Voorarrest: betekenis, gronden en termijnen

voorarrest betekenis consult advocaat

Gepubliceerd op 25 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2026

Voorarrest is de vrijheidsbeneming van een verdachte voordat de strafrechter over de zaak heeft beslist. Het mag alleen bij de misdrijven van artikel 67 Sv en alleen op een van de gronden van artikel 67a Sv, en het mag niet langer duren dan de straf die u redelijkerwijs te wachten staat.

Voorarrest omvat drie fasen: de ophouding voor onderzoek, de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis. Elke fase heeft een eigen beslisser en een eigen maximale duur. Hieronder leest u wanneer voorarrest is toegestaan, hoe lang het mag duren, hoe u eruit kunt komen en wat er na afloop gebeurt.

Wat houdt voorarrest in?

Voorarrest is geen straf, maar een dwangmiddel om het onderzoek en de rechtsgang te beschermen. Wie in voorarrest zit, geldt nog altijd als onschuldig.

Dat volgt uit de onschuldpresumptie van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Die blijft onverkort gelden, ook als u vastzit. Wordt u later veroordeeld tot een vrijheidsstraf, dan trekt de rechter de tijd in voorarrest daarvan af. Dat staat in artikel 27 Sr.

De vrijheidsbeneming verloopt in stappen. Na de aanhouding wordt u voorgeleid aan de hulpofficier van justitie. Die kan u ophouden voor onderzoek. Daarna kan de officier van justitie of de hulpofficier de inverzekeringstelling bevelen.

Wil het Openbaar Ministerie u langer vasthouden, dan moet een rechter beslissen. Eerst beslist de rechter-commissaris over de bewaring. Daarna beslist de raadkamer van de rechtbank over de gevangenhouding.

Let op bij het lezen van oudere en nieuwere adviezen: er komt een nieuw Wetboek van Strafvordering. Dat treedt pas over enkele jaren en in fasen in werking. De artikelnummers in dit artikel zijn de nummers die vandaag gelden.

Wanneer is voorlopige hechtenis toegestaan?

Voorlopige hechtenis mag alleen in de gevallen die artikel 67 Sv noemt. Daarnaast moeten er ernstige bezwaren tegen u bestaan.

Artikel 67 Sv somt de gevallen limitatief op. De hoofdregel is dat het moet gaan om een misdrijf waarop volgens de wet een gevangenisstraf van vier jaar of meer staat. Daarnaast noemt het artikel een reeks specifieke misdrijven met een lager strafmaximum. Voorbeelden zijn bepaalde vormen van bedreiging, mishandeling en verduistering.

Er is een aparte regeling voor verdachten zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Bij hen kan voorlopige hechtenis ook bij misdrijven met een lagere straf. De reden is het risico dat zij niet op de zitting verschijnen. Daarom wordt iemand zonder inschrijving in de basisregistratie eerder vastgehouden dan iemand met een vast adres.

Naast een geval uit artikel 67 Sv zijn ernstige bezwaren nodig. De verdenking moet dus stevig zijn. Er is meer nodig dan het redelijke vermoeden van schuld dat voor een aanhouding volstaat. Ontbreken die ernstige bezwaren, dan kan de rechter-commissaris de vordering tot bewaring afwijzen, hoe zwaar het feit ook is.

Op welke gronden beslist de rechter?

De rechter moet een grond uit artikel 67a Sv aanwijzen: vluchtgevaar, gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid of het belang van het onderzoek. Zonder zo’n grond geen voorlopige hechtenis.

De eerste grond is vluchtgevaar. Uit uw gedrag of persoonlijke omstandigheden moet blijken dat u zich aan de vervolging of aan de uitvoering van een straf zult onttrekken.

De tweede groep gronden zijn gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid. Daaronder vallen onder meer:

  • de twaalfjaarsgrond: een misdrijf met een strafmaximum van twaalf jaar of meer dat de rechtsorde ernstig heeft geschokt;
  • het gevaar dat u bepaalde misdrijven opnieuw pleegt;
  • de recidivegrond bij vermogensdelicten.

De derde grond is de onderzoeksgrond. De hechtenis is dan nodig om de waarheid boven tafel te krijgen, anders dan via uw eigen verklaringen. Het gaat om het risico dat u getuigen beïnvloedt of bewijs laat verdwijnen. Die grond vervalt zodra het onderzoek op dat punt klaar is. Een raadsman wijst daar bij elke volgende raadkamerzitting op.

Artikel 67a Sv bevat ook een belangrijke rem: het anticipatiegebod. De rechter geeft geen bevel tot voorlopige hechtenis als ernstig rekening moet worden gehouden met een kortere vrijheidsstraf dan de duur van de hechtenis. Het voorarrest mag dus niet langer duren dan de straf die u redelijkerwijs te wachten staat.

Welke termijnen gelden er?

De inverzekeringstelling duurt ten hoogste drie dagen en kan eenmaal met drie dagen worden verlengd. Daarna volgen bewaring (maximaal veertien dagen) en gevangenhouding (in totaal maximaal negentig dagen).

Na de aanhouding kunt u eerst worden opgehouden voor onderzoek. Daarna kan een inverzekeringstelling worden bevolen. Die duurt ten hoogste drie dagen. Bij dringende noodzaak kan zij eenmaal met ten hoogste drie dagen worden verlengd (artikel 57 en 58 Sv). Binnen die periode wordt u voorgeleid aan de rechter-commissaris. Die toetst of de inverzekeringstelling rechtmatig is (artikel 59a Sv).

Wil het Openbaar Ministerie u daarna vasthouden, dan vordert het bewaring bij de rechter-commissaris. De bewaring duurt volgens de Rechtspraak maximaal veertien dagen. Daarna beslist de raadkamer van de rechtbank over de gevangenhouding. Die kan in totaal oplopen tot negentig dagen. De rechtbank beoordeelt de verlenging in stappen. Zijn de negentig dagen om, dan moet de zaak op zitting komen. De zittingsrechter beslist daarna steeds opnieuw of de hechtenis doorloopt.

U hoort soms dat het voorarrest elke vier weken opnieuw wordt getoetst. Dat klopt niet. Het ritme volgt de wettelijke fasen: eerst de toets van de rechter-commissaris, dan de bewaring, dan de gevangenhouding met de verlengingen, en ten slotte de zitting. Wel kan de verdediging op elk moment om opheffing of schorsing vragen. Een tussentijdse beoordeling is dus altijd mogelijk. Hoe lang het geheel kan duren, werkten wij uit in ons artikel over de duur van de voorlopige hechtenis.

Hoe komt u eerder vrij: opheffing of schorsing?

Bij opheffing vervalt de hechtenis, omdat de grond is weggevallen. Bij schorsing blijft het bevel bestaan, maar mag u onder voorwaarden naar huis.

Opheffing ligt voor de hand als het onderzoek is afgerond of als de ernstige bezwaren zijn verzwakt. Schorsing betekent dat de hechtenis tijdelijk niet wordt uitgevoerd, zolang u zich aan de voorwaarden houdt. De basis daarvoor is artikel 80 Sv. De Rechtspraak licht de procedure voor opheffing of schorsing toe.

Aan een schorsing verbindt de rechter altijd algemene voorwaarden. U verschijnt op elke zitting waar uw aanwezigheid nodig is. U onttrekt zich niet aan de uitvoering van een eventuele straf. En u werkt mee aan het vaststellen van uw identiteit.

Daarnaast kan de rechter bijzondere voorwaarden opleggen. Denk aan een contactverbod, een gebiedsverbod, een meldplicht bij de politie, elektronisch toezicht met een enkelband, een behandelverplichting of het stellen van zekerheid. Welke voorwaarden rechters stellen, beschrijven wij in ons artikel over de voorwaarden voor schorsing van de voorlopige hechtenis.

Een schorsingsverzoek staat of valt met het alternatief dat u aanbiedt. Een vast adres, werk of een opleiding, een hulpverleningstraject dat al loopt en familie die zich borg stelt: dat geeft de rechter concrete redenen om het risico aanvaardbaar te vinden. Een verzoek dat alleen op uw persoonlijke omstandigheden wijst, zonder waarborgen, slaagt zelden.

Welke rechten heeft u tijdens het voorarrest?

U heeft recht op een advocaat en u mag zwijgen. Daarnaast heeft u recht op inzage in de stukken, een tolk en medische zorg.

U heeft recht op bijstand van een raadsman, ook voor en tijdens het politieverhoor. Bij misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, krijgt u een raadsman toegevoegd zodra de inverzekeringstelling is bevolen. Gebruik dat recht voordat u een verklaring aflegt. Wat u in de eerste uren zegt, bepaalt vaak de rest van het dossier. Wij schreven daarover in ons artikel over het politieverhoor.

Daarnaast heeft u zwijgrecht. U bent niet verplicht vragen te beantwoorden, en de politie moet u daar voor het verhoor op wijzen. Uw zwijgen mag niet als bewijs tegen u worden gebruikt. Wel kan blijvend zwijgen meewegen als het dossier om uitleg vraagt. Wanneer zwijgen verstandig is en wanneer niet, leest u in ons artikel over het zwijgrecht.

Verder heeft u recht op kennisneming van de processtukken, op bijstand van een tolk, op medische zorg en op het informeren van een familielid over uw detentie. In sommige zaken legt de officier van justitie beperkingen op. Contact met de buitenwereld loopt dan tijdelijk alleen via uw advocaat. Die beperkingen zijn ingrijpend en de verdediging kan ertegen opkomen. Eindigt de zaak later zonder straf, dan tellen dagen met beperkingen zwaarder mee in de schadevergoeding.

Wat gebeurt er na afloop: aftrek en schadevergoeding?

Wordt u veroordeeld, dan gaat de tijd in voorarrest van uw straf af. Eindigt de zaak zonder straf of maatregel, dan kunt u de Staat om schadevergoeding vragen.

Volgt een veroordeling tot een vrijheidsstraf, dan trekt de rechter de tijd in verzekering en in voorlopige hechtenis daarvan af (artikel 27 Sr). Eindigt de zaak zonder straf of maatregel, bijvoorbeeld door vrijspraak of een sepot, dan kunt u als gewezen verdachte vergoeding vragen van de schade door de vrijheidsbeneming. Die vergoeding is geregeld in artikel 533 Sv. Daarnaast regelt artikel 530 Sv een vergoeding voor de kosten van uw advocaat en uw reiskosten.

De Rechtspraak hanteert standaardbedragen per dag. Een dag op het politiebureau levert een hoger bedrag op dan een dag in een huis van bewaring. Voor dagen waarop beperkingen golden, komt er een bedrag bij. De bedragen zijn forfaitair. De rechter kan ervan afwijken als de omstandigheden daarom vragen.

Let op de termijn. U moet het verzoek indienen binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak. Na die termijn kunt u geen vergoeding meer vragen. Meer daarover leest u in ons artikel over schadevergoeding na vrijspraak. Toewijzing is niet vanzelfsprekend. De rechter kent een vergoeding toe voor zover dat billijk is.

Wat kunt u in de eerste dagen doen?

De eerste dagen van het voorarrest bepalen vaak de loop van de hele zaak. Het gaat dan om wat u verklaart, of er beperkingen komen en of een schorsingsverzoek direct kans maakt.

Schakel daarom zo vroeg mogelijk een advocaat in, bij voorkeur voor het eerste politieverhoor. Een advocaat voert verweer bij de rechter-commissaris en de raadkamer, bereidt een schorsingsverzoek voor met concrete waarborgen en bewaakt na afloop de termijn voor het verzoek om schadevergoeding. Wat dat in elke fase inhoudt, leest u op de pagina over een strafrechtadvocaat inschakelen.

Wat kunnen wij voor u doen bij voorarrest?

Wij staan verdachten bij vanaf de aanhouding tot en met de afwikkeling na afloop. Daarbij doen wij onder meer het volgende:

  • Wij staan u bij tijdens het politieverhoor en bij de voorgeleiding aan de rechter-commissaris (artikel 59a Sv).
  • Wij voeren verweer tegen de vordering tot bewaring en op elke raadkamerzitting over de gevangenhouding, onder meer over de ernstige bezwaren en de gronden van artikel 67a Sv.
  • Wij stellen een schorsingsverzoek op met concrete waarborgen, zoals een vast adres, werk en een meldplicht (artikel 80 Sv).
  • Wij komen op tegen beperkingen die de officier van justitie oplegt.
  • Wij dienen na afloop binnen drie maanden het verzoek om schadevergoeding in (artikel 533 en 530 Sv).

Samengevat

  • Voorarrest is geen straf, maar een dwangmiddel. U blijft onschuldig tot de rechter anders beslist.
  • Voorlopige hechtenis mag alleen in de gevallen van artikel 67 Sv, bij ernstige bezwaren en op een grond uit artikel 67a Sv.
  • Inverzekeringstelling duurt maximaal drie plus drie dagen, bewaring maximaal veertien dagen en gevangenhouding in totaal maximaal negentig dagen.
  • U kunt op elk moment om opheffing of schorsing vragen. Een schorsingsverzoek slaagt vooral met concrete waarborgen.
  • Eindigt de zaak zonder straf, dan kunt u schadevergoeding vragen op grond van artikel 533 en 530 Sv. Dien het verzoek in binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak.

Veelgestelde vragen

Wat betekent voorarrest?

Voorarrest is de vrijheidsbeneming van een verdachte voordat de rechter over de zaak heeft beslist. Het omvat de ophouding voor onderzoek, de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis in de vorm van bewaring en gevangenhouding. Het is een dwangmiddel en geen straf. Bij een veroordeling gaat de tijd in voorarrest van de straf af.

Hoe lang mag iemand in voorarrest blijven?

De inverzekeringstelling duurt ten hoogste drie dagen en kan eenmaal met ten hoogste drie dagen worden verlengd. De bewaring duurt daarna maximaal veertien dagen. De gevangenhouding kan in totaal oplopen tot negentig dagen. Daarna moet de zaak op zitting komen en beslist de rechter telkens opnieuw over voortzetting. Het anticipatiegebod van artikel 67a Sv stelt een bovengrens: het voorarrest mag niet langer duren dan de te verwachten straf.

Wanneer mag voorlopige hechtenis worden toegepast?

Alleen in de gevallen van artikel 67 Sv. In beginsel gaat het om misdrijven waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat. Daarnaast is er een limitatieve lijst van specifieke misdrijven en een aparte regeling voor verdachten zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Verder zijn ernstige bezwaren nodig en moet een grond uit artikel 67a Sv aanwezig zijn.

Kan het voorarrest tussentijds worden beëindigd?

Ja. De verdediging kan opheffing vragen als de gronden zijn weggevallen. Ook kan zij om schorsing onder voorwaarden vragen op grond van artikel 80 Sv. Bij schorsing blijft het bevel bestaan, maar wordt het niet uitgevoerd. Voorwaarden zijn bijvoorbeeld een meldplicht, elektronisch toezicht, een contactverbod of zekerheidstelling. Overtreedt u de voorwaarden, dan kan de schorsing worden opgeheven.

Krijg ik een vergoeding als ik word vrijgesproken?

Dat kan. Eindigt de zaak zonder straf of maatregel, dan kunt u vergoeding vragen van de schade door de vrijheidsbeneming en van bepaalde kosten, zoals die van uw advocaat. De Rechtspraak werkt met vaste dagbedragen, met een hoger bedrag voor dagen op het politiebureau en een toeslag voor dagen met beperkingen. Dien het verzoek in binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak (artikel 533 en 530 Sv).

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.