Onttrekking aan het ouderlijk gezag: wat kunt u doen?

Onttrekking ouderlijk gezag wat u moet weten

Gepubliceerd op 16 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026

Wie een minderjarige opzettelijk weghoudt bij degene die wettig het gezag over hem heeft, pleegt het misdrijf onttrekking aan het ouderlijk gezag (artikel 279 Sr). Het gaat alleen om gezag, niet om omgang: heeft u geen gezag maar wel een omgangsregeling, of wordt een afspraak af en toe niet nagekomen, dan is uw route de civiele rechter, die nakoming kan afdwingen met een dwangsom.

Op onttrekking staat een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of een geldboete van de vierde categorie. Is list, geweld of bedreiging met geweld gebruikt, of is het kind jonger dan twaalf jaar, dan is het maximum negen jaar of een geldboete van de vijfde categorie. In de praktijk is het strafrecht echter zelden de snelste weg naar herstel van het contact.

Inhoudsopgave

Wanneer is het onttrekken van een kind aan het gezag strafbaar?

Strafbaar is wie opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat bevoegd uitoefent. Er zijn dus twee kernvragen: is het kind buiten het bereik van het gezag gebracht, en gebeurde dat opzettelijk?

De tekst staat in artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht. De bepaling beschermt de ouder of voogd met gezag, en ook degene die bevoegd het opzicht over het kind uitoefent, zoals een pleeggezin of een instelling.

Wat betekent onttrekken?

Van onttrekken is sprake als de dader zo sterk heeft bijgedragen aan de scheiding tussen het kind en de gezaghebbende ouder, dat het kind buiten het bereik van dat gezag is geraakt. Neemt het kind zelf het initiatief, dan is voldoende dat de betrokkene daarop beslissende invloed had.

Denk aan een puber die weigert terug te gaan en die door een volwassene onderdak krijgt en in die weigering wordt gesteund. Dat het kind zelf wilde, staat dan niet in de weg aan een veroordeling. Dat blijkt onder meer uit de conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad van 1 september 2020 over artikel 279 Sr.

Wat betekent opzet?

Het opzet moet zich richten op de minderjarigheid van het kind en op het bestaan van het gezag. Een ouder die zich vergist in de vraag wie het gezag heeft, mist dat opzet.

Een ouder die te laat terugkomt van vakantie, of een weekend afzegt omdat het kind griep heeft, onttrekt daarmee nog niets. Het gaat om gedrag dat erop gericht is de andere ouder feitelijk buitenspel te zetten, zodat die zijn gezag niet meer kan uitoefenen.

Is het verbergen van een kind ook strafbaar?

Ja. Artikel 280 Sr maakt ook strafbaar wie een aan het gezag onttrokken kind opzettelijk verbergt of onttrekt aan de nasporing door politie en justitie. Dat kan bijvoorbeeld familieleden raken die het kind onderdak bieden en tegenover de politie ontkennen te weten waar het is.

Wie heeft het gezag, en waarom is dat de eerste vraag?

Artikel 279 Sr beschermt het gezag, niet de omgang. Heeft u zelf geen gezag, dan wordt het kind strafrechtelijk niet aan uw gezag onttrokken, hoe pijnlijk de situatie ook is.

Het ouderlijk gezag is geregeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Volgens artikel 1:245 BW staan minderjarigen onder gezag. Artikel 1:247 BW omschrijft dat gezag als de plicht en het recht van de ouder om zijn kind te verzorgen en op te voeden. Daar hoort uitdrukkelijk ook de verplichting bij om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen. Een ouder die het contact stelselmatig frustreert, handelt dus in strijd met zijn eigen wettelijke opdracht.

Wie heeft het gezag bij gehuwde en ongehuwde ouders?

Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap hebben de ouders van rechtswege gezamenlijk gezag, en dat blijft na een scheiding in beginsel zo. Voor ongehuwde ouders leidt een erkenning sinds 1 januari 2023 in beginsel ook tot gezamenlijk gezag.

Voor erkenningen van vóór die datum geldt dat niet vanzelf. Dan moesten de ouders het gezamenlijk gezag apart laten aantekenen in het gezagsregister. Het verschil lichten wij toe in ons artikel over erkenning en gezag. Twijfelt u, vraag dan een uittreksel uit het gezagsregister op voordat u stappen zet.

Wat als u geen gezag heeft, maar wel een omgangsregeling?

Heeft u geen gezag maar wel een vastgestelde omgangsregeling, dan loopt uw route via de civiele rechter. Artikel 1:377a BW geeft het kind en de ouder zonder gezag recht op omgang met elkaar.

Wordt de regeling niet nagekomen, dan kunt u nakoming vragen aan de rechter. In dezelfde procedure kunt u verzoeken om alsnog met het (gezamenlijk) gezag te worden belast. De weigering van de andere ouder om contact toe te laten, kan daarbij juist een argument zijn.

Wat is het verschil met het niet nakomen van een omgangsregeling?

Het niet nakomen van een omgangs- of zorgregeling is een civiel probleem. Onttrekking is het structureel en doelbewust buiten bereik brengen van het kind, zodat het gezag feitelijk niet meer kan worden uitgeoefend.

In de praktijk lopen die twee situaties door elkaar, maar juridisch liggen ze ver uit elkaar. Bij het niet nakomen wordt een afspraak afgezegd, wordt het kind te laat gebracht of wordt een vakantie eenzijdig verschoven. Dat is vervelend, maar het is een schending van een rechterlijke beschikking of een ouderschapsplan.

Bij onttrekking wordt het kind buiten het bereik van de gezaghebbende ouder gebracht. Denk aan een verhuizing naar een onbekend adres, het afsluiten van alle contact of een vertrek naar het buitenland zonder toestemming. Het onderscheid zit in de duur, de opzet en het effect. De vraag is steeds: kan de andere ouder zijn gezag nog uitoefenen, of is dat feitelijk onmogelijk gemaakt?

Voor het gewone niet nakomen bestaat een eigen aanpak, die wij uitwerken in ons artikel over wat te doen als de omgangsregeling niet wordt nageleefd. Begin daar, ook als u vermoedt dat er meer speelt. Een civiele beschikking die daarna wordt genegeerd, is later het beste bewijs van opzet.

Hoe dwingt u de omgang af via de civiele rechter?

De snelste route is een kort geding waarin u nakoming van de bestaande regeling vordert, met een dwangsom. Is er nog geen goede regeling, dan vraagt u de rechter er een vast te stellen of de bestaande te wijzigen.

Hoe werkt een kort geding met dwangsom?

Bestaat er al een beschikking of een ouderschapsplan met een omgangsregeling, dan kunt u in kort geding nakoming vorderen. De voorzieningenrechter kan de veroordeling versterken met een dwangsom op grond van artikel 611a Rv.

De andere ouder verbeurt dan een bedrag per keer of per dag dat de regeling niet wordt nagekomen. Dat werkt vaak beter dan een aangifte, al was het maar omdat een uitspraak binnen enkele weken mogelijk is. Hoe zo’n procedure verloopt, beschrijven wij in ons artikel over het kort geding bij spoedzaken.

Welke zwaardere middelen zijn er?

Blijft de weigering bestaan, dan zijn zwaardere middelen mogelijk. De rechter kan bepalen dat een beschikking tot afgifte van het kind zo nodig met hulp van de politie wordt uitgevoerd.

In uitzonderlijke gevallen kan lijfsdwang worden opgelegd (artikel 585 Rv). Dat zijn ingrijpende maatregelen. De rechter zet ze alleen in als lichtere middelen aantoonbaar hebben gefaald, en altijd na afweging van het belang van het kind.

Hoe laat u een regeling vaststellen of wijzigen?

Ouders met gezamenlijk gezag kunnen een geschil over de uitoefening van dat gezag aan de rechter voorleggen op grond van artikel 1:253a BW. De rechter kan dan een zorgregeling vaststellen, de hoofdverblijfplaats bepalen of beslissen over school, verhuizing of vakantie.

Voldoet een eerder vastgestelde omgangsregeling niet meer, dan kan de rechter die wijzigen bij gewijzigde omstandigheden (artikel 1:377e BW). Het verzoek wordt behandeld door de rechtbank; bij zaken over kinderen is dat de familierechter of kinderrechter.

Wanneer wijzigt de rechter het gezag of de hoofdverblijfplaats?

In hardnekkige gevallen kan de rechter het gezamenlijk gezag beëindigen en één ouder alleen met het gezag belasten. Voor gescheiden ouders staat dat in artikel 1:251a BW, voor ongehuwde ouders in artikel 1:253n BW.

De rechter toetst aan het zogenoemde klemcriterium. Er moet een onaanvaardbaar risico zijn dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders, zonder dat verbetering binnen afzienbare tijd te verwachten is. Of de wijziging moet anderszins in het belang van het kind nodig zijn. Een structurele weigering om het contact met de andere ouder te bevorderen, kan daarbij zwaar wegen en kan er zelfs toe leiden dat de hoofdverblijfplaats wordt verlegd. Wanneer eenhoofdig gezag aan de orde is, leest u in ons artikel over eenhoofdig gezag na scheiding.

Aangifte doen: wat doen politie en officier van justitie?

Een aangifte zet de zaak op scherp, maar leidt zelden op korte termijn tot herstel van het contact. De officier van justitie beslist zelfstandig of vervolging opportuun is.

De politie neemt de aangifte op, verzamelt bewijs en stuurt het dossier naar de officier van justitie. Het Openbaar Ministerie kan ook seponeren, bijvoorbeeld omdat er al een civiele procedure loopt of omdat vervolging niet in het belang van het kind wordt geacht. Dat heet het opportuniteitsbeginsel.

Politie en Openbaar Ministerie zijn terughoudend met zaken die zij als een civiel conflict zien. Die terughoudendheid is begrijpelijk: het strafrecht is een grof middel tussen mensen die nog jarenlang samen ouder blijven. Toch moet de politie een aangifte van een strafbaar feit opnemen (artikel 163 lid 6 Sv). Loopt u daartegen aan, dien de aangifte dan schriftelijk in en onderbouw de feiten per datum. Hoe u dat aanpakt, leest u in ons overzicht over aangifte doen bij de politie.

Wat doet u als de zaak wordt geseponeerd?

Wordt de zaak geseponeerd terwijl u dat onterecht vindt, dan kunt u beklag doen bij het gerechtshof op grond van artikel 12 Sv. Het hof kan het Openbaar Ministerie bevelen om alsnog te vervolgen.

Het beklag moet worden ingediend binnen drie maanden nadat u bericht kreeg dat de zaak niet wordt vervolgd. Heeft u geen bericht gekregen, dan loopt die termijn niet. De procedure duurt vaak lang en is geen middel om omgang af te dwingen, maar zij kan wel gewicht geven aan de ernst van de situatie.

Welk bewijs telt bij onttrekking?

Vooral het patroon telt. Een enkele geweigerde omgang is geen onttrekking. Een reeks weigeringen, gevolgd door een adreswijziging en het blokkeren van telefoonnummers, kan dat wel zijn.

Leg daarom per datum vast wat is afgesproken, wat er feitelijk gebeurde en welke reden werd opgegeven. Berichten, e-mails en verklaringen van volwassenen die bij ophaalmomenten aanwezig waren, vormen samen het beeld waarop de officier van justitie zijn beslissing baseert.

Zie strafrecht en civiel recht niet als alternatieven, maar als sporen die naast elkaar kunnen lopen. Het civiele spoor levert meestal het snelste resultaat. Het strafrechtelijke spoor onderstreept de ernst. Kies de volgorde bewust, zodat de ene procedure de andere niet schaadt.

Wanneer wordt verhuizen met het kind onttrekking?

Bij gezamenlijk gezag mag een ouder niet alleen beslissen over een verhuizing die de omgang wezenlijk raakt. Verhuist een ouder zonder toestemming naar een onbekend adres, dan komt artikel 279 Sr in beeld.

Geeft de andere ouder geen toestemming, dan is de juiste weg een verzoek om vervangende toestemming aan de rechter op grond van artikel 1:253a BW. De rechter weegt daarbij onder meer de noodzaak van de verhuizing, hoe goed die is voorbereid, welke omgangsregeling de verhuizende ouder aanbiedt, de leeftijd van het kind en de gevolgen voor het contact met de ouder die achterblijft.

Blijft het nieuwe adres bekend en blijft omgang mogelijk, dan is er eerder een geschil over de uitoefening van het gezag dan een misdrijf. Ook hier is het feitelijke effect op het gezag doorslaggevend, niet het etiket dat een van de ouders eraan hangt.

Overweegt u zelf te verhuizen, regel de toestemming dan vooraf en leg die schriftelijk vast. Een rechter die een verhuizing achteraf moet beoordelen, kijkt kritisch naar het feit dat de andere ouder voor een voldongen feit is gezet.

Wat doet u als het kind naar het buitenland is meegenomen?

Dan geldt het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980, met als uitgangspunt dat het kind snel teruggaat naar het land waar het zijn gewone verblijfplaats had. Handel direct: na een jaar kan de worteling van het kind in het nieuwe land een grond zijn om teruggeleiding te weigeren.

Het verdrag geldt tussen ruim honderd landen. Binnen de Europese Unie wordt het aangevuld door Verordening (EU) 2019/1111, ook wel Brussel II-ter. Die verordening geldt sinds 1 augustus 2022 en regelt de samenwerking tussen rechters en centrale autoriteiten strakker.

Na teruggeleiding beslist de rechter in het land van herkomst over gezag en omgang. Is een kind naar Nederland meegenomen, dan behandelt de rechtbank Den Haag het verzoek tot teruggeleiding. Is het kind vanuit Nederland meegenomen, dan loopt het verzoek via de Nederlandse Centrale autoriteit naar het land waar het kind nu is.

Snelheid is hier dus een juridische noodzaak. Meld de zaak direct bij de Centrale autoriteit en schakel tegelijk een advocaat in. De teruggeleidingsprocedure is gespecialiseerd en kent een eigen bewijsregime. Wij beschrijven de gang van zaken in ons artikel over internationale kinderontvoering. Voorlichting van de overheid vindt u op de themapagina van de Rijksoverheid over internationale kinderontvoering.

Welke rol spelen de Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter?

De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt op verzoek van de rechter wat in het belang van het kind is. Zijn de zorgen ernstig, dan kan de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel opleggen.

De raadsonderzoeker spreekt met beide ouders, met het kind als de leeftijd dat toelaat, en met school of hulpverleners. Het rapport mondt uit in een advies aan de rechter, bijvoorbeeld over de zorgregeling, de hoofdverblijfplaats of het gezag. De Raad is geen partij en behartigt niet uw belang. Juist daardoor weegt zijn advies zwaar.

Bij een ondertoezichtstelling op grond van artikel 1:255 BW wijst de kinderrechter een gecertificeerde instelling aan. Die begeleidt de ouders en kan schriftelijke aanwijzingen geven. De maatregel duurt ten hoogste een jaar en kan worden verlengd. In het uiterste geval kan de rechter het gezag beëindigen op grond van artikel 1:266 BW. Dat is iets anders dan een gezagswijziging tussen ouders: het gezag komt dan bij een voogd of instelling te liggen.

Loopt de strijd tussen ouders zo hoog op dat het kind eronder lijdt, dan kan de kinderrechter dus ook zonder verzoek van een van de ouders in beeld komen. Wat u dan kunt verwachten, beschrijven wij in ons artikel over de vechtscheiding bij de kinderrechter.

Hoe weegt het belang van het kind mee?

Elke beslissing over gezag, hoofdverblijf en omgang wordt genomen op basis van het belang van het kind. Dat geldt ook als een van de ouders juridisch gelijk heeft.

Dat criterium staat in Boek 1 BW en volgt ook uit artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind. Volgens dat verdrag zijn de belangen van het kind een eerste overweging bij alle maatregelen die kinderen betreffen.

Telt de mening van het kind mee?

Ja. Volgens artikel 809 Rv krijgen kinderen van twaalf jaar en ouder de gelegenheid hun mening te geven voordat de rechter beslist. Jongere kinderen kan de rechter horen als hij dat nodig vindt.

Een kindgesprek is geen stemming. De rechter weegt wat het kind zegt, maar kijkt ook of die mening echt van het kind is en niet het gevolg van maandenlange beïnvloeding. Raken beide ouders zo verstrikt dat geen van beiden nog voor het kind kan spreken, dan kan de rechter een bijzondere curator benoemen (artikel 1:250 BW). Die vertegenwoordigt het kind in en buiten rechte en brengt verslag uit. In vastgelopen gezagsconflicten doorbreekt dat vaak de impasse.

Rechters rekenen stelselmatige beïnvloeding zwaar aan. Denk aan het kind belasten met het conflict, negatief spreken over de andere ouder of omgangsmomenten laten samenvallen met aantrekkelijke alternatieven. Dat gedrag botst met artikel 1:247 BW en kan de doorslag geven bij een verzoek tot wijziging van het gezag of de hoofdverblijfplaats.

Hoe verzamelt u bewijs zonder uw eigen positie te schaden?

Houd een overzichtelijk logboek bij met datum, afspraak, feitelijk verloop en opgegeven reden. Betrek het kind niet bij de bewijsvoering en wees terughoudend met heimelijke opnamen.

Chronologie is belangrijker dan volume. Een helder logboek is voor een rechter bruikbaarder dan honderden losse schermafbeeldingen. Voeg de onderliggende berichten als bijlage toe en verwijs daar in het logboek naar. Vraag mensen die bij ophaalmomenten aanwezig waren om een korte, gedateerde en ondertekende verklaring.

Een gesprek waaraan u zelf deelneemt, mag u in beginsel opnemen. Het gebruik ervan in een familieprocedure kan wel tegen u werken. Verspreidt u de opname verder, dan kunt u in strijd komen met de privacyregels van de Algemene verordening gegevensbescherming. Het heimelijk opnemen van gesprekken waaraan u niet deelneemt, is strafbaar. Bespreek daarom vooraf met uw advocaat welk materiaal u wel en niet inbrengt.

Laat het kind niet verklaren, niet meeluisteren en niet kiezen tussen de ouders. De Raad voor de Kinderbescherming en de rechter zien dat als belastend gedrag. Wat wel kan: verklaringen van volwassenen, en feitelijke informatie van school of huisarts over aanwezigheid en welzijn, voor zover u daar als ouder met gezag recht op heeft.

Welke rol spelen mediation en ouderschapsonderzoek?

Rechters verwijzen in gezagszaken regelmatig naar mediation of een ouderschapsonderzoek. Een aantoonbare bereidheid om die weg te proberen, versterkt uw positie als het toch op een procedure uitloopt.

Mediation is vrijwillig. Er bestaat geen wettelijke plicht om vóór een zitting te mediaten. Maar een ouder die elk gesprek weigert terwijl de ander zich constructief opstelt, staat er in de beoordeling minder goed voor.

Welke termijnen gelden en wat is de volgende stap?

Begin met de gezagsvraag en het dossier, zet daarna de civiele stap en overweeg parallel een aangifte. Houd de termijnen scherp in de gaten, vooral bij een vertrek naar het buitenland.

Laat eerst een sommatiebrief sturen met een concrete termijn. Blijft die zonder resultaat, dan volgt een kort geding of een verzoek op grond van artikel 1:253a BW. Vraag daarbij meteen om een dwangsom, want een veroordeling zonder prikkel wordt in deze zaken vaak opnieuw genegeerd.

Tegen een beschikking van de rechtbank in een familiezaak kunt u binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Bij een vertrek naar het buitenland telt elke week, omdat worteling na een jaar een weigeringsgrond kan worden. Na een sepot heeft u drie maanden na de kennisgeving voor een beklag op grond van artikel 12 Sv.

Blijf ondertussen uw eigen wettelijke opdracht nakomen. Artikel 1:247 BW verplicht ook u om de band tussen het kind en de andere ouder te bevorderen. Wie zelf afspraken laat vallen, informatie achterhoudt of het kind in het conflict betrekt, verzwakt zijn positie. De rechter beoordeelt het gedrag van beide ouders.

Wat kunnen wij voor u doen bij onttrekking aan het ouderlijk gezag?

Bij onttrekking telt een snelle en goed gekozen route. Wij helpen u daarbij als volgt.

  • Wij stellen met een uittreksel uit het gezagsregister vast wie het gezag heeft en welke route daarbij past.
  • Wij sturen de andere ouder een sommatie met een concrete termijn.
  • Wij vorderen in kort geding nakoming van de omgangsregeling, met een dwangsom (artikel 611a Rv).
  • Wij dienen een verzoek in op grond van artikel 1:253a BW, of tot wijziging van het gezag of de hoofdverblijfplaats (artikelen 1:251a en 1:253n BW).
  • Wij zetten met u een chronologisch dossier op voor een aangifte, en dienen na een sepot binnen drie maanden beklag in (artikel 12 Sv).
  • Wij schakelen bij een vertrek naar het buitenland direct de Centrale autoriteit in en staan u bij in de teruggeleidingsprocedure.

Samengevat

  • Onttrekking aan het ouderlijk gezag (artikel 279 Sr) is het opzettelijk buiten het bereik van de gezaghebbende brengen van een minderjarige; het maximum is zes jaar, of negen jaar bij list, geweld of een kind jonger dan twaalf.
  • Het artikel beschermt gezag, niet omgang: zonder gezag of bij af en toe gemiste afspraken loopt de route via de civiele rechter.
  • Een kort geding met dwangsom is meestal de snelste weg naar herstel van het contact; in hardnekkige gevallen kan de rechter het gezag of de hoofdverblijfplaats wijzigen.
  • Bij een vertrek naar het buitenland geldt het Haags Kinderontvoeringsverdrag; meld dit direct, want na een jaar kan worteling teruggeleiding in de weg staan.
  • Bouw een chronologisch dossier op en betrek het kind niet bij het conflict.

Veelgestelde vragen

Kan ik aangifte doen als ik geen gezag heb maar wel een omgangsregeling?

Van onttrekking aan uw gezag kan dan geen sprake zijn, want artikel 279 Sr beschermt het gezag en niet het omgangsrecht. U kunt nakoming van de omgangsregeling vorderen, zo nodig in kort geding en met een dwangsom. In dezelfde procedure kunt u vragen om alsnog met het gezag te worden belast.

Hoe snel kan een rechter ingrijpen?

In kort geding vaak binnen enkele weken. De voorzieningenrechter kan de andere ouder veroordelen tot nakoming van de bestaande regeling en daaraan een dwangsom verbinden. Een verzoek op grond van artikel 1:253a BW duurt langer, maar leidt tot een regeling voor de langere termijn. Een teruggeleidingsverzoek na een vertrek naar het buitenland behandelt de rechtbank Den Haag met voorrang.

Wat als de politie mijn aangifte niet wil opnemen?

Blijf zakelijk, noteer naam en functie van de betrokken agent en dien de aangifte schriftelijk in, met een chronologisch overzicht van de feiten. Uw advocaat kan de zaak daarna bij de officier van justitie onder de aandacht brengen. Wordt de zaak geseponeerd, dan kunt u beklag doen bij het gerechtshof op grond van artikel 12 Sv.

Mijn kind wil zelf niet meer komen. Ben ik strafbaar als ik dat respecteer?

Dat hangt af van uw rol. Voor onttrekking is nodig dat u beslissende invloed had op de scheiding tussen kind en gezaghebbende ouder. Passief toezien is iets anders dan het kind in zijn weigering sterken of de andere ouder informatie onthouden. U blijft wel verplicht de band te bevorderen; bij een ouder kind is de juiste weg de rechter om wijziging van de regeling te vragen, in plaats van de regeling stilzwijgend te laten verlopen.

Verjaart onttrekking aan het ouderlijk gezag?

Ja. Voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van meer dan drie jaar staat, is de verjaringstermijn twaalf jaar (artikel 70 Sr). Belangrijker in de praktijk is de bewijspositie: hoe langer u wacht, hoe moeilijker het wordt om opzet en patroon aan te tonen, en hoe zwaarder de nieuwe situatie van het kind meeweegt bij de civiele rechter.

Kan ik gemaakte kosten vergoed krijgen?

Een schadevergoeding is denkbaar als de andere ouder onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW, bijvoorbeeld door u steeds reiskosten te laten maken voor afspraken die niet doorgingen. In familiezaken richten rechters zich vooral op herstel van de regeling en op dwangsommen. Weeg met uw advocaat af of een schadevordering meer oplevert dan zij aan verharding van het conflict kost.

De familierechtadvocaten van Law & More beoordelen uw gezagspositie, zetten het dossier op orde en kiezen de route die in uw situatie het snelst tot herstel van het contact kan leiden.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.