Gepubliceerd op 15 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Het jeugdstrafrecht geldt voor verdachten die op het moment van het strafbare feit 12 tot 18 jaar oud waren; daarna geldt in beginsel het volwassenenstrafrecht. De grens is niet hard: de rechter kan bij 16- en 17-jarigen het volwassenenstrafrecht toepassen (artikel 77b Wetboek van Strafrecht) en bij jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar juist het jeugdstrafrecht (artikel 77c Sr).
Die keuze heeft grote gevolgen voor de straf, de plek waar een vrijheidsstraf wordt uitgevoerd en de begeleiding. Hieronder leest u hoe de grens werkt, wie beslist, hoe de Hoge Raad artikel 77c Sr uitlegt en welke straffen mogelijk zijn.

Inhoudsopgave
Welke leeftijdsgrenzen gelden?
Bepalend is de leeftijd op het moment van het feit, niet op de dag van de zitting. Kinderen jonger dan 12 jaar worden niet strafrechtelijk vervolgd (artikel 486 Wetboek van Strafvordering).
| Leeftijd op de pleegdatum | Uitgangspunt | Uitzondering |
|---|---|---|
| Jonger dan 12 jaar | Geen strafrecht | De Raad voor de Kinderbescherming kan onderzoeken of hulp of een kinderbeschermingsmaatregel nodig is |
| 12 tot en met 15 jaar | Jeugdstrafrecht (artikel 77a Sr) | Geen |
| 16 en 17 jaar | Jeugdstrafrecht | Volwassenenstrafrecht als de rechter daartoe grond vindt (artikel 77b Sr) |
| 18 tot 23 jaar | Volwassenenstrafrecht | Jeugdstrafrecht als de rechter daartoe grond vindt (artikel 77c Sr) |
| 23 jaar en ouder | Volwassenenstrafrecht | Geen |
De mogelijkheid om tot 23 jaar jeugdstrafrecht toe te passen bestaat sinds 1 april 2014; daarvoor lag de grens bij 21 jaar. Deze regeling heet het adolescentenstrafrecht. Het is geen apart wetboek, maar een flexibele overgang tussen beide systemen.
Wanneer past de rechter het andere systeem toe?
De rechter kijkt naar de persoonlijkheid van de verdachte en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd; bij 16- en 17-jarigen weegt ook de ernst van het feit mee. De wet geeft daarvoor de criteria in de artikelen 77b en 77c Sr.
Bij een 16- of 17-jarige blijft volwassenenstrafrecht een uitzondering. Het gaat dan vooral om zeer ernstige feiten, of om een jongere bij wie eerdere jeugdhulp geen effect had. Bij een jongvolwassene van 18 tot 23 jaar is de vraag vooral of een pedagogische aanpak nog zinvol is, bijvoorbeeld omdat de verdachte in zijn ontwikkeling achterloopt of een licht verstandelijke beperking heeft.
Wat zegt de Hoge Raad over artikel 77c Sr?
De Hoge Raad besliste op 29 november 2016 dat het jeugdstrafrecht niet automatisch geldt voor een jongvolwassene (ECLI:NL:HR:2016:2716). De rechter past het alleen toe als hij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden van het feit. Het is een bevoegdheid van de rechter, geen recht van de verdachte.
In die zaak ging het om een 18-jarige die medeplichtig was aan een diefstal met geweld, gepleegd in januari 2014. Het hof had zijn persoonlijkheid en ontwikkeling vergeleken met die van leeftijdsgenoten en geen grond gezien voor jeugdstrafrecht. De Hoge Raad vond dat oordeel niet onjuist of onbegrijpelijk. Ook de verhoging van de leeftijdsgrens van 21 naar 23 jaar per 1 april 2014 hielp de verdachte niet: dezelfde mogelijkheid bestond al onder het oude artikel 77c Sr.
Voor de verdediging betekent dit: wie jeugdstrafrecht bepleit, moet concrete informatie aanleveren over de ontwikkeling van de verdachte, liefst onderbouwd met een rapport van de reclassering of het NIFP.
Wie beslist welk strafrecht geldt?
De rechter beslist bij de uitspraak. De officier van justitie bepaalt wel al vroeg in de zaak welke kant hij op wil, en dat heeft gevolgen voor het verdere traject.
De officier laat zich adviseren door de reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming of het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Overweegt hij bij een jongvolwassene het jeugdstrafrecht, dan kan de voorlopige hechtenis soms in een justitiële jeugdinrichting worden uitgevoerd in plaats van in een huis van bewaring. De rechter is niet gebonden aan het standpunt van de officier. Meer over het verloop van een strafzaak leest u in van aanhouding tot vrijspraak.

Welke straffen zijn mogelijk in beide systemen?
De straffen in het jeugdstrafrecht zijn lager en gericht op opvoeding en gedragsverandering. Een vrijheidsstraf wordt uitgevoerd in een justitiële jeugdinrichting (JJI), niet in een gevangenis.
| Sanctie | Jeugdstrafrecht | Volwassenenstrafrecht |
|---|---|---|
| Vrijheidsstraf | Jeugddetentie: maximaal 1 jaar voor 12- tot 16-jarigen, maximaal 2 jaar voor 16- en 17-jarigen, in een JJI | Gevangenisstraf tot het wettelijk maximum van het delict, in een penitentiaire inrichting |
| Taakstraf | Werkstraf of leerstraf van maximaal 200 uur | Maximaal 240 uur (artikel 22c Sr) |
| Geldboete | Lager maximum dan bij volwassenen | Tot het maximum van de categorie die bij het delict hoort |
| Maatregelen | PIJ-maatregel (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, met behandeling) en de gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) | Onder meer tbs, de ISD-maatregel voor stelselmatige daders en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel |
Maxima volgens het Wetboek van Strafrecht. Meer over de uitvoering van een taakstraf leest u in ons artikel over de werkstraf.

Wat betekent de keuze voor de toekomst van de jongere?
Een veroordeling komt in beide systemen in de justitiële documentatie. Voor jeugdzaken gelden kortere bewaartermijnen, en bij een aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) weegt Justis de jonge leeftijd mee.
Een strafblad kan gevolgen hebben voor werk, opleiding en reizen naar het buitenland. Bij jeugdstrafrecht houdt ook de jeugdreclassering toezicht, met meer nadruk op begeleiding bij school, werk en wonen. Lees meer over de gevolgen van een veroordeling.
Wat kunt u als verdachte of ouder zelf aanleveren?
- Controleer de leeftijd op de pleegdatum: die bepaalt welk systeem het uitgangspunt is.
- Ga na welke adviezen er liggen van de reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming of het NIFP.
- Breng informatie over school, werk, hulpverlening en ontwikkeling in. Na het arrest van 2016 is dat de basis voor een beroep op artikel 77c Sr.
- Een minderjarige verdachte heeft recht op een advocaat; lees meer over de rechten van een minderjarige verdachte.
Wat kunnen wij doen bij jeugd- en adolescentenstrafrecht?
Onze strafrechtadvocaten staan jongeren en jongvolwassenen bij vanaf het eerste verhoor.
- Het verhoor met de verdachte voorbereiden en daarbij aanwezig zijn.
- Het dossier en de adviezen van reclassering, Raad of NIFP beoordelen.
- Toepassing van het jeugdstrafrecht bepleiten waar artikel 77c Sr daarvoor ruimte biedt.
- Het verweer voeren op de zitting bij de kinderrechter of de strafrechter.
- Adviseren over de gevolgen voor justitiële documentatie en een latere VOG.
Veelgestelde vragen
Wat als de verdachte tijdens de zaak 18 wordt?
Dan blijft het jeugdstrafrecht het uitgangspunt. Beslissend is de leeftijd op de dag van het feit, niet op de dag van de zitting.
Hoe verloopt de procedure bij een jongvolwassene?
De officier van justitie vraagt vroeg in de zaak advies aan de reclassering en soms aan de Raad of het NIFP. Op de zitting beslist de rechter, die niet gebonden is aan het standpunt van de officier.