Turboliquidatie

Turboliquidatie

Turboliquidatie is een in het moderne vennootschapswezen veelgebruikte methode om een vennootschap tot zijn einde te brengen. Onderzoek van de Kamer van Koophandel heeft zelfs uitgewezen dat tegenwoordig zo’n 88% van de B.V.’s wordt ontbonden middels turboliquidatie. Maar wat is turboliquidatie? En kan deze mogelijkheid ongelimiteerd worden ingezet?

Wat is turboliquidatie?

Turboliquidatie is een versnelde manier om een vennootschap te ontbinden. De naam ‘turboliquidatie’ doet dit reeds vermoeden. De uitwerking van het begrip is geregeld in artikel 2:19 lid 4 BW. In geval van turboliquidatie besluit de algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap tot ontbinding. Wanneer er op het tijdstip van ontbinding geen baten meer zijn, houdt de vennootschap op te bestaan. De vennootschap wordt dan uitgeschreven uit de registers van de Kamer van Koophandel. Turboliquidatie kan dus slechts plaatsvinden wanneer er geen baten meer aanwezig zijn in de vennootschap. Omdat er geen baten zijn, hoeft er ook geen vereffenaar te worden aangesteld. Vanzelfsprekend bereikt men middels deze route een kosten- en tijdsbesparing.

Wie?

Het bestuur van de vennootschap speelt in de procedure van de turboliquidatie een grote rol. Zo is het het bestuur dat verantwoordelijk is voor de uitschrijving van de vennootschap bij de Kamer van Koophandel en moet het bestuur beoordelen in hoeverre er wel of geen baten meer zijn en dus de weg van turboliquidatie wel of niet gevolgd kan worden. Het besluit tot turboliquidatie wordt vervolgens zoals gezegd genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders. Uitschrijving bij de Kamer van Koophandel vindt plaats door het invullen en toesturen van formulier 17A en 17B van de KvK. Hieraan moet het ontbindingsbesluit worden toegevoegd.

Turboliquidatie versus de wettelijke vereffeningsprocedure en faillissement

Turboliquidatie kan slechts plaatsvinden als er geen baten meer in de vennootschap aanwezig zijn. Dit betekent dat er doorgaans een andere procedure gevolgd moet worden indien er nog wel baten aanwezig zijn: de wettelijke vereffeningsprocedure. Deze procedure wordt geregeld in artikel 2:19 lid 5 en artikel 2:23 e.v. BW. Ook hier neemt de algemene vergadering van aandeelhouders het besluit tot ontbinding. Gewoonlijk zijn het in dit geval de bestuurders die als vereffenaars worden aangesteld. Deze vereffeningsprocedure kan slechts plaatsvinden als de baten de schulden overtreffen en eindigt pas als er geen baten meer zijn om te vereffenen. Overtreffen de schulden de baten, dan zal men het faillissement moeten aanvragen.

In bovenstaande twee gevallen is er nog sprake van baten (meer baten dan schulden of meer schulden dan baten). In geval van turboliquidatie (helemaal geen baten) zijn tevens twee situaties te onderscheiden. De eerste is de situatie dat er helemaal geen schulden en baten zijn. Deze situatie is bij uitstek vatbaar voor turboliquidatie. Indien er geen baten zijn, maar wel schulden, valt er uiteraard ook weinig te vereffenen en is turboliquidatie tevens de aangewezen route. Over deze laatste situatie heeft men echter al veel gestecheld. Er zijn immers gevallen denkbaar waarin er misbruik wordt gemaakt van deze laatste mogelijkheid tot turboliquidatie, doordat het bestuur van een vennootschap middels turboliquidatie op slinkse wijze van de schulden van de vennootschap tracht af te komen, met benadeling van de crediteuren als gevolg. Een groot nadeel voor de crediteuren, maar voordeel voor de kwaadwillende bestuurders, is namelijk dat men in geval van turboliquidatie doorgaans geen rekening en verantwoording hoeft af te leggen. In de wettelijke vereffeningsprocedure is namelijk geregeld dat de vereffenaar rekening en verantwoording dient af te leggen over de vereffening. Inzage kan door iedereen worden gevraagd. Aangezien in geval van turboliquidatie niet aan vereffening wordt toegekomen, wordt de verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording omzeild.

Valkuilen

Bovengenoemde situatie waarin rekening en verantwoording niet hoeft te worden afgelegd, toont gelijk één van de knelpunten van de turboliquidatie. De tweede grote valkuil is inherent aan deze eerste: bestuurders lopen het risico om bij te lichtvaardig handelen persoonlijk aansprakelijk te worden gesteld. De beoordeling in de situatie dat er geen baten zijn maar wel schulden, kan erg nauw komen en de balans kan twee kanten op uitslaan. Zo is het mogelijk dat men alsnog de weg van het faillissement had dienen te bewandelen, met name in de situatie dat er de (voldoende beargumenteerde) verwachting is dat er nog baten zijn of zullen komen. In dat geval kan de rechter zelfs na ontbinding nog overgaan tot faillietverklaring als daar aanleiding toe is, zo is in de rechtspraak bepaald. De balans kan echter ook de andere kant uitslaan. Turboliquidatie is in geval van geen baten en wel schulden namelijk in essentie vooralsnog de aangewezen weg. Besluit de vennootschap in dat geval toch zonder duidelijke aanleiding tot het faillissement over te gaan, kan men verwijten krijgen van de curator, bijvoorbeeld het verwijt dat er sprake is van misbruik van recht. Immers zal een ingeschakelde curator kosten maken voor zijn werkzaamheden, die bij het ontbreken van baten niet gecompenseerd kunnen worden.

Als gevolg van een slechte beoordeling van de situatie en een, hiermee samenhangend, onverantwoord besluit, kan het zijn dat schadelijdende partijen hun schade wensen te verhalen middels een vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Zo kunnen crediteuren de bestuurders trachten aan te spreken op grond van een onrechtmatige daad. Daarnaast zal een curator, in geval van een later alsnog aangevraagd faillissement, tevens een vordering tot bestuurdersaansprakelijkheid kunnen instellen.

Conclusie

De turboliquidatie is een veel gehanteerd middel om een vennootschap te ontbinden. Turboliquidatie brengt een hoop voordelen met zich mee. Zo kan men denken aan aspecten van tijds- en kostenbesparing. Een vereffeningsprocedure hoeft immers niet te worden doorlopen. Toch dient het bestuur van een vennootschap niet lichtvaardig met de optie van turboliquidatie om te springen. Er zijn namelijk situaties denkbaar dat de wettelijke vereffeningsprocedure gevolgd dient te worden of dat men het faillissement van de vennootschap dient aan te vragen. In niet alle gevallen is het duidelijk wanneer turboliquidatie of faillissement de aangewezen methode is. Wanneer bestuurders hierin een verkeerde keuze maken, kan hen aansprakelijkheid boven het hoofd hangen. Een goede beoordeling van de situatie is daarom essentieel.
 

Share