Gepubliceerd op 8 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Volgens de Europese richtlijn platformwerk (EU) 2024/2831 wordt een platformwerker vermoed werknemer te zijn als er feitelijke aanwijzingen zijn van leiding en toezicht door het platform. Het platform kan dat vermoeden weerleggen. De lidstaten, ook Nederland, moeten de richtlijn uiterlijk 2 december 2026 in hun eigen wet hebben opgenomen; tot die tijd beoordeelt de Nederlandse rechter de status van platformwerkers aan de hand van artikel 7:610 BW.
Veel platformwerkers, zoals maaltijdbezorgers en taxichauffeurs, werken onder voorwaarden die lijken op die van werknemers, terwijl het platform hen als zelfstandige behandelt. Die schijnzelfstandigheid betekent dat zij geen recht hebben op minimumloon, vakantiegeld of loondoorbetaling bij ziekte. De richtlijn pakt dat aan en stelt daarnaast regels voor het gebruik van algoritmes. Hieronder leest u wat de richtlijn regelt, hoe de Nederlandse rechter nu al oordeelt en wat platformwerkers en digitale platforms kunnen doen.
Inhoudsopgave
De richtlijn in data
| Datum | Wat er gebeurde |
|---|---|
| 23 oktober 2024 | Richtlijn (EU) 2024/2831 vastgesteld door Europees Parlement en Raad |
| 11 november 2024 | Bekendmaking in het Publicatieblad van de EU |
| 1 december 2024 | Inwerkingtreding van de richtlijn |
| Zomer 2026 | Concept-wetsvoorstel Wet platformwerk in internetconsultatie; reageren kon tot en met 24 augustus 2026 |
| 2 december 2026 | Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht |
Bron: de tekst van de richtlijn op EUR-Lex, geraadpleegd 29 oktober 2026. De Nederlandse invoeringswet was op die datum nog niet aangenomen. Een richtlijn werkt in beginsel niet rechtstreeks tussen een platform en een werker; tot de Nederlandse wet er is, gelden de huidige Nederlandse regels.
Het weerlegbaar vermoeden van werknemerschap
Artikel 5 van de richtlijn bepaalt dat een contractuele relatie met een digitaal arbeidsplatform wordt vermoed een arbeidsverhouding te zijn, als er feitelijke aanwijzingen zijn van leiding en toezicht. Welke feiten dat zijn, beoordeelt de lidstaat volgens het nationale recht, de cao’s en de praktijk, met inachtneming van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU. De definitieve tekst bevat geen vaste lijst van criteria.
Het vermoeden verschuift de bewijslast. Niet de werker hoeft te bewijzen dat hij werknemer is; het platform moet aantonen dat er geen arbeidsverhouding is. Echte zelfstandigen houden hun status. Het vermoeden is weerlegbaar en geldt dus niet als het platform aantoont dat de werker in werkelijkheid zelfstandig werkt.
Hoe de Nederlandse rechter nu al oordeelt
Ook zonder richtlijn kan een platformwerker in Nederland werknemer zijn. De rechter kijkt dan of aan de drie elementen van artikel 7:610 BW is voldaan: arbeid, loon en gezag. Het etiket in het contract is niet beslissend; het gaat om de feitelijke uitvoering.
De Hoge Raad oordeelde op 24 maart 2023 dat bezorgers van Deliveroo op basis van een arbeidsovereenkomst werkten (ECLI:NL:HR:2023:443). De Hoge Raad noemde een niet-uitputtende reeks gezichtspunten, zoals de aard en duur van het werk, wie werktijden en werkwijze bepaalt, de inbedding in de organisatie, de wijze en hoogte van de beloning en het commerciële risico. Ook telt of de werker zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. De vrijheid om een dienst te weigeren of zich te laten vervangen sluit een arbeidsovereenkomst niet zonder meer uit.
De kantonrechter in Amsterdam oordeelde op 13 september 2021 in een zaak van FNV dat chauffeurs die zich persoonlijk aan Uber hadden verbonden, werkten op basis van een arbeidsovereenkomst en onder de cao Taxivervoer vielen (ECLI:NL:RBAMS:2021:5029). De rechter zag de gezagsverhouding vooral in de sturing via de app en het algoritme. Het gaat om een uitspraak in eerste aanleg.
Meer over het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige leest u in onze artikelen daarover. Voor de regels rond tijdelijke en flexibele contracten zie ook ons artikel over de Wet meer zekerheid flexwerkers.
Algoritmisch management: wat platforms niet meer mogen
De richtlijn stelt voor het eerst Europese regels voor het gebruik van algoritmes bij de aansturing van werkers. Platforms gebruiken algoritmisch management om opdrachten te verdelen, tarieven vast te stellen en prestaties te beoordelen. Deze regels gelden voor alle platformwerkers, ook voor echte zelfstandigen.
Zes verboden verwerkingen (artikel 7)
Een platform mag met geautomatiseerde monitorings- of besluitvormingssystemen geen:
- gegevens verwerken over de emotionele of psychologische toestand van de werker;
- gegevens verwerken over privégesprekken, ook met andere werkers en hun vertegenwoordigers;
- gegevens verzamelen op momenten dat de werker geen platformwerk aanbiedt of verricht;
- gegevens verwerken om te voorspellen of de werker grondrechten gaat uitoefenen, zoals vakbondsvrijheid en collectieve actie;
- afleiden wat iemands ras of etnische afkomst, migratiestatus, politieke opvattingen, religie, handicap, gezondheid, vakbondslidmaatschap of seksuele gerichtheid is;
- biometrische gegevens gebruiken om iemands identiteit vast te stellen door vergelijking met een databank.
Transparantie en menselijk toezicht
Platforms moeten werkers informeren over de geautomatiseerde systemen die zij gebruiken: hoe opdrachten worden verdeeld, hoe beoordelingen meetellen en welke gegevens worden verzameld (artikel 9 van de richtlijn). Ze moeten vooraf een gegevensbeschermingseffectbeoordeling maken (artikel 8). Volgens de overwegingen bij de richtlijn moet een besluit om een account te beperken, op te schorten of te beëindigen altijd door een mens worden genomen. De werker heeft recht op uitleg over een besluit dat hem raakt en kan om herziening vragen.
Die regels komen bovenop de rechten die werkers nu al hebben onder de AVG, zoals het recht op inzage in hun gegevens en het recht om niet te worden onderworpen aan een uitsluitend geautomatiseerd besluit met rechtsgevolgen (artikel 22 AVG). Op de verwerking van persoonsgegevens houdt in Nederland de Autoriteit Persoonsgegevens toezicht.
Wat een platformwerker krijgt als hij werknemer blijkt
Is er een arbeidsovereenkomst, dan gelden alle regels van het Nederlandse arbeidsrecht. Bovenop de rechten van een zelfstandige krijgt de werker onder meer:
| Recht | Grondslag | Stand |
|---|---|---|
| Wettelijk minimumloon (21 jaar en ouder) | Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag | € 14,99 bruto per uur per 1 juli 2026 (Rijksoverheid) |
| Vakantiedagen en vakantiebijslag | Artikel 7:634 BW; Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag | Ten minste vier keer de wekelijkse arbeidsduur aan vakantie per jaar; vakantiebijslag van 8% |
| Loondoorbetaling bij ziekte | Artikel 7:629 BW | Ten minste 70% gedurende 104 weken |
| Ontslagbescherming en transitievergoeding | Artikel 7:669 en 7:673 BW | Vanaf de eerste werkdag |
| Toepassing van een cao | Afhankelijk van de sector | Bijvoorbeeld de cao Taxivervoer in de Uber-zaak |
Achterstallig loon kunt u tot vijf jaar terug vorderen; daarna verjaart de vordering (artikel 3:308 BW). Wordt een werker achteraf als werknemer aangemerkt, dan heeft dat ook gevolgen voor de loonheffingen en premies die het platform moest afdragen. Voor die fiscale kant verwijzen wij naar een fiscalist.
De rol van vakbonden: collectieve procedures
De Deliveroo- en de Uber-zaak zijn allebei door de FNV aangespannen. Een vakbond kan op grond van artikel 3:305a BW een collectieve actie instellen voor een groep werkers, bijvoorbeeld om te laten vaststellen dat een cao op hen van toepassing is. Dat is vaak sneller dan een reeks individuele zaken. Een individuele werker kan daarna zijn eigen loonvordering instellen bij de kantonrechter.
Bewijs verzamelen als platformwerker
Zolang de Nederlandse invoeringswet er niet is, moet u als werker zelf aannemelijk maken dat er gezag is. Ook onder de richtlijn moet u feiten aandragen die wijzen op leiding en toezicht. Bewaar daarom:
- schermafbeeldingen van instructies, tarieven en werkroosters uit de app;
- berichten over sancties, zoals een lagere rangorde of een geblokkeerd account;
- beoordelingen en prestatiecijfers die het platform u toont;
- bewijs van wat u zelf als ondernemer doet, of juist niet doet: andere opdrachtgevers, eigen tarieven, eigen acquisitie.
Wordt uw account geblokkeerd, vraag dan schriftelijk om uitleg en om een menselijke herbeoordeling. U kunt het platform ook om inzage in uw persoonsgegevens vragen (artikel 15 AVG); het platform moet daar binnen een maand op reageren.
Voorbereiding voor platformbedrijven
- Breng per groep werkers in kaart of u feitelijk werktijden, tarieven of werkwijze bepaalt; die feiten tellen, niet de contracttekst.
- Zorg dat besluiten over het beperken, opschorten of beëindigen van accounts door een mens worden genomen.
- Leg schriftelijk vast hoe uw systemen opdrachten verdelen en prestaties beoordelen, en maak een gegevensbeschermingseffectbeoordeling.
- Stop met verwerkingen die artikel 7 van de richtlijn verbiedt.
- Volg de Nederlandse invoeringswet; de omzettingstermijn loopt tot 2 december 2026.
Wat kunnen wij doen bij platformwerk?
Ons arbeidsrecht-team en onze advocaten Europees recht staan werkers en platforms bij. Wij:
- beoordelen aan de hand van de feiten of de relatie met het platform een arbeidsovereenkomst is (artikel 7:610 BW);
- berekenen wat aan achterstallig loon, vakantiebijslag en vakantiedagen kan worden gevorderd;
- toetsen voor platforms de contracten en systemen aan de richtlijn en de AVG;
- voeren de procedure bij de kantonrechter over de kwalificatie van de arbeidsrelatie.
Veelgestelde vragen
Geldt de richtlijn ook voor online werk zoals vertalen?
Ja. De richtlijn geldt voor digitale arbeidsplatforms die werk organiseren dat in de EU wordt verricht, zowel locatiegebonden werk als bezorging en taxivervoer als volledig online werk. Of er sprake is van werknemerschap, hangt per werker af van de feiten.
Kan ik me nu al op de richtlijn beroepen tegenover het platform?
In beginsel niet rechtstreeks. Een richtlijn moet eerst in Nederlandse wetgeving worden omgezet. Wel kunt u nu al bij de kantonrechter laten vaststellen dat u werknemer bent op grond van artikel 7:610 BW, zoals de bezorgers van Deliveroo deden.