Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 september 2026
De beperkte gemeenschap van goederen geldt sinds 1 januari 2018 voor iedereen die trouwt zonder huwelijkse voorwaarden. Wat u alleen bezat voor de huwelijkssluiting blijft van u; wat u tijdens het huwelijk verwerft wordt gemeenschappelijk en wordt bij helfte verdeeld. Dat volgt uit de artikelen 1:94 en 1:100 BW. Bij een kort huwelijk met een groot vermogen draait alles daarom om de vraag wat u van dat onderscheid kunt bewijzen.
Inhoudsopgave
Wat houdt de beperkte gemeenschap van goederen in?
Artikel 1:94 BW knipt het vermogen in drieen. Voorhuwelijks privevermogen blijft privé. Voorhuwelijks vermogen dat de echtgenoten al samen hadden, valt juist wel in de gemeenschap; dat is een uitzondering die veel mensen verrast en die bij een gezamenlijk gekochte woning direct speelt. Alles wat tijdens het huwelijk wordt verworven, is gemeenschappelijk, met uitzondering van erfrechtelijke verkrijgingen, giften en pensioenrechten.
Vóór 2018 gold de algehele gemeenschap: daarin viel vrijwel alles, ook wat een van beiden vóór het huwelijk bezat en ook erfenissen zonder uitsluitingsclausule. Wie vóór 2018 is getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden, valt nog steeds onder dat oude regime. De wetswijziging werkt niet terug; de trouwdatum is dus het eerste dat u moet vaststellen. Wat het oude regime betekent, beschrijven wij bij gemeenschap van goederen bij scheiding.
Bij ontbinding hebben beide echtgenoten een gelijk aandeel in de gemeenschap: verdeling bij helfte, op grond van artikel 1:100 BW. Die verdeelsleutel staat vast, ongeacht wie wat heeft ingebracht en ongeacht hoe lang het huwelijk heeft geduurd. Een huwelijk van acht maanden leidt tot dezelfde verhouding als een huwelijk van achttien jaar; alleen de omvang van de gemeenschap verschilt.
Waarom is een kort huwelijk juist bij groot vermogen riskant?
Omdat de duur van het huwelijk niets afdoet aan de verdeelsleutel, maar wel alles bepaalt aan de omvang van de pot. De intuitie dat er bij een kort huwelijk weinig te verdelen valt, klopt zolang het vermogen keurig gescheiden is gebleven. Zodra privevermogen zich met gemeenschapsvermogen vermengt, kan een huwelijk van enkele maanden alsnog tot een omvangrijke afrekening leiden.
Dat vermengen gaat sneller dan gedacht. Voorhuwelijks spaargeld dat op een gezamenlijke rekening wordt gestort, verliest zijn herkenbaarheid. Een erfenis die wordt gebruikt voor de verbouwing van de echtelijke woning gaat op in een gemeenschapsgoed. Inkomsten uit privevermogen, zoals huur of dividend, worden tijdens het huwelijk verworven en zijn daarmee in beginsel gemeenschappelijk, ook al is de bron privé.
Bij een kort huwelijk speelt bovendien mee dat de administratie nog niet is uitgekristalliseerd. Er is geen jarenlange praktijk waaruit blijkt hoe partijen met elkaars vermogen omgingen, en er zijn zelden vastgelegde afspraken. Wat overblijft is de wettekst, en die pakt zonder bewijs ongunstig uit voor de vermogende partner.
De echtelijke woning is daarbij het scherpste voorbeeld. Kocht u die vóór het huwelijk alleen, dan blijft zij privé, ook als uw partner meebetaalt aan de hypotheek; die betalingen leveren hooguit een vergoedingsrecht op. Kocht u haar samen vóór het huwelijk, dan valt zij juist volledig in de gemeenschap en wordt zij bij helfte verdeeld, hoe scheef de inbreng destijds ook was. Wat dat betekent voor de afwikkeling, zetten wij uiteen bij een scheiding met een koophuis.
Wie moet bewijzen dat vermogen privé is?
De echtgenoot die stelt dat een goed privé is. Artikel 1:94 BW bevat een uitdrukkelijk vermoeden: kan tussen de echtgenoten niet worden vastgesteld aan wie een goed toebehoort, dan wordt het als gemeenschapsgoed aangemerkt. Dat vermoeden werkt niet ten nadele van schuldeisers, maar tussen ex-partners is het beslissend.
Praktisch betekent dit dat de bewijsvoering al vóór het huwelijk begint. Een inventarisatie op de huwelijksdatum, met bankafschriften, eigendomsaktes, taxaties en effectenoverzichten, is achteraf niet meer te reconstrueren. Banken bewaren afschriften niet onbeperkt en een waardering van een aandelenpakket op een datum jaren geleden is duur en aanvechtbaar.
Houd daarnaast de geldstromen apart. Een privérekening die uitsluitend privevermogen bevat en waaruit niets naar de huishouding vloeit, is het schoonste bewijs dat er is. Zodra er in twee richtingen wordt geboekt, verschuift de discussie van eigendom naar vergoedingsrechten, en dat is een aanzienlijk lastiger gesprek.
Hoe werken vergoedingsrechten tussen echtgenoten?
Wanneer privevermogen wordt gebruikt voor een goed dat aan de gemeenschap of aan de andere echtgenoot toebehoort, ontstaat een vergoedingsrecht op grond van artikel 1:87 BW. De vergoeding is niet nominaal maar evenredig: zij bedraagt een deel van de waarde van het goed op het moment waarop wordt afgerekend, in dezelfde verhouding als het privevermogen destijds aan de verkrijging of aflossing heeft bijgedragen.
Dat werkt twee kanten op. Wie eigen geld in de gezamenlijke woning stak en die woning is in waarde gestegen, deelt in die stijging. Is de woning gedaald, dan deelt hij ook in de daling en krijgt hij minder terug dan hij inbracht. Voor goederen die naar hun aard bestemd zijn om te worden verbruikt, en voor besteding zonder toestemming, geldt een afwijkende, ten minste nominale regel.
Vergoedingsrechten verjaren niet zolang het huwelijk duurt, maar ze verdampen wel bewijstechnisch. Wie een aanzienlijk bedrag inbrengt, doet er verstandig aan dat schriftelijk vast te leggen: welk bedrag, van welke rekening, voor welk goed en op welke datum. Een kort ondertekend memorandum is achteraf goud waard.
Wat geldt er voor erfenissen, schenkingen en een onderneming?
Erfrechtelijke verkrijgingen en giften vallen sinds 2018 van rechtswege buiten de gemeenschap. Een uitsluitingsclausule in een testament is daarvoor niet meer nodig. De omkering geldt wel: wil de erflater of schenker dat het vermogen juist gemeenschappelijk wordt, dan moet hij dat uitdrukkelijk bepalen. Die insluitingsclausule komt zelden voor, maar u moet er wel naar kijken voordat u aanneemt dat een verkrijging privé is.
De bescherming is echter alleen zo sterk als de administratie. Wordt een geërfd bedrag op een gezamenlijke rekening gestort en daar vermengd met salaris, dan is het als afzonderlijk goed niet meer aan te wijzen en resteert hooguit een vergoedingsrecht, mits u de herkomst kunt aantonen. Houd geërfd en geschonken vermogen daarom op een aparte rekening en boek er niets doorheen.
Een onderneming die u vóór het huwelijk had, valt eveneens buiten de gemeenschap. Dat betekent niet dat er niets te verrekenen valt. Is er gemeenschapsgeld in de onderneming gegaan, dan ontstaat een vergoedingsrecht dat meebeweegt met de waardeontwikkeling. Daarnaast wordt vaak gestreden over winsten en reserves die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd en over de vraag welk deel van de waardestijging aan het huwelijk is toe te rekenen. Hoe zo een waardering verloopt, leest u bij de waardering van een onderneming bij echtscheiding. Over de fiscale gevolgen van een herstructurering adviseert een fiscalist.
Hoe zit het met schulden na een kort huwelijk?
Schulden die u alleen vóór het huwelijk had, blijven privé. Schulden die u samen vóór het huwelijk aanging, vallen wel in de gemeenschap, net als de gezamenlijke goederen van vóór die datum. Schulden die tijdens het huwelijk ontstaan, zijn in beginsel gemeenschapsschulden, ook als slechts een van beiden ze is aangegaan.
Onderling draagt ieder de helft, maar tegenover schuldeisers ligt het genuanceerder. Artikel 1:102 BW bepaalt dat u na ontbinding voor het geheel aansprakelijk blijft voor de gemeenschapsschulden die u zelf bent aangegaan. Voor de schulden die uw ex-partner aanging, bent u wel aansprakelijk, maar kan op u niet meer worden verhaald dan wat u uit de verdeling heeft verkregen.
Voor iemand met een groot vermogen is dat een reden om de verdeling zorgvuldig vast te leggen. Wat u uit de gemeenschap krijgt toebedeeld, bepaalt namelijk het plafond van uw aansprakelijkheid voor de schulden van de ander. Een slordig convenant vergroot dat plafond nodeloos. Wat er in zo een stuk hoort, beschrijven wij bij het echtscheidingsconvenant.
Wat kunt u met huwelijkse voorwaarden regelen?
Huwelijkse voorwaarden zijn het instrument om van het wettelijke stelsel af te wijken, en bij een groot vermogen doorgaans het enige dat echt zekerheid geeft. U kunt kiezen voor koude uitsluiting, voor een periodiek of finaal verrekenbeding, of voor een stelsel waarin uitsluitend bepaalde vermogensbestanddelen buiten de gemeenschap blijven. De akte moet altijd door een notaris worden opgemaakt.
Voorwaarden kunnen ook tijdens het huwelijk worden aangegaan of gewijzigd; rechterlijke goedkeuring is daarvoor sinds 2012 niet meer nodig. Wel gaat dat gepaard met een verdeling van de bestaande gemeenschap, en tegenover derden werken de voorwaarden pas vanaf inschrijving in het huwelijksgoederenregister bij de rechtbank. Tot dat moment kunnen schuldeisers zich op de oude situatie beroepen.
Let bij een verrekenbeding op de uitvoering. Een periodiek verrekenbeding dat jaren niet is nagekomen, leidt bij scheiding vaak tot de conclusie dat alsnog moet worden afgerekend alsof er een gemeenschap was. Voor ondernemers is dat een bekende valkuil; wij bespreken die bij huwelijksvoorwaarden en de onderneming en meer algemeen bij huwelijkse voorwaarden bij scheiding.
Wat doet u als vermogen wordt verzwegen?
De wet kent daarvoor een scherpe sanctie. Artikel 3:194 BW bepaalt dat een deelgenoot die opzettelijk een tot de gemeenschap behorend goed verzwijgt, zoekmaakt of verborgen houdt, zijn aandeel in dat goed verbeurt. Het goed komt dan volledig toe aan de andere partij, ongeacht de waarde.
Die sanctie stelt wel een eis: opzet. Een vergissing of een vergeten rekening valt er niet onder. Duiken na de verdeling onbekende rekeningen, effecten, kunstvoorwerpen of aandelenbelangen op, dan is dat een zelfstandige grond om terug te gaan naar de rechter, ook als het convenant al is ondertekend.
Vraag daarom bij een groot vermogen om een volledige opgave met onderliggende stukken en laat die opgave onderdeel worden van het convenant. Een bepaling waarin beide partijen verklaren volledig te hebben opgegeven, maakt een latere ontdekking eenvoudiger aan te pakken. De gang naar de rechter loopt via de rechtbank; algemene informatie over de procedure vindt u bij de Rechtspraak, en de wettekst zelf bij Boek 1 BW en Boek 3 BW.
Veelgestelde vragen
Juridische hulp bij een scheiding met een groot vermogen
Bij een kort huwelijk met een groot vermogen wordt de uitkomst zelden bepaald door de hoofdregel, maar door de randen: het bewijsvermoeden van artikel 1:94 BW, de vergoedingsrechten van artikel 1:87 BW en de aansprakelijkheid van artikel 1:102 BW. Wie die randen kent, kan sturen; wie ze pas bij de verdeling ontdekt, kan alleen nog repareren.
De familierechtadvocaten van Law & More brengen het vermogen in kaart, onderbouwen wat privé is gebleven, berekenen de vergoedingsrechten en stellen het convenant op. Meer over onze werkwijze leest u op onze pagina over de familierechtadvocaat. Neem gerust contact op om uw situatie voor te leggen.