Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Psychische overmacht betekent dat u een strafbaar feit pleegde onder een van buiten komende drang waaraan u redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden (artikel 40 Wetboek van Strafrecht, Sr). Slaagt het verweer, dan blijft het feit bewezen maar ontslaat de rechter u van alle rechtsvervolging; rechters nemen het alleen aan bij uitzonderlijk zware druk, en zelden als u zichzelf in de situatie heeft gebracht.
Is de druk minder zwaar, dan kan de rechter die wel meewegen bij de straf. Komt het gedrag voort uit een psychische stoornis, dan gaat het niet om overmacht maar om ontoerekeningsvatbaarheid (artikel 39 Sr). Hieronder leest u welke maatstaf de Hoge Raad hanteert, wanneer het verweer strandt en hoe u het onderbouwt.
Inhoudsopgave
Artikel 40 Sr: twee vormen van overmacht
Artikel 40 Sr zegt kort: niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen. Wanneer druk zwaar genoeg is, staat niet in de wet; dat heeft de Hoge Raad ingevuld. De rechtspraak onderscheidt twee vormen van overmacht: psychische overmacht en noodtoestand.
| Psychische overmacht | Noodtoestand | Ontoerekeningsvatbaarheid | |
|---|---|---|---|
| Wat er speelt | Druk van buitenaf die uw keuzevrijheid wegneemt | Bewuste keuze tussen botsende plichten of belangen | Een psychische stoornis van de verdachte zelf |
| Soort grond | Schulduitsluitingsgrond: het feit blijft onrechtmatig | Rechtvaardigingsgrond: het handelen is gerechtvaardigd | Schulduitsluitingsgrond |
| Grondslag | Artikel 40 Sr | Artikel 40 Sr | Artikel 39 Sr |
| Uitkomst | Ontslag van alle rechtsvervolging | Ontslag van alle rechtsvervolging | Ontslag van alle rechtsvervolging; tbs of plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis mogelijk (artikelen 37 en 37a Sr) |
Het klassieke voorbeeld van noodtoestand is het Opticien-arrest van de Hoge Raad uit 1923: een opticien verkocht na sluitingstijd een bril aan iemand die zijn bril kwijt was en zonder bril hulpeloos was. Hij koos voor het zwaarder wegende belang. Bij psychische overmacht kiest u niet bewust tussen belangen; de druk is zo groot dat uw vrijheid om anders te kiezen grotendeels is weggevallen. Ook noodweer is een rechtvaardigingsgrond. Het overzicht staat bij strafuitsluitingsgronden.
Ontslag van rechtsvervolging is geen vrijspraak. Bij vrijspraak is het feit niet bewezen. Bij overmacht staat vast dat u het feit pleegde, maar bent u niet strafbaar en legt de rechter geen straf of maatregel op.
De maatstaf van de Hoge Raad
De vaste maatstaf luidt: er moet sprake zijn van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden. De rechter stelt dus twee vragen. Kon u feitelijk weerstand bieden? En mocht van u worden gevraagd dat u weerstand bood, gemeten aan wat van een redelijk mens in uw situatie mocht worden verwacht?
HR 30 november 2004: de rechter moet het verwerpen goed motiveren
In een moordzaak had het hof het beroep op psychische overmacht verworpen. De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2004:AR2067) herhaalde de maatstaf en voegde eraan toe dat het feit dat de verdachte zichzelf in de situatie heeft gebracht, onder omstandigheden aan een geslaagd beroep in de weg kan staan. Maar het hof had niet uitgelegd welke bedreiging de medeverdachte had geuit en tegenover wie, en ook niet vastgesteld dat de verdachte zo verwijtbaar in die situatie terechtkwam. De Hoge Raad vernietigde de veroordeling voor moord en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam.
HR 6 december 2011: de persoonlijkheid van de verdachte telt mee
Een vrouw was veroordeeld voor deelname aan een groep met terroristische plannen. Zij beriep zich op psychische overmacht uit angst voor haar medeverdachten. Het hof wilde de groepsdynamiek niet meewegen, omdat die niet los te zien was van haar persoonlijkheid. Volgens de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2011:BR1144) was dat een onjuiste rechtsopvatting: geen rechtsregel verbiedt de persoonlijkheid van de verdachte te betrekken bij de vraag of zij weerstand kon en moest bieden. Van iemand die kwetsbaarder is, mag de rechter dus onder omstandigheden minder weerstand verwachten.
Vier gezichtspunten waarop het verweer wordt getoetst
Naast de twee hoofdvragen spelen in rechtspraak en literatuur vaste gezichtspunten een rol. Ontbreekt één ervan, dan faalt het verweer meestal.
- Drang van buitenaf. Een bedreiging of dwang door een ander of door omstandigheden die u overvallen, niet alleen innerlijke spanning. Culturele of religieuze overtuigingen en algemene levensomstandigheden, zoals schulden of relatieproblemen, gelden in de regel niet als drang van buitenaf.
- Proportionaliteit. Het feit moet in redelijke verhouding staan tot de dreiging. Hoe ernstiger het feit, hoe zwaarder de druk moet zijn geweest.
- Subsidiariteit. Er was geen minder ingrijpende uitweg, zoals vluchten of de politie inschakelen.
- Eigen schuld aan de situatie (culpa in causa). Wie zich bewust aansluit bij een criminele groep, kan zich later moeilijk beroepen op druk vanuit die groep. Van mensen in bepaalde functies, zoals politieagenten of militairen, mag bovendien meer weerstand worden verwacht.
Eigen schuld is geen automatische uitsluiting. Zoals de Hoge Raad in 2004 liet zien, moet de rechter vaststellen dat u zo verwijtbaar in de situatie terechtkwam dat dit het beroep blokkeert, en dat motiveren. De mate van eigen betrokkenheid, de ernst van de latere bedreiging en de tijd daartussen wegen mee.
Ook moet er een duidelijk verband zijn tussen de druk en het feit. Speelden andere motieven een grote rol, zoals geldelijk gewin, of zat er veel tijd tussen de dreiging en het delict, dan wordt het verband moeilijk aan te tonen. U had dan vaak ook meer gelegenheid om hulp te zoeken.
In welke zaken het verweer wordt gevoerd
Het verweer komt vooral voor bij dwang door criminele netwerken, bij huiselijk geweld en bij financiële delicten. Of het slaagt, hangt steeds af van de omstandigheden.
| Situatie | Wat de kans vergroot | Wat de kans verkleint |
|---|---|---|
| Bedreiging door criminelen | Concrete, acute dreiging met geweld tegen u of uw gezin; geen reële uitweg | Vrijwillige eerdere betrokkenheid; tijd en gelegenheid om de politie in te schakelen |
| Langdurige mishandeling door partner of familielid | Ernst en duur van het geweld; aantoonbare eerdere meldingen | Mogelijkheden om hulp te zoeken bij politie of hulpverlening |
| Fraude onder druk | Aantoonbare bedreiging van u of uw familie | Alleen financiële zorgen; schuldhulpverlening was een alternatief |
| Geweld tijdens een confrontatie | Plotselinge, overvallende dreiging | Een confrontatie die u zelf opzocht, bijvoorbeeld gewapend |
Een voorbeeld ter illustratie: iemand wordt door criminelen met een wapen bedreigd en gedwongen drugs te vervoeren, terwijl ook zijn gezin wordt bedreigd. Hoe concreter de dreiging en hoe minder uitwegen er waren, hoe eerder de rechter aanneemt dat weigeren niet van hem kon worden gevraagd. Was hij eerder vrijwillig bij de drugshandel betrokken, dan ligt dat anders.
Het verweer onderbouwen: wat u aannemelijk moet maken
U hoeft de druk niet volledig te bewijzen, maar u moet het beroep aannemelijk maken met concrete feiten. Een enkele stelling dat u bedreigd werd, is niet genoeg. Denk aan berichten met bedreigingen, getuigen van chantage, eerdere aangiftes of meldingen bij hulpverlening, en medische stukken. Meer over de bewijspositie van een verdachte leest u bij verdacht maar onschuldig.
Voert uw advocaat het verweer uitdrukkelijk en onderbouwd, dan moet de rechter er in het vonnis gemotiveerd op ingaan (artikel 359 lid 2 Wetboek van Strafvordering, Sv). Het arrest uit 2004 laat zien wat er gebeurt als die motivering tekortschiet.
Vaak helpt een rapport van een psycholoog of psychiater, bijvoorbeeld via het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Zo’n rapport kan ingaan op de aard en intensiteit van de druk, uw psychische toestand en de vraag of weerstand mogelijk was. Na de uitspraak van 2011 kan juist uw persoonlijkheid daarbij gewicht krijgen.
Als de oorzaak een psychische stoornis is
Komen uw klachten, zoals depressie of angst, vooral uit uzelf voort, dan hoort dat bij de vraag of het feit u kan worden toegerekend. Is het feit u niet toe te rekenen wegens een stoornis, dan volgt ook ontslag van alle rechtsvervolging (artikel 39 Sr), maar kan de rechter tbs of plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis opleggen (artikelen 37 en 37a Sr). Bent u verminderd toerekeningsvatbaar, dan blijft u strafbaar en houdt de rechter daar rekening mee bij de straf.
Als het verweer niet slaagt: de druk weegt mee in de straf
Ook als het beroep op overmacht faalt, kan de rechter de druk meewegen bij de strafmaat. Hij moet rekening houden met de omstandigheden waaronder het feit is begaan en met de persoon van de verdachte. Dat kan leiden tot een lagere straf, een (deels) voorwaardelijke straf of een taakstraf. Lees meer over de factoren bij de strafbepaling. Bij jongeren speelt beïnvloedbaarheid een grotere rol; zie jeugdstrafrecht.
Psychische overmacht in vijf punten
- Vereist is een van buiten komende drang waaraan u redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden (artikel 40 Sr).
- Een geslaagd beroep leidt tot ontslag van alle rechtsvervolging, niet tot vrijspraak.
- De rechter mag uw persoonlijkheid meewegen (HR 6 december 2011).
- Eigen schuld aan de situatie kan het verweer blokkeren, maar de rechter moet dat motiveren (HR 30 november 2004).
- Slaagt het verweer niet, dan kan de druk nog meewegen in de straf.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil met fysieke overmacht?
Bij fysieke overmacht dwingt iemand u lichamelijk, bijvoorbeeld door uw hand vast te pakken; u heeft dan feitelijk niet zelf gehandeld. Bij psychische overmacht handelt u wel zelf, maar onder zware mentale druk. Die druk is minder zichtbaar en daardoor lastiger te bewijzen.
Moet ik een deskundigenrapport laten maken?
Niet altijd. Bij een beroep op een stoornis of verminderde toerekeningsvatbaarheid is een rapport van een psycholoog of psychiater meestal wel nodig. Bij psychische overmacht kan het helpen om uw kwetsbaarheid te onderbouwen.
Hoe wij een beroep op psychische overmacht opbouwen
Onze strafrechtadvocaten beoordelen of het verweer in uw zaak kans maakt.
- Wij toetsen uw verklaring en het dossier aan artikel 40 Sr, inclusief proportionaliteit, subsidiariteit en eigen schuld.
- Wij verzamelen bewijs van de dreiging, zoals berichten, getuigen en eerdere meldingen of aangiftes.
- Wij vragen zo nodig om onderzoek door een psycholoog of psychiater.
- Wij voeren het verweer uitdrukkelijk en onderbouwd (artikel 359 lid 2 Sv) en bepleiten subsidiair dat de druk meeweegt in de strafmaat.
Wetteksten: Wetboek van Strafrecht (artikelen 37 tot en met 40) en Wetboek van Strafvordering (artikel 359).