Belangenverstrengeling in de vennootschap: wat mag een bestuurder?

Een groep zakelijke professionals in een vergaderruimte die geconcentreerd overlegt over mogelijke belangenverstrengeling binnen een bedrijf.

Gepubliceerd op 9 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Heeft een bestuurder of commissaris een persoonlijk belang dat botst met het belang van de vennootschap, dan mag hij niet meepraten en niet meebeslissen over dat onderwerp (artikel 2:239 lid 6 BW voor de bv, artikel 2:129 lid 6 BW voor de nv). Doet hij dat toch, dan is het besluit vernietigbaar, maar de overeenkomst met de wederpartij blijft in beginsel geldig; de sanctie ligt vooral in de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder.

Wordt u aangesproken op een besluit waarbij uw eigen belang meespeelde? Lees dan ook over bestuurdersaansprakelijkheid en de maatstaf van het ernstig verwijt.

Bestuurder verlaat de vergadering wegens een tegenstrijdig belang bij een bestuursbesluit

Wanneer heeft een bestuurder een tegenstrijdig belang?

Er is een tegenstrijdig belang als een bestuurder een persoonlijk belang heeft waardoor hij het belang van de vennootschap niet meer zuiver en objectief kan behartigen. Niet elke dubbele pet valt daaronder; het gaat om een concreet besluit.

De Hoge Raad gaf de maatstaf in een arrest van 29 juni 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BA0033), nog onder het oude artikel 2:256 BW. De vraag of er een tegenstrijdig belang is, kan alleen worden beantwoord met alle relevante omstandigheden van het concrete geval. Het gaat erom of de bestuurder het belang van de vennootschap nog met de vereiste integriteit en objectiviteit kan behartigen. In die zaak was de bestuurder directeur en grootaandeelhouder van beide betrokken vennootschappen. Volgens de Hoge Raad kan dan een tegenstrijdig belang bestaan, maar dat hangt af van de omstandigheden.

Het belang kan direct zijn: een bestuurder verkoopt zelf iets aan de vennootschap of krijgt een lening van haar. Het kan ook indirect zijn: een aandelenbelang in de wederpartij, een bestuursfunctie bij een leverancier of een contract met de onderneming van een gezinslid. Ook een toekomstig belang telt mee, zoals het vooruitzicht op een functie bij een partij waarmee de vennootschap onderhandelt.

Het gaat om het besluit, niet om de persoon. Een bestuurder met een nevenbelang mag alleen niet meebeslissen over het onderwerp waarin zijn belang meespeelt. Op andere agendapunten blijft hij bevoegd. Wij werken dit verder uit in ons artikel over tegenstrijdig belang bij een bestuurder.

Wie beslist als de bestuurder niet mee mag doen?

Het bestuur richt zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Heeft een bestuurder een direct of indirect persoonlijk belang dat daarmee tegenstrijdig is, dan doet hij niet mee aan overleg en stemming (artikel 2:239 lid 6 BW; voor de nv artikel 2:129 lid 6 BW). De regels staan in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

SituatieWie beslist dan?
Eén bestuurder heeft een tegenstrijdig belang, de anderen nietDe overige bestuurders
Bestuur kan daardoor geen besluit nemen, er is een raad van commissarissenDe raad van commissarissen
Bestuur kan geen besluit nemen, er is geen raad van commissarissenDe algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen
Raad van commissarissen kan zelf geen besluit nemenDe algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen
Stichting zonder raad van toezichtHet bestuur, met schriftelijke vastlegging van de overwegingen, tenzij de statuten anders bepalen (artikel 2:291 BW)

Sinds 1 januari 2013 is dit uitdrukkelijk een regel over besluitvorming en niet meer over vertegenwoordiging. Onder het oude recht kon een tegenstrijdig belang de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de bestuurder aantasten, met gevolgen voor de wederpartij. Nu raakt een schending in beginsel alleen de interne besluitvorming. Wie zaken doet met een vennootschap, hoeft de interne verhoudingen dus niet uit te zoeken.

Wat zijn de gevolgen als de bestuurder toch meebeslist?

Het besluit is dan vernietigbaar wegens strijd met een wettelijke regel over de totstandkoming van besluiten (artikel 2:15 BW). Vernietiging kan worden gevorderd door iemand met een redelijk belang bij de naleving, zoals een medebestuurder, commissaris of aandeelhouder. Die bevoegdheid vervalt een jaar nadat voldoende bekendheid aan het besluit is gegeven, of nadat de betrokkene ervan kennis nam of werd gewaarschuwd (artikel 2:15 lid 5 BW).

Vernietiging van het besluit tast de overeenkomst met de derde in beginsel niet aan. Wat overblijft, is de schade voor de vennootschap: een te hoge inkoopprijs, een te lage verkoopprijs of een gemiste kans. Die schade kan worden verhaald op de bestuurder. Dat is in de praktijk de belangrijkste sanctie.

Een geschonden tegenstrijdigbelangregeling komt meestal aan het licht in een breder conflict, bijvoorbeeld tussen aandeelhouders of na een bestuurswissel. Dan gaan vaak ook andere besluiten uit dezelfde periode onder de loep.

Wat veranderde voor stichtingen en verenigingen per 1 juli 2021?

Sinds 1 juli 2021 geldt de tegenstrijdigbelangregeling ook voor verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Die uitbreiding komt uit de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR). Ook daar doet een bestuurder of toezichthouder met een tegenstrijdig persoonlijk belang niet mee aan overleg en stemming. Kan het bestuur daardoor niet besluiten, dan beslist het toezichthoudend orgaan als dat er is. Bij een vereniging zonder toezichthoudend orgaan beslist de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.

Voor stichtingen is dat een wezenlijke verandering. Veel stichtingsbesturen bestaan uit vrijwilligers met een breed netwerk in de eigen sector, en dat netwerk levert nevenbelangen op. Statuten van vóór 2021 bevatten de regeling vaak niet, terwijl de wettelijke norm sindsdien wel geldt. Meer achtergrond vindt u in ons artikel over machtsmisbruik binnen verenigingen en stichtingen.

In gereguleerde sectoren komen er eigen normen bij. Zorginstellingen, woningcorporaties, onderwijsinstellingen en pensioenfondsen kennen sectorale governancecodes en toezichtregels die verder gaan dan het Burgerlijk Wetboek. Die schrijven bijvoorbeeld voor dat nevenfuncties vooraf worden getoetst. Toets uw situatie aan beide lagen.

Raad van commissarissen beoordeelt een transactie waarbij een bestuurder een persoonlijk belang heeft

Wanneer wordt belangenverstrengeling een ernstig verwijt?

Een bestuurder is aansprakelijk tegenover de vennootschap als hij zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt (artikel 2:9 BW). Een tegenstrijdig belang op zichzelf is nog geen grond voor aansprakelijkheid. Het bewust verzwijgen van een persoonlijk belang, het doordrukken van een transactie waarvan de bestuurder zelf profiteert of het wegsluizen van vermogen voldoen doorgaans wel aan die maatstaf.

De rechter weegt alle omstandigheden: de aard van het besluit, de omvang van het nadeel, de ervaring van de bestuurder, de informatie die hij had en of hij zijn belang tijdig meldde. Juist die melding weegt zwaar. Een bestuurder die zijn belang open op tafel legt en zich terugtrekt, handelt correct, ook als de vennootschap de transactie toch aangaat. Een bestuurder die zwijgt, heeft achteraf weinig verweer.

Een voorbeeld ter illustratie: een directeur laat de bv een bedrijfspand huren van een vastgoedvennootschap waarvan hij zelf aandeelhouder is, zonder dit te melden en tegen een huur ruim boven de markt. Na een bestuurswissel kan de vennootschap het verschil als schade op hem proberen te verhalen. De maatstaf van artikel 2:9 BW werken wij uit in ons artikel over interne bestuurdersaansprakelijkheid.

Tegenover derden kan een bestuurder aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). In een faillissement kan de curator hem aanspreken voor het tekort in de boedel als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is (artikel 2:248 BW). Transacties met gelieerde partijen zijn voor een curator een van de eerste onderzoekspunten. Een breder overzicht geeft ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij een BV.

De dga en het concern: twee situaties die anders werken

Bij de directeur-grootaandeelhouder die enig bestuurder en enig aandeelhouder is, lijkt de regeling zinloos: hij mag als bestuurder niet meebeslissen, maar vormt als aandeelhouder zelf de algemene vergadering. De wet blokkeert de vennootschap dan niet; de algemene vergadering neemt het besluit. Wel moeten rechtshandelingen tussen de vennootschap en haar enig aandeelhouder, waarbij hij ook de vennootschap vertegenwoordigt, schriftelijk worden vastgelegd (artikel 2:247 BW). Dat wordt vaak vergeten en wreekt zich zodra een curator of koper de administratie doorneemt.

Binnen een concern ligt het anders. Een bestuurder van zowel moeder als dochter heeft niet zonder meer een tegenstrijdig belang, want het gaat niet om zijn persoonlijke belang. Wel moet hij bij elke transactie het belang van de betrokken vennootschap zelfstandig afwegen. Gaat een dochter op instructie van de moeder een onzakelijke transactie aan ten koste van haar eigen schuldeisers, dan loopt de bestuurder een reëel aansprakelijkheidsrisico. Waar vennootschapsbelang en aandeelhoudersbelang uiteenlopen, leest u in ons artikel over de spanning tussen aandeelhoudersbelang en vennootschapsbelang.

Drie situaties waarin het vaak misgaat

Aan twee kanten van de tafel. De vennootschap koopt in bij een onderneming waarin de bestuurder aandelen houdt, huurt een pand van hem of geeft hem een lening. Ook zijn eigen arbeidsvoorwaarden, managementvergoeding en ontslagregeling vallen hieronder; daarover beslist het daartoe bevoegde orgaan.

Familie- en gezinsrelaties. Een opdracht aan het bedrijf van een partner, een dienstverband voor een kind of een borgstelling voor een familielid raakt het persoonlijke belang van de bestuurder, ook als hij er zelf financieel niets aan overhoudt. Een marktconforme prijs doet aan de onthoudingsplicht niets af; die bepaalt hooguit of er schade is.

Overname door het zittende management. Bij een management buy-out onderhandelt het bestuur feitelijk met zichzelf. Een strikte scheiding van rollen is dan nodig: een zelfstandig onderhandelend orgaan aan de verkopende kant en een onderbouwde waardering in het dossier.

Wat kan de Ondernemingskamer doen bij belangenverstrengeling?

Aandeelhouders die twijfelen aan een juist beleid, kunnen de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam vragen een onderzoek te gelasten. Transacties met gelieerde partijen, verzwegen nevenbelangen en besluiten zonder de vereiste onthouding zijn een klassieke aanleiding voor zo’n enquêteprocedure. Volgens artikel 2:349 BW moeten de verzoekers hun bezwaren eerst schriftelijk aan het bestuur en de raad van commissarissen voorleggen, met een redelijke termijn om te reageren.

Tijdens het onderzoek kan de Ondernemingskamer onmiddellijke voorzieningen treffen (artikel 2:349a BW). Zij kan een bestuurder schorsen, een tijdelijke bestuurder benoemen of aandelen ten titel van beheer overdragen. Voor een vennootschap die vastloopt in een conflict over belangenverstrengeling is dat vaak de route die op korte termijn beweging brengt. De drempels en voorzieningen staan in ons artikel over de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer.

Wat vraagt de corporate governance code bovenop de wet?

De wet is een minimum. Voor beursvennootschappen geldt de Nederlandse corporate governance code. Die verlangt dat een tegenstrijdig belang wordt gemeld aan de voorzitter van de raad van commissarissen, dat de raad buiten aanwezigheid van de betrokkene beslist en dat zulke transacties in het bestuursverslag worden toegelicht. De code werkt volgens pas toe of leg uit.

Voor niet-beursgenoteerde ondernemingen geldt de code niet, maar zij is wel een richtsnoer. Wie zijn interne regels erop afstemt, verkleint het risico op een vernietigbaar besluit en een geslaagde aansprakelijkstelling.

Statuten, belangenregister en notulen: zo voorkomt u een geschil

Leg in de statuten vast wie beslist als het bestuur door een tegenstrijdig belang geen besluit kan nemen, zeker bij rechtspersonen zonder raad van commissarissen. Statuten van vóór 2013, of bij stichtingen en verenigingen van vóór 1 juli 2021, sluiten vaak niet meer aan bij de wet. De statuten kunnen de onthoudingsplicht zelf niet uitschakelen; van Boek 2 BW mag u alleen afwijken als de wet dat toestaat (artikel 2:25 BW).

Houd een belangenregister bij waarin bestuurders en toezichthouders hun nevenfuncties, aandelenbelangen en zakelijke relaties vermelden, en werk het minstens jaarlijks bij. Bestuursfuncties bij andere rechtspersonen controleert u in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Laat elke vergadering beginnen met de vraag of iemand een belang moet melden.

Notuleer wie zich heeft teruggetrokken, waarom en welk orgaan het besluit heeft genomen. Voeg bij transacties met gelieerde partijen een onderbouwing van de zakelijkheid toe, zoals een taxatie of vergelijkende offerte. Bewaar die stukken bij de bestuursbesluiten, zodat ze ook na een bestuurswissel vindbaar zijn.

Bestuurder of aandeelhouder: uw stappen verschillen

Als bestuurder met een mogelijk belangAls aandeelhouder met een vermoeden
Meld het belang vóór de beraadslaging en laat dat notuleren.Verzamel notulen, contracten, facturen en Handelsregistergegevens.
Neem niet deel aan overleg en stemming (artikel 2:239 lid 6 BW).Vraag schriftelijk welk belang speelde, wanneer het is gemeld en welk orgaan besliste.
Voeg een taxatie of vergelijkende offerte aan het dossier toe.Let op de vervaltermijn van een jaar voor vernietiging (artikel 2:15 lid 5 BW).
Bent u enig aandeelhouder: leg de rechtshandeling schriftelijk vast (artikel 2:247 BW).Overweegt u een enquête: leg uw bezwaren eerst schriftelijk voor (artikel 2:349 BW).

Blijft een antwoord uit, of is het besluit duidelijk in strijd met de wet genomen, dan zijn er verschillende routes: vernietiging van het besluit, aansprakelijkstelling van de bestuurder, ontslag door de algemene vergadering of een enquêteverzoek. Een beschuldiging zonder onderbouwing verhardt het conflict; wie te lang wacht, verliest bewijs en soms zijn recht.

Wat wij doen bij belangenverstrengeling

  • Wij toetsen statuten en bestuursreglement aan artikel 2:239 en 2:129 BW, en bij stichtingen en verenigingen aan de WBTR.
  • Wij adviseren bij een transactie met een gelieerde partij over de besluitvorming en de vastlegging.
  • Wij beoordelen of een besluit vernietigbaar is en vorderen zo nodig de vernietiging.
  • Wij stellen een bestuurder aansprakelijk of voeren verweer (artikel 2:9 BW).
  • Wij stellen de bezwaren op die aan een enquêteverzoek voorafgaan en voeren de procedure.

Meer leest u op de pagina ondernemingsrecht.

Tegenstrijdig belang in vijf punten

  • Een bestuurder met een tegenstrijdig persoonlijk belang doet niet mee aan overleg en besluitvorming (artikel 2:239 en 2:129 BW).
  • Of er een tegenstrijdig belang is, hangt af van alle omstandigheden (Hoge Raad 29 juni 2007).
  • Een besluit in strijd met de regeling is binnen een jaar vernietigbaar; de overeenkomst met de derde blijft in beginsel geldig.
  • Sinds 1 juli 2021 geldt de regeling ook voor stichtingen en verenigingen.
  • Melden, terugtrekken en vastleggen is de beste bescherming tegen aansprakelijkheid.

Veelgestelde vragen

Mag een bestuurder met een tegenstrijdig belang de vergadering bijwonen?

Hij mag niet deelnemen aan overleg en besluitvorming over dat onderwerp. In de praktijk meldt hij zijn belang, geeft hij de informatie die het bestuur nodig heeft en verlaat hij de zaal voordat de discussie begint.

Moet een nevenfunctie altijd worden gemeld?

De wet verplicht tot onthouding, niet met zoveel woorden tot een algemene meldplicht. Die volgt in de praktijk wel uit behoorlijke taakvervulling, statuten, reglementen en governancecodes. Melden is bovendien uw beste verweer tegen een ernstig verwijt.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.