Gepubliceerd op 29 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
U bent aansprakelijk wanneer de wet u verplicht de schade van een ander te vergoeden. Dat kan op twee manieren ontstaan: door een onrechtmatige daad (artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek) of doordat u een verbintenis uit een overeenkomst niet nakomt (artikel 6:74 BW). Het uitgangspunt van het Nederlandse recht is dat ieder zijn eigen schade draagt; wie een ander wil aanspreken, moet daarvoor een wettelijke grondslag aanwijzen.
Inhoudsopgave
Wanneer bent u aansprakelijk voor schade?
Bij een onrechtmatige daad moeten vijf voorwaarden tegelijk vervuld zijn. Er moet een onrechtmatige gedraging zijn, die aan de dader kan worden toegerekend, er moet schade zijn, er moet een oorzakelijk verband bestaan tussen gedraging en schade, en de geschonden norm moet strekken tot bescherming tegen precies die schade. Ontbreekt één van de vijf, dan is er geen aansprakelijkheid, hoe zuur dat voor de benadeelde ook uitpakt.
Artikel 6:162 BW noemt drie vormen van onrechtmatigheid: inbreuk op een recht van een ander, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, en een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Die derde categorie is in de praktijk de belangrijkste en tegelijk de lastigste, omdat de norm niet in de wet staat maar door de rechter wordt ingevuld.
Voor gevaarzetting heeft de Hoge Raad die invulling gegeven in het Kelderluik-arrest van 5 november 1965. Wie een gevaarlijke situatie in het leven roept, handelt onrechtmatig als hij niet de voorzorgsmaatregelen neemt die van hem konden worden gevergd. Daarbij wegen vier gezichtspunten mee: hoe waarschijnlijk het is dat iemand onoplettend zal zijn, hoe groot de kans op een ongeval is, hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn, en hoe bezwaarlijk het is om maatregelen te treffen. Die maatstaf wordt nog steeds dagelijks toegepast, van een openstaand luik tot een gladde bedrijfsvloer of een onbeveiligde machine.
Toerekening is iets anders dan schuld. Een gedraging kan aan de dader worden toegerekend als zij aan zijn schuld te wijten is, maar ook als zij krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Daarom kan iemand aansprakelijk zijn zonder dat hem persoonlijk een verwijt treft. Het relativiteitsvereiste van artikel 6:163 BW werkt de andere kant op: is een norm geschonden die niet bedoeld is om deze benadeelde tegen deze schade te beschermen, dan bestaat er geen verplichting tot vergoeding.
Wat is het verschil tussen wanprestatie en onrechtmatige daad?
Bestaat er tussen partijen een overeenkomst, dan loopt aansprakelijkheid in beginsel via artikel 6:74 BW: iedere tekortkoming in de nakoming verplicht de schuldenaar de schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Dat laatste is overmacht. De drempel ligt daarmee lager dan bij een onrechtmatige daad, want de norm staat al in het contract en hoeft niet uit ongeschreven recht te worden afgeleid.
De belangrijkste valkuil is het verzuim. Bij een tekortkoming die nog hersteld kan worden, ontstaat de verplichting tot schadevergoeding pas nadat de schuldenaar in verzuim is. Daarvoor is doorgaans een ingebrekestelling nodig: een schriftelijke aanmaning waarin u een redelijke termijn voor nakoming stelt (artikel 6:82 BW). In de gevallen van artikel 6:83 BW treedt het verzuim zonder aanmaning in, bijvoorbeeld wanneer een fatale termijn is verstreken of de schuldenaar zelf laat weten niet te zullen nakomen. Wie deze stap overslaat, verliest zijn schadevergoedingsvordering vaak op een formaliteit.
De twee grondslagen kunnen samenlopen. Levert de gedraging zowel een tekortkoming als een onrechtmatige daad op, dan kan de benadeelde in beginsel kiezen. Dat is geen theoretische vraag: de grondslag bepaalt de bewijslast, de verjaringstermijn en of een exoneratiebeding uit het contract van toepassing is. Wij zetten de verschillen op een rij in ons artikel over wanprestatie of onrechtmatige daad.
Wanneer bent u aansprakelijk zonder dat u iets fout deed?
Naast schuldaansprakelijkheid kent de wet risicoaansprakelijkheid. De wetgever legt de schade dan bij degene die het risico beheerst of ervan profiteert, ook als hem niets te verwijten valt. De reden is praktisch: de benadeelde hoeft niet te bewijzen wat er precies is misgegaan, wat bij een verborgen gebrek vrijwel onmogelijk zou zijn.
Voor de bezitter van een roerende zaak geldt artikel 6:173 BW: is de zaak gebrekkig en levert dat een bijzonder gevaar op, dan is de bezitter aansprakelijk als dat gevaar zich verwezenlijkt. Voor gebouwen en werken geldt hetzelfde via artikel 6:174 BW, dat ook de wegbeheerder treft bij schade door slecht onderhouden wegen en riolering. Voor dieren geldt artikel 6:179 BW, en wordt de zaak of het dier bedrijfsmatig gebruikt, dan verschuift de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:181 BW naar de bedrijfsmatige gebruiker. Voor gebrekkige producten geldt de bijzondere regeling van artikel 6:185 BW en volgende, waarin de producent aansprakelijk is zonder dat de benadeelde een fout hoeft aan te tonen; hoe die route zich verhoudt tot een gewone contractuele claim, beschrijven wij in ons artikel over productaansprakelijkheid.
Risicoaansprakelijkheid is niet absoluut. De wet kent uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer de aansprakelijkheid ook bij bekendheid met het gevaar niet zou hebben bestaan. Bij productaansprakelijkheid geldt bovendien een drempelbedrag van vijfhonderd euro voor zaakschade (artikel 6:190 BW), dat werkt als een franchise en niet als een eigen risico. Op Europees niveau is de productaansprakelijkheidsrichtlijn vervangen door Richtlijn (EU) 2024/2853, die onder meer software als product aanmerkt en uiterlijk op 9 december 2026 moet zijn omgezet; het Nederlandse wetsvoorstel daarvoor is nog in behandeling.
Wanneer bent u aansprakelijk voor het handelen van anderen?
De wet rekent het gedrag van bepaalde personen aan een ander toe. Voor kinderen jonger dan veertien jaar is degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent aansprakelijk (artikel 6:169 BW), en daarbij bestaat geen mogelijkheid om zich te disculperen: dat u goed toezicht hield, doet niet ter zake. Voor kinderen van veertien en vijftien jaar ligt dat anders; daar is de ouder aansprakelijk tenzij hem niet kan worden verweten dat hij de gedraging niet heeft belet. Vanaf zestien jaar is het kind zelf aansprakelijk.
In het bedrijfsleven speelt artikel 6:170 BW de hoofdrol. Voor een fout van een ondergeschikte is de werkgever aansprakelijk als de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van de taak is vergroot en de werkgever zeggenschap had over de gedraging. Voor niet-ondergeschikten die werkzaamheden verrichten ter uitoefening van het bedrijf van de opdrachtgever geldt artikel 6:171 BW, wat betekent dat u ook voor fouten van een ingeschakelde onderaannemer kunt worden aangesproken. Wat er in de onderlinge verhouding tussen werkgever en werknemer geldt, komt aan de orde in ons artikel over aansprakelijkheid op de werkvloer.
Omgekeerd draagt de werkgever een eigen zorgplicht jegens zijn personeel. Artikel 7:658 BW verplicht hem de werkruimte, gereedschappen en instructies zo in te richten dat de werknemer geen schade lijdt. Loopt een werknemer in de uitoefening van zijn werk schade op, dan is de werkgever aansprakelijk tenzij hij aantoont dat hij aan die zorgplicht heeft voldaan of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van bewuste roekeloosheid van de werknemer. De bewijslast ligt dus bij de werkgever, en die zorgplicht strekt zich ook uit tot uitzendkrachten, gedetacheerden en zelfstandigen die onder zijn gezag werken.
Bestuurders van een rechtspersoon hebben een eigen positie. Intern zijn zij aansprakelijk bij onbehoorlijke taakvervulling (artikel 2:9 BW), extern alleen als hun persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Die drempel ligt hoog, juist om te voorkomen dat bestuurders zich niet meer durven bewegen; wanneer hij toch wordt gehaald, beschrijven wij in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid.
Welke schade moet u vergoeden?
Vergoed wordt in beginsel de schade die de benadeelde daadwerkelijk lijdt. Artikel 6:95 BW onderscheidt vermogensschade en ander nadeel. Vermogensschade omvat blijkens artikel 6:96 BW het geleden verlies en de gederfde winst, en daarnaast redelijke kosten ter voorkoming of beperking van de schade, kosten om de schade en de aansprakelijkheid vast te stellen, en redelijke kosten om buiten rechte betaling te verkrijgen. Ander nadeel dan vermogensschade, kortweg smartengeld, komt alleen voor vergoeding in aanmerking in de gevallen die artikel 6:106 BW noemt.
Niet alle gevolgen komen voor rekening van de aansprakelijke partij. Artikel 6:98 BW beperkt de vergoedingsplicht tot schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als gevolg kan worden toegerekend. Naarmate de schade verder verwijderd of onvoorzienbaarder is, wordt die toerekening minder snel aangenomen.
Draagt de benadeelde zelf bij aan zijn schade, dan wordt de vergoeding op grond van artikel 6:101 BW verminderd naar rato van de mate waarin ieders omstandigheden aan de schade hebben bijgedragen, waarna een billijkheidscorrectie mogelijk is. In uitzonderlijke gevallen kan de rechter de vergoedingsplicht matigen als volledige vergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden (artikel 6:109 BW). Staat de aansprakelijkheid vast maar is de omvang van de schade nog niet te begroten, dan kan de rechter verwijzen naar een schadestaatprocedure, waarin uitsluitend nog over de hoogte wordt geprocedeerd.
Hoe reageert u op een aansprakelijkstelling?
Ontvangt u een aansprakelijkstelling, reageer dan schriftelijk en binnen de gestelde termijn, maar erken niets voordat u de feiten en de juridische grondslag hebt beoordeeld. Een erkenning van aansprakelijkheid is moeilijk terug te draaien en kan bovendien uw verzekeringsdekking aantasten, omdat vrijwel iedere aansprakelijkheidspolis de beoordeling aan de verzekeraar voorbehoudt. Meld de kwestie daarom altijd direct bij uw verzekeraar, ook als u de claim ongegrond vindt: een te late melding is een zelfstandige grond om dekking te weigeren.
Beoordeel daarna systematisch. Bestaat er een contractuele relatie, en zo ja, wat zegt die over aansprakelijkheid, klachttermijnen en toepasselijke algemene voorwaarden? Is er een onrechtmatige daad, en welke norm zou dan zijn geschonden? Staat het oorzakelijk verband vast, of zijn er andere oorzaken denkbaar? Klopt de opgevoerde schade, en is die onderbouwd met stukken? Draagt de wederpartij zelf bij aan zijn schade? Is de vordering wellicht verjaard? Leg de antwoorden vast met de bijbehorende stukken; bewijs dat u nu eenvoudig kunt verzamelen, is over twee jaar vaak verdwenen.
Ontkent u aansprakelijkheid, doe dat dan gemotiveerd en zonder de deur te sluiten voor overleg. Veel geschillen worden geregeld voordat er een dagvaarding aan te pas komt, en een schikking is bijna altijd goedkoper dan een bodemprocedure. Blijft een oplossing uit, dan beslist de civiele rechter: de kantonrechter bij vorderingen tot en met vijfentwintigduizend euro en bij huur- en arbeidszaken, en anders de rechtbank, waar u zich door een advocaat moet laten vertegenwoordigen.
Binnen welke termijn moet een vordering worden ingesteld?
Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart op grond van artikel 3:310 BW door verloop van vijf jaren na de dag waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de schadeveroorzakende gebeurtenis. Beide termijnen lopen naast elkaar: de absolute termijn van twintig jaar loopt door, ook als de benadeelde nog nergens van wist.
De korte termijn begint pas te lopen bij daadwerkelijke bekendheid, niet bij het moment waarop iemand had kunnen weten. Bij verborgen gebreken en bij schade die zich pas later openbaart, kan dat jaren later zijn. Stuiting is eenvoudig: een schriftelijke aanmaning of een ondubbelzinnige mededeling waarin u zich uitdrukkelijk uw recht op nakoming voorbehoudt, doet een nieuwe termijn beginnen (artikel 3:317 BW). Bewaar het verzendbewijs, want op de ontvangst van die brief loopt het in de praktijk regelmatig stuk. Meer over termijnen en stuiting leest u in ons artikel over verjaring van vorderingen.
Naast verjaring speelt de klachtplicht. Bij een gebrekkige prestatie moet u binnen bekwame tijd na ontdekking bij de wederpartij protesteren (artikel 6:89 BW). Doet u dat niet, dan vervallen al uw rechten, ook als de vordering nog lang niet verjaard is. Bij een zakelijk geschil is een tijdige, schriftelijke en concrete klacht daarom de eerste handeling, nog vóór het inschakelen van een deskundige.
Hoe beperkt u aansprakelijkheid vooraf?
Contractueel valt veel te regelen. Een exoneratiebeding kan aansprakelijkheid uitsluiten of beperken tot een maximumbedrag, tot directe schade, of tot het bedrag dat de verzekeraar uitkeert. In zakelijke verhoudingen is dat in beginsel geldig, maar de rechter kan een beroep erop buiten toepassing laten wanneer dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Bij opzet of bewuste roekeloosheid van de schuldenaar zelf slaagt een beroep op een exoneratie vrijwel nooit. Tegenover consumenten geldt bovendien de grijze lijst van artikel 6:237 BW, waarop een beding dat aansprakelijkheid uitsluit wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn. De grenzen van wat nog kan, beschrijven wij in ons artikel over beperking van aansprakelijkheid in B2B-contracten.
Een exoneratie werkt alleen als de algemene voorwaarden waarin zij staat ook echt van toepassing zijn geworden en tijdig ter hand zijn gesteld. Daarnaast is de feitelijke kant minstens zo belangrijk: heldere opdrachtbevestigingen, deugdelijke instructies, aantoonbaar onderhoud, een actuele risico-inventarisatie en een passende bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Controleer daarbij de verzekerde som en de uitsluitingen, want een polis die de kernactiviteit niet dekt, geeft schijnzekerheid.
Voor burengeschillen geldt een eigen norm: onrechtmatige hinder wordt beoordeeld aan de hand van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade, waarbij ook de plaatselijke omstandigheden meewegen. Wanneer overlast de grens van het onrechtmatige overschrijdt, leggen wij uit in ons artikel over nabuurschap en hinder.
Veelgestelde vragen over aansprakelijkheid
Wat is het verschil tussen aansprakelijkheid en schuld?
Schuld is verwijtbaarheid; aansprakelijkheid is de wettelijke verplichting om schade te vergoeden. Bij risicoaansprakelijkheid bestaat die verplichting zonder dat iemand een verwijt treft, bijvoorbeeld als bezitter van een gebrekkige zaak of als ouder van een kind jonger dan veertien jaar.
Kan ik aansprakelijk zijn voor schade door mijn kind?
Ja. Voor kinderen jonger dan veertien jaar bent u als gezaghebbende ouder of voogd aansprakelijk zonder disculpatiemogelijkheid (artikel 6:169 BW). Bij veertien- en vijftienjarigen kunt u zich bevrijden als u niet kan worden verweten dat u de gedraging niet hebt belet. Vanaf zestien jaar is het kind zelf aansprakelijk.
Moet ik een ingebrekestelling sturen voordat ik schadevergoeding kan eisen?
Bij een contractuele tekortkoming die nog kan worden hersteld, meestal wel: zonder verzuim geen schadevergoeding. In de gevallen van artikel 6:83 BW treedt het verzuim van rechtswege in, bijvoorbeeld bij een fatale termijn. Bij een onrechtmatige daad is geen ingebrekestelling nodig; het verzuim treedt daar direct in.
Wat als de wederpartij failliet gaat of geen verhaal biedt?
Een toewijzend vonnis heeft weinig waarde zonder verhaalsmogelijkheid. Onderzoek daarom vooraf of er een aansprakelijkheidsverzekering is, of conservatoir beslag zinvol is en of er een medeaansprakelijke partij bestaat, bijvoorbeeld een opdrachtgever op grond van artikel 6:171 BW of een bestuurder bij een voldoende ernstig verwijt.
Wanneer is de gemeente aansprakelijk voor schade op straat?
Als wegbeheerder kan de gemeente op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk zijn wanneer de weg niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar ontstaat. Dat is geen garantie voor een vlakke stoep: meegewogen worden onder meer de aard van de weg, de te verwachten oplettendheid van weggebruikers en de beschikbare onderhoudsmiddelen.
Behandelt Law & More ook letselschade?
Nee. Voor letselschade na bijvoorbeeld een verkeers- of bedrijfsongeval kunt u het beste een gespecialiseerde letselschadebehandelaar inschakelen. Wij richten ons op aansprakelijkheid in contractuele en zakelijke verhoudingen en op vermogensschade.
Advies bij een aansprakelijkheidskwestie
Of u nu aanspreekt of wordt aangesproken, de uitkomst wordt bepaald door drie dingen: de juiste grondslag, tijdig handelen en bewijs. Wie de grondslag verkeerd kiest, verliest op de bewijslast; wie te laat klaagt of stuit, verliest op de termijn; wie zijn dossier niet op orde heeft, verliest op de feiten.
De advocaten van Law & More beoordelen aansprakelijkstellingen, stellen ingebrekestellingen en aansprakelijkstellingen op, voeren onderhandelingen met verzekeraars en procederen bij de kantonrechter en de rechtbank. Twijfelt u of een claim tegen u standhoudt, of wilt u weten of uw eigen vordering kansrijk is? Neem dan gerust contact met ons op.