Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Tbs is geen straf maar een maatregel. De rechter kan terbeschikkingstelling bevelen op grond van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht wanneer de verdachte ten tijde van het feit een stoornis had, het gaat om een misdrijf waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat, en de veiligheid van anderen de maatregel eist. Een straf vergeldt; tbs beveiligt en behandelt.
Inhoudsopgave
Waarom is tbs geen straf?
Het Nederlandse sanctiestelsel kent twee soorten reacties op een strafbaar feit: straffen en maatregelen. Een straf, zoals gevangenisstraf, geldboete of taakstraf, wordt opgelegd omdat de verdachte een verwijt kan worden gemaakt. De ernst van het feit en de mate van schuld bepalen de hoogte. Een maatregel staat daar los van: zij wordt opgelegd omdat de samenleving beschermd moet worden of omdat een toestand moet worden hersteld, en niet omdat iemand het verdient.
Dat onderscheid heeft praktische gevolgen. Een gevangenisstraf heeft een vaste duur die bij het vonnis vaststaat. Tbs heeft dat niet: de maatregel loopt zolang de veiligheid dat vereist en wordt periodiek getoetst. Iemand met een tbs-maatregel kan daardoor uiteindelijk langer van zijn vrijheid beroofd zijn dan de gevangenisstraf die voor hetzelfde feit denkbaar was. Omgekeerd kan tbs eerder eindigen als het risico voldoende is afgenomen.
Het onderscheid tussen straf en maatregel loopt langs de toerekening. Artikel 39 Sr bepaalt dat niet strafbaar is hij die een feit begaat dat hem wegens de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet kan worden toegerekend. Wie volledig ontoerekeningsvatbaar is, wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en kan dus geen straf krijgen, maar wel een maatregel. Wie verminderd toerekeningsvatbaar is, krijgt vaak beide. Hoe die beoordeling verloopt, beschrijven wij in ons artikel over de grijze zone tussen verminderd en volledig ontoerekeningsvatbaar.
Wanneer mag de rechter tbs opleggen?
Artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht stelt drie eisen, die alle drie vervuld moeten zijn. Ontbreekt er één, dan is tbs uitgesloten, hoe zorgwekkend de zaak verder ook is.
De eerste eis betreft de verdachte: bij hem moet ten tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens hebben bestaan. Het gaat dus om de toestand op het moment van het delict, niet om de toestand ten tijde van de zitting. Een stoornis die pas daarna is ontstaan, draagt de maatregel niet.
De tweede eis betreft het feit. Tbs kan bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Daarnaast noemt artikel 37a een aantal misdrijven waarvoor tbs ook mogelijk is hoewel het strafmaximum lager ligt, waaronder bedreiging en belaging van artikel 285b Sr, en enkele feiten uit de Wegenverkeerswet 1994 en de Opiumwet. Voor lichte vergrijpen komt tbs dus niet in beeld.
De derde eis is het veiligheidscriterium: de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen moet de maatregel eisen. Daarvoor is een gemotiveerde inschatting van het recidiverisico nodig, waarbij het verband tussen de stoornis en het delict de kern vormt. Zonder dat verband is er wel een stoornis en wel een delict, maar geen grond voor tbs.
Welke rol spelen de gedragsdeskundigen?
De rechter beslist niet op eigen kompas. Artikel 37a Sr schrijft voor dat hij zich baseert op een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, onder wie een psychiater. In de praktijk betekent dat een psychiater en een psycholoog, vaak na een onderzoek in het Pieter Baan Centrum of door ambulante rapporteurs.
Het rapport beschrijft de aard van de stoornis, het verband tussen de stoornis en het ten laste gelegde feit, het recidiverisico en de behandelmogelijkheden. Op basis daarvan adviseren de deskundigen over de toerekening en over de gewenste sanctie. De rechter is niet aan dat advies gebonden, maar wijkt hij ervan af, dan moet hij dat motiveren.
Een verdachte kan weigeren mee te werken aan het onderzoek. Dat maakt tbs niet onmogelijk: artikel 37a Sr voorziet in een procedure waarbij bij weigering langs andere weg tot een oordeel kan worden gekomen, met tussenkomst van een multidisciplinaire commissie en toetsing door de penitentiaire kamer. Wel maakt weigeren het dossier smaller, wat zowel in het voordeel als in het nadeel van de verdachte kan uitpakken. De verdediging doet er goed aan die afweging vroeg te maken, samen met de advocaat. Over de bredere rol van rapportage in strafzaken schreven wij in ons artikel over de medische stoornis als strafuitsluitingsgrond.
Wat is het verschil tussen tbs met voorwaarden en tbs met dwangverpleging?
De wet kent twee uitvoeringsvormen. Bij tbs met voorwaarden, geregeld in artikel 38 Sr, blijft de betrokkene buiten een gesloten kliniek, maar moet hij zich aan door de rechter gestelde voorwaarden houden. Artikel 38a Sr maakt uitdrukkelijk mogelijk dat die voorwaarden inhouden dat hij zich in een aangewezen instelling laat opnemen, zich onder behandeling stelt van een aangewezen deskundige, of voorgeschreven geneesmiddelen inneemt of laat toedienen. De rechter geeft daarbij een instelling opdracht hulp en steun te verlenen bij de naleving; in de praktijk is dat de reclassering, waarover ons artikel over de rol van de reclassering in het strafproces meer vertelt.
Bij tbs met dwangverpleging beveelt de rechter op grond van artikel 37b Sr dat de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd, omdat de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid die verpleging eist. De betrokkene wordt dan opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum, een gesloten kliniek met beveiligingsniveaus, waar behandeling en risicomanagement samengaan.
Het verschil zit dus niet in de zwaarte van de stoornis alleen, maar vooral in de vraag of het risico buiten een gesloten setting beheersbaar is. Houdt iemand zich niet aan de voorwaarden bij tbs met voorwaarden, dan kan de rechter alsnog dwangverpleging bevelen. Die omzetting is in de praktijk het belangrijkste drukmiddel achter de voorwaardelijke variant.
Hoe lang duurt tbs en hoe werkt de verlenging?
Tbs geldt op grond van artikel 38d Sr in eerste instantie voor de tijd van twee jaar. Daarna kan de maatregel telkens hetzij met een jaar hetzij met twee jaar worden verlengd. Er is dus geen automatische einddatum; elke verlenging vergt een nieuwe rechterlijke beslissing.
Op die open duur bestaat een belangrijke begrenzing. Artikel 38e Sr maximeert de totale duur op vier jaar, tenzij de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. In dat laatste geval, dat bij geweld- en zedendelicten aan de orde is, is de duur in beginsel onbeperkt. Het onderscheid tussen gemaximeerde en ongemaximeerde tbs is daarom een van de zwaarwegendste punten van de strafzaak, en het hangt af van de bewezenverklaring en van de motivering in het vonnis.
De verlengingsprocedure begint met een vordering van het Openbaar Ministerie, ondersteund door een advies van de kliniek en, met vaste tussenpozen, door onafhankelijke rapportages. De rechtbank die de maatregel oplegde, beslist in raadkamer. Tegen die beslissing staat beroep open bij de penitentiaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, de gespecialiseerde kamer die alle tbs-verlengingszaken in hoger beroep behandelt. Bijstand door een advocaat is in die procedure geen formaliteit: het gaat elke keer opnieuw om de vrijheid van de betrokkene.
Hoe verhoudt tbs zich tot de gevangenisstraf?
De combinatie van gevangenisstraf en tbs is de meest voorkomende uitkomst bij verminderde toerekeningsvatbaarheid. De verdachte krijgt een straf voor het deel dat hem valt toe te rekenen en een maatregel voor het risico dat uit de stoornis voortvloeit. Eerst wordt de straf uitgezeten, daarna begint de tbs, al kan de behandeling in bepaalde gevallen eerder aanvangen.
Wordt de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar geacht, dan volgt ontslag van alle rechtsvervolging en kan alleen een maatregel worden opgelegd. Artikel 37a Sr maakt bovendien mogelijk dat de rechter afziet van strafoplegging, ook als het feit wel aan de verdachte kan worden toegerekend, bijvoorbeeld wanneer een straf de behandeling zou doorkruisen.
Naast tbs bestaan er andere routes voor verplichte zorg. De vroegere plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis van artikel 37 Sr is per 1 januari 2020 vervallen; sindsdien kan de strafrechter verplichte geestelijke gezondheidszorg gelasten via een zorgmachtiging. Voor jeugdigen bestaat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, de PIJ-maatregel, die in het jeugdstrafrecht een vergelijkbare functie vervult; het verschil tussen beide stelsels bespreken wij in ons artikel over jeugdstrafrecht en volwassenenstrafrecht.
Hoe verloopt de behandeling en de terugkeer?
De behandeling in een forensisch psychiatrisch centrum begint met diagnostiek en een behandelplan. Behandelaars brengen de stoornis, eventuele verslavingsproblematiek, cognitieve mogelijkheden en het sociale netwerk in kaart, en koppelen daaraan de factoren die het delictrisico bepalen. Het behandelteam bestaat uit psychiaters, psychologen, sociotherapeuten, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers.
De terugkeer verloopt in fasen, waarbij vrijheden stap voor stap worden uitgebreid: van beveiligd verblijf via begeleid en onbegeleid verlof naar transmuraal wonen buiten de kliniek en uiteindelijk proefverlof. Elke stap vergt toestemming, bij verlof van het ministerie van Justitie en Veiligheid, en elke stap kan worden teruggedraaid als het risico toeneemt. Volgens de Rijksoverheid duurt tbs tot de rechter oordeelt dat er geen gevaar op terugval meer is.
Voor een deel van de tbs-gestelden blijkt het risico ook op langere termijn niet voldoende te dalen. Voor hen bestaat een langdurige forensisch psychiatrische zorgvoorziening, waar beveiliging en zorg voorop staan in plaats van behandeling gericht op terugkeer. Ook die plaatsing wordt periodiek getoetst en is niet onomkeerbaar. Meer over de opzet van het stelsel leest u in ons artikel over hoe het tbs-systeem in Nederland werkt.
Wat betekent dit voor de verdediging?
De vraag straf of maatregel wordt vaak beslist voordat de zitting begint, namelijk in de fase van de gedragsdeskundige rapportage. Daar liggen de belangrijkste keuzes: meewerken of niet, welke informatie wordt aangeleverd, welke vragen aan de deskundigen worden gesteld en of een contra-expertise wenselijk is. Een advocaat die pas op de zitting instapt, komt daar te laat voor.
Op de zitting draait het om twee punten. Het eerste is de bewezenverklaring en de kwalificatie, omdat die bepalen of de tbs gemaximeerd is of niet. Een geslaagd verweer tegen het bestanddeel dat het delict tegen de onaantastbaarheid van het lichaam was gericht, kan het verschil maken tussen vier jaar en een in beginsel onbeperkte duur. Het tweede is de vraag of het minder ingrijpende alternatief, tbs met voorwaarden, voldoende is; daarvoor is een concreet en aanvaard behandelplan nodig, niet alleen de wens van de verdachte.
Ook na de oplegging blijft er werk. Bij elke verlengingszitting kan worden aangevoerd dat het risico is gedaald, dat de behandeling stagneert of dat de kliniek onvoldoende voortgang boekt met verlof en resocialisatie. Tegen een verlengingsbeslissing staat beroep open; over de afweging daarbij schreven wij in ons artikel over hoger beroep in strafzaken.
Welke positie heeft het slachtoffer bij tbs?
Het slachtoffer en de nabestaanden staan bij een tbs-zaak niet buitenspel. Op de inhoudelijke zitting kunnen zij gebruikmaken van het spreekrecht en kunnen zij zich als benadeelde partij voegen om hun schade vergoed te krijgen. Dat een verdachte ontoerekeningsvatbaar wordt geacht en dus geen straf krijgt, staat aan die vordering niet zonder meer in de weg: de civielrechtelijke aansprakelijkheid wordt langs een eigen maatstaf beoordeeld, waarover ons artikel over de rechten van slachtoffers in het civiele recht na een strafzaak uitleg geeft.
Ook na de oplegging blijft er een rol. Slachtoffers en nabestaanden kunnen op verzoek worden geïnformeerd over ingrijpende momenten in de tenuitvoerlegging, zoals het verlenen van verlof of de beëindiging van de maatregel. Daarnaast kan de rechter bij tbs met voorwaarden en bij de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging voorwaarden stellen die het gedrag van de betrokkene betreffen, zoals een contactverbod of een verbod zich in een bepaald gebied te bevinden. Wie als slachtoffer een concreet belang bij zo’n voorwaarde heeft, doet er verstandig aan dat tijdig kenbaar te maken bij het Openbaar Ministerie, zodat het bij de vordering kan worden betrokken.
Veelgestelde vragen over tbs en straf
Kan iemand tbs krijgen zonder gevangenisstraf?
Ja. Wordt de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar geacht op grond van artikel 39 Sr, dan volgt ontslag van alle rechtsvervolging en kan alleen een maatregel worden opgelegd. Daarnaast laat artikel 37a Sr de rechter toe van strafoplegging af te zien, ook wanneer het feit wel kan worden toegerekend.
Hoe lang kan tbs maximaal duren?
Dat hangt af van het delict. Artikel 38e Sr maximeert de tbs op vier jaar, tenzij de maatregel is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam. In dat geval is de duur in beginsel onbeperkt en loopt de maatregel door zolang de rechter verlengt.
Wie beslist over verlenging van de tbs?
De rechtbank die de maatregel heeft opgelegd, beslist op vordering van het Openbaar Ministerie. Op grond van artikel 38d Sr geldt de maatregel eerst voor twee jaar en kan hij daarna telkens met een of twee jaar worden verlengd. Tegen die beslissing staat beroep open bij de penitentiaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Kan tbs worden opgelegd bij elk misdrijf?
Nee. Artikel 37a Sr eist een misdrijf waarop vier jaren gevangenisstraf of meer is gesteld, of een van de daarin uitdrukkelijk genoemde misdrijven, waaronder belaging van artikel 285b Sr en enkele feiten uit de Wegenverkeerswet 1994 en de Opiumwet. Bij overtredingen en lichte misdrijven is tbs uitgesloten.
Wat gebeurt er als iemand de voorwaarden niet nakomt?
Bij tbs met voorwaarden kan de rechter op vordering van het Openbaar Ministerie alsnog bevelen dat de betrokkene van overheidswege wordt verpleegd, zoals artikel 37b Sr mogelijk maakt. Het niet nakomen van voorwaarden leidt dus niet tot een nieuwe strafzaak, maar tot een zwaardere uitvoeringsvorm van dezelfde maatregel.
Bijstand in een zaak waarin tbs dreigt
De keuze tussen straf en maatregel bepaalt niet alleen waar iemand terechtkomt, maar ook voor hoe lang. Omdat die keuze grotendeels wordt gevormd door de rapportage en door de precieze bewezenverklaring, is vroege en gespecialiseerde bijstand van groot belang. Ook de vraag welke sanctie de rechter uiteindelijk kiest, kent een eigen afwegingskader, dat wij beschrijven in ons artikel over de factoren die de strafoplegging beïnvloeden.
De strafrechtadvocaten van Law & More staan verdachten bij in zaken waarin tbs aan de orde is, van het gedragsdeskundig onderzoek en de inhoudelijke behandeling tot de verlengingszittingen en het beroep daartegen. Speelt in uw zaak of in die van een naaste de vraag straf of tbs? Neem dan contact met ons kantoor op.