Gepubliceerd op 29 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
U bent aansprakelijk wanneer de wet u verplicht de schade van een ander te vergoeden. Dat ontstaat meestal door een onrechtmatige daad (artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek) of doordat u een overeenkomst niet nakomt (artikel 6:74 BW). De belangrijkste uitzondering op het vereiste van een fout is de risicoaansprakelijkheid: dan bent u aansprakelijk zonder dat u iets te verwijten valt.
Het uitgangspunt van het Nederlandse recht is dat ieder zijn eigen schade draagt. Wie een ander wil aanspreken, moet daarvoor een wettelijke grondslag aanwijzen. Hieronder leest u welke grondslagen er zijn, welke schade wordt vergoed, welke termijnen gelden en hoe u reageert op een aansprakelijkstelling.
Inhoudsopgave
Aan welke vijf voorwaarden toetst de rechter een onrechtmatige daad?
Bij een onrechtmatige daad moeten vijf voorwaarden tegelijk vervuld zijn:
- een onrechtmatige gedraging;
- die aan de dader kan worden toegerekend;
- schade;
- een oorzakelijk verband tussen gedraging en schade;
- een geschonden norm die strekt tot bescherming tegen precies die schade (relativiteit, artikel 6:163 BW).
Ontbreekt één van de vijf, dan is er geen aansprakelijkheid, hoe zuur dat voor de benadeelde ook uitpakt.
Artikel 6:162 BW noemt drie vormen van onrechtmatigheid: inbreuk op een recht van een ander, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, en een doen of nalaten in strijd met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Die derde categorie is in de praktijk de belangrijkste en de lastigste. De norm staat niet in de wet, maar wordt door de rechter ingevuld.
Hoe toetst de rechter gevaarzetting?
Voor gevaarzetting gaf de Hoge Raad die invulling in het Kelderluik-arrest van 5 november 1965 (ECLI:NL:HR:1965:AB7079). In die zaak was een kelderluik opengelaten en viel iemand in het keldergat. Wie een gevaarlijke situatie in het leven roept, handelt onrechtmatig als hij niet de voorzorgsmaatregelen neemt die van hem konden worden gevergd. De Hoge Raad noemde vier gezichtspunten:
| Gezichtspunt uit het Kelderluik-arrest | Vraag die de rechter stelt |
|---|---|
| Waarschijnlijkheid van onoplettendheid | Hoe groot is de kans dat anderen niet opletten? |
| Kans op een ongeval | Hoe vaak leidt die onoplettendheid tot een ongeluk? |
| Ernst van de gevolgen | Hoe zwaar kan de schade zijn? |
| Bezwaarlijkheid van maatregelen | Hoe moeilijk of duur was het om het gevaar weg te nemen? |
In de zaak zelf woog mee dat het gevaar met eenvoudige middelen, zoals een afzetting rond het keldergat, voorkomen had kunnen worden. Die maatstaf wordt nog dagelijks toegepast, van een openstaand luik tot een gladde bedrijfsvloer of een onbeveiligde machine.
Wat betekent toerekening en relativiteit?
Toerekening is iets anders dan schuld. Een gedraging kan aan de dader worden toegerekend als zij aan zijn schuld te wijten is, maar ook als zij krachtens de wet of de verkeersopvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:162 lid 3 BW). Daarom kan iemand aansprakelijk zijn zonder dat hem persoonlijk een verwijt treft. Het relativiteitsvereiste van artikel 6:163 BW werkt de andere kant op: is een norm geschonden die niet bedoeld is om deze benadeelde tegen deze schade te beschermen, dan bestaat er geen verplichting tot vergoeding.
Wat is het verschil tussen wanprestatie en onrechtmatige daad?
Bestaat er tussen partijen een overeenkomst, dan loopt aansprakelijkheid in beginsel via artikel 6:74 BW. Iedere tekortkoming in de nakoming verplicht de schuldenaar de schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Dat laatste is overmacht (artikel 6:75 BW). De drempel ligt lager dan bij een onrechtmatige daad, want de norm staat al in het contract.
De belangrijkste valkuil is het verzuim. Bij een tekortkoming die nog hersteld kan worden, ontstaat de verplichting tot schadevergoeding pas nadat de schuldenaar in verzuim is. Daarvoor is doorgaans een ingebrekestelling nodig: een schriftelijke aanmaning met een redelijke termijn voor nakoming (artikel 6:82 BW). In de gevallen van artikel 6:83 BW treedt het verzuim zonder aanmaning in, bijvoorbeeld als een fatale termijn is verstreken of de schuldenaar laat weten niet te zullen nakomen. Wie deze stap overslaat, verliest zijn schadevordering vaak op een formaliteit.
De twee grondslagen kunnen samenlopen. Levert de gedraging zowel een tekortkoming als een onrechtmatige daad op, dan kan de benadeelde in beginsel kiezen. Dat heeft gevolgen voor de bewijslast, het verzuim en de vraag of een exoneratiebeding uit het contract van toepassing is.
| Punt | Wanprestatie (art. 6:74 BW) | Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) |
|---|---|---|
| Waar staat de norm? | In de overeenkomst | In de wet of het ongeschreven recht |
| Ingebrekestelling nodig? | Meestal wel (art. 6:82 BW) | Nee, verzuim treedt direct in (art. 6:83 sub b BW) |
| Exoneratie uit contract | Werkt in beginsel | Werkt alleen als het beding ook die grondslag dekt |
| Klachtplicht | Ja, binnen bekwame tijd (art. 6:89 BW) | Nee |
De verschillen staan uitgebreider in ons artikel over wanprestatie of onrechtmatige daad.
Wanneer bent u aansprakelijk zonder dat u iets fout deed?
Naast schuldaansprakelijkheid kent de wet risicoaansprakelijkheid. De wetgever legt de schade dan bij degene die het risico beheerst of ervan profiteert, ook als hem niets te verwijten valt. De reden is praktisch: de benadeelde hoeft niet te bewijzen wat er precies is misgegaan, wat bij een verborgen gebrek vrijwel onmogelijk zou zijn.
| Bron van de schade | Wie is aansprakelijk | Wetsartikel |
|---|---|---|
| Gebrekkige roerende zaak met bijzonder gevaar | De bezitter | Art. 6:173 BW |
| Gebrekkig gebouw, werk of weg | De bezitter of de wegbeheerder | Art. 6:174 BW |
| Dier | De bezitter | Art. 6:179 BW |
| Zaak of dier in bedrijfsmatig gebruik | De bedrijfsmatige gebruiker | Art. 6:181 BW |
| Gebrekkig product | De producent | Art. 6:185 BW e.v. |
Bij productaansprakelijkheid hoeft de benadeelde geen fout van de producent aan te tonen. Hoe die route zich verhoudt tot een gewone contractuele claim, leest u in ons artikel over productaansprakelijkheid.
Risicoaansprakelijkheid is niet absoluut. De wet kent uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer de aansprakelijkheid ook bij bekendheid met het gevaar niet zou hebben bestaan. Bij productaansprakelijkheid geldt voor zaakschade een drempel van € 500 (artikel 6:190 BW, zoals geldend op 30 oktober 2026). Die drempel werkt als een franchise: het eerste deel draagt de benadeelde zelf.
Op Europees niveau vervangt Richtlijn (EU) 2024/2853 de oude productaansprakelijkheidsrichtlijn. De nieuwe richtlijn merkt onder meer software als product aan. Lidstaten moeten haar uiterlijk op 9 december 2026 hebben omgezet (stand 30 oktober 2026). Controleer daarom bij een productclaim welke regeling op het moment van in het verkeer brengen gold.
Wanneer bent u aansprakelijk voor het handelen van anderen?
De wet rekent het gedrag van bepaalde personen aan een ander toe. Voor kinderen jonger dan veertien jaar is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent aansprakelijk (artikel 6:169 lid 1 BW). Een beroep op goed toezicht helpt dan niet. Voor kinderen van veertien en vijftien jaar is de ouder aansprakelijk, tenzij hem niet kan worden verweten dat hij de gedraging niet heeft belet (artikel 6:169 lid 2 BW). Vanaf zestien jaar is het kind zelf aansprakelijk.
In het bedrijfsleven speelt artikel 6:170 BW de hoofdrol. Voor een fout van een ondergeschikte is de werkgever aansprakelijk als de kans op de fout door de opdracht is vergroot en de werkgever zeggenschap had over de gedraging. Voor niet-ondergeschikten die werk verrichten ter uitoefening van het bedrijf van de opdrachtgever geldt artikel 6:171 BW. U kunt dus ook voor fouten van een ingeschakelde onderaannemer worden aangesproken. Wat er tussen werkgever en werknemer onderling geldt, staat in ons artikel over aansprakelijkheid op de werkvloer.
Omgekeerd draagt de werkgever een eigen zorgplicht jegens zijn personeel. Artikel 7:658 BW verplicht hem de werkruimte, gereedschappen en instructies zo in te richten dat de werknemer geen schade lijdt. Lijdt een werknemer schade in de uitoefening van zijn werk, dan is de werkgever aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij aan die zorgplicht heeft voldaan of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van bewuste roekeloosheid van de werknemer. De bewijslast ligt dus bij de werkgever. Die zorgplicht geldt via artikel 7:658 lid 4 BW ook voor uitzendkrachten, gedetacheerden en anderen die onder zijn gezag werken.
Bestuurders van een rechtspersoon hebben een eigen positie. Tegenover de vennootschap zijn zij aansprakelijk bij onbehoorlijke taakvervulling (artikel 2:9 BW). Tegenover derden alleen als hun persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Wanneer die hoge drempel toch wordt gehaald, leest u in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid.
Welke schade moet u vergoeden?
Vergoed wordt in beginsel de schade die de benadeelde werkelijk lijdt. Artikel 6:95 BW onderscheidt vermogensschade en ander nadeel. Vermogensschade omvat volgens artikel 6:96 BW het geleden verlies en de gederfde winst. Daarnaast vallen eronder: redelijke kosten om schade te voorkomen of te beperken, kosten om schade en aansprakelijkheid vast te stellen, en redelijke kosten om buiten rechte betaling te krijgen. Ander nadeel dan vermogensschade, kortweg smartengeld, wordt alleen vergoed in de gevallen van artikel 6:106 BW.
Niet alle gevolgen komen voor rekening van de aansprakelijke partij. Artikel 6:98 BW beperkt de vergoedingsplicht tot schade die zo samenhangt met de gebeurtenis dat zij hem als gevolg kan worden toegerekend. Daarbij tellen de aard van de aansprakelijkheid en de aard van de schade mee. Hoe verder verwijderd of onvoorzienbaarder de schade, hoe minder snel de rechter die toerekening aanneemt.
Draagt de benadeelde zelf bij aan zijn schade, dan wordt de vergoeding verminderd naar de mate waarin ieders omstandigheden aan de schade hebben bijgedragen (artikel 6:101 BW). Daarna is een billijkheidscorrectie mogelijk. In uitzonderlijke gevallen kan de rechter de vergoeding matigen als volledige vergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen leidt (artikel 6:109 BW). Staat de aansprakelijkheid vast maar is de omvang nog niet te begroten, dan kan de rechter verwijzen naar een schadestaatprocedure. Daarin gaat het alleen nog over de hoogte.
Hoe reageert u op een aansprakelijkstelling?
Reageer schriftelijk en binnen de gestelde termijn, maar erken niets voordat u de feiten en de juridische grondslag heeft beoordeeld. Een erkenning is moeilijk terug te draaien en kan uw verzekeringsdekking aantasten. Vrijwel iedere aansprakelijkheidspolis laat de beoordeling aan de verzekeraar. Meld de kwestie daarom direct bij uw verzekeraar, ook als u de claim ongegrond vindt. Een te late melding kan een eigen grond zijn om dekking te weigeren.
Beoordeel daarna stap voor stap:
- Is er een overeenkomst, en wat zegt die over aansprakelijkheid, klachttermijnen en algemene voorwaarden?
- Is er een onrechtmatige daad, en welke norm zou dan zijn geschonden?
- Staat het oorzakelijk verband vast, of zijn er andere oorzaken denkbaar?
- Is de opgevoerde schade onderbouwd met stukken?
- Heeft de wederpartij zelf bijgedragen aan de schade (artikel 6:101 BW)?
- Is de vordering verjaard (artikel 3:310 BW)?
Leg de antwoorden vast met de bijbehorende stukken. Bewijs dat u nu eenvoudig verzamelt, is over twee jaar vaak verdwenen.
Wijst u aansprakelijkheid af, doe dat dan gemotiveerd en zonder de deur te sluiten voor overleg. Veel geschillen worden geregeld voordat er een dagvaarding komt. Blijft een oplossing uit, dan beslist de civiele rechter. De kantonrechter behandelt vorderingen tot en met € 25.000 en huur- en arbeidszaken (artikel 93 Rv, grens geldend op 30 oktober 2026). Andere zaken gaan naar de rechtbank, waar een advocaat verplicht is.
Binnen welke termijn moet u een schadevordering instellen?
Een vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar na de dag waarop de benadeelde zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend is geworden. In ieder geval verjaart zij twintig jaar na de gebeurtenis die de schade veroorzaakte (artikel 3:310 BW). Beide termijnen lopen naast elkaar: de termijn van twintig jaar loopt ook als de benadeelde nog nergens van wist.
De korte termijn begint pas bij daadwerkelijke bekendheid, niet op het moment waarop iemand het had kunnen weten. Bij verborgen gebreken en bij schade die zich later openbaart, kan dat jaren later zijn. Stuiten kan met een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 BW). Daarna begint een nieuwe termijn.
De Hoge Raad heeft op 28 maart 2014 uitgelegd wat zo’n stuitingsbrief moet bevatten (ECLI:NL:HR:2014:766). De schuldenaar moet voldoende duidelijk worden gewaarschuwd dat hij rekening moet blijven houden met de aanspraak. Stuurt een belangenorganisatie de brief namens meer benadeelden, dan moet duidelijk zijn voor wie zij optreedt. Bewaar het verzendbewijs, want op de ontvangst gaat het in de praktijk regelmatig mis. Meer leest u in ons artikel over verjaring van vorderingen.
Naast verjaring speelt de klachtplicht. Bij een gebrekkige prestatie moet u binnen bekwame tijd na ontdekking bij de wederpartij protesteren (artikel 6:89 BW). Doet u dat niet, dan vervallen uw rechten, ook als de vordering nog lang niet verjaard is. Bij een zakelijk geschil is een tijdige, schriftelijke en concrete klacht daarom de eerste stap, nog vóór het inschakelen van een deskundige.
Hoe beperkt u aansprakelijkheid vooraf?
Contractueel valt veel te regelen. Een exoneratiebeding kan aansprakelijkheid uitsluiten of beperken: tot een maximumbedrag, tot directe schade of tot wat de verzekeraar uitkeert. In zakelijke verhoudingen is dat in beginsel geldig. De rechter kan een beroep erop wel buiten toepassing laten als dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW). Bij opzet of bewuste roekeloosheid van de schuldenaar zelf slaagt een beroep op exoneratie vrijwel nooit. Tegenover consumenten geldt bovendien de grijze lijst van artikel 6:237 BW: een beding dat aansprakelijkheid beperkt, wordt dan vermoed onredelijk bezwarend te zijn. De grenzen leest u in ons artikel over beperking van aansprakelijkheid in B2B-contracten.
Een exoneratie werkt alleen als de algemene voorwaarden waarin zij staat van toepassing zijn geworden en tijdig ter hand zijn gesteld (artikel 6:233 en 6:234 BW). De feitelijke kant is minstens zo belangrijk: duidelijke opdrachtbevestigingen, goede instructies, aantoonbaar onderhoud en een passende bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Controleer de verzekerde som en de uitsluitingen. Een polis die de kernactiviteit niet dekt, geeft schijnzekerheid.
Voor burengeschillen geldt een eigen norm. Onrechtmatige hinder wordt beoordeeld naar de aard, de ernst en de duur van de hinder en de schade, waarbij ook de plaatselijke omstandigheden meewegen (artikel 5:37 BW). Wanneer overlast de grens overschrijdt, leest u in ons artikel over nabuurschap en hinder.
Wat doet u als benadeelde en wat als aangesproken partij?
| U lijdt schade | U wordt aansprakelijk gesteld |
|---|---|
| Stel de wederpartij schriftelijk in gebreke met een redelijke termijn als nakoming nog mogelijk is (art. 6:82 BW). | Erken niets voordat u de feiten en de grondslag heeft beoordeeld. |
| Protesteer binnen bekwame tijd nadat u een gebrek ontdekt (art. 6:89 BW). | Meld de claim direct bij uw aansprakelijkheidsverzekeraar. |
| Stuit de verjaring met een ondubbelzinnige schriftelijke aanmaning en bewaar het verzendbewijs (art. 3:317 BW). | Controleer of uw algemene voorwaarden met een beperking van aansprakelijkheid van toepassing zijn en tijdig ter hand zijn gesteld. |
| Onderbouw elke schadepost met stukken, zoals facturen, offertes en foto’s. | Ga na of de vordering is verjaard (art. 3:310 BW) en of de benadeelde zelf heeft bijgedragen (art. 6:101 BW). |
Wat kunnen wij doen bij een aansprakelijkheidskwestie?
Wij behandelen aansprakelijkheid in contractuele en zakelijke verhoudingen; letselschade behandelen wij niet.
- Wij beoordelen een aansprakelijkstelling op grondslag, oorzakelijk verband, eigen schuld en verjaring.
- Wij stellen ingebrekestellingen en aansprakelijkstellingen op en stuiten tijdig de verjaring.
- Wij onderhandelen met de wederpartij en haar verzekeraar over de omvang van de schade.
- Wij toetsen of een exoneratiebeding in de algemene voorwaarden standhoudt.
- Wij procederen bij de kantonrechter of de rechtbank, zo nodig gevolgd door een schadestaatprocedure.
In het kort
- Aansprakelijkheid ontstaat door een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) of door een tekortkoming (art. 6:74 BW); bij een herstelbare tekortkoming is meestal eerst een ingebrekestelling nodig.
- Bij gevaarzetting toetst de rechter nog steeds aan de vier gezichtspunten uit het Kelderluik-arrest (HR 5 november 1965).
- Risicoaansprakelijkheid geldt zonder verwijt, bijvoorbeeld voor gebrekkige zaken, opstallen, dieren en producten.
- Een schadevordering verjaart vijf jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke persoon, uiterlijk twintig jaar na de gebeurtenis; een ondubbelzinnige schriftelijke aanmaning stuit de verjaring.
Veelgestelde vragen
Wat als de wederpartij failliet gaat of geen verhaal biedt?
Een toewijzend vonnis heeft weinig waarde zonder verhaal. Onderzoek daarom vooraf of er een aansprakelijkheidsverzekering is, of conservatoir beslag zinvol is en of er een medeaansprakelijke partij bestaat. Denk aan een opdrachtgever op grond van artikel 6:171 BW of een bestuurder bij een voldoende ernstig verwijt.
Wanneer is de gemeente aansprakelijk voor schade op straat?
Als wegbeheerder kan de gemeente aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:174 BW, als de weg niet voldoet aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar ontstaat. Dat is geen garantie voor een vlakke stoep. De rechter weegt onder meer de aard van de weg en de te verwachten oplettendheid van weggebruikers mee.
Valt letselschade ook onder dit artikel?
De regels over aansprakelijkheid gelden ook bij letsel, maar Law & More behandelt geen letselschadezaken. Bij letsel na bijvoorbeeld een verkeers- of bedrijfsongeval kunt u beter een gespecialiseerde letselschadebehandelaar inschakelen.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.