Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Met een verrekenbeding in uw huwelijkse voorwaarden deelt uw partner in wat u tijdens het huwelijk overhoudt, ook al bent u niet in gemeenschap van goederen getrouwd. Bij een periodiek verrekenbeding gebeurt dat elk jaar; voert u dat niet uit, dan wordt bij scheiding vermoed dat al uw vermogen uit te verrekenen inkomen is gevormd (art. 1:141 BW), wat in de praktijk vaak op een volledige deling neerkomt.
Bij koude uitsluiting is er geen enkele verrekening: ieder houdt wat hij zelf opbouwt. De wettelijke regels over verrekenbedingen staan in art. 1:132 tot en met 1:143 BW en gelden alleen voor zover u in de huwelijkse voorwaarden niets anders heeft afgesproken.
Inhoudsopgave
Wat is een verrekenbeding?
Een verrekenbeding is een afspraak in huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden om inkomen of vermogen op een bepaald moment met elkaar te delen. Het eigendom blijft gescheiden; de partner krijgt een vordering in geld.
Dat is het verschil met een gemeenschap van goederen. Daar zijn beide echtgenoten samen gerechtigd tot de goederen en wordt bij een scheiding verdeeld. Bij een verrekenbeding blijven de goederen van ieder afzonderlijk en wordt alleen een geldbedrag verrekend.
Huwelijkse voorwaarden worden bij notariële akte gemaakt (art. 1:115 BW). U kunt ze vóór het huwelijk aangaan, maar ook tijdens het huwelijk maken of wijzigen (art. 1:119 BW). Meer over de inhoud leest u in ons artikel over huwelijkse voorwaarden.
Welke soorten verrekenbedingen zijn er?
De wet onderscheidt periodieke verrekenbedingen (art. 1:141 BW) en finale verrekenbedingen (art. 1:142 en 1:143 BW). Daarnaast bestaat koude uitsluiting, waarbij niets wordt verrekend.
Periodiek verrekenbeding
Bij een periodiek verrekenbeding, ook wel Amsterdams verrekenbeding genoemd, deelt u elk jaar wat er van uw inkomen overblijft na betaling van de kosten van de huishouding. Het vermogen van vóór het huwelijk en erfenissen en schenkingen vallen daar in beginsel niet onder.
Wat onder inkomen valt, bepalen de voorwaarden. Dat is vooral voor ondernemers belangrijk: telt alleen het uitbetaalde salaris mee, of ook winst die in de onderneming of de bv blijft? Hoe ruimer het inkomensbegrip, hoe meer er te verrekenen valt.
Finaal verrekenbeding
Bij een finaal verrekenbeding wordt pas aan het einde van het huwelijk verrekend, bij scheiding en vaak ook bij overlijden. Meestal wordt dan afgerekend alsof u in gemeenschap van goederen was getrouwd, met uitzonderingen die u zelf afspreekt.
Gebruikelijke uitzonderingen zijn erfenissen, schenkingen, het vermogen van vóór het huwelijk en soms een onderneming. Leg zulke uitzonderingen uitdrukkelijk vast. Bij echtscheiding worden de samenstelling en de omvang van het te verrekenen vermogen bepaald op het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek (art. 1:142 lid 1 BW), tenzij u daar schriftelijk iets anders over afspreekt.
Koude uitsluiting
Bij koude uitsluiting is er geen gemeenschap en geen verrekening. Ieder houdt zijn eigen vermogen en draagt zijn eigen schulden, ook als één partner veel meer verdient of minder werkt voor de zorg voor de kinderen.
Koude uitsluiting staat niet in de weg aan partneralimentatie of pensioenverevening; dat zijn aparte regelingen. Wel laat zij de minstverdienende partner zonder aandeel in het opgebouwde vermogen.
Wat gebeurt er als u het periodiek verrekenbeding niet uitvoert?
Dan blijft de verplichting bestaan en kan de partner bij het einde van het huwelijk alsnog verrekening vorderen. Daarbij wordt vermoed dat het dan aanwezige vermogen is gevormd uit wat verrekend had moeten worden (art. 1:141 BW).
De partner met het vermogen moet dat vermoeden weerleggen, bijvoorbeeld door aan te tonen dat geld uit een erfenis of uit vermogen van vóór het huwelijk komt. Zonder bankafschriften of andere stukken lukt dat zelden. Het gevolg is dat veel huwelijken met een periodiek verrekenbeding bij scheiding worden afgewikkeld alsof alles gedeeld was.
De vordering tot verrekening verjaart niet eerder dan drie jaar na het einde van het huwelijk (art. 1:141 lid 6 BW). Bevatten de voorwaarden een vervalbeding, dan kan een beroep daarop in bijzondere gevallen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Reken er dus niet op dat een niet uitgevoerd beding na een paar jaar vanzelf vervalt.
Hoe verloopt de verrekening bij scheiding?
U stelt eerst vast welk vermogen onder de verrekening valt, daarna wat het waard is, en ten slotte wie welk bedrag aan de ander betaalt. Het resultaat is een vordering in geld, die in het echtscheidingsconvenant of door de rechter wordt vastgesteld.
- Inventariseer alle bezittingen en schulden van beide partners op de peildatum.
- Haal eruit wat volgens de voorwaarden niet wordt verrekend, zoals erfenissen en voorhuwelijks vermogen.
- Waardeer het te verrekenen vermogen, bij een onderneming meestal met een deskundige.
- Bereken het saldo en de vordering van de ene partner op de andere.
De rechter toetst niet of de partner heeft bijgedragen aan uw succes: wat de voorwaarden bepalen, is beslissend. Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen de redelijkheid en billijkheid tot een andere uitkomst leiden. Voor de waardering van een bedrijf, zie ons artikel over de waarde van een bedrijf bij echtscheiding.
Een vastgestelde verrekenvordering kan, als zij niet wordt betaald, worden geïncasseerd met beslag op basis van de beschikking of een notariële akte. Spreek bij een groot bedrag een betalingsregeling of zekerheid af, zodat een onderneming niet hoeft te worden verkocht. Meer over het geheel leest u in ons artikel over uw vermogen bij een scheiding.
Waar let u op als u het meeste verdient of onderneemt?
- Voer een periodiek verrekenbeding ieder jaar schriftelijk uit en bewaar de berekening.
- Leg in de voorwaarden vast of ingehouden winst in de onderneming als inkomen telt.
- Houd erfenissen en voorhuwelijks vermogen aantoonbaar gescheiden.
- Laat bij een finaal verrekenbeding een nulmeting van uw bedrijf maken.
Waar let u op als u minder verdient?
- Controleer of de voorwaarden een verrekenbeding bevatten of op koude uitsluiting neerkomen.
- Vraag bij scheiding inzage in de jaarstukken en vermogensopgaven van de ander.
- Beroep u op het wettelijk vermoeden als niet jaarlijks is verrekend.
- Beoordeel daarnaast apart uw recht op partneralimentatie en pensioenverdeling.
Wat kunnen wij voor u doen bij een verrekenbeding?
- Uw huwelijkse voorwaarden uitleggen en beoordelen wat er volgens het beding te verrekenen valt.
- De verrekenvordering berekenen of de berekening van de ander controleren.
- Stukken opvragen en het wettelijk vermoeden inroepen of weerleggen.
- Onderhandelen over het convenant en een betalingsregeling.
- Procederen over de verrekening als familierecht advocaat.
Samengevat
- Een verrekenbeding geeft een vordering in geld; het eigendom blijft gescheiden.
- Een periodiek beding moet jaarlijks worden uitgevoerd; anders geldt het vermoeden van art. 1:141 BW.
- Een finaal beding verrekent pas aan het einde, met de uitzonderingen die u afspreekt.
- Bij koude uitsluiting wordt niets verrekend, maar alimentatie en pensioenverdeling blijven mogelijk.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een periodiek en een finaal verrekenbeding?
Bij een periodiek beding verrekent u elk jaar het overgespaarde inkomen. Bij een finaal beding verrekent u pas bij scheiding of overlijden, meestal alsof u in gemeenschap was getrouwd.
Wij hebben nooit jaarlijks verrekend. Wat nu?
De verplichting blijft bestaan. Bij scheiding wordt vermoed dat het aanwezige vermogen uit te verrekenen inkomen bestaat, tenzij de ander aantoont dat het uit een andere bron komt (art. 1:141 BW).
Valt mijn erfenis onder de verrekening?
In de meeste voorwaarden niet, maar dat hangt af van de tekst. U moet wel kunnen aantonen welk vermogen uit de erfenis komt.
Kunnen wij het verrekenbeding nog wijzigen?
Ja. U kunt de huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk bij de notaris wijzigen, zonder tussenkomst van de rechter (art. 1:119 BW). Regel daarbij ook wat er gebeurt met niet uitgevoerde verrekeningen uit het verleden.
Geldt een verrekenbeding ook bij overlijden?
Een periodiek beding dat niet is uitgevoerd, kan ook bij overlijden tot een vordering leiden. Of een finaal beding bij overlijden geldt, hangt af van de voorwaarden.