Gepubliceerd op 19 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Procederen is zinvol als uw juridische positie sterk is, u die met bewijs kunt onderbouwen en de verwachte opbrengst opweegt tegen kosten en duur. De belangrijkste uitzondering: heeft de tegenpartij geen geld, dan levert ook een gewonnen zaak weinig op.
Veel geschillen lost u buiten de rechter op. Toch is een gerechtelijke procedure soms de enige uitweg, bijvoorbeeld als de ander niet reageert of een principieel punt niet wil loslaten. Hieronder leest u hoe u die afweging maakt, wat een procedure kost en welke rechter bevoegd is.
Inhoudsopgave
Vier vragen voordat u dagvaardt
Staat het recht aan uw kant?
Uw vordering moet een duidelijke juridische grondslag hebben, zoals wanprestatie, een onrechtmatige daad of een betalingsverplichting uit een contract. Verwacht tegenargumenten. Een sterk verweer van de wederpartij, bijvoorbeeld een beroep op algemene voorwaarden of op verjaring, kan uw kansen flink verkleinen. Eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken geven een indruk van hoe rechters oordelen, maar garanderen niets.
Kunt u het bewijzen?
Wie zich op een recht beroept, moet de feiten bewijzen (artikel 150 Rv). Zonder bewijs verliest u ook een zaak die inhoudelijk klopt. Contracten, e-mails, facturen, getuigen en deskundigenrapporten ondersteunen uw zaak. De rechter waardeert het bewijs vrij (artikel 152 Rv); schriftelijke stukken uit de tijd van het geschil wegen in de praktijk vaak zwaarder dan latere verklaringen.
Kan de wederpartij betalen?
Een vonnis is weinig waard als er niets te halen valt. Controleer vooraf de financiële situatie van de wederpartij, bijvoorbeeld via de jaarstukken in het Handelsregister of het Kadaster. Is er een risico dat vermogen verdwijnt, dan kan conservatoir beslag vooraf zinvol zijn.
Wegen opbrengst en kosten tegen elkaar op?
Zet de verwachte opbrengst af tegen griffierecht, advocaatkosten, kosten van deskundigen en het risico dat u de proceskosten van de ander moet betalen. Neem ook de duur mee: een bodemprocedure in eerste aanleg duurt doorgaans maanden en kan met hoger beroep jaren duren. Hebt u snel een oplossing nodig, dan is een kort geding of een schikking vaak realistischer.
Wat kost een procedure?
De kosten bestaan uit drie delen: het griffierecht, de kosten van uw advocaat en, als u verliest, een vergoeding van de proceskosten van de wederpartij.
Griffierecht in 2026
Eiser en gedaagde betalen allebei griffierecht. Bij de kantonrechter betaalt de gedaagde alleen als hij verschijnt. Een selectie uit de tarieven van 2026:
| Zaak | Natuurlijk persoon | Niet-natuurlijk persoon |
|---|---|---|
| Kanton, € 2.500 tot € 5.000 | € 265 | € 529 |
| Kanton, meer dan € 12.500 | € 753 | € 1.504 |
| Rechtbank, onbepaalde waarde | € 341 | € 735 |
| Rechtbank, tot € 100.000 | € 1.414 | € 3.083 |
| Rechtbank, € 100.000 tot € 1.000.000 | € 2.803 | € 7.062 |
Voor onvermogenden geldt een verlaagd tarief van € 93. Bron: Rechtspraak, griffierecht (tarieven 2026, Stcrt. 2025, 39855).
Proceskosten: forfaitair, niet de werkelijke kosten
Wie verliest, wordt meestal veroordeeld in de proceskosten van de ander (artikel 237 Rv). Die vergoeding is gebaseerd op vaste tarieven en dekt meestal maar een deel van de werkelijke advocaatkosten. Ook als u wint, houdt u dus vaak kosten over.
Een volledige vergoeding van de werkelijke kosten is uitzonderlijk. De Hoge Raad oordeelde op 6 april 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV7828) dat dit alleen kan bij misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen. Dat is pas het geval als de eiser zijn vordering baseerde op feiten waarvan hij wist of had moeten weten dat ze onjuist waren, of op stellingen waarvan hij moest begrijpen dat ze geen kans van slagen hadden. De rechter moet daarbij terughoudend zijn, omdat iedereen recht heeft op toegang tot de rechter (artikel 6 EVRM).
Schikken of procederen?
Een schikking geeft zekerheid. U houdt de kosten laag, weet waar u aan toe bent en houdt zelf de regie. De rechter kan immers anders beslissen dan u hoopt. Een schikking legt u vast in een vaststellingsovereenkomst (artikel 7:900 BW).
Toch komt het voor dat de wederpartij pas beweegt als zij een dagvaarding ontvangt. Een goed onderbouwde zaak met sterk bewijs versterkt dan uw onderhandelingspositie. Bij principiële geschillen, of als de ander helemaal niet reageert, blijft procederen soms de enige route.
Zo bereidt u een procedure voor
- Stuur een ingebrekestelling met een redelijke termijn voor betaling of herstel (artikel 6:82 BW). Leg uit welke stappen volgen als nakoming uitblijft.
- Analyseer het contract en de algemene voorwaarden: leveringsvoorwaarden, betalingsafspraken, aansprakelijkheidsbeperkingen, boeteclausules en een eventuele forumkeuze. Niet elke bepaling is afdwingbaar, zeker niet tegenover consumenten.
- Verzamel en orden het bewijs en ga na welke getuigen of deskundigen nodig zijn.
- Maak een kosten-batenafweging met griffierecht, advocaatkosten en het risico op een proceskostenveroordeling.
- Kies de procedure en de rechter: kort geding of bodemprocedure, kantonrechter of rechtbank.
Veel voorkomende knelpunten zijn onduidelijke afspraken over levering, tegenstrijdige algemene voorwaarden (de ‘battle of forms’, artikel 6:225 lid 3 BW) en aansprakelijkheidsuitsluitingen die een rechter onredelijk bezwarend vindt.
Hoe verloopt een procedure bij de rechter?
Een civiele procedure begint met een dagvaarding, waarin de eiser zijn vordering en de onderbouwing uiteenzet. De gedaagde reageert met een conclusie van antwoord. Daarna volgt meestal een mondelinge behandeling (artikel 87 Rv), waarop de rechter beide partijen hoort en vaak naar een schikking vraagt. Soms volgt nog een schriftelijke ronde (repliek en dupliek) of een getuigenverhoor. Daarna wijst de rechter vonnis.
| Kenmerk | Bodemprocedure | Kort geding |
|---|---|---|
| Doel | Definitieve beslissing | Voorlopige voorziening bij spoed |
| Duur | Doorgaans maanden; met hoger beroep langer | Doorgaans enkele weken |
| Bewijs | Uitgebreide bewijslevering mogelijk | Beperkt; geen getuigenverhoor in de regel |
| Termijn hoger beroep | Drie maanden (art. 339 lid 1 Rv) | Vier weken (art. 339 lid 2 Rv) |
De keuze hangt af van de urgentie. Wordt u bijvoorbeeld als huurder uit uw woning gezet, dan past een kort geding. Gaat het om een geldvordering zonder haast, dan is de bodemprocedure meestal de aangewezen weg. Een kort geding over een geldvordering is mogelijk, maar de rechter is daarin terughoudend.
In een procedure geldt de stelplicht: u moet de feiten die uw vordering dragen, concreet stellen. Toegestane bewijsmiddelen zijn onder meer geschriften, getuigenverklaringen, deskundigenrapporten en eigen verklaringen van partijen. Nieuwe stukken moet u tijdig indienen; te laat ingediende stukken kan de rechter buiten beschouwing laten.
Welke rechter is bevoegd?
Kantonrechter of rechtbank
De kantonrechter behandelt vorderingen tot en met € 25.000 en, ongeacht het bedrag, onder meer arbeids-, huur-, consumentenkoop- en consumentenkredietzaken (artikel 93 Rv). Bij de kantonrechter mag u zonder advocaat procederen; ook een gemachtigde kan u vertegenwoordigen. Overige zaken, zoals hogere vorderingen en zaken van onbepaalde waarde, behandelt de civiele kamer van de rechtbank. Daar is een advocaat verplicht (artikel 79 Rv). Het gerechtshof behandelt hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank en de kantonrechter.
Welk arrondissement?
De relatieve bevoegdheid bepaalt bij welke rechtbank u moet zijn. Hoofdregel is de woonplaats van de gedaagde (artikel 99 Rv); voor een bedrijf telt de vestigingsplaats. Voor sommige zaken gelden eigen regels, bijvoorbeeld bij onroerend goed. Kiest u de verkeerde rechter, dan verwijst die de zaak in de regel door naar de bevoegde rechter (artikelen 71 en 110 Rv). Dat kost wel tijd.
Forumkeuze in een contract
Een contract of de algemene voorwaarden kunnen een forumkeuze bevatten. Tussen bedrijven is die in de regel geldig. Tegenover consumenten is een forumkeuze in algemene voorwaarden meestal niet geldig: de consument kan dan kiezen voor de rechter van zijn woonplaats. Bij internationale contracten kan een buitenlandse rechter bevoegd zijn; daarvoor gelden ook Europese regels.
Na de uitspraak
Tegen de meeste vonnissen kunt u in hoger beroep bij het gerechtshof. De termijn is drie maanden na de uitspraak; tegen een kort-gedingvonnis vier weken (artikel 339 Rv). Gaat het in een kantonzaak om een vordering van niet meer dan € 1.750, dan is hoger beroep niet mogelijk (artikel 332 Rv). In hoger beroep is altijd een advocaat nodig, en u betaalt opnieuw griffierecht.
Andere routes na een vonnis:
- Verzet tegen een verstekvonnis als u niet in de procedure bent verschenen.
- Schikken over de uitvoering, ook na het vonnis.
- Herziening bij nieuwe feiten die tijdens de procedure niet bekend waren; de eisen zijn streng.
- Executie: de winnende partij kan het vonnis laten uitvoeren, bijvoorbeeld met beslag op loon of bezittingen.
Alternatieven voor de rechter
Onderhandelen, al dan niet tussen advocaten, lost een groot deel van de zaken op zodra beide partijen weten wat een procedure kost. Mediation werkt vooral als de relatie door moet, bijvoorbeeld bij compagnons, buren of een langlopende leveranciersrelatie. Bindend advies en arbitrage leiden wel tot een beslissing, maar buiten de overheidsrechter om; in commerciële contracten is dat soms al afgesproken. Voor consumentengeschillen bestaan erkende geschillencommissies. Meer over geschillen tussen ondernemers leest u in ons artikel over conflicten met zakenpartners.
Hoe wij u helpen bij de afweging
- Wij beoordelen uw bewijs en juridische positie en zetten kansen en risico’s op papier.
- Wij maken een kosten-batenafweging en controleren of de tegenpartij verhaal biedt.
- Wij stellen de ingebrekestelling op en voeren de schikkingsonderhandelingen.
- Wij bepalen de bevoegde rechter en de passende procedure, en bewaken de termijnen.
Meer leest u op onze pagina over civiel recht en over het kort geding.
In het kort
- Procederen loont bij een sterke juridische positie, goed bewijs (art. 150 Rv) en een tegenpartij die kan betalen.
- Een proceskostenveroordeling dekt meestal maar een deel van de werkelijke kosten; volledige vergoeding alleen bij misbruik van procesrecht.
- De kantonrechter behandelt vorderingen tot en met € 25.000 en onder meer arbeids- en huurzaken; daar is geen advocaat verplicht.
- Hoger beroep: drie maanden, in kort geding vier weken.
De wetsartikelen vindt u in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en Boek 6 BW.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.