbaarheid: bij een lening staat vast wanneer moet worden afgelost, bij een rekening-courant moet dat uit de overeenkomst of uit de opzegging volgen.
In de praktijk vervaagt dat onderscheid vaak, en juist daar ontstaan de problemen. Wordt een negatief saldo jaar na jaar groter zonder dat er wordt afgelost, dan is het feitelijk een langlopende financiering en niet langer een rekening voor kortlopende verrekeningen. Zowel de Belastingdienst als een curator kijkt naar die economische werkelijkheid en niet naar het etiket op de balanspost.
De verstandige route is daarom om structurele opnamen om te zetten in een schriftelijke geldleningsovereenkomst met rente, aflossingsschema en zo nodig zekerheid, en de rekening-courant te reserveren waarvoor zij bedoeld is: kortlopende verrekeningen die binnen afzienbare tijd worden gladgestreken.
Welke vennootschapsrechtelijke regels gelden?
Het eerste voorschrift wordt stelselmatig genegeerd. Artikel 2:247 BW bepaalt dat rechtshandelingen tussen de vennootschap en haar enig aandeelhouder, waarbij die aandeelhouder de vennootschap vertegenwoordigt, schriftelijk moeten worden vastgelegd. Een opname uit de rekening-courant is zo een rechtshandeling. Ontbreekt de vastlegging, dan is de rechtshandeling vernietigbaar en staat u zwak zodra iemand de verhouding betwist.
Het tweede voorschrift betreft tegenstrijdig belang. Een bestuurder die met de vennootschap contracteert over zijn eigen leningsvoorwaarden, heeft een direct persoonlijk belang en neemt op grond van artikel 2:239 BW niet deel aan de besluitvorming daarover. Het besluit verschuift dan naar de raad van commissarissen of, bij ontbreken daarvan, naar de algemene vergadering. Hoe die regeling werkt, zetten wij uiteen in ons artikel over tegenstrijdig belang bij een bestuurder.
Het derde punt speelt bij het opruimen van een schuld. Wordt de rekening-courantschuld weggewerkt door een dividenduitkering, dan geldt de uitkeringstest van artikel 2:216 BW: het bestuur moet goedkeuring geven en moet weigeren als de vennootschap daarna haar opeisbare schulden niet meer kan betalen. Keert u toch uit, dan zijn de bestuurders aansprakelijk voor het tekort. Een dividendbesluit is dus geen boekhoudkundige handeling maar een bestuursbesluit met aansprakelijkheidsgevolgen; wij beschrijven die in ons overzicht van bestuurdersaansprakelijkheid bij een BV.
Bestaat er een rentevrije grens van zeventienduizend euro?
Nee, niet als wettelijke regel. In blogs en op fora circuleert hardnekkig een grens waaronder geen rente hoeft te worden berekend. In de wet is die grens niet te vinden, en de Belastingdienst publiceert haar niet als vrijstelling. Wat wel geldt, is de zakelijkheidstoets: de voorwaarden waaronder de vennootschap geld aan haar aandeelhouder verstrekt, moeten vergelijkbaar zijn met wat een onafhankelijke derde zou bedingen.
Bij een klein, kortlopend saldo dat binnen enkele maanden wordt verrekend, zal een inspecteur doorgaans niet moeilijk doen over een renteberekening, simpelweg omdat het belang gering is. Dat is echter een kwestie van praktische afdoening en geen recht waarop u zich kunt beroepen. Baseer uw administratie dus niet op een drempelbedrag dat geen wettelijke grondslag heeft.
Wat u wel kunt doen, is de zakelijkheid aantoonbaar maken: leg een rentepercentage vast dat aansluit bij wat een bank in vergelijkbare omstandigheden zou rekenen, boek de rente daadwerkelijk en verreken haar. Een rente die op papier staat maar nooit wordt geboekt, werkt tegen u. Laat de fiscale kant beoordelen door uw accountant of fiscalist; Law & More adviseert over de juridische vormgeving en niet over uw belastingpositie.
Wat regelt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap?
Sinds 2023 geldt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Die bepaalt dat schulden van een aanmerkelijkbelanghouder aan zijn eigen vennootschap boven een drempelbedrag worden belast als inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2. De peildatum is 31 december van elk jaar. Het drempelbedrag bedraagt 500.000 euro; in het eerste jaar, 2023, lag het nog op 700.000 euro.
De regeling telt de schulden van de aandeelhouder en zijn partner samen, en betrekt daarbij ook schulden van bepaalde verbonden personen. Eigenwoningschulden blijven onder voorwaarden buiten beschouwing, maar dan moet er wel een recht van hypotheek ten gunste van de vennootschap zijn gevestigd; voor eigenwoningschulden die al bestonden vóór 1 januari 2023 geldt die eis niet. De actuele voorwaarden staan op de pagina van de Belastingdienst over excessief lenen.
Belangrijk is dat de heffing de schuld zelf niet laat verdwijnen. U betaalt belasting over het bovenmatige deel, maar u blijft dat bedrag civielrechtelijk aan de vennootschap verschuldigd. Om dubbele heffing te voorkomen wordt het reeds belaste bedrag bij een volgende peildatum in aanmerking genomen. De vennootschapsrechtelijke werkelijkheid, namelijk dat de BV een vordering op u heeft, verandert er niet door.
Wanneer wordt een opname een verkapte winstuitdeling?
Ontbreekt elke reële terugbetalingscapaciteit en is er geen zekerheid gesteld, dan kan de Belastingdienst het standpunt innemen dat er geen sprake is van een lening maar van een uitdeling van winst. De opname wordt dan behandeld als dividend, met heffing in box 2 en zonder aftrekbaarheid bij de vennootschap. Bij een structureel oplopende schuld die de aandeelhouder aantoonbaar nooit kan terugbetalen, is dat een reëel scenario.
De beoordeling is feitelijk. Beslissend zijn de omvang van de schuld ten opzichte van uw vermogen en inkomen, het verloop over de jaren, de aanwezigheid van een schriftelijke overeenkomst, de vraag of rente daadwerkelijk wordt geboekt en of er zekerheid is gesteld. Wie die punten op orde heeft, houdt de discussie beheersbaar.
Naast de uitdeling ligt er nog een tweede fiscale risicolijn: een structureel te laag salaris in combinatie met hoge opnamen. De Belastingdienst kan dan stellen dat een deel van de opnamen in werkelijkheid loon is. Ook dit is een fiscale beoordeling; laat haar door een fiscalist maken voordat u de structuur wijzigt.
Wat gebeurt er bij faillissement van de BV?
Gaat de vennootschap failliet, dan valt haar vordering op de aandeelhouder in de boedel. De curator zal het saldo opeisen, en hij doet dat vrijwel altijd. Voor de directeur-grootaandeelhouder is dat vaak de onaangenaamste ontdekking van het faillissement: de beperkte aansprakelijkheid beschermt hem tegen de schulden van de BV, maar niet tegen zijn eigen schuld aan de BV.
De curator kijkt daarbij ook naar wat er vlak voor het faillissement is gebeurd. Is de rekening-courantschuld kort voor de faillietverklaring weggeboekt tegen een dividenduitkering of een bonus, dan kan hij die rechtshandeling aantasten met de faillissementspauliana. Hetzelfde geldt voor het verrekenen van de schuld met een plotseling opgevoerde vordering. Wanneer een transactie op die manier kwetsbaar is, beschrijven wij in ons artikel over de actio pauliana.
Daarnaast is de rekening-courant een vast onderzoekspunt bij bestuurdersaansprakelijkheid. Onttrekkingen zonder besluit, een schuld die de vennootschap in liquiditeitsnood bracht en het ontbreken van vastlegging leveren de curator de bouwstenen voor een vordering op grond van artikel 2:248 BW. Over de bredere gevolgen van een faillissement schreven wij in ons artikel over de impact van een faillissement op uw onderneming.
Wat betekent de rekening-courant bij verkoop of herstructurering?
Bij verkoop van de aandelen is de rekening-courant vrijwel altijd een onderhandelingspunt. Een koper neemt de vennootschap over met haar vorderingen, dus ook met de vordering op de vertrekkende aandeelhouder. In de praktijk wordt afgesproken dat het saldo bij levering wordt afgelost of verrekend met de koopsom. Laat dat punt niet ongeregeld: een resterende vordering leidt na de overdracht tot een geschil met een partij die geen enkele reden meer heeft om coulant te zijn.
Binnen een holdingstructuur ontstaan bovendien rekening-courantverhoudingen tussen de vennootschappen onderling. Die moeten spiegelbeeldig worden geadministreerd en op zakelijke voorwaarden zijn aangegaan, en zij hebben eigen gevolgen voor de aansprakelijkheid van de bestuurder van elke betrokken vennootschap. Wat er bij zo een structuur komt kijken, leest u in ons artikel over een BV met meerdere werkmaatschappijen en in ons overzicht van de holding- en werkmaatschappijstructuur.
Ook bij het uit elkaar gaan van aandeelhouders speelt de rekening-courant een rol. De uittredende aandeelhouder wil zijn positieve saldo terug, de blijvende partij wil eerst de negatieve saldi verrekend zien. Neem daarom in de aandeelhoudersovereenkomst op hoe rekening-courantverhoudingen bij uittreding worden afgewikkeld, en op welk moment het saldo definitief wordt vastgesteld.
Hoe legt u de rekening-courant goed vast?
Begin met een schriftelijke rekening-courantovereenkomst tussen de vennootschap en de aandeelhouder. Regel daarin ten minste het rentepercentage en de berekeningswijze, een maximumsaldo, de opzegbaarheid, het moment waarop het saldo wordt vastgesteld en wat er gebeurt wanneer het maximum wordt overschreden. Laat de overeenkomst ondertekenen door de vennootschap, vertegenwoordigd door het daartoe bevoegde orgaan gelet op het tegenstrijdig belang.
Zorg vervolgens dat de administratie de overeenkomst volgt. Boek elke mutatie op het moment waarop zij plaatsvindt, met een omschrijving die duidelijk maakt waar de post op ziet. Bereken en boek de rente daadwerkelijk. Stel het saldo jaarlijks vast en bevestig dat schriftelijk aan de wederpartij, zodat er later geen discussie is over de omvang of over de verjaring.
Notuleer ten slotte de besluiten. Een verhoging van het maximumsaldo, een aanpassing van de rente, een aflossing tegen dividend of een kwijtschelding zijn besluiten die in de notulen thuishoren, met de onderbouwing erbij. Die stukken kosten weinig tijd en zijn beslissend op het moment dat een inspecteur, een curator of een koper vraagt hoe de verhouding is ontstaan. De vennootschapsrechtelijke bepalingen leest u na in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Wat als de vennootschap juist geld van u leent?
De rekening-courant werkt twee kanten op. Schiet u zakelijke kosten voor of stort u geld om een liquiditeitstekort te overbruggen, dan hebt u een vordering op uw eigen BV. Ook die verhouding verdient vastlegging, en om een andere reden: u bent dan schuldeiser van de vennootschap en concurreert bij tegenvallers met haar overige schuldeisers.
In faillissement is een dergelijke vordering doorgaans concurrent, en concurrente schuldeisers ontvangen zelden een noemenswaardige uitkering. Wilt u een reële positie, dan moet u die vooraf regelen, bijvoorbeeld met een pandrecht op bedrijfsmiddelen of vorderingen. Let er wel op dat een zekerheidsrecht dat kort voor het faillissement wordt gevestigd door de curator kan worden aangetast.
Financiers stellen bovendien vaak de eis dat de vordering van de directeur-grootaandeelhouder wordt achtergesteld bij die van de bank. Dat is een gebruikelijke voorwaarde, maar zij betekent wel dat u pas aan de beurt komt nadat de bank volledig is voldaan. Lees die bepaling daarom voordat u tekent, en beoordeel of u het bedrag beter als kapitaal kunt inbrengen dan als lening kunt verstrekken.
Veelgestelde vragen
Mag ik geld opnemen uit mijn eigen BV?
Ja, maar het is een lening en geen inkomen. U bouwt een schuld aan de vennootschap op die u moet terugbetalen. Leg de voorwaarden schriftelijk vast, boek rente en houd het saldo beheersbaar. Rechtshandelingen tussen de vennootschap en haar enig aandeelhouder moeten bovendien schriftelijk worden vastgelegd (artikel 2:247 BW).
Hoeveel mag ik van mijn BV lenen?
Civielrechtelijk is er geen bovengrens, maar fiscaal wel een omslagpunt: schulden aan de eigen vennootschap boven 500.000 euro worden op 31 december belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Eigenwoningschulden blijven onder voorwaarden buiten beschouwing. Daarnaast geldt altijd de zakelijkheidstoets.
Wat gebeurt er met mijn rekening-courantschuld als de BV failliet gaat?
De vordering valt in de boedel en de curator eist het saldo op. Uw beperkte aansprakelijkheid als aandeelhouder beschermt u niet tegen uw eigen schuld aan de vennootschap. Kort voor het faillissement getroffen regelingen om die schuld weg te werken, kunnen bovendien met de faillissementspauliana worden aangetast.
Kan ik de schuld wegstrepen met dividend?
Alleen als de vennootschap dat kan dragen. Het bestuur moet de uitkering goedkeuren en moet die weigeren wanneer de vennootschap daarna haar opeisbare schulden niet meer kan voldoen (artikel 2:216 BW). Bestuurders die tegen beter weten in uitkeren, zijn aansprakelijk voor het tekort. Betrek uw fiscalist bij de gevolgen in box 2.
Moet ik rente betalen over een klein saldo?
Er bestaat geen wettelijke vrijstelling voor kleine saldi. De maatstaf is of de voorwaarden zakelijk zijn. Bij een gering en kortlopend saldo is het belang klein, maar u kunt zich niet op een drempelbedrag beroepen. Een vastgelegde en daadwerkelijk geboekte rente voorkomt discussie.
Advies over uw rekening-courant
De rekening-courant is een van de weinige onderwerpen waarbij een administratieve slordigheid rechtstreeks doorwerkt in een persoonlijke schuld. Wie de verhouding schriftelijk vastlegt, de rente boekt en het saldo jaarlijks vaststelt, houdt de discussie met de fiscus en met een eventuele curator beheersbaar. Wie dat nalaat, ontdekt het probleem pas wanneer de onderhandelingsruimte verdwenen is. Law & More stelt uw rekening-courant- en geldleningsovereenkomsten op, toetst de besluitvorming aan de vennootschapsrechtelijke voorschriften en staat u bij wanneer een curator of een koper het saldo opeist. Voor de fiscale doorrekening werken wij samen met uw accountant of fiscalist.