Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 september 2026
Pensioenverdeling bij scheiding verloopt in Nederland standaard via verevening: uw ex-partner krijgt recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap hebt opgebouwd, en omgekeerd. Dat volgt uit de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. U kunt daarvan afwijken, kiezen voor conversie of het pensioen verrekenen met ander vermogen.
Inhoudsopgave
Pensioenverdeling bij scheiding: het korte antwoord
Pensioenverdeling verloopt standaard volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding: de ex-partner krijgt de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Meld dat binnen twee jaar bij de pensioenuitvoerder; het formulier staat bij de Rijksoverheid.

Wat pensioenverdeling bij scheiding inhoudt
Pensioen is voor veel mensen na de eigen woning het grootste vermogensbestanddeel, maar het gedraagt zich anders dan een bankrekening. U kunt het niet zomaar opnemen of overmaken. De wetgever heeft daarom een aparte regeling gemaakt die losstaat van de verdeling van de huwelijksgemeenschap: het ouderdomspensioen waarop de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing is, valt buiten de gemeenschap van goederen (artikel 1:94 BW) en wordt via die wet verdeeld.
Verevening betekent niet dat het pensioen wordt gesplitst. Het pensioen blijft van degene die het heeft opgebouwd. Wat de ex-partner krijgt, is een recht op uitbetaling van een deel daarvan, en dat recht wordt pas actueel op het moment dat het pensioen ingaat. Zolang de pensioengerechtigde leeft en het pensioen loopt, ontvangt de ex-partner zijn deel. Overlijdt de pensioengerechtigde, dan stopt de uitkering en komt eventueel het bijzonder partnerpensioen in beeld.
Dat onderscheid tussen een afgeleid recht en een eigen recht is de kern van alle keuzes die u maakt. Wie liever niet decennialang van een ex-partner afhankelijk blijft, kijkt naar conversie of naar verrekening met ander vermogen. Wie de eenvoud van de wettelijke regeling wil, laat de standaard staan. Een bredere blik op wat er verder te verdelen valt, vindt u in het artikel over de gevolgen van een scheiding voor pensioenrechten.
Welke wet geldt en vanaf welke scheidingsdatum?
De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding geldt voor scheidingen die hebben plaatsgevonden op of na 1 mei 1995. Onder scheiding verstaat de wet echtscheiding, scheiding van tafel en bed en beeindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door overlijden (artikel 1 Wet VPS). Voor samenwoners zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap geldt de wet niet; zij zijn volledig aangewezen op wat zij zelf hebben afgesproken.
Het tijdstip van scheiding is bij echtscheiding de datum waarop de beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, niet de datum van de uitspraak. Dat is meer dan een formaliteit: die datum bepaalt tot wanneer pensioenopbouw meetelt en wanneer de meldingstermijn begint te lopen. De beschikking moet binnen zes maanden worden ingeschreven (artikel 1:163 BW), anders verliest zij haar kracht en moet de procedure opnieuw.
Voor scheidingen tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995 geldt een ander regime. De Hoge Raad bepaalde in zijn arrest van 27 november 1981 in de zaak Boon tegen Van Loon dat pensioenrechten bij een gemeenschap van goederen moesten worden verrekend. Wie in die periode is gescheiden, kan dus wel aanspraken hebben, maar op een andere grondslag en met een andere berekening. Bij scheidingen van voor 27 november 1981 bestaat er geen aanspraak op het pensioen van de ander.
Welk pensioen wordt wel en niet verdeeld?
Verdeeld wordt uitsluitend het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap is opgebouwd. Opbouw van voor de huwelijksdatum en na het tijdstip van scheiding blijft buiten beschouwing. De AOW valt er helemaal buiten: dat is een basisvoorziening van de overheid die iedereen zelfstandig opbouwt en die niet met een ex-partner wordt gedeeld.
Het partnerpensioen volgt een eigen spoor. Dat is geen ouderdomspensioen maar een uitkering aan de nabestaande na overlijden, en het wordt niet verevend maar omgezet in een bijzonder partnerpensioen voor de ex-partner. Verder blijven arbeidsongeschiktheidspensioen en zuiver op risicobasis verzekerde dekkingen buiten de verdeling, omdat daar geen kapitaal wordt opgebouwd.
De wet kent tot slot een ondergrens. Blijft het te verevenen deel op het tijdstip van scheiding onder het bedrag dat artikel 66 van de Pensioenwet voor kleine pensioenen noemt, dan vindt geen verevening plaats. Het pensioen blijft dan volledig bij degene die het heeft opgebouwd. Dat voorkomt dat uitvoerders levenslang minieme bedragen moeten administreren.
De standaardregel: verevening bij helfte
De hoofdregel is eenvoudig: elk van beide ex-partners krijgt recht op de helft van het door de ander tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen (artikel 2 en 3 Wet VPS). Heeft u allebei pensioen opgebouwd, dan lopen die aanspraken over en weer en wordt in de praktijk het verschil uitbetaald.
Uitbetaling begint pas wanneer het pensioen van de opbouwende partner ingaat. Gaat uw ex-partner met vervroegd pensioen, dan gaat ook uw deel eerder in, met de daarbij horende korting. Blijft hij doorwerken tot na de reguliere pensioendatum, dan wacht u mee. Die afhankelijkheid is de belangrijkste reden waarom mensen naar conversie kijken. Hoe dit uitpakt wanneer u pas op latere leeftijd scheidt, staat in het artikel over echtscheiding na de pensioenleeftijd.
Verevening vindt plaats tenzij u uitdrukkelijk anders bepaalt. Dat kan bij huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden, en het kan alsnog in een schriftelijke overeenkomst met het oog op de scheiding. Let op de valkuil: het enkele feit dat u elke gemeenschap van goederen hebt uitgesloten, sluit de pensioenverdeling niet uit. Het pensioen moet met zoveel woorden zijn geregeld. Meer daarover leest u in het artikel over huwelijkse voorwaarden bij scheiding.
De tweejaarstermijn en waarom die zo belangrijk is
Om rechtstreeks door de pensioenuitvoerder te worden betaald, moet de scheiding binnen twee jaar na het tijdstip van scheiding aan die uitvoerder worden gemeld. Dat gebeurt met het wettelijk vastgestelde mededelingsformulier, dat is vastgesteld bij besluit. U stuurt het naar elke uitvoerder afzonderlijk, met een afschrift van de echtscheidingsbeschikking en, als u afwijkende afspraken hebt gemaakt, het convenant.
Wordt die termijn gemist, dan verliest u niet uw recht op pensioenverdeling. Dat is het hardnekkigste misverstand op dit terrein. Wat u verliest, is het recht op uitbetaling jegens de pensioenuitvoerder. Uw aanspraak jegens uw ex-partner blijft bestaan: die moet u dan zelf uw deel doorbetalen zodra zijn pensioen ingaat. Artikel 2 Wet VPS is op dat punt duidelijk.
Praktisch is dat verschil groot. Een rechtstreekse betaling door een pensioenfonds loopt vanzelf en gaat mee met indexaties. Een aanspraak op een ex-partner vergt dat u de pensioendatum in de gaten houdt, zelf aanspraak maakt en zo nodig incasseert, jaar na jaar. Meld de scheiding daarom meteen, ook als de pensioendatum nog decennia weg ligt. Zet die melding als concrete actie in het echtscheidingsconvenant, met de naam van elke uitvoerder erbij.

Conversie: een eigen pensioenaanspraak
Bij conversie wordt uw aandeel in het ouderdomspensioen van uw ex-partner, samen met het bijzonder partnerpensioen, omgezet in een eigen ouderdomspensioen op uw naam. U bent daarna niet langer afhankelijk van diens leven, gezondheid of pensioenkeuzes. Voor wie definitief uit elkaar wil, is dat een aantrekkelijk vooruitzicht.
Conversie gaat niet vanzelf. De wet vereist dat u het samen overeenkomt en dat de pensioenuitvoerder ermee instemt (artikel 5 Wet VPS). Niet elke uitvoerder werkt eraan mee, en de berekening van de omzetting hangt af van actuariele uitgangspunten die per regeling verschillen. Vraag de uitvoerder daarom vooraf schriftelijk om een opgave.
Weeg ook het nadeel mee. Conversie is onomkeerbaar en het bijzonder partnerpensioen gaat er in beginsel in op. Overlijdt uw ex-partner kort na de scheiding, dan houdt u bij conversie uw eigen aanspraak, maar u kunt geen beroep meer doen op het bijzonder partnerpensioen dat u anders zou hebben gehad. Omgekeerd geldt: overlijdt u eerder, dan valt uw geconverteerde pensioen niet terug naar uw ex-partner. Over de fiscale gevolgen van een omzetting laat u zich adviseren door een fiscalist.
Verrekening en andere afspraken in het convenant
Verevening en conversie zijn niet de enige route. U kunt ook afspreken dat het pensioen ongedeeld bij de opbouwende partner blijft en dat de waarde ervan wordt verrekend met ander vermogen: overwaarde van de woning, spaargeld of een beleggingsportefeuille. Dat levert een schone lei op zonder dat er iets aan de pensioenregeling verandert.
De prijs daarvan is dat er een waardering nodig is. De contante waarde van een pensioenaanspraak hangt af van rekenrente, levensverwachting en ingangsdatum, en kleine verschillen in uitgangspunten leiden tot grote verschillen in uitkomst. Laat de waardering daarom door een actuaris of pensioendeskundige maken en leg de gehanteerde uitgangspunten in het convenant vast, zodat er achteraf geen discussie ontstaat.
U kunt ook een ander percentage dan de helft afspreken, of een andere periode dan de huwelijkse jaren. Zulke afwijkingen zijn geldig, maar de pensioenuitvoerder hoeft er alleen aan mee te werken als de afspraak binnen zijn regeling past en tijdig is gemeld. Voor ondernemers spelen daarbij extra vragen; die komen aan bod in de checklist huwelijkse voorwaarden voor ondernemers.
Bijzonder partnerpensioen na de scheiding
Zodra het huwelijk of geregistreerd partnerschap eindigt, wordt het opgebouwde partnerpensioen omgezet in een bijzonder partnerpensioen voor de ex-partner (artikel 57 Pensioenwet). Overlijdt de opbouwende ex-partner, dan ontvangt u die uitkering, ook als hij inmiddels opnieuw is getrouwd. Uw aanspraak wordt daardoor niet aangetast.
Belangrijk is het onderscheid tussen opbouwbasis en risicobasis. Is het partnerpensioen op risicobasis verzekerd, dan is er geen kapitaal opgebouwd en resteert er na de scheiding niets. Veel deelnemers ontdekken dat pas op het verkeerde moment. Vraag daarom bij elke uitvoerder na welke vorm van dekking uw regeling kent en wat er na de scheiding van overblijft.
U kunt afstand doen van het bijzonder partnerpensioen, bijvoorbeeld als tegenprestatie voor een andere afspraak in het convenant. Dat moet uitdrukkelijk gebeuren en de pensioenuitvoerder moet ervan op de hoogte worden gesteld. Doe dat niet lichtvaardig: het bijzonder partnerpensioen kan van belang zijn voor de vraag of partneralimentatie na de AOW-leeftijd nog nodig is.
Ondernemers, lijfrente en pensioen in eigen beheer
Voor ondernemers ligt de pensioenverdeling zelden eenvoudig. Een directeur-grootaandeelhouder die pensioen in eigen beheer heeft opgebouwd, moet niet alleen de aanspraak van de ex-partner vaststellen maar ook beoordelen of de vennootschap die last kan dragen. Ontbreekt de dekking, dan ontstaat er een discussie over afstorting bij een externe verzekeraar, en dat kan de liquiditeit van de onderneming raken.
Ook lijfrentes en oudedagsvoorzieningen in de winstsfeer vragen aandacht. Zij vallen niet zonder meer onder de Wet VPS, maar kunnen wel tot de te verdelen gemeenschap behoren of in de verrekening worden betrokken. Welke route geldt, hangt af van het huwelijksgoederenregime en van de precieze vorm van de voorziening.
Omdat afkoop, afstorting en omzetting fiscaal zwaar kunnen uitpakken, hoort een fiscalist hier vroeg aan tafel. Law & More adviseert over de civielrechtelijke kant en werkt op dat punt samen met uw eigen fiscaal adviseur.

Wat u praktisch moet regelen
Begin met een volledig overzicht. Vraag beide pensioenoverzichten op, inclusief oude dienstverbanden, en controleer per regeling om welke vorm van partnerpensioen het gaat. Stel daarna vast welke periode meetelt: van de huwelijksdatum tot de datum van inschrijving van de beschikking.
Leg vervolgens de keuze vast. Kiest u voor de wettelijke verevening, voor conversie of voor verrekening met ander vermogen? Neem die keuze op in het convenant, met vermelding van alle betrokken uitvoerders en van de uitgangspunten van een eventuele waardering. Meld de scheiding daarna binnen twee jaar bij elke uitvoerder afzonderlijk en bewaar de bevestiging.
Controleer tot slot of de gemaakte afspraken sporen met de rest van de boedelverdeling. Pensioen, woning en alimentatie hangen samen: wie het pensioen laat lopen maar de overwaarde meeneemt, maakt een andere rekensom dan wie kiest voor conversie. Hoe die onderdelen op elkaar ingrijpen, leest u in het artikel over de verdeling van pensioen bij echtscheiding.
Veelgestelde vragen
Over pensioenverdeling bij scheiding leven hardnekkige misverstanden, vooral over de tweejaarstermijn en over het verschil tussen verevening en conversie.
Krijgt mijn ex automatisch de helft van mijn pensioen?
Bij een scheiding op of na 1 mei 1995 heeft uw ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap hebt opgebouwd (artikel 2 en 3 Wet verevening pensioenrechten bij scheiding).
Pensioen van voor het huwelijk en na de scheiding blijft buiten beschouwing, net als de AOW. U kunt van de standaardverdeling afwijken, maar dat moet uitdrukkelijk en schriftelijk.
Wat gebeurt er als ik de tweejaarstermijn mis?
Uw recht op pensioenverdeling vervalt dan niet. Wat u verliest, is het recht op rechtstreekse uitbetaling door de pensioenuitvoerder.
De wet bepaalt in artikel 2 Wet VPS dat u bij te late melding uw aanspraak houdt jegens uw ex-partner. Die moet u dan zelf maandelijks uw deel doorbetalen zodra het pensioen ingaat, wat in de praktijk een stuk kwetsbaarder is.
Wat is het verschil tussen verevening en conversie?
Bij verevening blijft het pensioen van uw ex-partner en bent u van diens leven en pensioendatum afhankelijk. Bij conversie wordt uw deel omgezet in een eigen, zelfstandige pensioenaanspraak.
Conversie is alleen geldig als u het samen overeenkomt en de pensioenuitvoerder ermee instemt (artikel 5 Wet VPS). Conversie is bovendien onomkeerbaar: het bijzonder partnerpensioen gaat er in beginsel in op.
Kunnen wij pensioenverdeling helemaal uitsluiten?
Ja. Verevening vindt plaats tenzij u bij huwelijkse voorwaarden, partnerschapsvoorwaarden of in een schriftelijke overeenkomst met het oog op de scheiding uitdrukkelijk anders bepaalt.
Een algemene uitsluiting van elke gemeenschap van goederen is daarvoor niet genoeg; het pensioen moet met zoveel woorden zijn geregeld. Laat zo’n afspraak vastleggen in het echtscheidingsconvenant.
Telt de duur van het huwelijk mee voor de hoogte?
Ja, indirect. Verdeeld wordt alleen het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tussen de huwelijksdatum en het tijdstip van scheiding.
Hoe langer die periode duurt en hoe hoger de opbouw in die jaren was, hoe groter het te verdelen deel. De duur van het huwelijk is dus geen vermenigvuldigingsfactor, maar bepaalt wel de opbouwperiode die meetelt.
Wordt een klein pensioen ook verdeeld?
Nee. Blijft het te verevenen deel op het tijdstip van scheiding onder het bedrag dat artikel 66 van de Pensioenwet noemt voor kleine pensioenen, dan vindt geen verevening plaats.
Dat voorkomt dat pensioenuitvoerders levenslang minieme bedragen moeten administreren. Het pensioen blijft dan volledig bij degene die het heeft opgebouwd.
Hulp bij pensioenverdeling na scheiding
Pensioen is het onderdeel van een scheiding waarvan de gevolgen het langst doorwerken en dat het vaakst te laat wordt geregeld. Een gemiste melding of een onduidelijke bepaling in het convenant merkt u pas jaren later. De familierechtadvocaten van Law & More brengen de aanspraken in kaart, beoordelen of conversie of verrekening in uw situatie verstandiger is en leggen de afspraken sluitend vast. Neem gerust contact op om uw situatie voor te leggen.