Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Wie volledig ontoerekeningsvatbaar is, is volgens artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht niet strafbaar: de rechter ontslaat hem van alle rechtsvervolging, maar kan wel tbs of verplichte zorg opleggen. Verminderde toerekeningsvatbaarheid staat niet in de wet; de rechter houdt er rekening mee bij de strafmaat en combineert een lagere straf vaak met behandeling.
De grens tussen beide ligt bij de vraag of de verdachte ten tijde van het feit nog enige ruimte had om zijn gedrag te sturen. Die vraag beantwoordt de rechter per zaak, op basis van rapporten van een psychiater en een psycholoog. Er bestaat geen vaste schaal of formule.
Het verschil heeft grote gevolgen. Het bepaalt of iemand een gewone gevangenisstraf krijgt, een lagere straf met behandeling, of alleen een maatregel zoals tbs. Hieronder leest u wat de wet zegt, hoe het onderzoek verloopt en wat de verdediging kan doen.
Inhoudsopgave
Wat betekent ontoerekeningsvatbaar volgens de wet?
Een verdachte is ontoerekeningsvatbaar als het feit hem niet kan worden toegerekend vanwege een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap. Dat is een strafuitsluitingsgrond: het feit is bewezen, maar de dader is niet strafbaar.
Artikel 39 Sr luidt: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet kan worden toegerekend.” Voor een beroep daarop moeten drie dingen vaststaan. Er was een stoornis of beperking op het moment van het feit. Die stoornis heeft het gedrag beïnvloed. En die invloed was zo groot dat het feit de verdachte niet kan worden verweten. Meer over dit soort gronden leest u in ons artikel over strafuitsluitingsgronden.
De uitkomst heet ontslag van alle rechtsvervolging. Dat is iets anders dan vrijspraak. Bij vrijspraak is het feit niet bewezen. Bij ontslag is het feit wel bewezen, maar volgt er geen straf. Dat verschil is belangrijk, omdat de rechter bij ontslag nog wel een maatregel kan opleggen.
Staat verminderde toerekeningsvatbaarheid in de wet?
De wet kent alleen het onderscheid tussen strafbaar en niet strafbaar. Verminderde toerekeningsvatbaarheid is een begrip uit de praktijk. Het betekent dat een stoornis het gedrag wel heeft beïnvloed, maar niet zo sterk dat de verdachte helemaal niets te verwijten valt. De verdachte is dan strafbaar, maar zijn verwijtbaarheid is kleiner. De rechter vertaalt dat naar de strafmaat.
Hoe worden de termen in de praktijk gebruikt?
In rapporten en vonnissen ziet u vaak termen als volledig toerekeningsvatbaar, enigszins of sterk verminderd toerekeningsvatbaar en volledig ontoerekeningsvatbaar. Die termen zijn geen wettelijke categorieën, maar een manier om de mate van doorwerking van de stoornis te beschrijven. De rapporterende deskundigen geven hun visie op die doorwerking. De juridische conclusie trekt de rechter. Welke factoren verder meetellen bij de straf, leest u in ons artikel over de factoren die de rechter bij de strafmaat weegt.
Waar ligt de grens tussen verminderd en volledig ontoerekeningsvatbaar?
De grens ligt bij de vraag of de verdachte ten tijde van het feit nog enige vrije keuze had. Was zijn handelen volledig bepaald door de stoornis, dan is hij ontoerekeningsvatbaar; had hij nog enig besef en enige controle, dan is hij hooguit verminderd toerekeningsvatbaar.
Volledige ontoerekeningsvatbaarheid wordt niet snel aangenomen. Het gaat meestal om ernstige situaties, zoals een acute psychose waarin wanen het handelen volledig bepaalden. Bij een persoonlijkheidsstoornis begrijpt de verdachte doorgaans wel wat hij doet, maar kan hij zijn impulsen moeilijk beheersen. Dan komen deskundigen vaker uit op verminderde toerekeningsvatbaarheid. Bij een verstandelijke beperking hangt het ervan af hoe goed de verdachte de gevolgen van zijn handelen kon overzien.
Een stoornis kan ook wisselend werken. Iemand met schizofrenie kan periodes hebben waarin hij stabiel is en periodes met ernstige psychotische klachten. Daarom kijken deskundigen niet naar de diagnose in het algemeen, maar naar de toestand op het moment van het feit. Klachten die pas later ontstonden, tellen niet mee.
Kunt u zich beroepen op alcohol- of drugsgebruik?
Wie onder invloed van alcohol of drugs een strafbaar feit pleegt, kan zich daar in de regel niet op beroepen. Wie wist of kon weten wat het middel met hem deed, draagt daar zelf verantwoordelijkheid voor. Hetzelfde kan gelden voor iemand die bewust stopt met voorgeschreven medicatie terwijl hij weet dat hij dan psychotisch kan worden. Alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als iemand zonder zijn weten iets toegediend kreeg, ligt dat anders.
Hoe wordt toerekeningsvatbaarheid onderzocht?
Het onderzoek gebeurt via een Pro Justitia-rapportage: een onafhankelijk rapport van een psychiater en/of psycholoog in opdracht van de officier van justitie, de rechter-commissaris of de rechter. Het NIFP regelt deze onderzoeken en zorgt voor de deskundigen.
Meestal is het onderzoek ambulant. De deskundigen spreken de verdachte een aantal keren, bestuderen het dossier en vragen informatie op bij huisarts, behandelaars of familie. Soms volgen psychologische tests. In zware of ingewikkelde zaken kan de rechter-commissaris bevelen dat de verdachte ter observatie wordt opgenomen in het Pieter Baan Centrum, voor ten hoogste zeven weken. Daar observeert een team van deskundigen de verdachte dag en nacht.
Welke vragen beantwoordt het rapport?
De deskundigen beantwoorden een vaste reeks vragen. Was er ten tijde van het feit sprake van een stoornis of beperking? Heeft die het gedrag bij het ten laste gelegde feit beïnvloed, en in welke mate? Hoe groot is het risico op herhaling? En welke interventie kan dat risico verkleinen: een behandeling in een voorwaardelijk kader, tbs, of iets anders?
Het rapport geeft dus niet alleen een oordeel over de toerekeningsvatbaarheid, maar ook een advies over de afdoening. Beide onderdelen zijn voor de rechter belangrijk. Een verdachte met een beperkte doorwerking maar een hoog recidiverisico kan toch tbs krijgen.
Moet u meewerken aan het onderzoek?
Een verdachte is niet verplicht mee te werken aan het onderzoek. Sommigen weigeren, omdat zij hun stoornis niet erkennen of bang zijn dat tbs langer duurt dan een gevangenisstraf. Dat is een belangrijke keuze die u niet zonder advocaat moet maken.
Weigering heeft gevolgen. De deskundigen moeten dan werken met het dossier, eerdere rapporten en hun waarnemingen. Vaak kunnen zij daardoor geen oordeel geven. Volgens artikel 37a Sr kan de rechter bij weigering toch tbs opleggen, als hij op andere gronden tot het oordeel komt dat aan de voorwaarden is voldaan. Een weigering beschermt u dus niet altijd tegen een maatregel.
Kunt u een tweede mening vragen?
Is de verdediging het niet eens met het rapport, dan kan zij een eigen deskundige inschakelen of de rechter vragen om een contra-expertise. Ook kan zij de rapporteurs laten horen ter zitting om hun conclusies te toetsen. Dat is vooral zinvol als het rapport steunt op onvolledige informatie of als de conclusie over de doorwerking niet goed is onderbouwd.
Welke rol speelt de rechter?
De rechter beslist zelf of en in welke mate het feit aan de verdachte kan worden toegerekend. Hij is niet gebonden aan het advies van de deskundigen, maar moet een afwijking wel motiveren.
In de praktijk neemt de rechter de conclusies van de rapporteurs vaak over, maar niet klakkeloos. Hij kijkt of het rapport logisch in elkaar zit, op welke informatie het steunt en of het past bij de rest van het dossier. Heeft de verdediging een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ingenomen, bijvoorbeeld dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was, dan moet de rechter volgens artikel 359 lid 2 Sv in het vonnis uitleggen waarom hij daarvan afwijkt.
Belangrijk is het verband tussen de stoornis en het feit. Een verdachte met een ernstige stoornis kan toch volledig toerekeningsvatbaar zijn voor een feit dat daar los van staat, zoals een goed voorbereide fraude. Omgekeerd kan een lichte stoornis in een bepaalde situatie sterk doorwerken.
Welke gevolgen heeft de beslissing voor straf en maatregel?
Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid volgt geen straf, maar mogelijk wel tbs of verplichte zorg. Bij verminderde toerekeningsvatbaarheid volgt meestal een lagere straf, vaak in combinatie met behandeling of tbs.
Wat volgt bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid?
De rechter ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging. Is de verdachte gevaarlijk, dan kan de rechter tbs opleggen. Is dat niet nodig, maar heeft de verdachte wel zorg nodig, dan kan de strafrechter verplichte zorg mogelijk maken via de Wet verplichte ggz of de Wet zorg en dwang. Een gevangenisstraf is niet mogelijk.
Wat volgt bij verminderde toerekeningsvatbaarheid?
De rechter legt een straf op die lager is dan bij een volledig toerekeningsvatbare dader, omdat de verwijtbaarheid kleiner is. Hoeveel lager, hangt af van de mate van doorwerking, de ernst van het feit en het recidiverisico. De rechter kan de straf combineren met tbs, of een deel voorwaardelijk opleggen met bijzondere voorwaarden, zoals behandeling en toezicht door de reclassering.
Wanneer kan tbs worden opgelegd en hoe lang duurt het?
Tbs is geen straf, maar een maatregel om de samenleving te beschermen en de dader te behandelen. Volgens artikel 37a Sr kan de rechter tbs alleen opleggen als de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist. Daarnaast moet er ten tijde van het feit een stoornis zijn geweest, en moet het gaan om een misdrijf waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat, of om een van de misdrijven die de wet apart noemt, zoals bedreiging en belaging.
De rechter moet zich daarbij laten voorlichten door gedragsdeskundigen. Er zijn twee vormen: tbs met voorwaarden, waarbij de betrokkene zich aan afspraken over behandeling houdt, en tbs met dwangverpleging in een tbs-kliniek. Tbs met dwangverpleging duurt in eerste instantie twee jaar en kan worden verlengd. Volgens artikel 38e Sr is de totale duur beperkt tot vier jaar, tenzij de tbs is opgelegd voor een misdrijf gericht tegen of gevaarlijk voor de onaantastbaarheid van het lichaam, zoals een geweldsdelict. In die gevallen kan tbs zo lang duren als nodig is.
Hoe ziet dit eruit in de praktijk?
Rechters staan vaak voor lastige keuzes, omdat verdachten zelden precies in één categorie passen. Drie denkbeeldige voorbeelden laten zien hoe het kan uitpakken.
Een man met schizofrenie slaat zijn buurman, omdat hij ervan overtuigd is dat die zijn gedachten steelt. Blijkt uit het onderzoek dat hij op dat moment in een acute psychose verkeerde en dat de wanen zijn handelen volledig bepaalden, dan kan de rechter hem ontoerekeningsvatbaar achten. Is er gevaar voor herhaling, dan ligt tbs of verplichte zorg voor de hand.
Een vrouw met een licht verstandelijke beperking pleegt samen met anderen een reeks winkeldiefstallen. De deskundigen stellen vast dat zij gevoelig is voor beïnvloeding, maar wel begreep dat stelen verboden is. De rechter zal haar eerder verminderd toerekeningsvatbaar achten en een lagere straf opleggen, eventueel met begeleiding als voorwaarde.
Een jonge man met een persoonlijkheidsstoornis raakt in een uitgaansgebied betrokken bij een vechtpartij. Hij wist wat hij deed, maar kon zijn woede slecht beheersen. Deskundigen komen dan meestal uit op verminderde toerekeningsvatbaarheid, en de rechter kan straf combineren met een verplichte behandeling.
Waarom kijkt de rechter ook naar nazorg?
Een lagere straf lost de onderliggende stoornis niet op. Daarom kijkt de rechter ook naar de periode na de straf. Wie stopt met zijn medicatie of zonder begeleiding terugkeert, loopt meer risico op nieuwe problemen. Een voorwaardelijke straf met behandeling en reclasseringstoezicht, of tbs met voorwaarden, is bedoeld om dat risico te verkleinen. Afspraken over wonen, dagbesteding en zorg na afloop zijn daarbij minstens zo belangrijk als de straf zelf.
Wat kan de verdediging doen?
De verdediging kan al vroeg in de zaak om een Pro Justitia-onderzoek vragen en het rapport kritisch toetsen. Ook kan zij na de uitspraak binnen veertien dagen hoger beroep instellen.
Speelt er een stoornis, dan is het verstandig dat zo vroeg mogelijk in het strafproces te melden, bijvoorbeeld al bij de rechter-commissaris. Hoe eerder het onderzoek start, hoe beter de toestand ten tijde van het feit nog te reconstrueren is. Verzamel ook gegevens van eerdere behandelaars en medicatie; die maken het rapport sterker. Wanneer u formeel verdachte bent en welke rechten u dan heeft, leest u in ons artikel over wanneer u officieel verdachte bent.
Is de verdediging het niet eens met de uitkomst, dan staat hoger beroep open. De termijn daarvoor is veertien dagen na de einduitspraak (artikel 408 Sv). In hoger beroep kan het hof opnieuw deskundigen laten rapporteren.
Wat kunnen wij voor u doen bij een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid?
Onze strafrechtadvocaten staan verdachten bij van het eerste verhoor tot het debat over het rapport en de strafmaat.
- Wij vragen in een vroeg stadium, bijvoorbeeld bij de rechter-commissaris, om een Pro Justitia-onderzoek.
- Wij bespreken met u of u meewerkt aan het onderzoek of aan een observatie in het Pieter Baan Centrum, en wat weigeren betekent.
- Wij verzamelen gegevens van eerdere behandelaars en medicatie, zodat uw toestand ten tijde van het feit te reconstrueren is.
- Wij toetsen het rapport kritisch en vragen zo nodig een contra-expertise of het horen van de rapporteurs ter zitting.
- Wij nemen ter zitting een onderbouwd standpunt in over de toerekening en de strafmaat, waarop de rechter moet reageren (artikel 359 lid 2 Sv).
- Wij stellen binnen veertien dagen hoger beroep in als de uitkomst daar aanleiding toe geeft (artikel 408 Sv).
Samengevat
- Volledig ontoerekeningsvatbaar betekent volgens artikel 39 Sr: niet strafbaar, ontslag van alle rechtsvervolging, maar mogelijk wel tbs of verplichte zorg.
- Verminderde toerekeningsvatbaarheid staat niet in de wet; de rechter verwerkt het in een lagere straf, vaak gecombineerd met behandeling.
- De grens ligt bij de vraag of de verdachte ten tijde van het feit nog enige vrije keuze had; de rechter beslist, op basis van een Pro Justitia-rapport.
- Tbs vereist onder meer gevaar voor de veiligheid en een misdrijf met een strafmaximum van vier jaar of meer; de duur is beperkt tot vier jaar, behalve bij geweldsdelicten.
- Meewerken aan het onderzoek is niet verplicht, maar weigeren heeft gevolgen; overleg eerst met uw advocaat.
Veelgestelde vragen
Wanneer is iemand verminderd toerekeningsvatbaar?
Als er ten tijde van het feit een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap was die het gedrag heeft beïnvloed, maar niet volledig heeft bepaald.
De stoornis hoeft niet alles te verklaren, maar er moet een duidelijk verband zijn met het feit. Deskundigen beoordelen of de verdachte de gevolgen kon overzien en in hoeverre hij zijn gedrag kon sturen.
Verminderde toerekeningsvatbaarheid is geen wettelijke categorie. De rechter houdt er rekening mee bij de strafmaat.
Hoe bepaalt de rechter de grens tussen verminderd en volledig ontoerekeningsvatbaar?
De vraag is of de verdachte ten tijde van het feit nog enige vrije keuze en enige controle over zijn gedrag had.
Psychiaters en psychologen onderzoeken hoe ernstig de stoornis op dat moment was en hoe sterk die doorwerkte. De rechter weegt hun rapport en beslist zelf.
Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid was er geen enkele ruimte meer voor een eigen keuze. Dat wordt niet snel aangenomen.
Welke invloed heeft verminderde toerekeningsvatbaarheid op de straf?
Meestal leidt het tot een lagere straf, omdat de verdachte minder te verwijten valt.
Vaak combineert de rechter de straf met behandeling, bijvoorbeeld via bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht, of met tbs.
Hoeveel lager de straf uitvalt, hangt af van de mate van doorwerking, de ernst van het feit en het risico op herhaling. Een vaste korting bestaat niet.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met het oordeel over de toerekeningsvatbaarheid?
De verdediging kan een eigen deskundige inschakelen of de rechter om een contra-expertise vragen. Ook kan zij de rapporteurs ter zitting laten horen.
Na de uitspraak kunt u binnen veertien dagen hoger beroep instellen. Het hof kan opnieuw deskundigen laten rapporteren.
Tegen een arrest van het hof staat cassatie open, maar de Hoge Raad kijkt alleen of het recht juist is toegepast en of de beslissing voldoende is gemotiveerd.
Hoe onderbouwt de rechter zijn beslissing?
De rechter baseert zich op de rapporten van de psychiater en psycholoog. Daarin staat welke stoornis er speelde en hoe die het gedrag beïnvloedde.
Hij weegt die rapporten samen met de rest van het dossier. Hij hoeft het advies niet te volgen, maar moet een afwijking motiveren, zeker als de verdediging een onderbouwd standpunt heeft ingenomen.
Welke rol speelt het psychiatrisch onderzoek?
Het onderzoek is de basis van de beslissing. De deskundigen spreken de verdachte, bestuderen het dossier en vragen informatie op bij behandelaars.
In zware zaken kan de verdachte ter observatie worden opgenomen in het Pieter Baan Centrum, voor ten hoogste zeven weken.
Zonder dat onderzoek kan de rechter moeilijk beoordelen hoe het psychisch met de verdachte gesteld was ten tijde van het feit.