Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
De politie mag undercover werken, maar alleen op bevel van de officier van justitie, bij verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en zonder iemand aan te zetten tot strafbare feiten die hij anders niet zou plegen. Gaat de politie over die grens, dan kan de rechter het bewijs uitsluiten of in ernstige gevallen het OM niet-ontvankelijk verklaren.
Het Wetboek van Strafvordering kent drie vormen van undercoveroptreden: infiltratie (artikel 126h Sv), pseudokoop of pseudodienstverlening (artikel 126i Sv) en stelselmatige inwinning van informatie (artikel 126j Sv). Daarnaast heeft de Hoge Raad regels gegeven voor de Mr. Big-methode, waarbij agenten een verdachte in een nagespeelde criminele organisatie tot een bekentenis proberen te brengen.

Voor een verdachte bepalen die grenzen of het bewijs uit een undercovertraject bruikbaar is. Ze raken aan fundamentele rechten zoals de verklaringsvrijheid en aan de regels voor het politieonderzoek. Hieronder leest u wat artikel 126h tot en met 126j Sv toestaan, wat de Hoge Raad in 2019 en 2026 heeft beslist en hoe u de inzet laat toetsen.
Inhoudsopgave
Wanneer zet de politie undercoveragenten in?
Bij een undercoveroperatie werkt een opsporingsambtenaar zonder dat de verdachte weet dat hij met de politie te maken heeft. De politie zet deze methoden vooral in bij ernstige en georganiseerde criminaliteit, als gewone opsporing onvoldoende oplevert.

Het doel is informatie en bewijs te verzamelen in een omgeving waar de politie anders niet binnenkomt. Denk aan drugshandel, wapenhandel, witwassen (artikel 420bis Sr) of netwerken die zich met geweld afschermen. Een agent die het vertrouwen van verdachten moet winnen, heeft daar vaak weken of maanden voor nodig.
De drie undercoverbevoegdheden naast elkaar
Hoe ingrijpender de methode, hoe zwaarder de voorwaarden. De tabel zet de wettelijke eisen uit het Wetboek van Strafvordering op een rij (stand 29 oktober 2026).
| Bevoegdheid | Wetsartikel | Wat doet de agent? | Vereiste verdenking | Bevel |
|---|---|---|---|---|
| Infiltratie | 126h Sv | Neemt deel aan of helpt een groep die vermoedelijk misdrijven beraamt of pleegt | Misdrijf uit artikel 67 lid 1 Sv dat een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert; het onderzoek moet de inzet dringend vereisen | Schriftelijk, officier van justitie |
| Pseudokoop of pseudodienstverlening | 126i Sv | Koopt goederen of neemt diensten af, bijvoorbeeld drugs of transport | Misdrijf uit artikel 67 lid 1 Sv | Officier van justitie |
| Stelselmatige inwinning van informatie | 126j Sv | Verzamelt informatie over iemand zonder zich als politie bekend te maken | Misdrijf uit artikel 67 lid 1 Sv | Officier van justitie |
| Stelselmatige observatie (geen undercover in strikte zin) | 126g Sv | Volgt of bekijkt iemand zonder contact | Misdrijf | Officier van justitie |
Bij infiltratie neemt een agent deel aan een groep. Dat is de zwaarste vorm. Bij een pseudokoop doet een agent zich voor als koper, bijvoorbeeld van drugs of wapens. Bij stelselmatige inwinning van informatie praat een agent met de verdachte of met mensen om hem heen, zo vaak of zo lang dat een min of meer volledig beeld van iemands leven kan ontstaan. Artikel 126j Sv is ook de wettelijke basis voor de Mr. Big-methode.
Waarin verschilt observatie van undercoverwerk?
Volgens artikel 126g Sv mag de politie iemand bij verdenking van een misdrijf stelselmatig volgen of zijn gedrag waarnemen, op bevel van de officier van justitie. De agent heeft dan geen contact met de verdachte. Hij kijkt alleen.
Juist daarom is de drempel lager dan bij infiltratie. Zodra een agent wel contact maakt en een rol speelt, gaat het om artikel 126h, 126i of 126j Sv. Undercoverwerk wordt gedaan door speciaal opgeleide politie-eenheden, die hun handelingen moeten vastleggen zodat de rechter ze later kan toetsen.
Welke eisen stelt de wet aan het bevel?
Elke undercoverbevoegdheid vereist een bevel van de officier van justitie en een verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (artikel 67 lid 1 Sv). Voor infiltratie moet het misdrijf daarnaast een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren.

Wat staat er in een infiltratiebevel?
Het infiltratiebevel uit artikel 126h Sv is schriftelijk. Het vermeldt onder meer de verdenking, de wijze waarop wordt geïnfiltreerd en de geldigheidsduur. Zo kan de rechter achteraf nagaan wat precies was toegestaan. In de praktijk is infiltratie voorbehouden aan grote onderzoeken naar georganiseerde criminaliteit.
Mag de politie een burger met een strafblad laten infiltreren?
Naast politie-infiltratie kent de wet de inzet van een burger als infiltrant (artikel 126w Sv). De Hoge Raad oordeelde op 10 februari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:178) dat artikel 126w Sv ook een wettelijke grondslag biedt voor de inzet van een burger met een criminele achtergrond. Eisen die alleen in Kamermoties staan, hoeft de rechter niet zelfstandig te toetsen.
In die zaak stelde het hof vast dat formele voorschriften waren geschonden, zoals te late toestemming van het College van procureurs-generaal. Het hof verbond daar geen gevolg aan. De Hoge Raad vond dat oordeel voldoende gemotiveerd en verwierp het beroep op bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv.
Moet de officier van justitie eerst een lichter middel overwegen?
De officier van justitie moet afwegen of een lichter middel volstaat (subsidiariteit) en of de inbreuk in verhouding staat tot de ernst van de zaak (proportionaliteit). Voor een eenmalige winkeldiefstal zet niemand een infiltrant in.
Die afweging komt terug in het bevel en in het proces-verbaal. De verdediging kan haar op de zitting ter discussie stellen. Ontbreekt een deugdelijke onderbouwing, dan is dat een aanknopingspunt voor een verweer.
Wie houdt toezicht op het undercovertraject?
Het toezicht ligt bij het Openbaar Ministerie tijdens de operatie en bij de strafrechter achteraf. Een rechter-commissaris hoeft voor de bevoegdheden uit artikel 126h tot en met 126j Sv vooraf geen machtiging te geven.
Dat maakt de toetsing door de zittingsrechter extra belangrijk. De verdediging kan daarom vragen om de onderliggende verslagen en, waar nodig, om het horen van de betrokken agenten, bijvoorbeeld als afgeschermde getuige bij de rechter-commissaris.
Waar ligt de grens tussen meebewegen en uitlokken?
De belangrijkste grens is het verbod op uitlokking: een agent mag iemand niet brengen tot strafbare feiten waarop diens opzet niet al gericht was. Daarnaast mag een undercovertraject de verklaringsvrijheid van de verdachte niet ondermijnen.
Wat houdt het Tallon-criterium in?
Volgens artikel 126h lid 2 Sv, en op gelijke wijze bij de pseudokoop in artikel 126i lid 2 Sv, mag de opsporingsambtenaar een persoon niet brengen tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet al tevoren was gericht. Dit heet het Tallon-criterium, naar een arrest van de Hoge Raad uit 1979.
Een voorbeeld ter illustratie: een agent die zich voordoet als koper, reageert op iemand die al drugs aanbiedt. Dat mag. Een agent die een persoon zonder criminele plannen wekenlang onder druk zet om drugs te regelen, gaat over de grens. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens trekt dezelfde lijn op grond van artikel 6 EVRM: een eerlijk proces is niet mogelijk als de overheid het strafbare feit zelf heeft veroorzaakt.
Wordt het Tallon-criterium geschonden, dan kan het bewijs dat daaruit voortkomt worden uitgesloten. In ernstige gevallen kan de rechter het OM niet-ontvankelijk verklaren, zodat de zaak eindigt.
Wat mag een undercoveragent wel?
Een undercoveragent mag een valse identiteit gebruiken, contact leggen, vertrouwen opbouwen en reageren op criminele plannen die al bestaan. Bij een pseudokoop op grond van artikel 126i Sv mag hij goederen kopen of diensten afnemen van iemand die die al aanbiedt.
Een valse identiteit is dus op zichzelf niet onrechtmatig. Het gaat om wat de agent ermee doet. Zolang hij meebeweegt met wat de verdachte uit zichzelf al van plan was, blijft hij binnen de grenzen.
Mag een infiltrant zelf strafbare feiten plegen?
Een infiltrant kan binnen een criminele groep in situaties komen waarin van hem wordt verwacht dat hij meedoet. Of en welke strafbare feiten hij mag begaan, moet in het bevel en de instructies van de officier van justitie zijn vastgelegd.
Alles wat daarbuiten valt, is niet gedekt. Geweld tegen personen of het aanzetten van anderen tot nieuwe misdrijven valt daar in beginsel buiten. De agent legt zijn handelingen vast, zodat de rechter kan nagaan of hij binnen zijn opdracht bleef.
Wat besliste de Hoge Raad over de Mr. Big-methode?
Bij de Mr. Big-methode laten agenten een verdachte toetreden tot een nagespeelde criminele organisatie. De baas van die organisatie vraagt uiteindelijk naar het misdrijf waarvan de verdachte wordt verdacht, in de hoop op een bekentenis.
De Hoge Raad oordeelde op 17 december 2019 in de Posbank-zaak (ECLI:NL:HR:2019:1983) dat artikel 126j Sv een wettelijke grondslag voor deze methode kan bieden. Een verklaring die is afgelegd met aantasting van de verklaringsvrijheid, leidt in de regel tot bewijsuitsluiting. Gebruikt de rechter zo een verklaring toch, dan moet hij zelf onderzoeken of zij betrouwbaar is. De Hoge Raad vernietigde de veroordeling omdat het hof de druk door de voorgespiegelde gevolgen niet uitdrukkelijk had beoordeeld.
Volgens dat arrest kijkt de rechter onder meer naar:
- het verloop van het opsporingstraject en de eerdere proceshouding van de verdachte, bijvoorbeeld een beroep op zijn zwijgrecht;
- de mate van psychische druk en de mate en wijze van misleiding;
- de bemoeienis van agenten met de inhoud van de verklaring;
- de duur en intensiteit van het traject en de gevolgen die in het vooruitzicht werden gesteld.
De Hoge Raad vraagt ook om nauwkeurige verslaglegging van het traject, inclusief de communicatie met de verdachte. Opname van die gesprekken ligt volgens het arrest in de rede; daarvoor is een bevel op grond van artikel 126l Sv nodig.
Mag een undercoveragent u aanhouden?
Ja, een undercoveragent blijft opsporingsambtenaar. Bij een pseudokoop wordt de verkoper meestal direct na de overdracht aangehouden, vaak door collega’s die niet undercover werken.
Bij een aanhouding moet de politie u vertellen van welk feit u wordt verdacht. Na een aanhouding hebt u recht op een advocaat voordat het eerste verhoor begint (artikel 28c Sv).
Wanneer is het bewijs uit een undercovertraject bruikbaar?
Bewijs uit een undercoveroperatie is bruikbaar als het bevel rechtmatig was, de uitvoering binnen het bevel bleef, er geen uitlokking was en de verklaringsvrijheid niet is geschonden. De rechter toetst dat aan de hand van het dossier.
Voor rechtmatig bewijs is goede verslaglegging onmisbaar. Uitsluiting is geen automatisme. Bij een vormverzuim weegt de rechter op grond van artikel 359a Sv het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat de verdachte heeft gehad. Dat bleek ook in de uitspraak van 10 februari 2026: daar bleven geschonden voorschriften zonder gevolg.
Wat gebeurt er met uw gegevens tijdens een undercovertraject?
De politie verwerkt bij undercoverwerk veel persoonsgegevens, ook van mensen die geen verdachte zijn. Daarvoor geldt niet de AVG, maar de Wet politiegegevens, die de Europese richtlijn gegevensbescherming bij rechtshandhaving (2016/680) uitvoert.
Welke gegevens mag de politie vastleggen?
De politie legt gegevens vast over verdachten, maar ook over getuigen, slachtoffers en omstanders. De Wet politiegegevens regelt voor welk doel die gegevens mogen worden gebruikt, wie er toegang toe heeft en hoe lang ze worden bewaard.
Gegevens uit een onderzoek naar een concreet misdrijf mogen niet zomaar voor andere doelen worden gebruikt. Toegang tot de gegevens wordt vastgelegd, zodat achteraf te controleren is wie wat heeft ingezien. Meer over de algemene regels leest u in ons artikel over privacywetgeving in Nederland.
Kunt u inzage vragen in wat de politie over u weet?
Ook onder de Wet politiegegevens hebt u in beginsel recht op inzage, correctie en verwijdering. De politie mag die rechten beperken als dat nodig is om een lopend onderzoek niet te schaden of anderen te beschermen.
Tijdens een undercovertraject hoort u dus meestal niet dat er gegevens over u worden verzameld. Dat is een wettelijke uitzondering, geen fout. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op de manier waarop de politie met persoonsgegevens omgaat.
Mag de identiteit van undercoveragenten geheim blijven?
De identiteit van undercoveragenten en de gebruikte werkwijze worden in het strafdossier vaak afgeschermd. Dat is toegestaan om agenten en toekomstige operaties te beschermen.
Die afscherming mag het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) niet onmogelijk maken. De verdediging kan vragen om aanvullende stukken en om het horen van betrokken agenten, zo nodig als afgeschermde getuige bij de rechter-commissaris.
Hoe laat u een undercoveroperatie toetsen?
Bent u verdachte, dan is het belangrijkste middel een verweer in de strafzaak zelf: uitsluiting van bewijs of niet-ontvankelijkheid van het OM. Daarnaast kunt u een klacht indienen of, bij strafbaar handelen van agenten, aangifte doen. De stappen hieronder volgen de volgorde waarin ze in de praktijk spelen.
Stap 1: het dossier controleren op bevel en uitvoering
De meeste undercoverzaken komen pas aan het licht als het dossier bij de verdediging ligt. Dan wordt nagegaan of er een geldig bevel op grond van artikel 126h, 126i of 126j Sv was, of de uitvoering daarbinnen bleef en of er sprake was van uitlokking of ontoelaatbare druk.
Stap 2: ontbrekende stukken en getuigen vragen
Zijn de stukken onvolledig, dan kan de verdediging om aanvulling vragen, eerst bij de officier van justitie en zo nodig bij de rechter (artikel 34 Sv). Het horen van de undercoveragenten of hun begeleiders kan nodig zijn om het verloop te reconstrueren. Zo een verzoek vraagt tijd; begin er vroeg mee.
Stap 3: een klacht over de politie binnen een jaar
Over de manier waarop agenten zich hebben gedragen, kunt u een klacht indienen bij de politie. Doe dat tijdig: volgens artikel 9:8 van de Algemene wet bestuursrecht hoeft een klacht niet te worden behandeld als de gedraging meer dan een jaar voor de klacht plaatsvond.
Bent u het niet eens met de afhandeling, dan kunt u zich daarna wenden tot de Nationale ombudsman. Een klacht leidt niet tot vrijspraak of bewijsuitsluiting; daarvoor is het verweer in de strafzaak bedoeld.
Stap 4: aangifte tegen een agent
Vermoedt u dat een agent een strafbaar feit heeft gepleegd, bijvoorbeeld door buitensporig geweld, dan kunt u aangifte doen. Onderzoek naar ernstige strafbare feiten door politiemensen doet in de regel de Rijksrecherche, onder gezag van het OM.
Een voorbeeld ter illustratie: het verweer in een Mr. Big-zaak
Een verdachte zwijgt in alle verhoren. Daarna krijgt hij werk aangeboden in wat een criminele organisatie lijkt. Na maanden vraagt de baas naar de oude zaak, met de belofte dat de organisatie zijn problemen oplost als hij vertelt wat er is gebeurd. Het verweer draait dan om de factoren uit het arrest van 17 december 2019: hoe groot waren de druk en de beloften, en is de bekentenis op details bevestigd door ander onderzoek?
Wat verandert er met het nieuwe Wetboek van Strafvordering?
Stand 29 oktober 2026: het nieuwe Wetboek van Strafvordering is aangenomen, maar treedt pas in werking op een datum die bij koninklijk besluit wordt vastgesteld; de streefdatum is 2029. Tot dat moment gelden de huidige artikelen 126g tot en met 126j en 126w Sv.
Onze rol in een strafzaak met undercoverbewijs
- Wij controleren of er een geldig bevel van de officier van justitie was en of de uitvoering binnen dat bevel bleef (artikel 126h tot en met 126j Sv).
- Wij toetsen het optreden aan het Tallon-criterium.
- Wij beoordelen een Mr. Big-traject aan de hand van de factoren uit ECLI:NL:HR:2019:1983.
- Wij vragen ontbrekende verslagen op en verzoeken zo nodig om het horen van undercoveragenten als afgeschermde getuige.
- Wij voeren op de zitting verweer over bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid van het OM.
Undercoveroptreden in vijf punten
- Een burger met een criminele achtergrond mag op grond van artikel 126w Sv als infiltrant worden ingezet (Hoge Raad 10 februari 2026).
- Een rechter-commissaris geeft vooraf geen machtiging; de zittingsrechter toetst achteraf, op basis van de verslaglegging.
- Een Mr. Big-bekentenis die is verkregen met aantasting van de verklaringsvrijheid, wordt in de regel uitgesloten.
- Een geschonden voorschrift leidt niet automatisch tot bewijsuitsluiting; de rechter weegt op grond van artikel 359a Sv.
- Een klacht over agenten moet binnen een jaar worden ingediend (artikel 9:8 Awb).
Law & More staat verdachten bij in zaken waarin bijzondere opsporingsbevoegdheden zijn ingezet; meer over onze praktijk leest u op de pagina strafrecht.