Gepubliceerd op 14 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 19 september 2026
Een vechtscheiding is geen juridisch begrip. De wet kent maar één echtscheidingsgrond, duurzame ontwrichting van het huwelijk (artikel 1:151 BW), en geen aparte procedure voor ouders die er samen niet uitkomen. Het woord komt uit de praktijk van hulpverleners en rechters en beschrijft een scheiding waarin de communicatie is vastgelopen en de kinderen klem raken. Het verschil met in overleg uit elkaar gaan zit dus niet in de grond, maar in de route.
Die routekeuze bepaalt de doorlooptijd, de kosten en vooral de positie van de kinderen. Hieronder leest u hoe de procedure juridisch in elkaar zit, welke onderwerpen hoe dan ook geregeld moeten worden, welk instrumentarium de rechter heeft als het conflict escaleert — van voorlopige voorzieningen tot de bijzondere curator en de ondertoezichtstelling — en wanneer samen optrekken juist geen goed idee is.
Inhoudsopgave
Wat is een vechtscheiding juridisch gezien?
De rechter beoordeelt bij een echtscheiding niet wie schuld heeft. Op grond van artikel 1:150 BW kan de echtscheiding worden uitgesproken op verzoek van één van de echtgenoten of van hen beiden, en artikel 1:151 BW noemt als enige grond dat het huwelijk duurzaam ontwricht is. Stelt één van beiden dat, dan wordt het in de praktijk aangenomen. Verweer tegen de echtscheiding zelf heeft daarom vrijwel nooit zin; de strijd gaat over de nevenvoorzieningen: de kinderen, de alimentatie, de woning en het vermogen.
Van een vechtscheiding spreken hulpverleners en rechters als het conflict zo hoog oploopt dat ouders elkaar niet meer bereiken en kinderen daardoor klem raken. In vakliteratuur en in rapporten van instanties heet dat een hoogconflictscheiding of een complexe scheiding. Juridisch vertaalt het zich in een dossier met herhaalde procedures: eerst voorlopige voorzieningen, dan de echtscheiding zelf, daarna wijzigingsverzoeken, executiegeschillen over de omgang en soms een kinderbeschermingsmaatregel. Elke ronde vergroot de afstand en de kosten, en het conflict voedt zichzelf: elke beschikking leidt tot een nieuw verzoek, en school, familie en hulpverlening raken erbij betrokken.
De wet stelt daar een norm tegenover die vaak wordt onderschat. Artikel 1:247 BW bepaalt dat het ouderlijk gezag mede de verplichting omvat om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen, en dat een kind na de scheiding recht houdt op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Een ouder die het contact stelselmatig ondermijnt handelt dus in strijd met een wettelijke plicht, en dat is het aangrijpingspunt waarop de rechter kan ingrijpen. Wanneer een conflict die grens overschrijdt, beschrijven wij in ons artikel over ouderverstoting en loyaliteitsconflicten.
Twee routes: gezamenlijk verzoek of eenzijdig verzoek
In beide routes is een advocaat nodig: een echtscheidingsverzoek moet door een advocaat bij de rechtbank worden ingediend. Bij een gezamenlijk verzoek kan dat één advocaat namens beiden zijn; bij een eenzijdig verzoek heeft ieder een eigen advocaat. Partijen die het samen eens zijn leggen hun afspraken vast in een echtscheidingsconvenant en dienen dat met het verzoekschrift in. De rechter toetst dan marginaal en spreekt de echtscheiding doorgaans zonder zitting uit.
Bij een eenzijdig verzoek dient één partij in en krijgt de ander de gelegenheid verweer te voeren en zelf nevenvoorzieningen of tegenverzoeken te vragen. Er volgt vrijwel altijd een zitting, en bij geschillen over kinderen of vermogen meerdere. Hoe de procedure van verzoekschrift tot inschrijving verloopt, beschrijven wij in ons artikel over de echtscheidingsprocedure.
De echtscheiding is pas een feit na inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Die inschrijving moet op grond van artikel 1:163 BW binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de beschikking plaatsvinden; gebeurt dat niet, dan verliest de beschikking haar kracht en moet de hele procedure over. Het is een van de vaakst gemiste termijnen in het familierecht, juist omdat partijen na de uitspraak denken dat zij klaar zijn. In een vechtscheiding is het risico groter, omdat partijen elkaar soms bewust laten wachten op de akte van berusting.
Voorlopige voorzieningen tijdens de procedure
Een echtscheidingsprocedure duurt maanden en soms langer. Voor die tussenliggende periode kent het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de voorlopige voorzieningen van de artikelen 821 tot en met 826 Rv. Op grond van artikel 822 Rv kan de rechter voor de duur van het geding bepalen wie bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning, welke goederen ieder ter beschikking krijgt, aan wie de kinderen worden toevertrouwd, welke zorg- of omgangsregeling geldt en welk bedrag voor levensonderhoud moet worden betaald.
Deze voorzieningen werken vanaf de dag van de beschikking en vervallen zodra de echtscheiding is ingeschreven of het verzoek wordt ingetrokken. Zij zijn bedoeld om rust te scheppen, niet om op de bodemprocedure vooruit te lopen; de rechter beslist op korte termijn en zonder uitputtend onderzoek. In een vechtscheiding is dit vaak het eerste wat u nodig heeft. Wat u kunt vragen en hoe snel dat gaat, leest u bij voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.
Het ouderschapsplan is verplicht, ook als u ruzie heeft
Hebben partijen samen minderjarige kinderen over wie zij het gezag uitoefenen, dan moet bij het verzoekschrift een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan worden gevoegd. Dat volgt uit artikel 815 Rv. Het plan bevat in ieder geval afspraken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of de omgang, over de manier waarop ouders elkaar informeren en raadplegen over gewichtige aangelegenheden, en over de kosten van de verzorging en opvoeding. Het verzoekschrift vermeldt bovendien op welke wijze de kinderen bij het opstellen zijn betrokken. De rijksoverheid publiceert een overzicht van de onderwerpen die minimaal aan bod moeten komen.
Juist in een vechtscheiding komt dat plan niet van de grond. Artikel 815 Rv biedt daarvoor een uitweg: kan het ouderschapsplan redelijkerwijs niet worden overgelegd, dan kunnen andere stukken volstaan waaruit blijkt dat de nodige voorzieningen zijn getroffen, ter beoordeling van de rechter. U moet dan wel onderbouwen waarom overleg onmogelijk was, wat u heeft geprobeerd en welke voorzieningen u vraagt; de rechter beslist vervolgens zelf over de zorgverdeling. Dat is geen ontsnappingsroute, want rechters kijken kritisch naar de vraag of er werkelijk een serieuze poging is gedaan. Worden voorzieningen voor minderjarigen gevraagd, dan stuurt de griffier de stukken door naar de raad voor de kinderbescherming.
Een ouderschapsplan is bovendien geen momentopname. Kinderen worden ouder, ouders verhuizen of krijgen ander werk. Neem daarom een evaluatiemoment op en leg vast hoe u wijzigingen bespreekt. Wijzigt de situatie ingrijpend en komt u er samen niet uit, dan kan de rechter de zorgregeling wijzigen.
Gezamenlijk gezag blijft ook na de scheiding de hoofdregel
Een scheiding verandert op zichzelf niets aan het gezag. Ouders die tijdens het huwelijk gezamenlijk gezag hadden, oefenen dat op grond van artikel 1:251 BW daarna gezamenlijk uit. Eenhoofdig gezag is de uitzondering, niet de sluitpost van een conflict. Gezamenlijk gezag betekent wel dat ouders elkaar moeten raadplegen over belangrijke beslissingen, zoals schoolkeuze, medische behandeling en verhuizing. Komen zij er niet uit, dan kan ieder van hen het geschil op grond van artikel 1:253a BW aan de rechter voorleggen; die neemt dan de beslissing die hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Wil een ouder het gezamenlijk gezag beëindigen, dan is de maatstaf streng. Artikel 1:251a BW staat toe dat de rechter één ouder met het gezag belast als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat daarin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of als wijziging anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Dat is het klemcriterium. Enkel slechte communicatie is onvoldoende; er moet een reëel en blijvend risico voor het kind zijn.
Verwar deze gezagswijziging niet met beëindiging van het gezag. Dat laatste is een kinderbeschermingsmaatregel op grond van artikel 1:266 BW, die alleen op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie kan worden uitgesproken en veel verder gaat. In een vechtscheiding gaat het vrijwel altijd om de eerste route. De regeling van het gezag vindt u in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Kinderen van twaalf jaar en ouder worden voordat de rechter beslist in de gelegenheid gesteld hun mening te geven (artikel 809 Rv); jongere kinderen kan de rechter horen als hij dat wenselijk acht.
Omgang is een recht van het kind
Artikel 1:377a BW formuleert het omgangsrecht bewust vanuit het kind: het kind heeft recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Voor de ouder zonder gezag is omgang zowel een recht als een verplichting. De rechter stelt op verzoek een regeling vast, al dan niet voor bepaalde tijd, en kan die later wijzigen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Ontzegging van de omgang is mogelijk, maar artikel 1:377a BW noemt de gronden limitatief: omgang die ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, een ouder die kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat is tot omgang, een kind van twaalf jaar of ouder dat bij verhoor van ernstige bezwaren blijk geeft, en omgang die anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Een verstoorde verhouding tussen de ouders is op zichzelf dus geen grond, hoe hoog het conflict ook is opgelopen.
Naast de omgang staat de informatieplicht van artikel 1:377b BW. De ouder met gezag moet de andere ouder op de hoogte houden van gewichtige aangelegenheden rond het kind en hem raadplegen over daaromtrent te nemen beslissingen. Ook die plicht kan door de rechter worden ingevuld en afgedwongen, bijvoorbeeld door te bepalen hoe vaak en langs welke weg schoolrapporten en medische informatie worden gedeeld. In vastgelopen dossiers is dat vaak het eerste concrete aanknopingspunt om het contact weer op gang te brengen.
Wat als de afspraken niet worden nagekomen?
Een beschikking over gezag, hoofdverblijf of omgang levert een executoriale titel op. Op grond van artikel 812 Rv kan degene aan wie het kind is toevertrouwd afgifte vorderen, zo nodig met behulp van de sterke arm. Voor beschikkingen over de zorgregeling of over omgang geldt daarbij dat de inzet van de sterke arm alleen mogelijk is als de beschikking dat uitdrukkelijk bepaalt. Vraag daar dus om als u die stok achter de deur nodig heeft, want achteraf aanvullen kost een nieuwe procedure.
Verder kan de rechter nakoming bevelen en daaraan een dwangsom verbinden, of in het uiterste geval lijfsdwang opleggen. In spoedgevallen is een kort geding mogelijk. In de praktijk kiest de rechter liever voor een minder ingrijpend middel: een ouderschapsonderzoek, een tijdelijke opbouwregeling of begeleide omgang, waarbij het contact stap voor stap wordt hersteld. Welke route wanneer werkt, zetten wij uiteen in ons artikel over de situatie waarin de omgangsregeling niet wordt nageleefd.
De bijzondere curator: een eigen stem voor het kind
Botsen de belangen van de ouders in aangelegenheden van verzorging en opvoeding of van het vermogen van het kind met die van het kind zelf, dan kan de rechtbank op verzoek of ambtshalve een bijzondere curator benoemen (artikel 1:250 BW). Die curator vertegenwoordigt de minderjarige in en buiten rechte, spreekt met het kind, brengt verslag uit en formuleert wat het kind zelf nodig heeft. De rechter beoordeelt daarbij uitdrukkelijk de aard van de belangenstrijd en of de benoeming werkelijk noodzakelijk is in het belang van het kind.
In een vastgelopen scheiding is dit een van de weinige instrumenten die het perspectief van het kind los van de ouders in de procedure brengt. Een verzoek kan door iedere belanghebbende worden gedaan, dus ook door een van de ouders. Weeg wel af of het kind daarmee niet nog verder in het conflict wordt getrokken: een bijzondere curator is een zwaar middel en geen extra pleitbezorger voor het standpunt van de verzoekende ouder.
De raad voor de kinderbescherming en de ondertoezichtstelling
De rechter kan de raad voor de kinderbescherming om onderzoek en advies vragen over het gezag, de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling. Zo’n onderzoek kost tijd, vaak enkele maanden, en het rapport weegt zwaar. Werk eraan mee, ook als u het met de vraagstelling oneens bent: niet meewerken wordt vrijwel altijd tegen u gebruikt.
Loopt het verder uit de hand, dan komt de kinderbeschermingsmaatregel in beeld. Artikel 1:255 BW laat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen als het kind zodanig opgroeit dat het in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, de ouders de noodzakelijke zorg niet voldoende accepteren en te verwachten is dat zij binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid weer kunnen dragen. Een langdurig ouderconflict kan zo’n ernstige ontwikkelingsbedreiging opleveren. Er komt dan een gecertificeerde instelling in beeld die gezinsvoogdij voert, wat voor ouders vrijwel altijd een verliesmoment is: de regie over de opvoeding verschuift naar buiten. Wanneer dit punt wordt bereikt en hoe de kinderrechter toetst, werken wij uit in ons artikel over de vraag wanneer een vechtscheiding een zaak voor de kinderrechter wordt.
De verdeling van het vermogen
Bent u vóór 1 januari 2018 in algehele gemeenschap van goederen getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden, dan valt in beginsel alles in de gemeenschap. Vanaf die datum geldt de beperkte gemeenschap: wat u vóór het huwelijk had en wat u tijdens het huwelijk uit schenking of nalatenschap verkrijgt, blijft in beginsel privé, terwijl wat u samen opbouwt gemeenschappelijk is. Bij huwelijkse voorwaarden bepaalt de akte wat er gebeurt, inclusief eventuele verrekenbedingen die jarenlang niet zijn uitgevoerd.
Bij verdeling van een gemeenschap hebben de echtgenoten op grond van artikel 1:100 BW een gelijk aandeel, tenzij anders is bepaald; van die hoofdregel wordt slechts in uitzonderlijke gevallen afgeweken. Wel kent de wet een harde sanctie op verzwijging: wie opzettelijk een tot de gemeenschap behorend goed verzwijgt, zoekmaakt of verborgen houdt, verbeurt zijn aandeel in dat goed aan de andere deelgenoot (artikel 3:194 BW). Dat is geen boete naar redelijkheid, maar verlies van het hele aandeel in dat goed. In een vechtscheiding loont het dus niet om een rekening of een aandelenpakket buiten de boedelbeschrijving te houden.
Praktisch betekent dit dat de vermogensopstelling het hart van het dossier is: bankafschriften, pensioenoverzichten, de waarde van de onderneming, de overwaarde van de woning en de schulden. Wordt informatie achtergehouden, dan kunt u inzage of afschrift van bescheiden vorderen; sinds de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025 in werking trad, loopt dat via de artikelen 194 tot en met 195a Rv, met de uitgebreidere waarheidsplicht van artikel 21 Rv op de achtergrond. Laat de fiscale gevolgen van de verdeling altijd door een fiscalist beoordelen.
Alimentatie: wat de wet voorschrijft
Voor kinderen geldt een onderhoudsplicht tot hun eenentwintigste. Tot achttien jaar betaalt de ene ouder kinderalimentatie aan de verzorgende ouder; daarna loopt de bijdrage voor jongmeerderjarigen tot eenentwintig jaar rechtstreeks naar het kind (artikel 1:395a BW). De hoogte wordt bepaald aan de hand van de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders, volgens de rekenmethode die rechters landelijk hanteren. Hoe die berekening werkt, leest u bij kinderalimentatie berekenen.
Voor partneralimentatie geldt sinds 1 januari 2020 een kortere duur. Op grond van artikel 1:157 BW bedraagt de termijn in beginsel de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar. Daarop bestaan drie uitzonderingen: bij een huwelijk dat langer dan vijftien jaar duurde en waarbij de alimentatiegerechtigde binnen tien jaar de AOW-leeftijd bereikt, loopt de verplichting tot die leeftijd; bij een huwelijk langer dan vijftien jaar waarbij de alimentatiegerechtigde op of vóór een bepaalde geboortedatum is geboren geldt een termijn van tien jaar; en zijn er kinderen die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt, dan loopt de verplichting door tot het jongste kind twaalf wordt. Loopt het uit de hand, dan is een echtscheidingsadvocaat inschakelen verstandiger dan zelf blijven onderhandelen.
Wordt alimentatie niet betaald, dan is het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen bevoegd de vastgestelde bijdrage te innen, desnoods via loonbeslag. Dat scheelt een executieprocedure, maar werkt alleen als de bijdrage door de rechter is vastgesteld of in een geregistreerde overeenkomst staat. Hoe hoog het conflict ook oploopt, het ouderschapsplan blijft verplicht bij ruzie.
Wat een scheiding in overleg juridisch oplevert
Wie het samen regelt, houdt de zeggenschap. In mediation of een overlegscheiding bepalen partijen zelf de inhoud van het convenant en het ouderschapsplan, binnen de grenzen van het dwingende recht: van kinderalimentatie kan niet ten nadele van het kind worden afgeweken en de rechter toetst het ouderschapsplan aan het belang van het kind. Alles daarbuiten is onderhandelbaar, van de verdeling van de inboedel tot de vraag wie in de woning blijft. Wat mediation inhoudt en wat het kost, leest u bij mediation bij scheiding.
Praktisch scheelt dat tijd en geld: één advocaat of mediator in plaats van twee, één verzoekschrift, meestal geen zitting en geen deskundigenonderzoek. Belangrijker is het effect op de langere termijn. Afspraken die partijen zelf hebben gemaakt worden beter nagekomen dan een beslissing die is opgelegd, en ouders die tijdens de scheiding hebben leren overleggen kunnen dat na de scheiding ook.
Leg de uitkomst goed vast. Een convenant is een vaststellingsovereenkomst; laat het door de rechter in de beschikking opnemen, want dan levert het een executoriale titel op en kunt u nakoming afdwingen zonder nieuwe procedure. Neem daarnaast een wijzigingsclausule op, zodat duidelijk is wat er gebeurt bij inkomensverlies, verhuizing of een nieuwe partner.
Ligt de communicatie volledig stil, dan is volledig samenwerken vaak niet haalbaar en is een tussenvorm realistischer. De rechter kan een ouderschapsonderzoek gelasten, waarbij een deskundige met beide ouders werkt en aan de rechter rapporteert. Ook parallel ouderschap kan een uitweg zijn: een regeling waarin de ouders zoveel mogelijk los van elkaar functioneren en de overdrachtsmomenten tot een minimum worden beperkt. Wanneer die vorm werkt en wanneer niet, bespreken wij in ons artikel over parallel ouderschap bij een hoogconflictscheiding.
Wanneer samen scheiden geen goed idee is
Overleg veronderstelt twee partijen die vrij kunnen onderhandelen. Is daarvan geen sprake, dan is mediation niet de oplossing maar een risico. Dat speelt bij huiselijk geweld, bij structurele intimidatie en bij een sterk ongelijke informatiepositie, bijvoorbeeld wanneer één partner het volledige zicht op het vermogen en de onderneming heeft. In die situaties is een eigen advocaat en zo nodig een verzoek om voorlopige voorzieningen verstandiger dan een gezamenlijk traject.
Mediation is in Nederland ook niet verplicht voordat u naar de rechter stapt: er bestaat geen wettelijk voorschrift dat u eerst moet bemiddelen. Wel kan de rechter partijen tijdens de procedure naar een mediator verwijzen, en is een gedocumenteerde poging tot overleg vrijwel altijd nuttig, alleen al omdat u bij het ouderschapsplan van artikel 815 Rv moet laten zien wat u samen wel of niet heeft kunnen afspreken. Is er een verblijfsrechtelijk belang, bijvoorbeeld wanneer een verblijfsvergunning afhankelijk is van het huwelijk, laat dat dan vóór indiening beoordelen.
Kosten, doorlooptijd en gefinancierde rechtsbijstand
Voor een verzoekschrift bij de rechtbank betaalt u griffierecht. Voor natuurlijke personen geldt in 2026 bij zaken van onbepaalde waarde, waaronder een echtscheidingsverzoek, een tarief van 341 euro; wie in aanmerking komt voor het onvermogendentarief betaalt 93 euro. De actuele bedragen publiceert de Rechtspraak in haar overzicht van het griffierecht bij de civiele rechter. Daarnaast betaalt u het honorarium van uw advocaat. Bij een laag inkomen en vermogen kunt u een toevoeging aanvragen bij de Raad voor Rechtsbijstand; u betaalt dan een inkomensafhankelijke eigen bijdrage.
De doorlooptijd van een onbestreden echtscheiding bedraagt in de praktijk enkele maanden. Zodra er verweer wordt gevoerd, een raadsonderzoek volgt of er deelverzoeken over gezag, hoofdverblijf en alimentatie bijkomen, loopt dat op tot een jaar of langer, en met hoger beroep verder. De duur wordt vrijwel volledig bepaald door het aantal geschilpunten, niet door de rechtbank. Elke nieuwe procedure verlengt bovendien de periode waarin de kinderen in het conflict staan: dat is het sterkste argument om, waar het kan, tot een regeling te komen.
Veelgestelde vragen over een vechtscheiding
Kan ik een echtscheiding tegenhouden?
Nee. De enige grond is duurzame ontwrichting (artikel 1:151 BW) en die wordt aangenomen zodra één van de echtgenoten stelt dat het huwelijk ontwricht is. Verweer heeft alleen zin ten aanzien van de nevenvoorzieningen: alimentatie, de verdeling, het gezag en de zorgregeling. Uw ex-partner kan de procedure daarmee wel vertragen.
Hoe lang duurt een vechtscheiding?
Een gezamenlijk verzoek met convenant kan binnen enkele maanden zijn afgerond. Bij een eenzijdig verzoek met verweer, voorlopige voorzieningen, een raadsonderzoek en eventueel hoger beroep loopt dat op tot jaren. De duur wordt bepaald door het aantal geschilpunten, niet door de rechtbank.
Kan ik het ouderschapsplan overslaan als overleg onmogelijk is?
Overslaan kan niet, maar artikel 815 Rv laat toe dat u andere stukken overlegt waaruit blijkt dat de nodige voorzieningen zijn getroffen, als het plan redelijkerwijs niet kan worden bijgevoegd. U moet dan onderbouwen waarom overleg niet lukte en wat u heeft ondernomen. De rechter beoordeelt dat kritisch.
Mag mijn kind zelf zeggen bij wie het wil wonen?
Kinderen van twaalf jaar en ouder worden door de rechter in de gelegenheid gesteld hun mening te geven (artikel 809 Rv); ook jongere kinderen kunnen worden gehoord als de rechter dat wenselijk acht. Die mening weegt mee, maar is niet beslissend: de rechter beslist op basis van het belang van het kind.
Wat als mijn ex de omgangsregeling niet nakomt?
U kunt nakoming vorderen, zo nodig in kort geding, en de rechter vragen daaraan een dwangsom te verbinden. Bepaalt de beschikking dat uitdrukkelijk, dan is ook afgifte met behulp van de sterke arm mogelijk (artikel 812 Rv). Vaak is een tijdelijke opbouwregeling of begeleide omgang effectiever. Blijft het misgaan en raakt het kind daardoor in de knel, dan kan een kinderbeschermingsmaatregel volgen.
Kan het gezag worden gewijzigd omdat wij niet kunnen samenwerken?
Alleen als het klemcriterium van artikel 1:251a BW is vervuld: er moet een onaanvaardbaar risico zijn dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en verbetering mag binnen afzienbare tijd niet te verwachten zijn. Enkel slechte communicatie is onvoldoende.
Wanneer wordt een bijzondere curator benoemd?
Als de belangen van de ouders in strijd zijn met die van het kind en de rechter benoeming noodzakelijk acht in het belang van het kind, gelet op de aard van die belangenstrijd (artikel 1:250 BW). Dat kan op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
Moeten wij verplicht mediation proberen?
Nee, er bestaat geen wettelijke verplichting tot mediation vóór een procedure. Wel kan de rechter u tijdens de procedure naar een mediator verwijzen, en is een gedocumenteerde poging tot overleg vrijwel altijd in uw voordeel.
Juridische begeleiding bij uw scheiding
Of u nu in overleg uit elkaar gaat of tegenover elkaar staat: dezelfde onderwerpen moeten worden geregeld en dezelfde termijnen gelden, tot en met de inschrijving binnen zes maanden. De familierechtadvocaten van Law & More stellen het verzoekschrift en het ouderschapsplan op, vragen zo nodig voorlopige voorzieningen, procederen over gezag, hoofdverblijf, zorgregeling en alimentatie en dienen waar dat aangewezen is een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator in. Wij zoeken daarbij de kortste weg naar een werkbare regeling, omdat elke extra procedureronde vooral de kinderen raakt. De procesregels raadpleegt u bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Neem contact op met Law & More in Eindhoven om uw situatie voor te leggen.