Geen duidelijke afspraken en toch een overeenkomst?

Geen duidelijke afspraken en toch een overeenkomst?

Op basis van het Nederlands Burgerlijk Wetboek kan een overeenkomst zowel mondeling als schriftelijk worden gesloten. De vraag rijst hierbij of een overeenkomst niet ook op een andere manier tot stand kan komen. Zo is in het arbeidsrecht ondertussen bekend dat een arbeidsrelatie (bijvoorbeeld de relatie werkgever – werknemer, maar ook de relatie opdrachtgever – ZZP’er) wordt beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden van het geval. Dit betekent dat er onder omstandigheden van rechtswege een arbeidsovereenkomst tot stand kan komen, zelfs als men dit niet had beoogd. Kan dit concept – dat wil zeggen het hanteren van de feitelijke situatie als criterium bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een overeenkomst – ook worden toegepast op het algemene verbintenissenrecht? In 2011 besliste de Hoge Raad dat dit mogelijk is. Dit is vervolgens op 1 maart 2016 wederom bevestigd door het Hof Den Haag. Het gevolg hiervan is dat eenieder die met een andere partij in zee wenst te gaan er rekening mee mag houden dat de relatie verregaander kan zijn dan in eerste instantie beoogd.

Zo werden in 2011 de eerste ondernemers geconfronteerd met de gevolgen van deze constatering. Een dierenarts legde de rechter samengevat de volgende vraag voor: kan een samenwerkingsverband tussen een aantal dierenartsen worden aangemerkt als een maatschap, nu er geen overeenkomst is die de relatie tussen de samenwerkende dierenartsen regelt? De Hoge Raad beantwoordde die vraag bevestigend. Bij de beantwoording van die vraag werd gekeken naar de feitelijke omstandigheden van het geval. Meer specifiek achtte de Hoge Raad van belang de verschillende gedragingen en verklaringen van partijen en hetgeen de partijen hieruit konden of mochten afleiden. Overigens wijkt deze maatstaf niet veel af van de Haviltex-maatstaf, die wordt gehanteerd bij het beoordelen van bestaande overeenkomsten. Deze maatstaf houdt in dat een overeenkomst niet alleen taalkundig wordt beoordeeld, maar ook aan de hand van de omstandigheden van het geval. Zo komt de beoordeling aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen in de overeenkomst mogen toekennen en op hetgeen zij met het oog hierop redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Ook recentelijk nog kwam een opdrachtgever voor dezelfde verrassing te staan, doordat bovenstaande regel nogmaals werd bevestigd door het Hof Den Haag. Appellant (opdrachtgever) was betrokken bij een aantal stichtingen en B.V.’s, waarvoor geïntimeerde (opdrachtnemer) op basis van een mondelinge overeenkomst van opdracht administratieve werkzaamheden verrichte. Toen vervolgens de facturen van opdrachtnemer niet meer betaald werden, liet opdrachtnemer beslag leggen op een aantal bankrekeningen van opdrachtgever, evenals op twee eilanden in de gemeente Aalsmeer. Opdrachtnemer stelde zich op de het standpunt dat er sprake was van een overeenkomst inhoudend dat opdrachtgever hoofdelijk (mede-)aansprakelijk was voor de onbetaalde facturen, omdat enkele reeds betaalde facturen, in zowel 2010 als 2011, werden betaald vanaf de privérekening van opdrachtgever. Het Hof verwees vervolgens naar de door de Hoge Raad in 2011 aangelegde maatstaf. Het Hof gaf aan dat opdrachtnemer uit de privébetaling door opdrachtgever kon afleiden dat opdrachtgever zich ook privé verantwoordelijk achtte voor de betaling van de facturen. Daarnaast achtte het Hof het volgende van belang: omdat de overige facturen van opdrachtnemer – die betrekking hadden op werkzaamheden voor alle ondernemingen van opdrachtgever – werden betaald via één van deze ondernemingen, nam het Hof aan dat het niet ongebruikelijk was dat schulden wel eens door een ander betaald werden. Uit voorgaande feiten kon opdrachtnemer afleiden – en mocht hij het gerechtvaardigd vertrouwen hebben – dat er sprake was van een overeenkomst, waarbij opdrachtgever zich hoofdelijk aansprakelijk stelde.

Conclusie

Bovenstaande uitspraken nopen tot voorzichtigheid; zeker nu het gaat om uitspraken in niet-onalledaagse situaties. Uit de uitspraken blijkt immers dat het mogelijk is dat er een overeenkomst ontstaat uit een feitelijke situatie. Het achteloos betalen van een schuld via een privérekening kan zo al vervelende gevolgen met zich meebrengen. De maatstaf die bij de beoordeling van de bedoelde feitelijke situaties wordt gehanteerd is de Haviltex-maatstaf, die doorgaans wordt gebruikt in het licht van reeds bestaande overeenkomsten. Er wordt gekeken naar de zin die partijen aan elkaars gedragingen en verklaringen mochten geven, de omstandigheden van het geval en de verwachtingen die partijen redelijkerwijs van elkaar mochten hebben. Het is dan ook erg belangrijk om goed stil te staan bij de feitelijke wijze waarop twee partijen met elkaar omgaan, om ongewenste situaties – en overeenkomsten – te voorkomen.

Share