Gepubliceerd op 27 december 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Ook met een tijdelijk contract, een oproepcontract of een nulurencontract heeft u vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding als de werkgever het contract beëindigt of niet verlengt (artikel 7:673 BW). Dat recht vervalt onder meer als u zelf opzegt, als het einde het gevolg is van uw ernstig verwijtbaar handelen of als u de AOW-leeftijd bereikt.
De vergoeding bedraagt een derde maandsalaris per jaar dienstverband, naar rato berekend, met in 2026 een maximum van € 102.000 bruto of een jaarsalaris als dat hoger is. Hieronder leest u hoe dat werkt bij flexibele contracten.

Inhoudsopgave
Wanneer heeft een flexwerker recht op een transitievergoeding?
U heeft recht als de werkgever u ontslaat of als uw tijdelijke contract afloopt en niet op initiatief van de werkgever wordt voortgezet (artikel 7:673 lid 1 BW). Sinds de Wet arbeidsmarkt in balans van 1 januari 2020 geldt geen minimale diensttijd meer.
Het maakt dus niet uit of u twee maanden of twee jaar in dienst was, en ook niet of u fulltime of parttime werkte. Ook bij ontslag tijdens de proeftijd is de transitievergoeding verschuldigd. Meer over de voorwaarden leest u in ons artikel over het recht op een transitievergoeding.
Neemt u zelf ontslag of laat u een tijdelijk contract op eigen initiatief aflopen, dan heeft u geen recht. Een uitzondering geldt als u opzegt of niet verlengt vanwege ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever (artikel 7:673 lid 1 onder b BW).
Wat als de werkgever een nieuw contract aanbiedt?
Biedt de werkgever voortzetting aan en weigert u, dan eindigt het contract in beginsel op uw initiatief en is geen transitievergoeding verschuldigd. Is het aanbod duidelijk minder gunstig, bijvoorbeeld met veel minder uren of loon, dan kan dat anders liggen.
Leg een aanbod en uw reactie daarom altijd schriftelijk vast. Of het aanbod redelijk was, beoordeelt de kantonrechter aan de hand van alle omstandigheden.
Heeft u recht bij een vaststellingsovereenkomst?
Niet wettelijk. Bij beëindiging met wederzijds goedvinden geldt artikel 7:673 BW niet, dus de hoogte van een vergoeding is onderdeel van de onderhandeling.
In de praktijk wordt vaak een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding afgesproken, omdat de werkgever bij ontslag via UWV of kantonrechter die ook had moeten betalen. Leg het bedrag vast in de overeenkomst en controleer de berekening voordat u tekent; u heeft na ondertekening veertien dagen bedenktijd (artikel 7:670b BW).
Wanneer heeft u geen recht op een transitievergoeding?
De wet noemt een beperkt aantal uitzonderingen in artikel 7:673 lid 7 en artikel 7:673c BW. Buiten deze gevallen is de vergoeding verschuldigd.
- U bent jonger dan 18 jaar en werkte gemiddeld niet meer dan 12 uur per week.
- Het contract eindigt bij of na het bereiken van de AOW-leeftijd of een andere afgesproken pensioenleeftijd.
- Het einde is het gevolg van uw ernstig verwijtbaar handelen of nalaten.
- De werkgever is failliet, heeft surseance van betaling of zit in de schuldsanering (Wsnp).
Een ontslag op staande voet betekent niet automatisch dat de transitievergoeding vervalt. Een dringende reden is niet hetzelfde als ernstig verwijtbaar handelen; de kantonrechter beoordeelt dat apart. Bij vernietiging van het ontslag loopt de arbeidsovereenkomst door.

Hoe berekent u de transitievergoeding bij flexwerk?
De vergoeding is een derde bruto maandsalaris per jaar dat het dienstverband heeft geduurd, waarbij een gedeelte van een jaar naar rato meetelt (artikel 7:673 lid 2 BW). Er wordt niet afgerond: ook losse maanden en dagen tellen mee.
Wilt u een eigen berekening maken, dan helpt ons artikel over transitievergoeding berekenen. Bij flexwerk spelen vooral twee vragen: welke periode telt mee en wat is het maandsalaris.
Tellen opeenvolgende contracten samen?
Ja, opeenvolgende arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen tellen samen als de tussenpozen niet langer zijn dan zes maanden (artikel 7:673 lid 4 onder b BW). De tussenpozen zelf tellen niet mee als diensttijd.
Ook contracten bij een opvolgend werkgever kunnen meetellen, bijvoorbeeld als u na uitzendwerk bij dezelfde inlener in dienst treedt voor hetzelfde werk (artikel 7:673 lid 4 onder c BW).
Wat is het maandsalaris bij wisselende uren?
Bij een wisselende arbeidsomvang, zoals bij een oproep- of nulurencontract, geldt het gemiddelde loon over de twaalf maanden vóór het einde van het contract. Dat volgt uit het Besluit loonbegrip vergoedingen Boek 7 BW.
Naast het basisloon tellen onder meer de vakantiebijslag, vaste eindejaarsuitkeringen en vaste looncomponenten mee, zoals een structurele ploegentoeslag. Variabele looncomponenten, zoals bonussen en overwerk, tellen mee als gemiddelde over de drie voorgaande jaren. Onkostenvergoedingen, zoals reiskosten, tellen niet mee.
Hoe ziet een berekening eruit?
Een voorbeeld ter illustratie: een oproepkracht werkte 2,5 jaar met een uurloon van € 16 en gemiddeld 80 uur per maand in het laatste jaar. Het maandloon is € 1.280, met 8% vakantiebijslag € 1.382,40.
De transitievergoeding is dan € 1.382,40 × 2,5 / 3 = € 1.152 bruto. Kreeg de oproepkracht daarnaast een vaste eindejaarsuitkering, dan wordt die per maand omgerekend en opgeteld.
Wat geldt voor uitzendkrachten?
Ook een uitzendkracht heeft een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau en valt dus onder artikel 7:673 BW. Daarnaast gelden de bijzondere regels van artikel 7:691 BW en de uitzend-cao, zoals het fasensysteem en het uitzendbeding.
Eindigt de uitzendovereenkomst doordat het uitzendbureau of de inlener de opdracht beëindigt, laat dan beoordelen of de transitievergoeding is betaald. Bewaar de uitzendovereenkomsten en de loonstroken, omdat de diensttijd per uitzendbureau wordt berekend.
Kan een cao de transitievergoeding vervangen?
Ja, een cao kan een gelijkwaardige voorziening bevatten die in de plaats komt van de transitievergoeding (artikel 7:673b BW). Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen kan dat ook een voorziening zijn die werkloosheid voorkomt of beperkt, zoals begeleiding naar ander werk.
Geldt zo’n regeling, dan heeft u geen recht op de wettelijke transitievergoeding. Controleer daarom altijd de cao die op uw contract van toepassing is.
Wanneer moet de werkgever betalen?
Betaalt de werkgever de transitievergoeding niet binnen een maand na het einde van de arbeidsovereenkomst, dan is vanaf dat moment wettelijke rente verschuldigd (artikel 7:686a lid 1 BW); de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW geldt niet voor de transitievergoeding.
Betaalt de werkgever niet, dan kunt u de kantonrechter vragen hem tot betaling te veroordelen. Dat verzoek moet binnen drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst worden ingediend (artikel 7:686a lid 4 onder b BW). Bij de kantonrechter is een advocaat niet verplicht.
De werkgever mag bepaalde kosten in mindering brengen, zoals kosten voor scholing gericht op ander werk. Dat mag alleen met uw voorafgaande schriftelijke instemming en onder de voorwaarden van artikel 7:673 lid 6 BW.

Krijgt de werkgever de vergoeding ooit terug?
Ja, bij ontslag na twee jaar ziekte kan de werkgever sinds 1 april 2020 compensatie aanvragen bij het UWV. De compensatie is maximaal de transitievergoeding die verschuldigd was bij het einde van de wachttijd van 104 weken, of het loon tijdens ziekte als dat lager is.
Een vergelijkbare regeling geldt voor kleine werkgevers die hun bedrijf beëindigen wegens pensionering of overlijden. Voor gewone niet-verlenging van een tijdelijk contract bestaat geen compensatie.
Waar let u als werknemer op?
- Ga na wie het initiatief nam voor het einde van het contract en leg dat vast.
- Tel alle contracten mee met tussenpozen van maximaal zes maanden.
- Controleer of vakantiebijslag en vaste toeslagen in het maandsalaris zijn meegenomen.
- Kijk of uw cao een vervangende voorziening bevat.
- Dien bij niet-betaling binnen drie maanden een verzoek in bij de kantonrechter.
Waar let u als werkgever op?
- Reken bij elk aflopend tijdelijk contract de transitievergoeding uit, ook na korte diensttijd.
- Gebruik bij wisselende uren het gemiddelde loon over de laatste twaalf maanden.
- Betaal uiterlijk een maand na het einde van het contract om rente te voorkomen.
- Breng kosten alleen in mindering met voorafgaande schriftelijke instemming van de werknemer.
- Vraag na ontslag wegens langdurige ziekte compensatie aan bij het UWV.
Wat kunnen wij voor u doen bij de transitievergoeding bij flexcontracten?
Onze advocaten arbeidsrecht helpen werknemers en werkgevers onder meer met het volgende.
- Beoordelen of de transitievergoeding verschuldigd is, ook na een weigering van een nieuw contract.
- De vergoeding narekenen, inclusief samentelling van contracten en looncomponenten.
- Een vaststellingsovereenkomst opstellen of beoordelen.
- De werkgever sommeren tot betaling en de termijn van drie maanden bewaken.
- Een verzoek bij de kantonrechter indienen of verweer voeren.
Samengevat
- Flexwerkers hebben vanaf dag één recht op een transitievergoeding als de werkgever het contract beëindigt of niet verlengt.
- De vergoeding is een derde maandsalaris per jaar, naar rato, met in 2026 een maximum van € 102.000 of een jaarsalaris.
- Contracten met tussenpozen van maximaal zes maanden tellen samen; bij wisselende uren geldt het gemiddelde loon over twaalf maanden.
- Bij niet-betaling moet u binnen drie maanden naar de kantonrechter.
Veelgestelde vragen
Heb ik na drie maanden werk al recht op een transitievergoeding?
Ja. Na drie maanden is de vergoeding een derde maandsalaris maal 0,25, dus ongeveer 8% van een maandsalaris. De diensttijd wordt naar rato berekend.
Telt de transitievergoeding mee voor mijn WW-uitkering?
Nee, het UWV verrekent de transitievergoeding niet met de WW-uitkering. Wel houdt de werkgever loonheffing in op het bedrag; voor fiscale vragen verwijzen wij u naar een fiscalist.
Moet ik de transitievergoeding aan scholing besteden?
Nee, u mag het bedrag vrij besteden. Alleen kosten die de werkgever met uw voorafgaande schriftelijke instemming heeft gemaakt, kunnen in mindering komen.
Wat als mijn werkgever failliet gaat?
Bij een opzegging door de curator in faillissement is geen transitievergoeding verschuldigd (artikel 7:673c BW). Was de vergoeding al vóór het faillissement verschuldigd, dan kunt u die als vordering indienen bij de curator.
Lees ook: de impact van flexibele contracten op werknemersrechten.