Gepubliceerd op 31 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Incoterms zijn elf gestandaardiseerde leveringsvoorwaarden van de Internationale Kamer van Koophandel die vastleggen wie het vervoer regelt, wie welke kosten draagt en op welk moment het risico van verlies of beschadiging van de verkoper op de koper overgaat. Ze zijn geen wet: zij gelden alleen als partijen ze in hun overeenkomst opnemen. De huidige versie is Incoterms 2020.
Inhoudsopgave
Wat zijn Incoterms en welke juridische status hebben zij?
Een Incoterm is een afkorting van drie letters, gevolgd door een plaats en een jaartal, bijvoorbeeld FCA, Maasvlakte II Terminal, Rotterdam, Incoterms 2020. Achter die afkorting zit een uitgewerkte set verplichtingen van verkoper en koper. De Internationale Kamer van Koophandel stelt die regels op en herziet ze ongeveer eens per tien jaar; de vorige versies dateren uit 2010 en 2000.
Juridisch zijn Incoterms geen wetgeving en geen verdrag. Zij binden partijen omdat die ze zijn overeengekomen: het zijn contractuele bedingen. Onder Nederlands recht kunnen zij daarnaast doorwerken als gewoonte in de zin van artikel 6:248 BW, en in internationale koop als een gebruik dat op grond van artikel 9 van het Weens Koopverdrag tussen partijen geldt, ook zonder uitdrukkelijke verwijzing. Dat laatste is echter een bewijskwestie; verlaat u er zich niet op.
Omdat Incoterms contractuele bedingen zijn, gaan zij voor op het aanvullende recht. Artikel 7:10 BW bepaalt dat de zaak voor risico van de koper is vanaf de aflevering, maar partijen mogen daarvan afwijken. Precies dat doet een Incoterm: hij verplaatst het moment van risico-overgang naar een afgesproken punt in de keten. Staat er niets over risico in het contract en is er ook geen Incoterm afgesproken, dan valt u terug op artikel 7:10 BW of, bij een internationale koop, op de artikelen 66 tot en met 70 van het Weens Koopverdrag.
Wat regelen Incoterms wel en wat niet?
Incoterms regelen vier dingen: wie het vervoer organiseert en betaalt, waar en wanneer wordt afgeleverd, op welk moment het risico overgaat, en wie de in- en uitvoerformaliteiten en de bijbehorende kosten voor zijn rekening neemt. Bij twee van de elf termen, CIP en CIF, komt daar een verzekeringsplicht van de verkoper bij.
Minstens zo belangrijk is wat zij niet regelen. Incoterms zeggen niets over de prijs en de betalingsvoorwaarden, niets over het moment waarop de eigendom overgaat, niets over garanties en aansprakelijkheid bij wanprestatie, niets over overmacht, en niets over het toepasselijke recht en de bevoegde rechter. Een contract dat alleen uit een Incoterm bestaat, is dus geen contract.
Het misverstand over de eigendom komt het vaakst voor. Aflevering en eigendomsovergang zijn in het Nederlandse recht twee verschillende dingen. Voor eigendomsovergang gelden de eisen van artikel 3:84 BW: een geldige titel, beschikkingsbevoegdheid en een levering. Wilt u de eigendom als zekerheid behouden tot de laatste factuur is betaald, dan hebt u daarvoor een afzonderlijk eigendomsvoorbehoud nodig op grond van artikel 3:92 BW. DDP betekent niet dat de koper eigenaar is, en EXW betekent niet dat de verkoper dat nog is.
Welke elf Incoterms kent de versie 2020?
De elf regels vallen uiteen in twee groepen. Zeven termen zijn geschikt voor elke vervoersmodaliteit, alleen of gecombineerd: weg, spoor, lucht, zee en binnenvaart. Zij lopen van de kleinste verplichting voor de verkoper naar de grootste.
- EXW, af fabriek: de verkoper stelt de goederen beschikbaar op zijn eigen terrein; alle verdere kosten en risico zijn voor de koper.
- FCA, franco vervoerder: de verkoper levert af aan de door de koper aangewezen vervoerder, op zijn terrein of op een andere afgesproken plaats.
- CPT, vracht betaald tot: de verkoper betaalt het vervoer tot de bestemming, maar het risico gaat al over bij overdracht aan de eerste vervoerder.
- CIP, vracht en verzekering betaald tot: als CPT, met daarbij een verzekeringsplicht van de verkoper met ruime dekking.
- DAP, geleverd op bestemming: de verkoper draagt kosten en risico tot de aankomst op de afgesproken plaats, gereed voor lossen.
- DPU, geleverd op bestemming en gelost: als DAP, maar de verkoper lost de goederen ook.
- DDP, geleverd rechten betaald: de verkoper regelt en betaalt alles, inclusief de invoerrechten en de invoerformaliteiten in het land van bestemming.
Vier termen zijn uitsluitend bedoeld voor zee- en binnenvaartvervoer waarbij de goederen los of in bulk aan boord worden gebracht.
- FAS, vrij langszij schip: de verkoper levert naast het schip in de haven van verscheping.
- FOB, vrij aan boord: het risico gaat over zodra de goederen aan boord zijn.
- CFR, kosten en vracht: als FOB voor het risico, maar de verkoper betaalt de zeevracht tot de haven van bestemming.
- CIF, kosten, verzekering en vracht: als CFR, met een minimumverzekering door de verkoper.
De vier zeetermen zijn niet geschikt voor containervervoer. Een container wordt op een terminal overgedragen en niet letterlijk naast of aan boord van een schip geplaatst, waardoor het overgangsmoment van FAS, FOB, CFR en CIF in de lucht komt te hangen. Voor containers zijn FCA, CPT, CIP, DAP, DPU en DDP de aangewezen termen.
Wanneer gaat het risico over?
Het overgangsmoment verschilt per term en is het juridische hart van de afspraak. Bij EXW gaat het risico over zodra de goederen op het terrein van de verkoper ter beschikking staan. Bij FCA op het moment van overdracht aan de vervoerder. Bij FOB zodra de goederen aan boord zijn. Bij DAP en DPU pas op de plaats van bestemming, en bij DDP na de invoerformaliteiten.
Vanaf dat moment komen verlies, diefstal en beschadiging voor rekening van de partij die het risico draagt, ook als die daar niets aan kon doen. Gaat een zending na de risico-overgang verloren, dan blijft de koper de koopprijs verschuldigd. Dat is geen onbillijkheid maar de kern van de afspraak: wie het risico draagt, regelt de verzekering.
Loopt het toch mis, dan is de vraag wie de schade uiteindelijk draagt vaak een kwestie van vervoerdersaansprakelijkheid en verzekering, en niet van de Incoterm zelf. De Incoterm zegt alleen wie de vordering op de vervoerder heeft en wie zijn eigen schade moet dragen. Neem dat mee in de algemene voorwaarden die u op de overeenkomst van toepassing verklaart.
Waarin verschillen kosten en risico?
Bij de C-termen, CPT, CIP, CFR en CIF, vallen kosten en risico niet samen. De verkoper betaalt het vervoer tot de plaats van bestemming, maar het risico is al eerder overgegaan: bij overdracht aan de eerste vervoerder of bij het aan boord brengen. Wie CIF Rotterdam leest als een garantie dat de goederen heelhuids in Rotterdam aankomen, zit ernaast.
Die splitsing is de meest voorkomende bron van geschillen. Een koper die uitgaat van bescherming tot aan de deur en een verkoper die uitgaat van risico-overgang in de haven van vertrek, komen elkaar tegen op het moment dat er schade is. Leg daarom bij een C-term uitdrukkelijk vast dat de plaatsaanduiding de bestemming van de kosten betreft en niet het punt van risico-overgang.
Bij de E-, F- en D-termen lopen kosten en risico wel gelijk op. Dat maakt EXW, FCA, DAP, DPU en DDP eenvoudiger uit te leggen en in de praktijk vaak minder conflictgevoelig, zeker als u met wisselende partners werkt.
Welke Incoterm past bij uw situatie?
De keuze is een verdeling van werk, kosten en risico, en zij hoort aan te sluiten bij wie het vervoer het beste kan regelen. Verkoopt u vanuit Nederland aan een afnemer die zelf een expediteur heeft en de markt van bestemming kent, dan is FCA logisch: u levert af op een duidelijk omschreven plaats en bent daarna klaar. Wilt u uw afnemer volledig ontzorgen en hebt u kennis van de invoerregels in het bestemmingsland, dan kan DAP of DDP een verkoopargument zijn.
EXW is voor internationale zendingen zelden een gelukkige keuze voor de verkoper. Formeel doet hij niets, maar in de praktijk moet hij vaak wel meewerken aan de uitvoeraangifte en de laadhandeling, terwijl hij daarvoor contractueel niets heeft afgesproken. FCA lost dat op: daar staat vast dat de verkoper de uitvoerformaliteiten regelt.
DDP verdient aan de andere kant een waarschuwing. De verkoper neemt daarmee de invoerformaliteiten en de invoerheffingen in een land waar hij mogelijk niet is geregistreerd voor de omzetbelasting op zich. Dat kan tot registratieverplichtingen en naheffingen leiden. Laat de fiscale gevolgen van DDP altijd door een fiscalist beoordelen voordat u die term aanbiedt.
Wat veranderde er in Incoterms 2020?
De naam DAT is vervallen en vervangen door DPU, geleverd op bestemming en gelost. Daarmee is duidelijk gemaakt dat de plaats van bestemming niet per se een terminal hoeft te zijn: elke afgesproken plaats voldoet, zolang de verkoper daar lost. Inhoudelijk is de verplichting gelijk gebleven.
Bij CIP is de vereiste verzekeringsdekking verhoogd naar het ruime niveau van de Institute Cargo Clauses (A), terwijl CIF de beperkte dekking van de Clauses (C) behoudt. Dat verschil past bij het gebruik: CIF wordt vooral bij bulkgoederen gebruikt, CIP bij fabrikaten. Partijen mogen contractueel een hoger of lager niveau afspreken, mits zij dat opschrijven.
Verder kent FCA sinds 2020 de mogelijkheid af te spreken dat de koper de vervoerder opdracht geeft een aan boord genoteerd cognossement aan de verkoper af te geven, wat documentair krediet bij containervervoer mogelijk maakt. Ook is uitdrukkelijk geregeld dat de verkoper of koper eigen vervoermiddelen mag inzetten bij FCA, DAP, DPU en DDP, en zijn de verplichtingen rond veiligheidsvoorschriften en de kostenverdeling per regel overzichtelijker opgeschreven.
Waar gaat het in de praktijk mis?
De eerste terugkerende fout is de term die niet bij het vervoer past. FOB en CIF zijn geschreven voor goederen die aan boord van een schip worden gebracht; worden zij gebruikt voor containers, luchtvracht of wegvervoer, dan bestaat het overeengekomen overgangsmoment feitelijk niet. De rechter moet de bepaling dan uitleggen aan de hand van wat partijen redelijkerwijs mochten verwachten, en die uitkomst is voor beide partijen onvoorspelbaar.
De tweede fout is een plaatsaanduiding die te ruim is. Een stad, een provincie of een land als bestemming laat het risicopunt open. Bij een D-term met een vage bestemming ontstaat discussie over de laatste kilometers, juist waar schade het vaakst optreedt. Noem daarom een adres of een terminal, zo mogelijk met postcode.
De derde fout is de stilzwijgende wijziging. Partijen spreken FCA af en de verkoper gaat gaandeweg toch zelf het hoofdtransport regelen, of de koper haalt de goederen op waar dat volgens de term niet hoort. Zulk feitelijk gedrag kan tot een gewijzigde uitleg leiden en tot de vraag wie op het moment van de schade het risico droeg. Wijzigt de praktijk, bevestig de nieuwe afspraak dan schriftelijk.
Hoe legt u een Incoterm juridisch sluitend vast?
Noteer altijd drie elementen: de term, een zo nauwkeurig mogelijke plaats en het jaartal van de versie. Zonder jaartal is onduidelijk of Incoterms 2020, 2010 of een oudere versie is bedoeld, en die verschillen zijn niet cosmetisch. Zonder precieze plaats is onduidelijk waar het risico overgaat: DAP Amsterdam laat open of dat het havengebied, een distributiecentrum of het adres van de afnemer is.
Zet de Incoterm in de overeenkomst zelf, niet alleen op de factuur of de pakbon. Een term die pas bij de facturering opduikt, is geen afspraak maar een eenzijdige mededeling. Let ook op de samenloop met uw algemene voorwaarden: wijken die af van de Incoterm, dan ontstaat een uitlegvraag en soms een battle of forms. Nederland kent daarvoor de first shot-regel van artikel 6:225 BW: de eerst verwezen voorwaarden gelden, tenzij de wederpartij de toepasselijkheid uitdrukkelijk van de hand wijst.
Controleer ten slotte of de Incoterm past bij het gekozen vervoer en bij het betalingsarrangement. Werkt u met een documentair krediet, dan moeten de documenten die de bank verlangt door de gekozen term ook daadwerkelijk worden geproduceerd. Een FOB-afspraak bij luchtvracht of een CIF-afspraak bij wegvervoer levert een onuitvoerbaar beding op en daarmee een uitlegprobleem bij de eerste tegenslag.
Wat betekent de Incoterm voor de bevoegde rechter?
Meer dan veel ondernemers denken. Binnen de Europese Unie wijst artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1215/2012, de verordening Brussel Ia, bij koop van roerende zaken de rechter aan van de plaats waar de zaken volgens de overeenkomst zijn geleverd of geleverd hadden moeten worden. Het Hof van Justitie oordeelde in zijn arrest van 9 juni 2011 in de zaak Electrosteel (C-87/10) dat de nationale rechter bij het bepalen van die plaats alle relevante bedingen van de overeenkomst moet betrekken, waaronder in het internationale handelsverkeer erkende bedingen zoals de Incoterms.
Een Incoterm kan dus meebepalen bij welke rechter u straks staat. Wilt u dat niet aan uitleg overlaten, neem dan een uitdrukkelijke forumkeuze op; artikel 25 van Brussel Ia laat dat toe. Hetzelfde geldt voor het toepasselijke recht: kiest u niets, dan wijst artikel 4 van Verordening (EG) nr. 593/2008, Rome I, bij koop het recht aan van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. Meer daarover leest u in ons artikel over toepasselijk recht en forumkeuze.
Kiest u voor arbitrage in plaats van de overheidsrechter, leg dat dan in hetzelfde beding vast, inclusief instituut, plaats en taal. Hoe die route werkt, beschrijven wij in ons artikel over internationale geschilbeslechting. Ook over de procedure bij grensoverschrijdende vorderingen vindt u meer in ons overzicht van internationale geschillen en procesrecht.
Hoe verhoudt een Incoterm zich tot het Weens Koopverdrag?
Bij een internationale koop tussen ondernemingen in verschillende verdragsstaten is het Weens Koopverdrag in beginsel van rechtswege van toepassing, ook als partijen daar niet aan hebben gedacht. Nederland is verdragsstaat. Het verdrag regelt de totstandkoming van de overeenkomst, de verplichtingen van verkoper en koper, de gevolgen van tekortkoming en, in de artikelen 66 tot en met 70, de risico-overgang.
Een Incoterm gaat op die punten voor. Artikel 6 van het verdrag laat partijen toe van de verdragsbepalingen af te wijken, en artikel 9 verklaart gebruiken en gewoonten tussen partijen bindend. Spreekt u CIF af, dan bepaalt die term het overgangsmoment en niet de hoofdregel van het verdrag. De rest van het verdrag blijft echter gewoon gelden: de klachtplicht, de termijnen en de remedies bij wanprestatie staan er nog steeds in.
Dat maakt de combinatie van een Incoterm met een bewuste keuze over het Weens Koopverdrag belangrijk. Wilt u het verdrag uitsluiten, dan moet u dat uitdrukkelijk doen; een enkele rechtskeuze voor Nederlands recht is daarvoor niet genoeg, want het verdrag maakt deel uit van dat Nederlandse recht. Wilt u het juist behouden, dan is het verstandig de klacht- en onderzoekstermijnen contractueel te verduidelijken, omdat het verdrag daarvoor open normen hanteert.
Welke douane- en btw-gevolgen heeft uw keuze?
De Incoterm wijst aan wie in het aangiftesysteem als aangever optreedt en wie de invoerrechten en heffingen draagt. Bij DDP is dat de verkoper, bij alle andere termen de koper. Die aanwijzing werkt door in de douanewaarde, omdat vrachtkosten en verzekeringspremies tot aan de grens van de Europese Unie in die waarde worden meegenomen; de gekozen term bepaalt of die posten al in de prijs zitten of er nog bij komen.
Voor de omzetbelasting is de Incoterm een aanwijzing, geen beslissing. Of een levering als intracommunautaire levering of als uitvoer kan worden aangemerkt, hangt af van de vervoersstroom en van het bewijs daarvan, niet van de drie letters op de order. Wel kan een DDP-afspraak leiden tot een registratieplicht van de verkoper in het land van bestemming, met alle administratieve gevolgen van dien.
Deze gevolgen zijn fiscaal van aard en vallen buiten de juridische beoordeling van uw contract. Laat de btw- en douanepositie daarom altijd door een fiscalist of douane-expediteur beoordelen voordat u een term als DDP of EXW standaard in uw offertes opneemt. Wat wij wel voor u doen, is nagaan of het contract die gekozen rolverdeling ook daadwerkelijk afdwingbaar vastlegt.
Veelgestelde vragen over Incoterms
Zijn Incoterms wettelijk verplicht?
Nee. Zij gelden alleen als partijen ze overeenkomen. Doet u dat niet, dan bepaalt het toepasselijke recht wanneer het risico overgaat, in Nederland artikel 7:10 BW en bij internationale koop het Weens Koopverdrag.
Moet ik het jaartal echt vermelden?
Ja. De regels zijn per versie inhoudelijk gewijzigd; DAT bestaat sinds 2020 niet meer en de verzekeringsplicht bij CIP is verzwaard. Zonder jaartal is de afspraak vatbaar voor uitleg, en die uitleg pakt zelden uit in het voordeel van degene die de tekst opstelde.
Welke Incoterm is het veiligst voor een verkoper?
Er is geen term die altijd het beste is. In het algemeen beperkt FCA het risico van de verkoper tot het moment van overdracht aan de vervoerder, terwijl DDP hem de verste verplichtingen oplegt. Beslissend zijn uw grip op de logistiek en op de regels in het bestemmingsland.
Regelen Incoterms wie eigenaar wordt?
Nee. Eigendomsovergang volgt uit het toepasselijke goederenrecht, in Nederland uit artikel 3:84 BW. Wilt u de eigendom behouden tot betaling, bedingt u een eigendomsvoorbehoud op grond van artikel 3:92 BW.
Kan ik een Incoterm aanpassen?
Dat kan, maar doe het expliciet. Een toevoeging als EXW loaded is geen officiele term; de betekenis ervan moet u zelf in het contract omschrijven. Onbeschreven varianten leiden tot discussie over wie moest laden en wie het risico droeg tijdens die handeling.
Gelden Incoterms ook binnen Nederland?
Ja, zij zijn ook bruikbaar bij binnenlandse leveringen. De bepalingen over in- en uitvoerformaliteiten blijven dan zonder betekenis, maar de afspraken over aflevering, kosten en risico-overgang werken gewoon.
Advies over uw leveringsvoorwaarden
Een toelichting op de elf regels vindt u bij het Ondernemersplein van de overheid; de tekst van Brussel Ia en van het arrest Electrosteel staat op EUR-Lex, en artikel 7:10 BW leest u in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De keuze voor een Incoterm staat nooit los van uw algemene voorwaarden, uw betalingsafspraken en uw forumkeuze. De advocaten van Law & More toetsen uw exportcontracten op die samenhang en herstellen de plekken waar de leveringsvoorwaarde en het contract elkaar tegenspreken.