Partneralimentatie: hoe lang en hoeveel moet u betalen?

Twee mensen in een zakelijke bespreking.

Gepubliceerd op 7 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Partneralimentatie is de wettelijke bijdrage in het levensonderhoud die een ex-echtgenoot na de scheiding aan de ander betaalt, geregeld in artikel 1:157 BW. Sinds 1 januari 2020 duurt die verplichting de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar. De hoogte hangt af van de behoefte van de ontvanger en de draagkracht van de betaler.

Ex-partners bespreken de berekening van partneralimentatie aan tafel met documenten

Waarop berust de plicht tot partneralimentatie?

Tijdens het huwelijk zijn echtgenoten verplicht elkaar het nodige te verschaffen. Die verbondenheid houdt na de scheiding niet abrupt op: artikel 1:157 BW geeft de rechter de bevoegdheid om aan de ene ex-echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud ten laste van de ander toe te kennen. De gedachte daarachter is de lotsverbondenheid die door het huwelijk is ontstaan. Wie tijdens het huwelijk minder is gaan werken om voor de kinderen te zorgen of het gezin te volgen naar een andere stad, verliest daarmee verdiencapaciteit die na de scheiding niet meteen terug te winnen is.

Voor geregistreerde partners geldt dezelfde regeling. Voor ongehuwd samenwonenden geldt zij niet. Hoe lang u ook hebt samengewoond en hoezeer de rolverdeling ook op die van een huwelijk leek, zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap bestaat er geen wettelijke onderhoudsplicht na de breuk. Alleen als u in een samenlevingscontract zelf een onderhoudsverplichting bent overeengekomen, ontstaat er een aanspraak, en die berust dan op de overeenkomst. De verschillen zetten wij uiteen in ons artikel over partneralimentatie na samenwonen tegenover die na een huwelijk.

Partneralimentatie staat los van kinderalimentatie. Die laatste is bedoeld voor de kosten van de kinderen en loopt door tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW). In de berekening gaat kinderalimentatie voor: pas als daaraan is voldaan, komt de resterende draagkracht in beeld voor de ex-partner. Hoe beide vormen zich tot elkaar verhouden, leest u in ons overzichtsartikel over alimentatie.

Wanneer bestaat er recht op partneralimentatie?

Er zijn twee voorwaarden, en ze moeten allebei zijn vervuld. De ene ex-partner moet behoefte hebben, dat wil zeggen: onvoldoende inkomsten om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien en die redelijkerwijs ook niet kunnen verwerven. De ander moet draagkracht hebben: financiele ruimte om te betalen zonder zelf onder een aanvaardbaar bestaansminimum te zakken. Ontbreekt een van beide, dan wordt geen alimentatie vastgesteld.

Behoefte is niet hetzelfde als een laag inkomen. De rechter kijkt naar de welstand tijdens het huwelijk, naar de leeftijd en gezondheid van de ontvanger, naar diens arbeidsverleden en naar de vraag of hij of zij redelijkerwijs in staat is meer te gaan verdienen. Die verdiencapaciteit weegt zwaar. Wie zonder goede reden weigert te solliciteren of minder gaat werken, kan geconfronteerd worden met een fictief inkomen: de rechter rekent dan met wat iemand had kunnen verdienen.

Zolang de scheiding nog loopt en er nog niets is geregeld, kan de rechtbank op verzoek voorlopige voorzieningen treffen over onder meer een bijdrage in het levensonderhoud. Die voorziening geldt voor de duur van de procedure en voorkomt dat iemand maandenlang zonder inkomsten zit. Wij beschrijven die route in ons artikel over voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.

Hoe lang duurt partneralimentatie sinds 2020?

De hoofdregel is helder: de verplichting duurt de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar. Een huwelijk van zes jaar levert drie jaar alimentatie op, een huwelijk van acht jaar vier jaar, en elk huwelijk dat langer dan tien jaar heeft geduurd loopt tegen het plafond van vijf jaar aan. De termijn begint te lopen op het moment dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Op die hoofdregel bestaan drie wettelijke uitzonderingen:

  • hebt u samen kinderen die nog geen twaalf jaar zijn, dan loopt de verplichting door totdat het jongste kind twaalf wordt;
  • duurde het huwelijk langer dan vijftien jaar en bereikt de ontvanger binnen tien jaar de AOW-leeftijd, dan loopt de alimentatie door tot die AOW-leeftijd;
  • duurde het huwelijk langer dan vijftien jaar en is de ontvanger geboren op of voor 1 januari 1970 en meer dan tien jaar van de AOW-leeftijd verwijderd, dan geldt een termijn van tien jaar.

Vallen meerdere uitzonderingen samen, dan geldt de langste termijn. Wat er precies gebeurt zodra de AOW-datum in zicht komt, werken wij uit in ons artikel over de vraag of partneralimentatie automatisch vervalt bij de AOW-leeftijd.

Daarnaast kent de wet een hardheidsclausule. Loopt de termijn af en is beeindiging zo ingrijpend dat die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de ontvanger kan worden gevergd, dan kan de rechter de termijn verlengen. Dat verzoek moet u tijdig indienen, want na afloop van de termijn is de verplichting in beginsel geeindigd. Wanneer zo’n verzoek kans maakt, leest u in onze uitleg over de hardheidsclausule bij partneralimentatie.

Voor scheidingen waarvan het verzoek voor 1 januari 2020 bij de rechtbank is ingediend, geldt nog het oude recht met een maximumtermijn van twaalf jaar. Bij zeer oude alimentatieverplichtingen kunnen daarnaast de overgangsregels van de wet limitering alimentatie een rol spelen. Loopt uw verplichting al lang, laat dan eerst uitzoeken welk regime op uw geval van toepassing is; de termijn die u op internet leest, geldt lang niet altijd.

Let bij de start van de termijn goed op de datum. De alimentatieduur gaat pas lopen zodra de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, en die inschrijving moet binnen zes maanden na de beschikking gebeuren (artikel 1:163 BW). Wordt die termijn gemist, dan verliest de beschikking haar kracht en bent u nog steeds getrouwd, met alle gevolgen van dien voor het moment waarop de alimentatieverplichting begint.

Hoe wordt de hoogte van partneralimentatie berekend?

De berekening verloopt in twee stappen. Eerst wordt de behoefte van de ontvanger vastgesteld: welk bedrag is nodig om een levensstandaard te behouden die aansluit bij die tijdens het huwelijk. Rechters gebruiken daarvoor een vuistregel die is afgeleid van het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk, verminderd met de kosten van de kinderen. Daarna wordt gekeken wat de ontvanger daarvan zelf kan opbrengen; het verschil is de zogenoemde aanvullende behoefte.

Vervolgens komt de draagkracht van de betaler aan bod. Van het netto besteedbaar inkomen worden de noodzakelijke lasten afgetrokken, waaronder woonlasten en een forfaitair bedrag voor levensonderhoud, en gaat de kinderalimentatie er als eerste af. Wat overblijft, is beschikbaar voor partneralimentatie. Ten slotte volgt vaak een vergelijking van het besteedbaar inkomen van beide partijen, zodat de betaler er niet structureel slechter van afkomt dan de ontvanger.

De rekenregels staan in het rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatienormen, dat jaarlijks wordt geactualiseerd en via de Rechtspraak wordt gepubliceerd. Die normen zijn geen wet: ze binden de rechter niet en kunnen worden losgelaten als de omstandigheden daarom vragen. In de praktijk vormen ze wel het vertrekpunt van vrijwel elke onderhandeling en elke beschikking, wat betekent dat de discussie meestal niet over de methode gaat maar over de invoergegevens.

Bij ondernemers is dat laatste het scherpst. Het fiscale resultaat van een onderneming zegt weinig over wat er werkelijk beschikbaar is. Rechters kijken daarom naar het gemiddelde resultaat over een reeks jaren, naar noodzakelijke investeringen, naar de continuiteit van de onderneming en naar wat als redelijk ondernemersloon kan gelden. Over de fiscale gevolgen van alimentatie voor uw aangifte kunt u het beste een fiscalist raadplegen; die vallen buiten het bestek van dit artikel.

Twee ex-partners bespreken de duur en indexering van partneralimentatie

Wanneer eindigt de verplichting vanzelf?

Naast het verstrijken van de termijn kent de wet enkele gronden waarop de verplichting van rechtswege eindigt. Artikel 1:160 BW noemt de belangrijkste:

  • de ontvanger treedt opnieuw in het huwelijk;
  • de ontvanger gaat een geregistreerd partnerschap aan;
  • de ontvanger gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd.

Deze beeindiging is definitief. Strandt de nieuwe relatie na een jaar, dan herleeft de oude alimentatieplicht niet. Juist daarom legt de rechter het begrip samenleven als waren zij gehuwd streng uit: vereist is een affectieve relatie van duurzame aard, met wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding. Een knipperlichtrelatie of veel bij elkaar logeren is niet genoeg. De bewijslast rust op degene die zich op beeindiging beroept, en dat bewijs is in de praktijk lastig te leveren.

Daarnaast eindigt de verplichting bij overlijden. Overlijdt de ontvanger, dan vervalt de aanspraak. Overlijdt de betaler, dan eindigt de alimentatieplicht eveneens; de erfgenamen zetten de betalingen niet voort. Wat er daarna financieel geldt tussen de nabestaanden valt onder het erfrecht, een rechtsgebied dat wij niet behandelen.

Hoe laat u de alimentatie wijzigen?

Een vastgesteld bedrag is geen eeuwig bedrag. Artikel 1:401 BW maakt wijziging of intrekking mogelijk wanneer de beschikking of overeenkomst door een wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen. Dat kan aan beide kanten spelen: baanverlies, een nieuwe baan, arbeidsongeschiktheid, de geboorte van een kind in een nieuw gezin, een aanzienlijke verandering in woonlasten. Ook een uitspraak of afspraak die van meet af aan op onjuiste of onvolledige gegevens berustte, kan langs deze weg worden gecorrigeerd.

Hebt u in het convenant een niet-wijzigingsbeding opgenomen, dan ligt de drempel aanmerkelijk hoger. Zo’n beding kan alleen worden doorbroken bij een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat ongewijzigde instandhouding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar is. Denk daarbij aan een blijvend en fors inkomensverlies dat niet aan de betaler zelf te wijten is. Wat er verder in zo’n overeenkomst thuishoort, beschrijven wij in onze uitleg over het echtscheidingsconvenant.

De procedure verloopt via een verzoekschrift bij de rechtbank, met financiele onderbouwing van beide kanten. In familierechtelijke verzoekschriftprocedures is bijstand van een advocaat verplicht. Houd er rekening mee dat de rechter terughoudend is met terugwerkende kracht: als ingangsdatum wordt in de regel aangesloten bij de datum van het verzoekschrift, soms bij het moment waarop de wederpartij van de wijziging op de hoogte raakte. Wachten met een verzoek kost u dus geld.

Hoe werkt de indexering en wat als er niet wordt betaald?

Alimentatiebedragen worden jaarlijks van rechtswege verhoogd met een wijzigingspercentage dat de minister vaststelt en dat op 1 januari ingaat. Die indexering gebeurt automatisch: er is geen nieuwe beschikking voor nodig en de betaler moet de verhoging zelf doorvoeren. Wie dat jaar na jaar vergeet, bouwt ongemerkt een achterstand op die met terugwerkende kracht kan worden opgeeist. Partijen kunnen indexering in het convenant uitsluiten, maar dat moet dan uitdrukkelijk zijn afgesproken. De actuele bedragen en het percentage publiceert de Rijksoverheid elk najaar.

Blijft betaling uit, dan hebt u met een beschikking of een notarieel vastgelegd convenant een executoriale titel in handen. Daarmee kan een deurwaarder beslag leggen op loon of bankrekening. Bij loonbeslag geldt altijd een beslagvrije voet, zodat de betaler een minimum overhoudt; van een vast aandeel van het salaris is dus geen sprake. Een gijzeling of een maatregel tegen het rijbewijs kent het Nederlandse alimentatierecht niet.

Een alternatief is de inning overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. Het LBIO int zowel kinder- als partneralimentatie en stelt daarbij voorwaarden, waaronder een openstaand bedrag van ten minste tien euro. Welke route in uw situatie het snelst werkt, hangt af van de vraag of er verhaal mogelijk is; wij zetten de opties op een rij in ons artikel over het niet betalen van alimentatie.

Hoe legt u afspraken over partneralimentatie vast?

Partijen mogen de alimentatie in onderling overleg regelen. Dat gebeurt doorgaans in het echtscheidingsconvenant, dat aan de rechtbank wordt overgelegd en in de echtscheidingsbeschikking kan worden opgenomen. Daarmee krijgt de afspraak executoriale kracht, zodat u bij wanbetaling direct een deurwaarder kunt inschakelen zonder eerst opnieuw te procederen. Een afspraak die alleen in een onderhandse brief of appbericht staat, mist die kracht.

Leg minimaal vier dingen ondubbelzinnig vast: het maandbedrag, de datum waarop wordt betaald, de einddatum of de gebeurtenis waarop de verplichting afloopt, en of de wettelijke indexering van toepassing is. Onduidelijkheid over een van die punten is de meest voorkomende bron van latere procedures. Regel daarnaast expliciet wat er gebeurt bij bijzondere inkomsten zoals een bonus of vakantiegeld, en wie welke informatie jaarlijks aanlevert.

Een alternatief is afkoop: de betaler voldoet ineens een bedrag waarmee de toekomstige termijnen zijn gedekt en de verplichting eindigt. Dat geeft beide partijen rust en maakt een schone lei mogelijk, maar het is onomkeerbaar. Wie afkoopt en daarna in de problemen raakt, kan het bedrag niet terugvorderen; wie afkoop ontvangt en later hertrouwt, houdt het bedrag. Laat de fiscale kant van zo’n afkoopsom altijd door een fiscalist beoordelen, want die kan de uitkomst aanzienlijk beinvloeden.

Komt u er samen niet uit, dan hoeft de gang naar de rechter niet de eerste stap te zijn. Mediation of onderhandeling via de advocaten leidt vaak sneller tot een werkbare afspraak dan een procedure, zeker wanneer er kinderen zijn en u nog jaren met elkaar te maken hebt. De rechter blijft achter de hand: komt er geen overeenstemming, dan stelt hij de alimentatie alsnog vast.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt partneralimentatie sinds 2020?

De hoofdregel van artikel 1:157 BW is de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar. Een huwelijk van acht jaar levert dus vier jaar alimentatie op, een huwelijk van twintig jaar vijf jaar.

Er zijn drie wettelijke uitzonderingen: bij gezamenlijke kinderen jonger dan twaalf loopt de verplichting door tot het jongste kind twaalf wordt, en bij huwelijken langer dan vijftien jaar gelden aparte regels rond de AOW-leeftijd en voor gerechtigden geboren op of voor 1 januari 1970.

Hebben samenwoners recht op partneralimentatie?

Nee. De wettelijke onderhoudsplicht na verbreking van de relatie geldt alleen voor gehuwden en geregistreerde partners. Wie ongehuwd samenwoont, heeft na de breuk geen aanspraak op partneralimentatie, hoe lang de relatie ook heeft geduurd.

Alleen wanneer partners zelf een onderhoudsverplichting zijn overeengekomen in een samenlevingscontract, ontstaat er een aanspraak. Die berust dan op de overeenkomst en niet op de wet, wat de bewijspositie en de handhaving anders maakt.

Wat gebeurt er met de alimentatie als de ontvanger gaat samenwonen?

Artikel 1:160 BW bepaalt dat de verplichting eindigt zodra de ontvanger opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd. Die beeindiging is definitief: de alimentatie herleeft niet als de nieuwe relatie later stukloopt.

De rechter legt het begrip samenleven als waren zij gehuwd streng uit. Vereist is onder meer een affectieve relatie van duurzame aard met wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding. De betaler moet dat bewijzen.

Kan een eenmaal vastgestelde partneralimentatie nog worden gewijzigd?

Ja. Op grond van artikel 1:401 BW kan de rechter een uitspraak of overeenkomst wijzigen of intrekken wanneer die door een wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen, of wanneer zij van meet af aan op onjuiste of onvolledige gegevens berustte.

Hebben partijen een niet-wijzigingsbeding afgesproken, dan ligt de lat hoger: dat beding kan alleen opzij worden gezet bij een zo ingrijpende wijziging dat ongewijzigde instandhouding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar is.

Wat kunt u doen als de partneralimentatie niet wordt betaald?

Met een beschikking of een in een convenant vastgelegde afspraak die executoriale kracht heeft, kunt u een deurwaarder inschakelen voor beslag op loon of bankrekening. Bij loonbeslag geldt altijd een beslagvrije voet, zodat de betaler zelf boven een bestaansminimum blijft.

Daarnaast kunt u de inning overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. Het LBIO int zowel kinder- als partneralimentatie en hanteert onder meer de voorwaarde dat er ten minste tien euro openstaat.

Partneralimentatie voorleggen aan een advocaat

De uitkomst van een alimentatiediscussie wordt zelden bepaald door de rekenregels en vrijwel altijd door de cijfers die erin gaan: welk inkomen telt mee, welke lasten zijn noodzakelijk, welke verdiencapaciteit is realistisch. De familierechtadvocaten van Law & More in Eindhoven berekenen uw positie door, onderhandelen over een convenant of voeren de procedure bij de rechtbank. Neem gerust contact op om uw situatie voor te leggen.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.