Gepubliceerd op 9 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Een vervalste handtekening bindt u in de regel niet: zonder uw wil en verklaring komt er geen overeenkomst tot stand (artikel 3:33 BW), en als u stellig ontkent dat de handtekening van u is, moet de ander de echtheid bewijzen (artikel 159 lid 2 Rv). Daarnaast is het vervalsen en gebruiken van een ondertekend stuk strafbaar als valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr). Alleen als u zelf de schijn heeft gewekt dat de ondertekenaar namens u mocht handelen, kunt u toch gebonden zijn.
Een vervalste handtekening is dus zowel een civiel als een strafrechtelijk probleem. Hieronder leest u welke route wat oplevert, hoe het bewijs werkt en welke termijnen gelden.
Inhoudsopgave
Bent u gebonden aan een contract met een vervalste handtekening?
Nee, in beginsel niet, omdat u zelf geen verklaring heeft afgelegd. Een rechtshandeling vereist een wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard (artikel 3:33 BW). U hoeft het contract dus niet te vernietigen; voor u is er meestal helemaal geen overeenkomst.
Er is één belangrijke uitzondering. Heeft u door uw eigen gedrag de indruk gewekt dat de persoon die tekende namens u mocht handelen, dan kan de wederpartij zich beroepen op die schijn (artikelen 3:35 en 3:61 lid 2 BW). Dat speelt bijvoorbeeld als u een partner of medewerker eerder vaker liet tekenen en de betalingen steeds liet doorlopen. Ook als u na ontdekking lang niets doet en het contract wel uitvoert, kan dat tegen u werken.
Heeft u al betaald op grond van zo’n stuk, dan kunt u dat terugvorderen als onverschuldigde betaling (artikel 6:203 BW). Schade die de vervalser u heeft toegebracht, verhaalt u op hem via de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Voor digitale stukken gelden eigen regels; lees daarover meer bij een digitaal ondertekend contract.
Wie moet bewijzen dat de handtekening echt of vals is?
Als u stellig ontkent dat de handtekening van u is, moet degene die zich op het stuk beroept de echtheid bewijzen (artikel 159 lid 2 Rv). U hoeft uw ontkenning niet verder te onderbouwen.
Dat bevestigde de Hoge Raad op 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:572). Een opdrachtgever ontkende dat een meerwerkoverzicht van de aannemer door hem was getekend. Zolang de echtheid niet is bewezen, heeft zo’n stuk geen bewijskracht, en aan de ontkenning worden geen extra eisen gesteld. Het subsidiaire verweer dat het stuk met knip- en plakwerk was bewerkt, nam het stellige karakter van de ontkenning niet weg. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, dat het stuk ten onrechte als uitgangspunt had genomen.
Zeg daarom direct en ondubbelzinnig dat de handtekening niet van u is. Een vage reactie als “ik weet niet of ik dit heb getekend” is geen stellige ontkenning.
Is de handtekening wel echt, maar is de tekst erboven later veranderd, dan ligt het anders. Dan moet u in de regel zelf bewijzen dat de akte is vervalst, omdat een ondertekende onderhandse akte dwingend bewijs oplevert van wat erin staat (artikel 157 lid 2 Rv), tenzij u tegenbewijs levert.
Hoe stelt een schriftdeskundige een vervalsing vast?
Een schriftdeskundige vergelijkt de betwiste handtekening met echte handtekeningen van dezelfde persoon. In een civiele zaak kan de rechter zo’n deskundige benoemen (artikel 194 Rv), of een partij schakelt zelf een deskundige in. Bewijs kan met alle middelen worden geleverd (artikel 152 lid 1 Rv); deskundigenbewijs is dus niet verplicht.
Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) doet handschriftonderzoek, maar werkt vooral in strafzaken in opdracht van politie, OM en rechter. In civiele zaken worden meestal particuliere schriftdeskundigen ingezet, bij voorkeur iemand die is ingeschreven in het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD). De deskundige kijkt naar vloeiendheid, druk, aanzetten en verhoudingen in het schrift.
Goed vergelijkingsmateriaal is beslissend. Gebruik bij voorkeur originele stukken met uw handtekening uit dezelfde periode, zoals oudere contracten, bankformulieren of brieven. Een kopie of scan van de betwiste handtekening is minder goed te onderzoeken dan het origineel, dus vraag de wederpartij om het origineel te bewaren.
Wanneer is het vervalsen van een handtekening strafbaar?
Strafbaar is wie een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van een feit te dienen valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk het als echt te gebruiken (artikel 225 lid 1 Sr). Ook wie zo’n vals stuk opzettelijk gebruikt alsof het echt is, is strafbaar (artikel 225 lid 2 Sr).
De maximumstraf is zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Voor strafbaarheid is geen schade nodig; het gaat om de aantasting van het vertrouwen in het stuk. Een contract, betalingsopdracht, huurovereenkomst of volmacht heeft in de regel een bewijsbestemming. Een los briefje zonder die bestemming valt er niet onder.
Heeft de dader zich met het valse stuk geld of goederen laten afgeven, dan kan het OM ook oplichting ten laste leggen (artikel 326 Sr, maximaal vier jaar). Gebruikt de dader uw identiteitsgegevens, dan kan daarnaast identiteitsfraude aan de orde zijn (artikel 231b Sr).
Civiele procedure of aangifte: wat levert elke route op?
| Civiele route | Strafrechtelijke route | |
|---|---|---|
| Doel | Niet hoeven betalen, terugbetaling, schadevergoeding | Straf voor de dader |
| Wie neemt het initiatief | U zelf | Het OM beslist na uw aangifte of het vervolgt |
| Bewijslast echtheid handtekening | Bij degene die zich op het stuk beroept (art. 159 lid 2 Rv) | Bij het OM |
| Verjaring | Schadevergoeding: vijf jaar na bekendheid met schade en dader (art. 3:310 BW) | Twaalf jaar (art. 70 lid 1 Sr) |
| Schadevergoeding | Via vonnis van de civiele rechter | Via voeging als benadeelde partij (art. 51f Sv) |
U kunt beide routes tegelijk volgen. Komt het tot een strafzaak, dan kunt u zich als benadeelde partij voegen en daar uw schade vorderen (artikel 51f Sv); bij een eenvoudige vordering is dat sneller en goedkoper dan een aparte procedure. Hoe een civiele procedure verloopt, leest u in ons artikel over hoe een rechtszaak in Nederland verloopt. Wordt u als slachtoffer gehoord, dan heeft u ook andere rechten; zie het slachtoffer in het strafrecht.
Valsheid in geschrifte verjaart strafrechtelijk na twaalf jaar, omdat er meer dan drie jaar gevangenisstraf op staat (artikel 70 lid 1 Sr). Wacht toch niet af. Hoe langer u een contract stilzwijgend laat doorlopen, hoe groter het risico dat de wederpartij zich op toerekenbare schijn beroept. Meer over strafrechtelijke termijnen leest u bij verjaringstermijnen in het strafrecht. Wilt u liever niet zelf aangifte doen, dan kunt u een vermoeden ook anoniem melden bij Meld Misdaad Anoniem.
Wat regelt u zodra u de vervalsing ontdekt?
- Ontken schriftelijk en stellig dat de handtekening van u is.
- Vraag de wederpartij het originele stuk te bewaren en een kopie te sturen.
- Verzamel echte handtekeningen uit dezelfde periode als vergelijkingsmateriaal.
- Zet lopende betalingen stop, of voldoe ze uitdrukkelijk onder protest.
- Doe aangifte en bewaar het proces-verbaal.
Hoe bewijst u de echtheid als u zich op een ondertekend stuk beroept?
- Leg vast wie het stuk heeft getekend, bijvoorbeeld met getuigen of een identiteitscontrole.
- Bewaar het origineel, zodat een schriftdeskundige het kan onderzoeken.
- Verzamel gedrag van de wederpartij waaruit volgt dat zij de handtekening heeft aanvaard, zoals betalingen.
- Gebruik bij belangrijke overeenkomsten een gekwalificeerde elektronische handtekening of een notariële akte.
Onze aanpak bij een vervalste handtekening
- Beoordelen of u gebonden bent en of een beroep op schijn kan slagen.
- De stellige ontkenning en het bewijsverweer namens u opstellen.
- Een schriftdeskundige en het vergelijkingsmateriaal regelen.
- Betaalde bedragen terugvorderen en schade verhalen, via onze advocaat civiel recht.
- U bijstaan bij aangifte en voeging als benadeelde partij.
Veelgestelde vragen
Kan ik het NFI zelf inschakelen?
Meestal niet; het NFI werkt vooral voor politie, OM en rechter. In een civiele zaak schakelt u een particuliere schriftdeskundige in of vraagt u de rechter een deskundige te benoemen.
Wat als mijn partner mijn handtekening heeft nagemaakt?
Dan gelden dezelfde regels: zonder uw verklaring bent u niet gebonden, tenzij u de schijn van toestemming heeft gewekt (artikel 3:61 lid 2 BW). Bij gehuwden kan daarnaast de toestemmingsregeling van artikel 1:88 BW een rol spelen, bijvoorbeeld bij borgtocht of de verkoop van de gezinswoning.